Stelling

De wereld is beter af met Elon Musk

Stem

Agenda

Alkmaar in Suriname

De tentoonstelling 'Plantage Alkmaar' in het Stedelijk Museum Alkmaar belicht de relatie tussen de stad en de slavernijgeschiedenis en specifiek het verhaal van plantage Alkmaar in Suriname, een weinig bekend en nauwelijks onderzocht thema uit de Alkmaarse geschiedenis. Er worden gereedschappen, archiefstukken, kaarten en kunstwerken getoond. Bijzonder is een serie waterverftekeningen van plantage Alkmaar en omgeving, gemaakt door plantage-eigenaar Louise van Panhuys in de periode 1811-1816.

Hoogbouw in de Lage Landen

Mensen herken je aan hun silhouet, steden aan hun skyline. In ‘SkYline. Hoogbouw in de Lage Landen’ daagt het Gentse museum STAM onze – vaak terloopse – blik op de stad uit. Wat zit er achter de grillige lijnen van steen, staal en glas? En waarom blijven we het hoog, hoger, hoogst zoeken? Vroeger domineerden kerk- en belforttorens, vandaag evengoed kantoor- en woontorens. De Burj Khalifa is de hoogste, het Belfort de vurigste, de Boekentoren de wijste.

Een adellijke losbol

13 december 2022 skrul

‘Je me fais étranger partout’ (‘Ik vind het fijn overal een vreemdeling te zijn’): het is een van de talloze rake observaties die prins Charles-Joseph de Ligne (1735-1814) heeft nagelaten. Deze kosmopoliet voelde zich thuis in ‘zes of zeven vaderlanden’ en beschouwde het hele continent als zijn habitat omdat hij voortdurend op reis was van het ene paleis naar het andere, nieuwsgierig naar andere streken en volkeren.

Vanaf de eerste rij stelde deze veelzijdige, erudiete en fijnzinnige aristocraat weemoedig vast hoe tijdens de Franse Revolutie zijn vertrouwde wereld van grote sier verdween.
In het familiekasteel van Belœil (Henegouwen) herinneren nog twee ruimtes aan de beroemdste telg van de prinselijke familie. In de ‘Slaapkamer van de veldmaarschalk’ hangen schilderijen die verwijzen naar zijn verblijf in Wenen. De Ligne stierf in december 1814 op 79-jarige leeftijd op een ogenblik dat de fine fleur van de Europese aristocratie en diplomatie in de stad verzameld was voor het Congres van Wenen. Tal van prominenten droegen hem tijdens een pompeuze begrafenisplechtigheid in de Habsburgse hofstad met militaire eer ten grave, geheel in overeenstemming met zijn levensstijl.

Het imposante kasteel van Belœil is omgeven door een slotgracht en lag op een strategisch belangrijke plaats ten oosten van de Romeinse heirbaan van Bavay naar het noorden.

Twee schilderijen in het ‘Salon van de Maarschalken’ refereren aan taferelen uit het leven in Rusland. De Ligne had een bijzondere band met Rusland. In 1780 reisde hij een eerste keer naar Sint-Petersburg in een poging om de schuldvorderingen van zijn zoon op te eisen. Zijn lievelingszoon Charles was een jaar eerder in het huwelijk getreden met een Poolse prinses. Van de Oostenrijkse keizer Jozef II, die geen al te hoge dunk van de frivole prins had, kreeg hij tegelijk de opdracht om de betrekkingen tussen beide landen te verbeteren. Na een bezoek aan het ‘foeilelijke’ Sans-Souci, het paleis van de Pruisische koning in Potsdam, reisde hij door naar Tsarskoje Selo. Daar wist hij tsarina Catharina de Grote in te palmen met zijn humor en savoir-vivre, ook al mislukte de diplomatieke missie.

In het fronton boven de ingang van het kasteel is het wapenschild van de Ligne verwerkt met de spreuk: Quo res cumque cadunt, stat semper linea recta, vrij vertaald ‘hoe de zaken ook verlopen, de rechte lijn blijft onveranderd’. Voor een briljante, maar chaotische geest als die van Charles-Joseph was het motto niet echt van toepassing.

‘Het was al erg genoeg om u als zoon te hebben’

De prins had zo’n overweldigende indruk gemaakt dat Catharina hem hoogstpersoonlijk uitnodigde voor de legendarische reis naar de pas veroverde Krim in het voorjaar van 1787. De Ligne was verguld met de invitatie want het zou het hoogtepunt in zijn diplomatieke carrière worden. Dankzij het literaire talent van de prins zou het charmeoffensief van de tsarina Rusland op de Europese kaart zetten.
Met een gevolg van drieduizend passagiers, onder wie Engelse, Oostenrijkse en Franse gezanten, voer een vloot van vier luxueuze galeien en een veertigtal andere schepen de Dnjepr af. Onderweg voegde Jozef II zich bij het gezelschap. De sfeer onder de gekroonde hoofden was zo ontspannen dat ze elkaar tutoyeerden. De altijd aimabele de Ligne zorgde voor de vrolijke noot met zijn grappen en gevatte antwoorden. Magnifieke bals en luisterrijke festiviteiten volgden elkaar op. Voor bewezen diensten kreeg de prins een stuk grond in Nikita en Parthenizza op de Krim waar ooit de tempel van Iphigenia zou gestaan hebben.

Anoniem en niet-gedateerd portret van de tienjarige Charles-Joseph in Turks uniform met op de achtergrond het kasteel van Belœil. Misschien wel gemaakt in opdracht van zijn vader die zelf roem verwierf in de strijd tegen de Turken.

In tegenstelling tot zijn diplomatieke successen, want mede door toedoen van de prins sloten Russen en Oostenrijkers een bondgenootschap tegen de Turken, kwam de militaire carrière van de Ligne moeizaam van de grond. Hij kon in elk geval niet beantwoorden aan de hooggespannen verwachtingen van zijn vader Claude-Lamoral II. Die had zich onderscheiden in heel wat veldslagen van de Spaanse Successieoorlog (Ramillies, Oudenaarde, Malplaquet) en in de oorlog tegen de Turken. Charles-Joseph deed in 1757 zijn eerste ervaringen op het slagveld op tijdens de Zevenjarige Oorlog en werd een jaar later bevorderd tot kolonel. Zijn vader, een echte huistiran, reageerde op de promotie op een manier die tekenend was voor de jeugd van de prins: ‘Het was al erg genoeg voor mij, meneer, om u als zoon te hebben, zonder u ook nog als kolonel te moeten verdragen’.

Charles-Joseph heeft twee standbeelden ‘verdiend’: naast het standbeeld op het dorpsplein van Belœil herinnert dit beeld in het Egmontpark van Brussel aan zijn geboorte in 1735.

De Ligne klom wel op in de keizerlijke militaire hiërarchie, maar dat had hij vooral te danken aan zijn kameraadschap met veldmaarschalk de Lacy. Van de Ligne werd gezegd dat hij behoorlijk slordig omsprong met zijn eigen infanterieregiment en zijn roekeloosheid in de strijd was spreekwoordelijk. Daar kwam nog bij dat hij zijn mond niet kon houden. Zijn zorgeloosheid en zijn vrijgevochten opvattingen werden niet op prijs gesteld aan het hof in Wenen dat bekend stond om zijn erg strikte, en in de ogen van de prins erg saaie, etiquette. Pas in 1808 mocht hij de (ere)titel van veldmaarschalk dragen.

De slaapkamer van de Ligne is na zijn dood naar Belœil overgebracht. In het roze hemelbed schreef de prins het grootste deel van zijn memoires. Op het grote schilderij staan tsaar Alexander en de Pruisische koning Willem-Frederik III afgebeeld die de prins op zijn sterfbed een laatste bezoek brengen.

Trouw aan zijn vorst, of aan zijn vaderland?

Het keizerlijke regime had nog een andere reden om de vrolijke frans uit de Nederlanden te wantrouwen. Na de bestorming van de Bastille braken in het najaar van 1789 ook in de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik patriottische opstanden uit. De onrust was al een tijd aan het gisten. Keizer-koster Jozef II wilde met een reeks edicten op administratief en kerkelijk vlak de ideeën van de Verlichting aan zijn onderdanen opdringen. Een delegatie van de Provinciale Staten kreeg de keizer nauwelijks te zien toen zij met hun grieven hierover naar Wenen trokken. Jozef II had het te druk met zijn plezierreis naar de Krim en de daaropvolgende oorlog tegen de Turken waaraan de Ligne deelnam. In oktober vielen de opstandelingen vanuit de Republiek de Kempen binnen. De Verenigde Nederlandse Staten werden begin 1790 uitgeroepen onder leiding van de advocaat Van der Noot, een van de leiders van de opstand.

Charles-Joseph de Ligne is samen met zijn vrouw begraven op het Kahlenberger Waldfriedhof in de buurt van Wenen. Daar had hij een riant buitenverblijf. Toen hij in 1793 Belœil verliet, had hij zich vast voorgenomen nooit meer een voet te zetten in Parijs of Brussel.

Die opstand bracht de prins in een erg lastig pakket. Moest hij trouw blijven aan zijn vorst of aan zijn vaderland? Als ridders van het Gulden Vlies en Grande eerste klas van Spanje hadden de opeenvolgende de Lignes de Habsburgers altijd gesteund, ook ten tijde van de godsdienstoorlogen. De familie de Ligne was zelfs de enige prinselijke familie van de Lage Landen die niet in opstand was gekomen tegen Filips II. Anderzijds stond hun omvangrijk vermogen in de Nederlanden op het spel. Dat zijn zoon Charles zich aansloot bij de opstandelingen en, weliswaar kortstondig, betrokken was bij de verovering van Gent, maakten de zaken nog gecompliceerder.

De beeldengroep met centraal Neptunus sluit de grote vijver af die uitgeeft op het kasteel. Het is een project van Claude-Lamoral II, de vader van Charles-Joseph met wie hij totaal geen affectie had.

Charles-Joseph liet zijn vriend en maarschalk de Lacy zelfs weten dat hij gevraagd was om de gewapende opstand te leiden. Hij wist andermaal zijn reputatie met een kwinkslag te redden: ‘je ne me révoltais jamais pendant l’hiver’ (‘tijdens de winter kom ik niet in opstand’). Niet veel later verscheen er in de pers nochtans een brief waarin hij zijn sympathie voor de rebellen openlijk uitte. Alleen wanneer een buitenlandse mogendheid zich in het conflict mengde, zou hij zich verzetten. De Brabantse Omwenteling was evenwel van te korte duur zodat hij geen verscheurende keuze hoefde te maken en vanop afstand in Wenen de gebeurtenissen kon volgen. Jozef II bedankte hem voor zijn trouw, al was dat niet van harte. Op zijn sterfbed mompelde de keizer tegen zijn halfslachtige generaal: ‘Uw land heeft mij vermoord’.

De misschien bekendste afbeelding van de prins is die waarop de ontmoeting tussen keizer Jozef II en tsarina Catharina de Grote in mei 1787 tijdens de legendarische reis naar de Krim is vastgelegd. De tweede man links is Charles-Joseph de Ligne.

Voorliefde voor exuberante spektakels

De Ligne wist zijn reputatie en goederen te redden in de veronderstelling dat alles bij het oude zou blijven. Niets was minder waar. De Franse Revolutie wierp een zware schaduw op de laatste decennia van zijn leven. In de strijd tegen de Franse republiek – ‘cette détestable, exécrable et abominable nation’ (‘die weerzinwekkende, verfoeilijke en afgrijselijke natie’) – verloor hij de helft van zijn kennissenkring én zijn zoon Charles, getroffen door een kanonskogel in het vuur van de strijd. De altijd goedlachse, opgeruimde edelman gleed weg in een depressie, nog verergerd door financiële besognes: ‘Datgene waar ik het meest van hield, twee derde van mezelf, de voortreffelijkste persoon ter wereld, werd me ontnomen’.
De Ligne sr. en jr. deden niet voor elkaar onder. Ze waren beiden onbezonnen op het slagveld, altijd klaar voor een stunt en met een kolossaal gat in de hand. De Ligne moest zijn pas gekregen grondgebied in de Krim van de hand doen om de schulden van zijn zoon af te lossen. Zelf gaf hij niet het goede voorbeeld, integendeel. Hij smeet met geld.
Luc Minten

Openingsbeeld: Charles-Joseph met de roze kraag van zijn jas in de kleur van het huis de Ligne en met Oostenrijkse militaire eretekens. Portret van Pierre Grevedon (1825). (Part. coll./Fine Art Images/Getty Images)

Lees ook de andere helft van dit wonderlijke verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 6,25!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Netwerk van vriendendiensten

Wie meer over Poetin en het machtscentrum waarin hij fungeert wil weten doet er goed aan het lijvige boek van Catherine Belton ter hand te nemen. 480 pagina’s dik en nog eens ruim honderd pagina’s met annotaties, waarin de herkomst van het materiaal aan de hand van interviews en documenten verantwoord wordt. Geen eenvoudig boek en ook weinig hoopgevend voor wie op korte termijn ingrijpende wijzigingen in Rusland verwacht.

Lees verder

Kroniek

Bloedbad in Fort Zeelandia

In de nacht van 7 op 8 december worden zestien prominente Surinaamse burgers in Paramaribo van hun bed gelicht en overgebracht naar het Fort Zeelandia, het toenmalige hoofdkwartier van het zogeheten Militair Gezag met aan het hoofd legerleider Desi Bouterse. Op 26 februari 1980 had hij, sergeant-majoor, samen met andere onderofficieren een coup gepleegd omdat de regering Arron weigerde tegemoet te komen aan de in zijn ogen gerechtvaardigde eis om een eigen vakbond voor onderofficieren op te richten.

Lees verder

Heilige van de week

Lucia van Syracuse

13 december († ca. 303) Deze naam betekent licht, stralend of geboren bij zonsopgang. Lucia maakt tijdens haar leven veel mee. Haar moeder is stervende. Lucia bidt net zolang bij het graf van Sint-Agatha totdat ze is genezen. Ze verbreekt haar verloving. Hierop verraadt haar verloofde haar aan de Romeinse overheid.

Lees verder