Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Woestijnreizigster Gertrude Bell

01 november 2022 Siebrand Krul

Gertrude Bell (1868-1926) was ontdekkingsreizigster, archeologe, schrijfster en spionne uit Yorkshire, maar bovenal: eigenzinnig. Ze leefde regelmatig zoals de bedoeïenen, wist mannen te charmeren en volgens The Guardian speelde zij ‘een hoofdrol bij de totstandkoming van het hedendaagse Irak’.

Bell stamde uit een geslacht van staalmagnaten, een van de rijkste families van Engeland. Haar grootvader was bevriend met Darwin en haar grootmoeder niet op haar mondje gevallen. Toen een bezoeker haar oma complimenteerde met haar scones, reageerde ze: ‘Dat zie ik, uw hand is er nog niet van af gebleven sinds u bent aangekomen.’ Gertrude was het eerste kind van Hugh en Mary. Haar moeder overleed in 1871, kort na de geboorte van zoontje Maurice. Ze woonden in Red Barns Garden, waar de trein op verzoek bij een miniperronnetje stopte (haar vader was directeur van de North Eastern Railways). Gertrude duwde haar hond iedere dag in de vijver ‘omdat hij er zo’n hekel aan had’, reed onverschrokken pony en zat constant met haar neus in de boeken.

Gertrude Bell in Irak in 1909. Ze was toen 41 jaar. (WikiCommons)

Ze had een sterke band met haar vader en zijn tweede vrouw, Florence. Op het Queen’s College in Londen, waar ze studeerde, was ze niet erg populair en ontwikkelde ze een denigrerende houding jegens ‘gewone vrouwen’. Later, in Oxford verafschuwde ze etiquette- en handwerklessen, sportte veel en debatteerde vaak. Na haar eerste college geschiedenis vroeg de professor commentaar, waarop Gertrude reageerde: ‘Volgens mij hebben we vandaag niets nieuws geleerd. U hebt niets toegevoegd aan wat u al in uw boek geschreven hebt.’ Een bevriende klasgenote zei dat ze een tomeloze werklust had, volwassen in haar oordeel over mannen was, maar kinderlijk in haar stelligheden.

Overnachten in Habrun, Saudi-Arabië, in 1913. (Gertrude Bell/Royal Geographical Society via Getty Images)

Liever het Oosten dan het Westen

Ze ging vier maanden op vakantie bij haar oom Frank Lascelles, ambassadeur in Boekarest, flirtte met een van de zonen en later, in 1892, verbleef ze opnieuw bij de Lascelles, in Teheran: ‘Ik ben aangekomen in The garden of Eden’. Ze maakte er kennis met de woestijn: ‘….en plotseling in het midden ervan, uit het niets, uit wat koud water, groeit een tuin, en wat voor tuin! Bomen, fonteinen, vijvers, rozen en een huis, zo’n huis waarover in sprookjes werd verhaald…’. Ze raakte verliefd op derde secretaris Henry Cadogan, maar een huwelijk werd door haar ouders geweigerd, omdat hij over ‘onvoldoende middelen‘ beschikte.

Mannen bij een bron in Saudi-Arabië in 1913. (Gertrude Bell/Royal Geographical Society via Getty Images)

Teleurgesteld thuisgekomen publiceerde ze haar eerste reisboek, waarin ze schreef dat ze het Oosten verkoos boven het Westen. In 1897 ging ze samen met broer Maurice op wereldreis en raakte tijdens een verblijf met haar ouders in Griekenland gefascineerd door archeologie. In Delhi was ze in 1901 aanwezig bij de kleurrijke kroning van Edward VII tot keizer van India. Na de dood van haar grootvader verhuisde het gezin naar het familie landgoed Rounton Grange, waar Gertrude de leiding voerde over de transformatie van de tuinen. In hun Londense onderkomen, wat zij ‘het mooiste huis van Londen’ noemde, had ze haar eigen woongedeelte.

Bells kamelen bij een drenkplaats in 1914 bij Tor al-Tubaiq, Saudi-Arabië. (Gertrude Bell/Royal Geographical Society via Getty Images)

De energieke Bell beklom tussen 1899 en 1904 onder andere de Mont Blanc, terwijl de klim van de Finsteraarhorn haar bijna het leven kostte. Haar gids loofde haar techniek, kalmte, moed en oordeelsvermogen. Ze reisde eveneens door Palestina, Syrië, Libanon, Jordanië en leerde in Jeruzalem Arabisch. Ze bezocht Druzen, de ruïnes van Palmyra en sprak Hebreeuws, Perzisch, Arabisch en enigszins Turks. Vanaf 1905 legde ze tijdens talloze tochten duizenden kilometers in woestijnen per kameel af, veelal met slechts enkele begeleiders. Onderweg een pistool vastgebonden aan haar onderbeen en slapend met haar geweer onder haar kussen. Ze zag fata morgana’s, naaide een mousseline slaapzak tegen zandvlooien en las boeken tijdens soms wel twaalf uur durende kameeltochten. Onderweg hield ze een dagboek bij en schroomde niet om tegen de bevelen van Turkse soldaten in verder te trekken. Later, door hen gevangen genomen, zwierf ze nadat ze ’s nacht hun kamp was ontvlucht, drie dagen zonder gids, water of voedsel rond, zich verbergend voor bandietenbenden. Meer dood dan levend wist ze een veilige plek te bereiken.

Gertrude Bell en haar altijd trouwe metgezel Fattuh in 1907. (WikiCommons)

Ze was een week te gast bij de sheikhs Audah en Harb. Audah’s neef, Muhammed Abu Tayyi, maakte grote indruk op Gertrude (‘groot, getaand en flonkerende ogen’). Ze bracht vele uren in de harem door, sprak er met de vrouwen en reisde door een landschap bij Jebel Misma ‘dat meer afschrikwekkend, doods en leeg was’ dan ze ooit had gezien. Met haar twee glasnegatief-camera’s maakte ze (panorama)opnames van landschappen, monumenten, vondsten en ze charmeerde bedoeïenen door (groeps)portretten te maken. Ze werkte mee bij archeologische sites en ontmoette in 1909, tijdens een drie maanden durende reis van Damascus naar Palmyra, T.E. Lawrence (‘Lawrence of Arabia’), archeoloog, maar tevens Brits spion. Met hem deelde ze de bewondering voor bedoeïenen, hun onafhankelijkheid, mobiliteit, volharding en de mystiek die hen omgaf. Later stonden ze zij aan zij in hun streven Faisal tot koning van Irak te kronen.

Bell bij een grafmonument in Qubbet ed Duris, Libanon, in 1900.

Behoefte aan ‘een jaar slaap’

In 1913 reisde Gertrude met een karavaan van zeventien kamelen, twee tenten (in de ene baden/slapen, in de andere eten/schrijven), een Wedgwoodservies en haar canvas bad. De tocht ging van Damascus naar het afgelegen Ha’il in Saoedi-Arabië, mede om voor het Foreign Office informatie te verzamelen over activiteiten van Duitsers. Haar eeuwig trouwe gids Fattuh deinsde er zelfs niet voor terug reisdocumenten voor haar te vervalsen. Ze werd elf dagen vastgehouden door tribalen, die haar beletten verder te reizen en haar in de harem van de heersende emir wilden onderbrengen (haar redding was, dat ze zei getrouwd te zijn met de Britse consul). Het was onderweg koud, ze liep vanwege spierletsel strompelend door het kamp en schreef dat ze behoefte had ‘aan een jaar slaap’.

Gertrude Bell zoals ze zelden was te zien.

Tijdens zeven expedities had ze in totaal ruim twee jaar in woestijngebieden doorgebracht. Haar geografische, archeologische en antropologische kennis, evenals haar netwerk onder woestijnvolken en vaardigheid goed te documenteren maakten haar uniek.
In Konya ontmoette ze de bereisde majoor Dick Doughty-Wylie, destijds consul, die ze in brieven beschreef als een ‘charmante jonge soldaat met een tamelijk vriendelijke, kleine echtgenote.’ Ze voelden zich tot elkaar aangetrokken en Gertrude sloeg daarom een aanbieding voor een wetenschappelijke expeditie naar China af: ‘Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen veertien maanden weg te zijn’. Wel ging ze, terug in Engeland, vanwege de uitgebroken WO I gewonden verzorgen en moedigde landarbeiders aan te gaan vechten, wat zij ook gedaan had ‘als ik een man was geweest’.
Lex Veldhoen

Openingsbeeld: Bell tijdens een bezoek aan de piramiden, geflankeerd door Winston Churchill (met motorbril tegen het woestijnzand, wat hem overigens niet hielp) en T.E. Lawrence. (WikiCommons)

Lees ook de andere helft van dit spannende verhaal van een eigenzinnige vrouw in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 6,25!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder