Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Vuil spel in Kamp Vught

05 oktober 2022 Siebrand Krul

Na de bevrijding in 1944/45 overspoelen misstanden de Nederlandse interneringskampen waar collaborateurs en ander gajes zijn opgesloten. Rospartijen, zwarthandel, corruptie, bandeloosheid. Het voormalige SS-concentratiekamp Vught is oefenterrein voor al dat lelijks. Harmen Stuijtje tikt op 7 december 1944 de frustratie van zich af. Hij weigert nog langer arrestanten naar Kamp Vught te sturen. Het is daar een Sodom en Gomorra. Bij onaangekondigd bezoek kun je de commandant zomaar in bed aantreffen met een van de typistes.

In zijn brief aan de korpschef van Vught, bewaard gebleven in de archieven houdt Stuijtje, waarnemend commissaris van politie in Roosendaal en Nispen, wel een slag om de arm. Hij baseert zich op verhalen, en die doen er deze dagen genoeg de ronde, het ene nog wilder dan het andere. ‘Daar ik niet voornemens ben arrestanten (…) onder te brengen in een dergelijke immoreele omgeving, waar zij voor hun leven bedorven kunnen worden, verzoek ik u beleefd mij zoo uitvoerig mogelijk omtrent den toestand in het camp te willen berichten.’

Onder grote belangstelling worden NSB’ers door leden van de Binnenlandse Strijdkrachten afgevoerd naar het politiebureau in de Haaksbergerstraat in Enschede, april 1945. (Nationaal Archief, fotograaf onbekend)

De verhalen waarop Stuijtje leunt, betreffen staf, bewakingspersoneel en geïnterneerden. Ze gaan over mishandelingen, over gekochte privileges, zwarthandel en losbandigheid. Zeker over het eerste, dat onverbiddelijke optreden, maakt aanvankelijk slechts een enkeling zich druk. Sinds de bevrijding van de zuidelijke provincies in de herfst van 1944 zitten er in Kamp Vught geen slachtoffers meer, maar daders: duizenden NSB’ers, moffenmeiden en ander gespuis.
Enige relativering past, want ze zijn geen van allen veroordeeld als Stuijtje zijn angst voor levenslange ontaarding beschrijft. Het zal tot de bevrijding van het hele land in mei 1945 duren voor de speciaal opgerichte tribunalen en Bijzondere Gerechtshoven zitting houden. Dan blijken de geïnterneerden niet allemaal even schuldig, sommigen zelfs geheel zonder smet te zijn. In tijden van chaos kun je ook afrekenen met een pestende buurman.

Oefeningen onder toeziend oog van een bewaker in Kamp Vught. (Anefo/Nationaal Archief)

De arrestatiegolf is wanordelijk verlopen. Daar dragen uitzinnige vreugde en onwennige vrijheid aan bij, maar ook de behoefte aan vergelding en een oplevende competentiestrijd over de arrestatiebevoegdheid tussen Binnenlandse Strijdkrachten en Militair Gezag. Dat laatste is door de regering in Londen toch eigenlijk gestuurd om de orde te handhaven. De Binnenlandse Strijdkrachten nemen het echter niet zo nauw. Behalve voormalige verzetsstrijders hebben talloze avonturiers en onverlaten de prestigieuze oranje band om de bovenarm geknoopt. De ballotage is vrijblijvend: wie zich een goede Nederlander noemt, mag meedoen. ‘Wij hebben hier 168 leden van de Binnenlandse Strijdkrachten, acht terecht, die hebben namelijk wat betekend in het verzet’, constateert de Oisterwijkse burgemeester Jan Verwiel. Deze zo diverse strijdkrachten arresteren naar lieve lust en fungeren ook als bewakers in Kamp Vught. Dat doen ze met de pijn van de oorlog in hart en hoofd, een emotie die ervoor zorgt dat ze wraak niet altijd van gerechtigheid willen onderscheiden.

Exercitie in Kamp Vught. Menige gevangene loopt op klompen.

Op 23 februari 1945 uit de Gemeenschap van Oud-Illegale Werkers Nederland scherpe kritiek op het regime in interneringskamp Vught. Deze GOIWN belicht bewakers die ’s avonds een barak binnengaan ‘om iemand onderhanden te nemen’. Het identificeert een sergeant die ‘bloed zou willen zien’. Een onderofficier van de tweede gezagscompagnie, belast met de kampbewaking in Vught, schrijft aan de GOIWN: ‘Ik voel mij verplicht U een en ander van mijn bevindingen weer te geven, omdat hier feiten geschieden en toestanden heersen, die ten zeerste afschuw wekken, waarvoor ge als oud-illegaal werker, als goed denkend Nederlander en als fatsoenlijk mens walgt’. Hij vertelt over dagelijkse ‘rospartijen’, over geflirt met en privileges voor vrouwelijke gevangenen en over leden van de nationaalsocialistische vakcentrale NAF die tot de rangen van bewakers zijn doorgedrongen. Bondig samengevat: ‘Er hangt nog menig Duitsch geintje!’ Aan dat geintje wil de anonieme onderofficier niet meedoen. ‘Onder dit gezelschap kan ik als oud-illegaal strijder niet langer blijven werken.’

Collaborateurs in het gelid in het kamp aan de Levantkade in Amsterdam. (Foto Jan de Jong/Anefo/Nationaal Archief)

Als geheel Nederland is bevrijd en er in de loop van 1945 honderddertig interneringskampen verrijzen, groot en klein, komen berichten over misstanden vanaf de Levantkade in Amsterdam, vanuit De Vergulde Hand in Vlaardingen en de Harskamp (waar Nederlandse SS’ers zitten), uit Westerbork, Amersfoort en nog veel meer plaatsen. Het als eerste bevrijde zuiden geldt als oefenterrein. Vught is daar veruit het grootste kamp, dat in de eerste zeven maanden bovendien een bijzondere populatie kent. In het ene deel huizen Canadese troepen. Even verderop verblijft een groep Duitse burgers uit de Selfkant, een gebied ten oosten van Sittard, waar de oorlog nog hevig woedt. Deze oudere mannen, vrouwen en kinderen zijn door de geallieerden geëvacueerd. Dan zijn er nog enkele honderden Nederlandse leden van de Waffen-SS en natuurlijk duizenden collaborateurs, mannen en vrouwen. Die vrouwen worden in april 1945 elders ondergebracht
Als de Duitse capitulatie een feit is, keren de evacuées uit de Selfkant naar huis terug en trekken de bevrijders verder. Het aantal geïnterneerden loopt dan snel op tot ruim 10.000 in november 1945. Nergens anders zitten zoveel geminachte landgenoten bijeen, ook niet in dat andere, in oppervlakte nog grotere kamp, het voormalige Sperrgebiet van de Scheveningse wijk Duindorp.

De brief waarin waarnemend commissaris Stuijtje zijn zorgen uitspreekt over de immoraliteit in Kamp Vught. (Brabants Historisch Informatie Centrum)

De misstanden na de bevrijding laten zich lastig vergelijken met de wrede tirannie in de jaren hiervoor. Maar voor een volk dat zich beschaafd acht, is elke geseling er één te veel. Dus volgen die vergelijkingen toch als het begrip voor het optreden tegen de landverraders maand na maand afbrokkelt. De GOIWN is er al vroeg bij met de eerder aangestipte formulering van ‘Duitsch geintje’ in Vught. In september 1945 schrijft Henk van Randwijk, hoofdredacteur van verzetsblad Vrij Nederland, over ‘mishandeling en sadistische pesterij, zo van de SS afgekeken’. Hij stelt: ‘Er geschiedt in Nederland onrecht! (…) Wij dringen er bij de regering op aan snelle maatregelen te nemen om aan deze wantoestanden een einde te maken.’ Het levert hem woedende brieven op, want lang niet iedereen is al toe aan clementie of het idee dat de geïnterneerden ooit weer iemands buurman zullen zijn. ‘Gek bent U, verstaat U dat! Volslagen gek.’ Diezelfde maand verklaart minister-president Willem Schermerhorn, zo tekent journalist Koos Groen op, ‘dat er in plaats van de Nederlandse rechtszekerheid hier en daar afzichtelijke machtswellust, zelfzuchtige willekeur en Gestapo-methoden optreden’.

Droogoefening’ voor geïnterneerden van Kamp Vught. Ze werden in de omgeving ingezet om landmijnen te ruimen. Daarbij verloren enkele van hen het leven. (Sem Presser/Anefo/Nationaal Archief)

Het regime is niet voor iedereen even streng. De kampleiding in Vught benoemt – naar Duits voorbeeld – gevangenen tot barakhoofd. Het zijn vooral de vooraanstaande NSB’ers of collaborateurs met geld en contacten. Ze heten ‘de partijmannen’, die voor zichzelf en voor hun kameraden de betere (kantoor)baantjes regelen. Het zware werk is aan anderen.
Ze zetten een levendige zwarthandel op, waarvan ook bewakers en staf profiteren, kopen privileges en ontsnappen aan knuppelpartijen en strafexercities; zíj lijden geen honger. Een van die partijmannen is de steenrijke Nijmeegse meubelhandelaar Smarius. Hij zit vast vanwege collaboratie met de Duitse bezetter. Op een zonnige maandag, de 4de juni 1945, rijdt deze Smarius samen met enkele andere geïnterneerden en kamppersoneel naar Nijmegen om werkmaterialen op te halen. Het gezelschap keert pas ’s avonds om elf uur terug. Bij een onverwachte controle aan de poort blijken de werkmaterialen te bestaan uit sigaretten, cognac, vlees in blik, melk en pakketten met brieven voor geïnterneerden. De wachtcommandant weerstaat de verleiding van de hem aangeboden zeshonderd sigaretten, laat alles in beslag nemen en maakt rapport op.
Het Militair Gezag grijpt twee dagen later in. Het ontslaat de betrokken stafleden en stuurt een detachement nieuwe bewakers. Zij geven nog dezelfde avond een visitekaartje af, zo beschrijft dominee Kees van Wijhe, actief in het kamp. Ze gaan op zoek naar ‘eventuele persoonlijke vijanden: sarren, schoppen, slaan. De volgende dag strafexerceren, looppas, kikkeren, opstaan, vallen, sneller en sneller, aangespoord door geweerkolf en soldatenlaars. Dat exerceren geschiedt met schoeisel dat niet past, te grote of te kleine klompen. Dit walgelijke bedrijf is van a tot z afgekeken van de moffen’.
Twan van den Brand

Openingsbeeld: Vughtse geïnterneerden exerceren op klompen of met ander schoeisel. (Sem Presser/Anefo/Nationaal Archief)

Lees ook de andere helft van dit tragische verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 6,25!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder