Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Pruisen verwelkomt Hugenoten

05 oktober 2022 Siebrand Krul

Koning Lodewijk XIV van Frankrijk verbiedt met het Edict van Fontainebleau in oktober 1685 de uitoefe-ning van het calvinistisch geloof in zijn land. Hij laat alle calvinistische instellingen sluiten; kerken, scho-len, hospitalen en weeshuizen. Duizenden Hugenoten vluchten het land uit. In Pruisen zijn ze hartelijk welkom: keurvorst Friedrich Wilhelm kan ze voor de opbouw van zijn land goed gebruiken, hij is zelf pro-testants en leerde in Holland van de voordelen van tolerantie. Een voorbeeld voor een geslaagd immigra-tiebeleid.

Friedrich Wilhelm, die al langer teleurgesteld is in het beleid van zijn bondgenoot Lodewijk XIV, wordt tot tranen geroerd door het lot van zijn geloofsgenoten in Frankrijk: ‘Geen dag verstrijkt waarop hij niet – uit medelijden of woede – buiten zichzelf raakt,’ rapporteert de Franse gezant in Berlijn, graaf Rebenac, aan Parijs. De keurvorst reageert snel op het Edict van Fontainebleau. Een paar weken later, op 8 november, komt hij al met het Edict van Potsdam, waarin hij de in Frankrijk vervolgden zijn beschermheerschap aanbiedt. De keurvorst staat hun vrije vestiging in Brandenburg toe, stelt hen tijdelijk vrij van belastingen, heffingen en gildepenningen en biedt hun financiële ondersteuning aan bij de aanschaf van verlaten percelen, akkers en opstallen. Verder is hij bereid pensioenen aan weduwen en kinderlozen door te betalen, garandeert hij de nieuwkomers gelijkstelling voor de wet en vrijheid van godsdienst, zelfbestuur met scheidsgerechten voor interne aangelegenheden.

Friedrich Wilhelm, omstreeks 1733 geschilderd door ANtoine Pesne. (Schloss Charlottenburg)

Friedrich Wilhelm geeft aan gemotiveerd te worden door ‘gerechtvaardigd medelijden’ met de ‘geloofsgenoten in nood’ en dezen daarom ‘genadiglijk een veilige en vrije retraite in al onze landen en provincies te offreren.’ Het medelijden van de keurvorst was niet gehuicheld. Hij zag het als zijn plicht van overtuigd calvinist om zijn vervolgde geloofsbroeders in bescherming te nemen. Toch zou de Brandenburgse keurvorst niet ‘de Grote’ genoemd worden, als hem daarbij niet ook het algemeen belang van zijn land voor ogen had gestaan. Na de Dertigjarige Oorlog zieltoogde de economie in de mark Brandenburg, hele landstreken waren ontvolkt en verwilderd. Als opperste gebod voor het land in nood gold de zogeheten ‘peuplierung’ (herbevolking), met daaraan verbonden de bevordering van handel en nijverheid. Ooit zou dan op de Brandenburgse zandgronden een nieuwe grootmacht verrijzen.

Friedrich Wilhelm begroet gevluchte protestanten voor de dorpskerk van Zehlendorf in Berlijn, mei 1732: ‘Mir neue Söhne – euch ein mildes Vaterland’. De vorst was er alles aan gelegen om zijn ontvolkte en verwoeste land er weer bovenop te helpen. Tienduizenden immigranten werden daarvoor verwelkomd, bij voorkeur protestanten en mensen die de handen uit de mouwen wilden steken.

Het Edict van Potsdam had vooral stedelijke ambachtslieden op het oog, die bereid waren elders een nieuw bestaan op te bouwen. Daarom werd het zowel in het Duits als het Frans opgesteld, in een oplage van ruim 5.000 exemplaren gedrukt en o.a. in Frankrijk verspreid. Lodewijk XIV had zijn calvinistische onderdanen, met uitzondering van de predikanten, verboden te emigreren. Toch trotseerden tussen de 16.000 en 20.000 Hugenoten zijn verbod en vluchtten naar Brandenburg.
Ze vonden ingenieuze oplossingen om de grens te passeren: ze reisden meestal vermomd, na het invallen van de duisternis en andere valse voorwendselen. Daarnaast kochten ze douanebeambten en wachtposten om. Brandenburgse commissarissen in Zwitserland, Frankfurt en de Noordelijke Nederlanden hielpen hen vervolgens verder op weg naar hun nieuwe vaderland.
De meeste nieuwkomers vestigden zich in Berlijn of Potsdam. In Berlijn was de Franse instroom het duidelijkst merkbaar. Van de 12.000 inwoners waren er daar nu 4.000 Frans. Maar ook in Maagdenburg, Halle en Frankfurt an der Oder ontstonden grote Franse gemeenschappen, die zich zonder noemenswaardige problemen met hun buren verstonden.

De ‘Hugenoten-pelikaan’. Ter herinnering aan het Edict van Potsdam en de komst van de Hugenoten werd in 1994 dit gedenkteken geplaatst nabij de Franse dom in Berlijn. De kerk onderhoudt ook het Hugenotenmuseum.

En zoals verwacht brachten de Hugenoten leven in de brouwerij – het duidelijkst in het luxesegment van de textielbranche. Het weven en decoreren van zijden stoffen kwam tot bloei. Kleermakers, textielververs en handschoenmakers beleefden gouden tijden. Ter ondersteuning van de zijdemanufacturen werden er plantages met moerbeibomen aangelegd, zodat in 1708 het eerste damast van lokaal geproduceerde zijde geïntroduceerd kon worden. De Hugenoot Pierre Mercier weefde voor het hof kostbare wandkleden van gouddraad en zijde en richtte in slot Monbijou een atelier in. Hofkringen waardeerden evenzeer de door de Franse handwerkers gemaakte extravagante hoeden, sieraden, pruiken en handschoenen van het fijnste leer – allemaal zaken die nu niet meer duur uit het buitenland ingevoerd hoefden te worden.
Karin Schneider-Ferber

Openingsbeeld: Ontvangst van Salzburgse protestanten in Berlijn op 30 april 1732. Nadat aartsbisschop Leopold Anton von Firmian in 1731 de protestanten zijn land uitjoeg, sloeg de Grote Keurvorst zijn slag om zijn land te herbevolken. Op 2 februari 1732 vaardigde hij een edict uit waarin hij de Salzburgers beloofde hen ‘aus christ-königlichem Erbarmen und herzlichem Mitleid’ in Pruisen op te nemen. Limiteerde hij aanvankelijk hun aantal op 10.000, al gauw was die grens weg. Onder groot enthousiasme van de Duitse publieke opinie trok een schier eindeloze stroom vluchtelingen dwars door Duitsland richting Berlijn.

Lees ook de rest van dit bijzondere verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 6,25!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder