Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Veerkracht Curaçaose slaafgemaakten

13 september 2022 Siebrand Krul

De opstand van slaafgemaakten onder leiding van Tula in 1795 op Curaçao behoorde al langer tot het collectieve geheugen van het eiland en zijn bewoners. Maar inmiddels kan deze grootschalige actie voor vrijheid zich gelukkig ook in Nederland in een groeiende bekendheid verheugen. Die aandacht voor de persoon van Tula (en in veel mindere mate voor zijn mede-leiders van de opstand Bastiaan Carpata en Pedro Wacao) is terecht, maar er is meer.

Er zijn namelijk andere momenten uit de geschiedenis van Curaçao van weerstand door slaafgemaakten die het vermelden meer dan waard zijn. Opstanden en in actie komen tegen de omstandigheden waarin zij gedwongen werden te leven is namelijk van alle tijden, zo blijkt.
Het is daarom belangrijk ook te vertellen dat de slaafgemaakten vanaf het moment dat Nederlandse schippers hen voor de kust van West-Afrika in de schepen van de West-Indische Compagnie (WIC) of andere particuliere Nederlandse handelscompagnieën aan boord brengen, zij vrijwel direct ook proberen te ontsnappen. Het is immers niet voor niets dat de WIC zich genoodzaakt ziet om de schippers die namens de compagnie voor de westkust van Afrika naar Zuid-Amerika varen daarover expliciet te instrueren:
‘Zoo haast de eerste ingehandelde Slaven binnen Boort overgekomen zyn, zal den voornoemden Schipper op de getrouwe bewaringe ende onderhoudinge van dien, mitsgaders op de versekeringe van syn voorsz. Schip alsulken ordre beramen ende die voorsieninge doen, ten eynde de voorsz. Slaven niet eschapperen, nochte van Boort na Land swemmen, ende dat mede ’t selve Schip by hen niet afgelopen werde, nochte daar aan eenig ongemak kome te geschieden.’

Artikel XIV van de Instructie voor schippers die in dienst van de WIC naar Elmina en Angola varen, circa 1690. (Nationaal Archief, collectie Verspreide West-Indische Stukken)

Kennelijk vindt de WIC het op dat moment noodzakelijk om haar schippers op het hart te drukken toch vooral geen slaafgemaakten te laten ontsnappen. De conclusie die we daaruit kunnen trekken, is dat het dus meermaals (en misschien wel heel vaak) gebeurt dat slaafgemaakten nog vóórdat het compagnieschip het anker had gelicht om naar Curaçao of Suriname te varen al proberen van boord te komen.
Maar ook tijdens de overtocht zoeken zij naar manieren om niet op een plantage terecht te komen en uit hun gevangenschap te ontkomen. Dat blijkt onder andere uit de melding van directeur-generaal Joan van Sevenhuijsen vanuit Elmina aan de westkust van Afrika in een brief van 8 mei 1699 aan de bewindhebbers van de WIC in Nederland. Van Sevenhuijsen schrijft dat er aan boord van het WIC-schip Rachel dat met slaafgemaakten aan boord op weg was naar Curaçao een collectieve opstand is uitgebroken: ‘wijl de gesamentlijcke slaaven tot een opstand waaren gekomen, en hun boeijens op een eijser anker ’t geen schipper Van Eijk onder haar geplaats had gebrooken hadden’.

Missive van de directeur-generaal aan de Kust van Guinea Joan van Sevenhuijsen aan de bewindhebbers van de WIC, waarin hij melding maakt van een opstand van slaafgemaakten aan boord van het schip Rachel dat op weg is naar Curaçao, 8 mei 1699. (Nationaal Archief, archief Tweede West-Indische Compagnie)

Nadere details ontbreken, maar kennelijk heeft de bemanning deze opstand redelijk snel weten te onderdrukken. Ongetwijfeld met veel geweld, want 12 van de slaafgemaakten komen om. Ook een van de Nederlandse bemanningsleden overleeft het niet.

Plantage St. Maria

Ook de verschillende plantages op het eiland Curaçao kennen een geschiedenis van diverse opstanden van slaafgemaakten. We weten weinig over de aanleiding of het motief van de gebeurtenissen in 1716 op de plantage St. Maria. Gaat het om een strijd voor vrijheid, een protest tegen de erbarmelijke omstandigheden waarin de slaafgemaakten hun gedwongen werk moeten verrichten, is de actie gericht tegen de eigenaar of opzichters van St. Maria? Die vraag is niet te beantwoorden, maar het zal wellicht om een combinatie van factoren zijn gegaan. Op 15 september 1716 treffen de plantage-eigenaren bij of in zijn huis op de plantage St. Maria het levenloze lichaam aan van Christiaan Muller, een van de Europese opzichters (de ‘factoor’). Zijn vrouw verklaart dat zij gezien heeft hoe een groep van ongeveer tien slaafgemaakte mannen met getrokken messen hun huis naderen. Samen met haar kinderen slaat zij op de vlucht. Later zullen de slaafgemaakten buiten het grondgebied van de plantage St. Maria een lid van de ruiterij van de WIC hebben overvallen en hem en zijn vrouw hebben vermoord. De Nederlandse regering op Curaçao is direct in opperste staat van paraatheid en organiseert een klopjacht. In de dagen daarna worden tien slaafgemaakten opgepakt en een gedood.

‘Nadere examinatie’ van Maria over haar betrokkenheid bij de opstand op plantage St. Maria, 17 oktober 1716. (Nationaal Archief, archief Tweede West-Indische Compagnie)

Tijdens de verhoren komt telkens de naam van Maria als een belangrijke aanstichtster van de opstand naar voren. Zij werkte gedwongen op de plantage, onder andere als kokkin. Maria zelf ontkent elke betrokkenheid bij de moord en de opstand en blijft dat ook doen, ondanks de martelingen waaraan zij wordt blootgesteld. Maar het mag allemaal niet baten. Op grond van alle verklaringen van de gevangengenomen opstandelingen, besluit de ‘fiscaal’ (de persoon die een oordeel moet vellen in deze zaak) om ze alle tien, inclusief Maria, ter dood te veroordelen. Zij zou naar de mening van de fiscaal alleen maar blijven ontkennen vanwege haar ‘grote en boosaardige obstinaatheid’. Op 9 november 1716 wordt het gruwelijke vonnis voltrokken.

WIC-plantage Hato

Aan de noordkant van Curaçao ligt de plantage Hato. (Op deze plek bevindt zich nu het vliegveld met dezelfde naam.) Op 6 juli 1750 overvalt in de vroege ochtend een grote groep slaafgemaakten die zich de dag ervoor al in de omgeving heeft verzameld de plantage Hato, eigendom van de WIC. De opstandelingen doden een groot aantal van de slaafgemaakten die op de plantage aanwezig zijn. Onder de slachtoffers zijn ook de factoor van Hato en zijn vrouw en twee slaafgemaakte opzichters (‘bomba’s’). Vervolgens worden ook eigendommen in de omgeving van Hato geplunderd.
De Nederlandse WIC-directeur Isaac Faesch grijpt in en stuurt een aantal manschappen naar Hato om de ongeregeldheden de kop in te drukken. Na een eerste gewelddadige confrontatie trekken de opstandige slaafgemaakten zich aanvankelijk terug op het grondgebied van de plantage Hato. Maar daar houden ze niet lang stand. De opstand wordt nog diezelfde dag neergeslagen. Enkele opstandelingen proberen met succes de Nederlandse militairen te ontvluchten en een klein deel van hen pleegt zelfs zelfmoord om uit handen van de Nederlanders te blijven. Uiteindelijk worden 52 slaafgemaakten gevangengenomen. Na uitgebreide verhoren en folteringen om bekentenissen af te kunnen dwingen, krijgen 39 van hen de doodstraf opgelegd. Van de gevangenen ontkomen er 13 aan het doodvonnis; zij worden als slaafgemaakten verkocht buiten Curaçao.

Hierboven en hieronder: Lijst van slaafgemaakten die beschuldigd zijn van het deelnemen aan het opstand op de plantage Hato en daarom de doodstraf hebben gekregen, of die al tijdens de opstand zijn omgekomen, juli 1750. (Nationaal Archief, oud-archief Curaçao)

Opvallend bij de opstand op plantage Hato in 1750 is dat een groot deel van de gevangengenomen vermeende opstandelingen vrouw is. In het document in het oud-archief Curaçao waarin de namen van omgekomen en geëxecuteerde opstandige slaafgemaakten zijn opgetekend, staan opvallend veel vrouwennamen vermeld.
De vraag is of het bij de opstand op Hato om eenzelfde soort roep om vrijheid voor alle slaafgemaakten gaat als bij de latere opstand onder leiding van Tula. Een motief voor de opstand van 1750 is namelijk veel minder duidelijk. Mogelijk gaat het hier om een soort emancipatiestrijd van een specifieke groep Afrikaanse slaafgemaakten die nog niet lang geleden op Curaçao was gebracht, die wilde proberen om op Hato een eigen gemeenschap van vrije mensen te stichten.
Omdat Hato een van de grotere plantages van het eiland was en bovendien het eigendom van de WIC is, leidt die poging tot een gewelddadige en uiteindelijk noodlottige confrontatie met de militaire macht van de Nederlandse compagnie. En het is waarschijnlijk ook om die reden dat de Nederlanders de opstandelingen van 1750 zo hard hebben bestraft.

Succesvolle pogingen om aan slavernij te ontkomen

Naast deze vaak grootschalige acties van slaafgemaakten om hun onmenselijke positie en omstandigheden te veranderen, moeten er gedurende de hele geschiedenis van de slavernij op Curaçao ook bijna continu individuele slaafgemaakten hebben geprobeerd om aan de slavernij te ontkomen. Maar dat is zeker niet eenvoudig. Het eiland is klein en de binnenlanden niet gemakkelijk bewoonbaar. De beste kans op succes is dan ook om te proberen een boot te bemachtigen en op die manier het vasteland te bereiken. Helaas zijn die vluchtverhalen vaak niet terug te vinden in de archieven. Maar een glimp ervan kunnen we soms wel opvangen. Zo zijn er in het archief van de Curaçaose Gouverneur met enige regelmaat aanwijzingen terug te vinden van gestolen boten en mensen die tijdens hun vlucht werden onderschept.

Eerste pagina van een lijst met slaafgemaakten die Curaçao succesvol ontvlucht zijn, 1 juli 1775. (Nationaal Archief, archief Tweede West-Indische Compagnie)

Heel opmerkelijk en bijzonder in dit opzicht is de lijst waarop de secretaris van de Gouverneur op Curaçao alle meldingen uit de periode van 1750 tot 1775 heeft bijgehouden over weggelopen slaafgemaakten. De lijst is in totaal elf kantjes lang bevat de namen van 585 mensen. Van elke persoon is de naam opgeschreven en wat zijn of haar ambacht of bekwaamheden zijn. Ook is genoteerd wie de juridische eigenaar van deze persoon is en wanneer hij of zij vertrokken is. Verrassend genoeg is ook vermeld waar deze persoon naartoe is gegaan. Dat is in de meeste gevallen dus bekend. Bijna iedereen op deze lijst waagt de overtocht naar Coro in Venezuela.
Deze overzichtslijst is één van de stukken waaruit duidelijk wordt dat heel veel mensen die in slavernij worden gedwongen of geboren zich in dat lot schikken. De 585 personen die erop staan, weten aan hun slavernij te ontkomen. Vele anderen proberen het ook, maar zullen vaak niet succesvol zijn geweest.
En dan hebben we het nog niet gehad over al die slaafgemaakte mensen die op enig moment weigeren om hun gedwongen werk te doen, niet komen opdagen, niet luisteren naar hun opzichters, of op andere manieren hun protest laten horen. Het zijn stuk voor stuk prachtige en indrukwekkende voorbeelden van individueel verzet en veerkracht.
Arjan Poelwijk, Nationaal Archief Den Haag

Meer weten?
Over Maria en de opstand op plantage St. Maria in 1716:
http://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Maria

Han Jordaan, Slavernij en vrijheid op Curaçao: de dynamiek van een achttiende-eeuws Atlantisch
handelsknooppunt (Leiden 2012).

Wim Klooster & Gert Oostindie (eds.), Curaçao in the age of revolutions, 1795-1800 Uitgave van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, Caribbean Series 30 (Leiden 2011).

Tentoonstelling Kòrsou – Curaçao Stemmen van toen, mensen van nu

Wist jij dat er in het Nationaal Archief veel te vinden is over Curaçao? Deze archiefstukken, foto’s en kaarten laten voornamelijk het perspectief en de leefwereld van de koloniale machthebbers zien. De tentoonstelling Kòrsou – Curaçao combineert deze archiefstukken met verschillende visies op het eiland. Zo geeft een selectie uit de unieke verzameling audio-opnames, de Zikinzá-collectie, een inkijk in het dagelijks leven van Curaçaoënaars van toen.

Ook komen Curaçaoënaars van nu aan het woord over de onderwerpen uit de tentoonstelling. In de tentoonstelling zijn interviews en foto’s te bekijken die gemaakt zijn door de Curaçaose fotograaf, documentairemaker en culturist Selwyn de Wind. Daarnaast laten tien kunstenaars en artiesten met hun werk zien hoe zij aankijken tegen slavernij, veerkracht, de samenleving en het bestuur. Gastconservator Dyonna Benett stelde de tentoonstelling samen in nauwe samenwerking met adviseurs uit zowel Nederland als Curaçao.

Bezoek de tentoonstelling Kòrsou – Curaçao en ontdek dat de stemmen, muziek en documenten van toen nog steeds relevant en betekenisvol zijn.

De tentoonstelling is verlengd tot en met 20 november 2022 en te zien in het Nationaal Archief in Den Haag.
De teksten van de tentoonstelling zijn in het Nederlands, Papiaments en Engels.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder