Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Het Prinsenkasteel van Grimbergen

13 september 2022 Siebrand Krul

Grimbergen kennen wij vandaag voor zijn abdij en het gelijknamige bier, maar eertijds was het ook bekend voor het Prinsenkasteel, verblijfplaats van de machtige heren van Grimbergen, geduchte concurrenten voor de hertogen van Brabant. In eerste instantie behoorden de heren tot het riddergeslacht der Berthouts, die rond 1100 aanspraak maakten op het land van Grimbergen. Deze ridders namen deel aan de eerste kruistochten en later zouden ze ook naam maken als Heren van Mechelen.

De vroegste sporen van hun burcht zijn terug te vinden op een andere locatie in Grimbergen, de zogenoemde Senecaberg, waar een oude motteburcht stond, een versterkt huis. Tijdens de Grimbergse Oorlogen omstreeks 1159, een militaire machtsstrijd tussen de Berthouts en de graven van Leuven, die ook hertogen van Brabant waren, werd deze burcht vernield. Na een grondruil met de norbertijnenabdij van Grimbergen verhuisden de heren naar de huidige locatie, in het Prinsenbos ten zuiden van de dorpskern en de abdij. Daar lieten ze een statig kasteel optrekken met een donjon en hoektorens, omgeven door een brede slotgracht.

Reconstructie van een motteburcht.

In 1489 werd het kasteel vernield door de troepenmacht van Maximiliaan van Oostenrijk. De legeraanvoerder van Maximiliaan, hertog Albrecht van Saksen, kreeg de opdracht om de vesting tot op de funderingen af te breken, maar blijkbaar heeft hij dat niet grondig gedaan. Bouwhistorisch onderzoek toont immers aan dat delen van nog bestaande muren en torens dateren van kort na 1400, dus geruime tijd vóór de periode van Maximiliaan. Na de belegering werd het kasteel wel herbouwd en vernieuwd.

Tekening van het kasteel van Grimbergen, 1676.

In 1610 lieten de nieuwe kasteelheren, de graven de Bergues-Glymes – of zo je wil: Van Bergen-Glimes, maar Frans was nu eenmaal de voertaal – de burcht verbouwen tot een ‘Hof van Plaisantie’, zeg maar een buitenverblijf met fraaie lusttuinen rondom. Prenten uit de 17de eeuw tonen het toenmalige kasteeldomein met een geometrisch aangelegd park. Ook op de Ferrariskaart uit 1778 zien we duidelijk een Franse parkaanleg à la Versailles met vijvers, waterpartijen en groenperken met hagen en bomen.

‘Castellum Grimberghe’, 1705.

Intussen was het ook een prinselijk domein geworden, want graaf Philippe-François de Bergues-Glymes ontving de prinsentitel in 1686 van de Spaanse koning omwille van zijn militaire verdiensten. Het was nochtans onder zijn militair gouverneurschap dat de Brusselse Grote Markt werd plat gebombardeerd door de Fransen, maar dat gebeurde nà zijn promotie tot prins.

Ferrariskaart van Grimbergen, 1778. (Cartesius)

Prins Philippe de Bergues overleed in 1704 en werd begraven in de pas voltooide Sint-Servaaskerk van de abdij van Grimbergen. Gezien zijn stand mocht het grafmonument wat kosten. Hij liet zich ten voeten uit afbeelden in witte marmer, het geknielde beeld gevat in een rijkelijk gedecoreerde, barokke omkadering.

Oude foto’s van het Prinsenkasteel (voor-, achter- en zijgevel).

In de 18de eeuw kwam het kasteel in het bezit van de familie de Mérode. Na de Franse Revolutie werd het nog meermaals verbouwd, een laatste keer in 1901 toen Franse norbertinessen, die gevlucht waren uit hun moederklooster in Frankrijk, er hun intrek namen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bezetten de Duitse troepen het slot en gebruikten het als munitiedepot. In september 1944, toen de Duitse soldaten zich terugtrokken uit Grimbergen, staken ze het kasteel in brand om te vermijden dat de oprukkende geallieerden de munitie in handen zouden krijgen. Zware branden en verwoestende explosies waren het gevolg.

Het MOT te Grimbergen.

Desondanks bleven de oude donjon, een ronde hoektoren en enkele muurpartijen nog overeind. Straffe bouwmeesters, die middeleeuwers.
De ruïne is deels gerestaureerd, maar zelfs in al zijn monumentaliteit geeft dat maar een vaag idee hoe de grote waterburcht er ooit moet hebben uitgezien. Het Prinsenkasteel maakt deel uit van het domein van het MOT (Museum voor de Oudere Technieken) dat gevestigd is in de vroegere bijgebouwen van het kasteel.

Bron: Canvas Curiosa/ Louk Voncken/Koen De Vos

Openingsbeeld: Ruïne van het kasteel (voor de restauratie).


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder