Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De IJzeren Maagd

24 augustus 2022 Siebrand Krul

Karel VII, koning van Frankrijk, staat met de rug tegen de muur, Engelse troepen bezetten een groot deel van zijn land. Maar dan brengt boerendochter Jeanne d’Arc op miraculeuze wijze uitkomst. Waaruit put het meisje de kracht daarvoor? Op 17 juli 1429 wordt Karel VII in de kathedraal van Reims gezalfd en gekroond door de aartsbisschop. Nog maar enkele maanden geleden leek dat volstrekt ondenkbaar, want Frankrijk is in oorlog en Reims is in handen van Karels vijanden, de Bourgondiërs en hun Engelse bondgenoten.

Dat de kroningsplechtigheid toch doorgang vond, is aan een vrouw te danken. Trotst staat ze in de nabij-heid van de koning bij het hoogaltaar, met diens vaandel in handen: Jeanne d’Arc, in later eeuwen bekend als de H. Johanna van Orléans.
Bijna iedereen kent haar van romans en films, dit uitzonderlijke boerenmeisje, dat niet kon lezen of schrij-ven, nooit enig noemenswaardig onderwijs genoten had. En dat toch op zeventienjarige leeftijd in overleg met koningen trad, met bisschoppen redetwistte, soldaten bevelen gaf en in een aantal veldslagen de Bour-gondiërs en Engelsen versloeg. Hoe kreeg zij dat voor elkaar?

Jeanne sprak meteen tot de verbeelding, en is ook eindeloos vaak getekend, geschilderd, in sculpturen vervat, in theaterstukken opgevoerd. Miniatuur Jeanne d’Arc, 15de eeuw.

In Domrémy, haar geboortedorp, sprak Jeanne in juni 1428 voor het eerst over visioenen die haar al drie jaar plaagden. Stemmen, van heiligen, zo meende ze, bevolen haar eerst maagd te blijven en nu het onmo-gelijke te bewerkstelligen: als simpele ziel Karel VII naar de koningswijding in Reims geleiden.
Karel had na de dood van zijn vader in 1422 het landsbestuur op zich genomen, maar zijn aanspraak op de Franse troon werd betwist door koning Hendrik VI van Engeland. En de feiten spraken deels voor hem, nu Engelse en Bourgondische troepen niet alleen Reims, maar ook Parijs en grote deel van Noord- en Oost-Frankrijk controleerden.

Het kasteel van Chinon vanaf de rechteroever van de Vienne. Links het Fort du Coudray en rechts het Château du Milieu.

Dat God aan een jonge vrouw als Jeanne een missie toevertrouwde kwam noch Jeanne zelf, noch de men-sen van die tijd als bijzonder vreemd voor. In hun beleving waakte God niet alleen over zijn schepselen, maar greep ook handelend in op het wereldtoneel. Hoe legitiem de missie ook was – haar in de daad om-zetten was een heel andere zaak. Het hof in Chinon was liefst 500 kilometer van Domrémy verwijderd, maar eenmaal daar zou ze nooit zo maar tot de koning toegelaten worden. Daarom voert Jeannes weg eerst naar het nabijgelegen Vaucouleurs, naar het kasteel van de onder Karel VII dienende Robert de Baudri-court. Door tussenkomst van haar oom, die Baudricourt kent, slaagt ze erin de kasteelheer te spreken te krijgen. Maar die is zich ervan bewust dat de meeste mensen die beweren visioenen te hebben simpelweg getikt zijn. Hij gelooft Jeanne niet en bindt haar op het hart naar haar ouders terug te gaan, die van hem de raad krijgen haar met een paar oorvijgen tot rede te brengen.

Jules Eugène Lenepveu 1886-1890, Het beleg van Orléans.

Maar Jeanne laat het er niet snel bij zitten. Ze vraagt om een tweede onderhoud met Baudricourt, wordt opnieuw afgewezen, en staat op een derde gelegenheid. Intussen bereikt slecht oorlogsnieuws Vaucouleurs. Ook de strategisch belangrijke stad Orléans wordt nu door de Engelsen belegerd. De stad aan de Loire is de poort naar het gebied ten zuiden van de rivier, dat Karel nog in handen heeft. Baudricourt ziet zich hier-door genoopt zijn mening bij te stellen. Baudricourt dacht waarschijnlijk simpelweg ‘baat het niet dan schaadt het niet’.
Met een escorte van vier mannen gaat Jeanne in februari 1429 op weg en bereikt na een rit van elf dagen het hof van de koning. Dankzij Baudricourts aanbevelingsbrief kan ze de koning van visioen vertellen. Voor koning en hof de zelfverzekerde jonge vrouw serieus nemen, willen ze zich ervan vergewissen dat ze niet gek is of door de duivel bezeten. Net als alle anderen geloofden bisschoppen indertijd dat niet alleen God, maar ook de duivel mensen tot zijn werktuig kon maken. Jeanne werd daarom eerst ondervraagd en vervolgens aan een lichamelijk onderzoek onderworpen. Daar was een voorname reden voor, want de al-gemene opvatting was dat de duivel tegenover maagden niets kon uithalen.

Herman Anton Stilke, Jeanne op de brandstapel, 1843.

Pas nadat Jeannes maagdelijkheid is vastgesteld besluit Karel haar zaak te steunen. In een rondschrijven dat ook de optie openlaat Jeanne gelijk weer te laten vallen als succes uitblijft, verklaart hij: ‘De koning kan gezien de noodsituatie waarin hij en zijn rijk zich bevinden de maagd die zegt door God gezonden te zijn om hem hulp te bieden niet afwijzen, ook al bestaat de mogelijkheid dat deze zending slechts een menselijk verzinsel is.’ En omdat Jeanne tijdens de ondervraging heeft aangegeven dat ze bij Orléans wil bewijzen werkelijk door God gezonden te zijn, voert haar eerste gesanctioneerde missie haar naar deze be-legerde stad – van top tot teen bepantserd en op een wit paard gezeten.
In de ban van deze ‘ijzeren maagd’ gaat het garnizoen in de stad tot de aanval over en verovert enkele En-gelse bolwerken. Tegen het advies van de legerleiding pleit Jeanne nu voor een aanval op de zwaarst bezet-te Engelse positie. Jeanne is bij de stormloop in de voorste linie en raakt ook gewond, maar de Engelsen zijn kansloos. Hun bolwerk valt en kort daarna wordt het beleg van Orléans opgeheven.

Ingres 1854, Jeanne d’Arc bij de kroning van Karel VII in Reims.

De Engelsen hadden een aanval bij Orléans waarschijnlijk toch wel verloren, maar Jeannes overwinning geeft Karels zaak vleugels. Ook in de confrontaties die nu volgen, eerst aan de Loire, dan in de Champag-ne, behalen zijn legers de ene overwinning na de andere. De steden Troyes en uiteindelijk Reims vallen Karel zelfs zonder slag of stoot in handen.
Wat een half jaar eerder onbestaanbaar leek, wordt nu werkelijkheid: Karel VII laat zich in Reims zalven en kronen. Maar Jeanne wil intussen meer. De Engelsen, zo eist ze nu, moeten uit heel Frankrijk verdreven worden. Karel bedankt echter voor zo’n uitputtende, dure en gevaarlijke veldtocht. Hij kiest niet voor de aanval, maar voor onderhandelingen. Voor Jeanne heeft dat consequenties. De belegering van Parijs, die ze met een kleine troepenmacht aangaat, mislukt. Voor Compiègne wordt ze uiteindelijk gevangengenomen door Bourgondische troepen, die haar aan de Engelsen uitleveren. En de Engelsen brengen haar voor de Inquisitie.
Tobias Sauer

Openingsbeeld: Jules Bastien-Lepage schilderde in 1879 Jeanne terwijl ze de stem van God hoort in de tuin van haar vader.

Lees ook de andere helft van dit boeiende artikel, plus nog veel meer over de Honderdjarige Oorlog, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 6,25!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder