Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Oekraïne: verscheurd land

08 augustus 2022 Siebrand Krul

Met een ‘nog zijn Oekraïense roem en vrijheid niet gestorven’ begint het volkslied van het land dat zich dezer dagen zo vertwijfeld tegen de Russische overval teweer stelt. De liedtekst werd in 1862 geschreven door Pavlo Tsjoebinski. Die droomde van een vaderland waaruit de vijanden verdwenen zijn ‘als dauw voor de zon’ en van burgers die ‘heer en meester zullen zijn in eigen land’. Bijna geen land heeft langer voor onafhankelijkheid moeten strijden dan Oekraïne. Volgens Poetin bestaat er niet zoiets als een land Oekraïne.

Vladimir Poetin rechtvaardigt de invasie van buurland Oekraïne met een volledig uit de lucht gegrepen volkerenmoord op de Russen in dat land – en met de geschiedenis. Zijn bizarre toespraak van 22 februari, twee dagen voor het begin van de oorlog, is even cru van strekking als zijn historische verhandeling uit de zomer van 2021. Die droeg de niet mis te verstane titel Over de historische eenheid van Russen en Oekraïners. De oorlogszuchtige Kremlinleider presenteert daarin de geschiedenis van Oekraïne als een eeuwenlang proces waarin het Oost-Slavische rijk van Roes na zijn verval in de Late Middeleeuwen uiteindelijk zijn wederopstanding beleeft onder het gemeenschappelijke, Russische dak.

In de Donbas wordt al jaren gevochten tussen Russisch gezonde separatisten en het Oekraïense leger. Hier de strijd nabij Pervomaisk in juli 2014.

Poetin, die de Oekraïense president Volodymyr Zelensky een ‘neonazi’ noemt, hoewel die Joods is en drie van zijn oudooms tijdens de Holocaust vermoord werden, cultiveert met zijn verwrongen beeld van de geschiedenis een mythe, zoals ook het groot-Slavische rijk van Roes waarop hij zich beroept mythisch is.
Veel waarschijnlijker is dat de geschiedenis van Oekraïne een aanvang neemt met de Scandinavische Rurikiden-dynastie. Deze Noormannen drijven over de Dnjepr handel met het Byzantijnse rijk en verplaatsen in 882 hun residentie naar Kiev. Wat ze aan gezag uitoefenen, berust op de trouw van schatplichtige lokale vorsten, in een gebied waar naast Slaven ook Balten, diverse Turkse volkeren, Joden en Grieken wonen. De goede betrekkingen met Byzantium brengen de heidense Rurikiden er in 988 toe, over te gaan tot het orthodoxe christendom. De bevolking volgt haar vorsten en laat zich massaal dopen in de Dnjepr.
De glans van het vorstendom Kiev verbleekt al gauw. Dat heeft te maken met de verzwakking van Byzantium, maar vooral met de erfopvolging onder de Rurikiden: een vorm van senioraat waarbij kinderen en kleinkinderen een eigen territorium toegewezen krijgen en gezamenlijk regeren, met de oudste zoon als voorzitter van de familieraad en eigenaar van het grootste territorium. Een gecompliceerde regeling die bijna vráágt om eindeloze broedertwisten.

Oekraine in 1648.

Het aldus verzwakte Rijk van Roes wordt in de eerste helft van de 13de eeuw onder de voet gelopen door de Mongolen, die Kiev in december 1240 in brand steken. De Rurikiden kiezen hierop Moskou als hoofdstad. In 1325 verplaatst ook de metropoliet, de Russisch-Orthodoxe aartsbisschop, zijn zetel naar die stad. De kern van het voormalige Roes verandert daardoor in ‘de Oekraïne’, letterlijk ‘het grensland’.
In de loop der eeuwen maken Oekraïense steden en streken deel uit van verschillende staten. Als de macht van de Mongoolse Gouden Horde taant, gaat de suprematie over op het grootvorstendom Litouwen, dat zich rond 1400 uitstrekt tot aan de Zwarte Zee. Litouwen is sinds 1386 in personele unie verbonden met Polen en blijft voor het westen van Oekraïne bijna vierhonderd jaar de toonaangevende macht. Daar levende Oekraïners erkennen weliswaar de paus als hun geestelijk leider, maar blijven zich in hun kerkdiensten houden aan de orthodoxe ritus.

Monument ter herinnering aan de bevrijding van 1943, Swjatogorsk (oblast Donets).

Op de door de Mongolen grotendeels ontvolkte steppen benoorden de Zwarte Zee vestigen zich vanaf de 18de eeuw weerboeren, die in de geschiedenis van Oekraïne een grote rol zullen spelen: de Kozakken. Aanvankelijk bewonen ze vooral eilanden en de oevers van de Dnjepr. Te paard zijn ze de minderen van de steppevolkeren die keer op keer het land binnenvallen, maar geleidelijk maken ze zich de vaardigheden van de Tataren eigen en sluiten zich in tijden van oorlog aaneen tot grotere groepen. De Kozakken komen in vergadering bijeen om een aanvoerder, de hetman, te kiezen. Deze volksvergadering kan de hetman ook afzetten. Ook de opperrechter en officieren worden door de gemeenschap aangewezen.
Hoe groter de militaire kracht van de Kozakken wordt, des te duidelijker profileren ze zich als zelfstandige politieke entiteit binnen de Pools-Litouwse standenmaatschappij. Tegen het midden van de 17de eeuw komt het in grote delen van Oekraïne tot opstanden, die het opstandelingenleider Bogdan Chmelnytsky mogelijk maken naar onafhankelijkheid te streven. Met dat doel voor ogen verzoekt hij de tsaar in Moskou de Kozakken ‘onder zijn verheven hand’ te nemen. Wat naar Russische opvatting een vereniging van Oekraïne en Rusland inhoudt, is toch vooral een alliantie waarin beide partijen elkaar wederzijdse militaire steun toezeggen. De kozakkenleiders is het in de eerste plaats om autonomie te doen, maar die weten ze maar kort te bewaren.

Duitse soldaten knippen de baard af van een joodse Oekraïner, juli 1941. (Bundesarchiv)

Onder Peter de Grote worden ze sterker onder centralistisch bestuur gebracht. Een nieuw gevormd Klein-Russisch Collegium heft voor het eerst belastingen en ook de rechtspraak wordt de Kozakken ontnomen. Sinds 1722 is er geen hetman meer en in 1783 gaan de kozakkeneenheden op de in Russische cavalerie.
Na de vernietiging van Polen door de grootmachten Pruisen, Oostenrijk en Rusland, vallen grote delen van het huidige Oekraïne toe aan Rusland. Vanaf dat moment treedt er in golven een russificatie op. In 1876 wordt gebruik van de Oekraïense taal in de openbaarheid verboden.
Maar net als elders in Europa ontstaat er in de 19de eeuw in Oekraïne een krachtig nationaal bewustzijn. De lijfeigene Taras Sjevtsjenko, die in zijn gedichten de onderdrukking door de Russische overheersers schildert en oproept tot verzet, wordt in 1847 samen met andere intellectuelen gearresteerd en verbannen. Pas twee jaar voor zijn dood mag hij naar Oekraïne terugkeren, waar hij tegenwoordig als dichter des vaderlands vereerd wordt.

Na de Euromaidan-protesten en de vlucht van president Viktor Janoekovytsj in 2014 zocht Oekraïne verdere toenadering tot het Westen en groeide de afstand tot Rusland.

In de tweede helft van de 19de eeuw doen zich in het overwegend agrarische Oekraïne opmerkelijke veranderingen voor. De kolenmijnen in de Donbas zijn omstreeks 1900 goed voor ruim tweederde van de totale Russische kolenproductie. Daarnaast komt meer dan de helft van het Russische staal uit het zuiden van Oekraïne. Het gebied trekt dan ook miljoenen werkzoekenden aan en de bevolkingssamenstelling in de Donbas verandert daardoor ingrijpend, zodat tegenwoordig Russen de meerderheid vormen in het industriële hart van het land.
In de jaren twintig van de 20ste eeuw herwint Oekraïne, inmiddels een Sovjetrepubliek, korte tijd zijn nationale identiteit. Er loopt een grootscheepse alfabetiseringscampagne, waarbij honderden Oekraïenstalige basisscholen gesticht worden.
André Weikard

Openingsbeeld: Het Sint-Michielsklooster in Kiev, een voorbeeld van de Oekraïense architectuur. In het verschiet de moderne stad.

Lees ook de andere helft van dit actuele artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 6,25!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder