Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Het schoenenparadijs van Bata

08 augustus 2022 Siebrand Krul

Als jongetje ging ik met mijn ouders schoenen kopen op de Haagse Frederik Hendriklaan. Bata schoenen: stevig en toch betaalbaar; doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Bata, schoenenfabrikant uit Tsjechoslowakije, groeide uit tot een innovatief wereldconcern. In India koop ik elk jaar nog uit nostalgie mijn sandalen bij een Batawinkel in Chennai.

Het stadje Zlin in Oost-Tsjechië (79.000 inwoners) staat nog volledig in het teken van Bata, ook al worden er geen Bataschoenen meer geproduceerd maar wel verkocht in een Bata filiaal in winkelstraat Osvoboditelu. Als je Zlin binnenrijdt, liggen 2.210 Batawoningen tegen de heuvels als kubussen uit een blokkendoos uitgestrooid. Rode bakstenen huisjes langs smalle straatjes. Ze zijn aanvankelijk door Tomas Bata, grondlegger van het Bata-imperium, en later zijn jongere halfbroer Jan Antonin voor het personeel gebouwd, ook om zo arbeiders uit de omgeving aan te trekken.

Drie generaties Bata.

Gewiekst zakenman en filantroop

Tomas werd in 1876 geboren in een oud schoenmakersgeslacht in Oostenrijk-Hongarije. Hij richtte in 1894 met zus Anna en Jan Antonin een schoenenfabriek op in Zlin, maar nam al snel de leiding op zich, introduceerde een jaar later vanwege de crisistijd goedkopere canvasschoenen en leverde tijdens WO I miljoenen schoenen aan het Oostenrijks-Hongaarse leger (6.000 per dag) en wist zo te voorkomen dat zijn arbeiders naar het front moesten. De energieke workaholic speelde handig in op nieuwe ontwikkelingen, bezocht Duitse en Amerikaanse schoenenfabrieken en leerde via Henry Ford en Frederick Taylor massaproductiemethoden kennen. Hij rationaliseerde de arbeid in Zlin en introduceerde de lopende band (25% efficiënter).

Jana Slawickova voor haar Batawoning in Zlin.

Een gouden greep: de verkoop steeg van 6,3 miljoen paar schoenen (1925) naar 124 miljoen (1935). Een verkooptruc was nooit afgeronde prijzen rekenen: 199 kronen in plaats van 200, wat nu vrijwel iedere winkel toepast. In de crisistijd kwam er kritiek op Bata vanwege lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden en lange werktijden. Maar Bata nam ook 200 gehandicapte werkers aan, opende goedkope personeelswinkels en toen hij in 1923 burgemeester van Zlin werd, realiseerde hij een bioscoop, scholen, een ziekenhuis, sportfaciliteiten en kinderopvang. Maar hij waarschuwde in 1931 ook op straat gezette arbeiders, dat ze terugkeer naar de fabriek wel konden vergeten als ze van de steun gingen trekken. De vakbonden fulmineerden: ‘Bata heeft het monopolie op het menselijke leven’.

Het schoenenmuseum in een voormalige brandweerkazerne in het Poolse Chelmek.

Ongekende expansie

Alleen al in Tsjechoslowakije waren in 1931 ruim 1.800 Batawinkels. Om zekerder te zijn van de afzet en omdat er internationaal steeds hogere douanetarieven werden ingevoerd, opende Tomas wereldwijd fabrieken en winkels. In 1938 waren in 33 landen Batafabrieken gevestigd (65.000 werknemers). Bata-woonwijken verrezen in Polen, Egypte, Canada (Batawa), India (Batanagar) en in Nederland: Batadorp (bij Best). Toen de economie eind jaren dertig aantrok, verdiende zijn personeel 1,5 keer zoveel als andere werknemers in Tsjechië. Om zoveel mogelijk productiemiddelen in handen te krijgen, produceerde Tomas zelf rubber, kocht mijnen en toeleveringsfabrieken op, bouwde een energiecentrale op het bedrijfsterrein, legde een spoorlijn aan en richtte een eigen krant (Sdeleni) op. Bovendien kocht hij twee schepen voor de ‘Bata wereldhandel’ en legde een vliegveld aan. In 1932 kwam hij op ‘Zlin Airport’ om bij een vliegtuigongeluk.

De speciale lift die Jan Antonin als kantoor gebruikte.

Broer Jan Antonin nam de leiding over. Hij wilde zoveel mogelijk controle op het leven van zijn personeelsleden. Zo mochten vanwege sociale controle geen heggen groeien tussen de dicht opeen gebouwde huisjes. Jana Slawickova werd in een Batahuisje geboren. Haar vader werkte al bij Bata en zijzelf vanaf 1955 als zestienjarige naaister bij de genationaliseerde fabriek tot hij in 1992 gesloten werd. Ze vertelt: ‘Destijds waren deze huizen goed betaalbaar, nu zijn ze van de gemeente en erg duur.’

Nr. 21 (alle Batagebouwen waren genummerd), het voormalige Batahoofdkantoor met links vooraan de glazen koker voor de ‘kantoorlift’ van Jan Antonin.

Een wereld op zich

Het voormalige Batahoofdkantoor (nr. 21) aan verkeersader Trida Tomase Bati was in de jaren dertig een van de hoogste Europese gebouwen (72 meter) en is tegenwoordig een lokaal overheidsgebouw. Jan Antonin hield kantoor in een lift van 5 bij 5 meter met groen-wit geblokt zeil, een essenhouten bureau, wereldkaart, een schoenenvitrine en wastafel met solide kranen (de directeur beschikte zelfs over warm stromend bronwater). Jan Antonin kon zo elk moment onverwacht bij iedere kantoorverdieping ‘op bezoek komen’. Het gebouw was tevens voorzien van airconditioning, buizenpost, een Siemens telefooncentrale, gesynchroniseerde klokken, paternosters en kantoortuinen (vanwege sociale controle).
Achter het hoofdgebouw stonden zo’n veertig Batafabrieksgebouwen. Oprichter Tomas Bata was een voorstander van functionele architectuur en had twee moderne Tsjechische architecten, Gahura en Karfik, zo de eerste ‘functionalistische stad’ ter wereld laten ontwerpen met als bouwkenmerken dunne, betonnen pilaren en bakstenen gevels. Toen Le Corbusier, eveneens visionair qua functionele, utopische steden, Zlin in 1939 bezocht, noemde hij het een ongelofelijk voorbeeld van een industriële stad. In 1944 werden de gebouwen grotendeels vernietigd tijdens Amerikaanse bombardementen.

Een stripverhaal over de geschiedenis van Bata vult een wand in de ontvangsthal bij de Bata Superstore in Best.

Naast het hoofdgebouw bevindt zich nu een schoenenmuseum met Batapromotie- en productiefilmpjes (leesten voor laarzen die automatisch naar de productiemedewerkster toe draaiden, die er vervolgens het binnenwerk overheen schoof). Maar ook een Bataschoen met hak in de vorm van een halve bol uit 1939 (ontworpen voor de Wereldtentoonstelling in New York) en Duitse Batalegerschoenen, naast minder solide exemplaren voor concentratiekampgevangenen.
Tegenover het hoofdgebouw, aan het Masarykplein (vroeger Plein van de Arbeid), liggen de grote bioscoop (2.000 stoelen), het Garni Hotel waar jonge alleenstaande Batawerkers werden ondergebracht en daarachter een Bata museumwoning (met kleine keuken en boven twee slaapkamertjes). Aan de overkant van de rivier de Drevnice bevindt zich de (museum)villa van Tomas Bata met schilderijen van hem en zijn vrouw.
Toen de communisten na 1945 de fabrieken nationaliseerden, maakte Jan Antonin een vestiging in Canada (Batawa) tot hoofdkwartier. In 1947 wilde hij tien Batasteden in Brazilië bouwen. Batatuba werd inderdaad gerealiseerd; Jan Antonin ging er wonen en ligt er begraven. Opvolger werd Tomas Bata junior. In 1989 verdween de laatste schoenenfabriek uit Zlin, maar in 1991 kreeg Bata weer voet aan de grond in Tsjechoslowakije met tientallen winkels en een fabriek in Dolni Nemci (vlakbij Zlin).
Lex Veldhoen

Openingsbeeld: Anna, Antonin en Tomas Bata in 1894.

Lees ook de andere helft van dit interessante artikel, plus nog veel meer interessant historisch nieuws in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 6,25!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder