Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

‘Ik zag prachtige dingen’

11 juli 2022 Siebrand Krul

In juli 1520 pakte Albrecht Dürer in Nürnberg vele koffers en trok naar Antwerpen, ideale uitvalsbasis voor een jaartje sightseeing, terwijl hij ondertussen zijn inkomsten verzekerde. Een nieuw fraai kunstboek maakt van zijn reisdagboek een veelkleurig tableau vivant van die tijd. De Duitse kunstenaar stond toen, net geen vijftig, op het toppunt van zijn carrière. Door de ruime verspreiding van zijn prenten had Dürer in heel Europa naam gemaakt als de belangrijkste renaissance-kunstenaar benoorden de Alpen.

Van zijn talent en stijgende marktwaarde was hij zich goed bewust: zelfzeker markeerde het AD-monogram elk werk, als een modern logo. Aanleiding voor wat zijn laatste grote reis zou worden, was de dood van mecenas keizer Maximiliaan II in 1519, waardoor de jaarlijkse toelage van honderd florijnen stopte. Dürer wilde diens opvolger, Karel V, vragen om dit jaargeld te continueren; daarvoor moest gelobbyd worden bij regentes Margaretha van Oostenrijk, landvoogdes van de Habsburgse Nederlanden en tante van de toekomstige keizer, die in Mechelen resideerde.

Zelfportret van Albrecht Dürer uit 1498. (Prado Museum, Madrid)

Vorstelijke ontvangst

Dürer stak de Rijn over naar Keulen, trok door het huidige Noord-Brabant, en arriveerde op 2 augustus 1520 met vrouw en meid in het kosmopolitische Antwerpen, zijn tijdelijke thuis, ‘want geld is daar genoeg’. Hij werd er onthaald als een vorst. In de volgende maanden had hij er vele ontmoetingen met prominenten, kunstenaars, rijke Portugese kooplieden, bankiers als Fugger, geleerden en filosofen als Erasmus. Op 23 oktober 1520 trok hij dan weer naar Aken voor de kroning van Karel V. De terugreis naar Antwerpen ging langs Nijmegen en ’s-Hertogenbosch. In Mechelen werd hij ontvangen door de landvoogdes, ‘Frau Margaretha’; hij bewonderde Michelangelo’s ‘Madonna met kind’ in Brugge en prees in Gent het ‘Lam Gods’ van de gebroeders Van Eyck – ‘een allermooist, hoogst belangrijk schilderij.’

Stokbeurs, wellicht ook gebruikt door Dürer, om de verschillende toen gangbare muntsoorten apart te houden. (Bayerisches Nationalmuseum, München)

In Brussel was hij sterk onder de indruk van de Azteekse schat van het Coudenbergpaleis, door Hernan Cortez geroofd uit Amerika, ‘het nieuwe land van goud… In mijn hele leven heb ik nog nooit iets gezien dat mijn hart zo veel vreugde schonk als dit. Want ik zag prachtige dingen en was verbaasd door de vindingrijkheid van vreemde volkeren.’ Dat vreemde en exotische trekt hem sterk aan; zo tekent hij Katherina, het Afrikaans dienstmeisje van een Portugese zakenman in Antwerpen, en verzamelt curiosa: buffelhorens, papegaaien, gedroogde visjes. Als hij hoort van een aangespoelde walvis in Zeeland vertrekt hij spoorslags via Bergen-op-Zoom en Middelburg naar Zierikzee, waar bij aankomst het dier alweer in zee is verdwenen; dan maar een walrus getekend.

Lijflandse vrouwen, uit de Baltische landen, gespot in Antwerpen. (Louvre Museum, Parijs)

Nederlanden stellen teleur

In het Tagebuch staat wie hij allemaal ontmoet en wie of wat hij tekent; het is echter vooral een huishoudboekje waarin meticuleus alle uitgaven genoteerd worden: elf florijnen per maand voor logies, kamer en beddegoed; twee stuivers per maaltijd, tien stuivers voor de biechtvader; wat hij geeft als fooi – ‘Ik gaf drie stuivers aan de koster en de knechten bij de leeuwen’ – , wat de prijs is van pantoffels, kokosnoten, een papegaaienkooi, enz… Welke van de vele meegezeulde eigen of andermans kunstwerken hij verkocht, vaak als pasmunt voor gemaakte kosten, of wegschonk. Een berekende vrijgevigheid: als goede zakenman hoopte hij er opdrachten voor terug te krijgen; dat viel echter tegen, zeker op het hoogste niveau. Margaretha van Oostenrijk kon haar neef Karel V overtuigen om de toelage te handhaven, maar zelf gaf ze geen grote opdracht; als katholiek kon ze immers geen protestantse kunstenaar steunen.

Landschappen en dieren, in het park van het paleis in Brussel. (Clark Art Institute, Williamstown, VS)

De financiële steun van de streng katholieke keizer Karel was op zich al een klein wonder. Uiteindelijk was de balans van zijn businesstrip toch negatief : ‘Met al wat ik maakte, uitgaf of verkocht werd ik in de Nederlanden benadeeld (…) met name Frau Margaretha gaf mij niets terug voor wat ik haar gaf of voor wat ik deed.’ Was hij als zakenman ontgoocheld, als kunstenaar was zijn reis door de Nederlanden vruchtbaar. Hij schilderde er weinig, maar scherpte zijn talent aan met een paar honderd tekeningen in diverse technieken en van de meest verscheiden onderwerpen, vooral portretten, zowel van grote namen als van de kleine man, bijvoorbeeld herbergiers en hun klanten, soms om rekeningen te vereffenen.

Het dienstmeisje Katherina. (Uffizi, Florence)

16de eeuw tot leven

De nieuwste uitgave van het Tagebuch plaatst Dürers reis in een nieuw en breder perspectief , met veel aandacht voor de levenswijze in het begin van de 16de eeuw: de manier van reizen, geld, brillenglazen, schrijf- en tekengerei, meubilair, interieurs, klederdracht, enz.., kortom, alles wat bij Dürer direct of indirect aan bod komt, wordt uitvoerig toegelicht en geïllustreerd. Ruim de helft van de zowat 120 afbeeldingen is aan deze culturele context, met werk van andere kunstenaars, waardoor de blik van of op Dürer soms ver afdwaalt. Dit albumboek werpt, met Dürer als leidraad, vooreerst een unieke blik op de glansrijke materiële cultuur in de door hem bezochte contreien.
André Capiteyn

Katrien Lichtert & Alexandra van Dongen
De blik van Dürer. Albrecht Dürers reis door de Nederlanden (1520-1521)
Uitgeverij Hannibal Books, Veurne 2021
192 blz., € 35 ISBN 978 94 638 8790 8

Lees nog veel meer boekbesprekingen in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder