Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Peter de Grote in Holland

15 juni 2022 Siebrand Krul

Het moet in Moskou een fantastisch gezicht zijn geweest, het uitzwaaien van het Grote Gezantschap op 20 maart 1697. Aan het hoofd reed admiraal-generaal Peter Lefort, gevolgd door een stoet van zo’n 250 mensen, onder wie jongelieden van adel, ‘vrijwilligers’, priesters, soldaten, muzikanten, koks, tolken en vier dwergen en een eindeloos lange rij karren gevuld met edelstenen, brokaat, edelmetaal, sabelbont, damast en proviand.

Ergens in die stoet liep een opvallend lange jongeman mee, met bruin haar, zwarte ogen en een grote wrat op zijn rechterwang, die zich liet aanspreken als Peter Michajlov. Maar iedereen wist natuurlijk dat dit niet zijn echte naam was, maar dat hij de tsaar aller Russen was, die er echter voor had gekozen incognito te reizen om zich zo meer vrijelijk te kunnen bewegen zonder al te veel ceremoniële en protocollaire plichtplegingen. Zijn voornaamste doel was de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën en Engeland over te halen tot een bondgenootschap tegen het Ottomaanse Rijk, dat de controle had over de toegang tot de Zwarte Zee en tegen de Zweden die de Oostzee beheersten. Om deze twee mogendheden te kunnen weerstaan had Rusland een oorlogsvloot nodig, die het niet had.

Het Grote Gezantschap arriveert in Amsterdam.

De Republiek en Engeland wel. Zij domineerden met hun handels- en oorlogsschepen de wereldzeeën en mochten zich met recht de meest succesrijke zeevarende landen van hun tijd noemen. Een alliantie met deze grootmachten was dus niet te versmaden. Maar Peter wilde meer. Zijn motto was ‘eerst goed (af)kijken en dan proberen het zelf te doen’. Leergierig als hij was, wilde hij weten hoe de Republiek en Engeland hun schepen bouwden, welke navigatie-instrumenten zij gebruikten en hoe een schip moest worden uitgerust. En dé plek, zo had hij vernomen, waar hij dat allemaal zelf kon zien en leren, was Zaandam. In en rond dat kleine stadje aan de Zaan lag een vijftigtal scheepswerven waar jaarlijks zo’n 350 schepen werden gebouwd. Kortom, hier moest hij aan de slag.

Tsaar Peterhuisje te Zaandam, 1697. Door Jacob Ernst Marcus, naar J.C. Honig, 1814. (Rijksmuseum Amsterdam)

Eventjes anoniem in Zaandam

Na een in de ogen van Peter tergend langzame tocht bereikte het Grote Gezantschap bij Lobith aan de Rijn op zaterdag 17 augustus 1697 de grens van de Republiek. Vol ongeduld huurde Peter daar een bootje om zich met zes metgezellen naar Zaandam te spoeden. Vroeg in de ochtend van de 18de augustus zag hij, zo wil het verhaal, daar een bekende van hem; de smid Gerrit Kist, die eerder voor Peter in Moskou had gewerkt, maar nu aan het palingvissen was. Na hem hartstochtelijk te hebben begroet bezwoer Peter hem zijn identiteit geheim te houden en vroeg hem of hij bij Kist mocht inwonen voor ten minste enkele maanden. Kist wimpelde het verzoek beleefd af, maar stelde voor dat Peter gebruik mocht maken van zijn achterhuisje. Een prima idee, en zo geschiedde het dat Peter met twee vrienden zijn intrek nam in een piepklein huisje met twee raampjes, twee kamertjes, een kachel en een krappe bedstede waar Peter zijn benen onmogelijk kon strekken.

Tsaar Peter de Grote als scheepsbouwleerling in Zaandam, 1697. Gravure van Meno Haas, 1762. (Rijksmuseum Amsterdam)

De volgende dag kocht hij eerst timmergereedschap en meldde zich vervolgens bij de scheepswerf van Lynst Rogge met de vraag of hij bij hem in de leer mocht gaan. Geïmponeerd door Peters fysiek, ging Rogge akkoord en gaf hem wat planken om die in de juiste vorm te hakken. De hoop van Peter om hier een tijd als Peter Michaljov ongestoord te kunnen werken bleek echter al snel een ijdele te zijn. Weldra wist heel Zaandam dat Rogge een belangrijke buitenlander in dienst had en het duurde niet lang voordat zijn identiteit bekend werd. Vanaf dat moment was Peter vogelvrij. Overal waar hij zich vertoonde werd hij gevolgd door massa’s mensen die van heinde en verre waren gekomen om de tsaar van Rusland te kunnen aangapen. Van werken kwam niets meer terecht, zodat Peter besloot Zaandam na een week te verlaten en naar Amsterdam te gaan waar inmiddels het Grote Gezantschap was gearriveerd.

Amsterdam in 1692, door Nicolaus Visscher.

Scheepstimmerman in Amsterdam

In Amsterdam, toentertijd de rijkste stad met de grootste haven van de wereld, werd Peter opgewacht door Nicolaes Witsen, die door het stadsbestuur was gevraagd op te treden als gastheer. Een voor de hand liggende keuze, omdat Witsen in 1664/65 een reis door Rusland had gemaakt om te zien of er met dat land handel gedreven kon worden. Die mogelijkheden waren er, maar, zo schreef hij in zijn dagboek, het Russische volk is erg dom, onbeschaafd en totaal onbekend met kunsten en wetenschappen. In 1671 had Witsen een boek geschreven over de kunst van het bouwen van schepen. Peter had daarvan een exemplaar in bezit hetgeen leidde tot een briefwisseling tussen beiden. Bovendien was Witsen een van de zeventien bewindvoerders van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, lid van de prestigieuze Royal Scociety in Londen, een kundig cartograaf en een verwoed verzamelaar van naturalia, die hij in zijn woning aan de Herengracht in de Gouden Bocht had tentoongesteld. Kortom, de nieuwsgierige en leergierige Peter had zich geen geschiktere gastheer kunnen voorstellen.

Tsaar Peter de Grote en burgemeester Nicolaes Witsen bestuderen een kaart, 1697. Gravure door Jacob Ernst Marcus, 1814. (Rijksmuseum Amsterdam)

Het was dan ook Witsen die voor Peter een stageplek regelde op de werven van de VOC op het voor het publiek ontoegankelijke eiland Oostenburg. Met de beheerders van Oostenburg sprak Witsen af dat de meester scheepstimmerman Gerrit Claeszoon Pool Peter en tien ‘vrijwilligers’ onder zijn hoede zou nemen en hen zou betrekken bij de bouw van een nieuw fregat dat de naam Petrus en Paulus moest gaan dragen. Vol enthousiasme gingen Peter en de zijnen aan het werk. Om het voor de Russen zo overzichtelijk mogelijk te maken, werden de eerste drie weken besteed aan gereedmaken van alle benodigde onderdelen die vervolgens werden genummerd en keurig in de juiste bouwvolgorde gestapeld.

Titelblad van het door Nicolaes Witsen, links afgebeeld, in 1671 gepubliceerde boek over de Hollandse scheepsbouw.

Op 16 november, negen weken nadat de kiel was gelegd, was de romp klaar en kon het schip feestelijk te water worden gelaten. Zichtbaar ontroerd reageerde Peter toen Witsen namens de stad Amsterdam hem het schip ten geschenke gaf waarop Peter aankondigde dat ‘zijn’ schip de trotse naam ‘Amsterdam’ zou gaan dragen. Maar nog geraakter was hij toen meester Pool hem later een getuigschrift overhandigde waarin stond dat leerling Peter zich had ontwikkeld tot een bekwaam en kundig scheepstimmerman en dat hij alle vertrouwen in hem had.

Een deel van het VOC-terrein op het eiland Oostenburg. Op de achtergrond het imposante magazijn, met een lengte van 215 meter en breedte van 23 meter en vier verdiepingen toentertijd het grootste gebouw ter wereld. Ets van Joseph Mulder. (Stadsarchief Amsterdam)

Onderdompelen in kunst en wetenschap

Nu hij zijn vakmanschap had bewezen, kreeg hij tijd om zich te verdiepen in andere zaken. Als geen ander besefte hij dat zijn Rusland ten opzichte van het machtige westen op enorme achterstand stond en dat wegens gebrek aan wetenschappelijke kennis – zijn steun en toeverlaat Witsen had dit al eerder opgemerkt – het onmogelijk zou zijn Rusland te moderniseren. En dus schakelde hij Witsen in om in contact te komen met de vele wetenschappelijke talenten die de Republiek rijk was. Zo bezocht hij Jan van der Heyden om zelf te kunnen zien hoe de door hem uitgevonden brandspuit werkte. Antonie van Leeuwenhoek, de uitvinder van de microscoop, nodigde hem uit om door zo’n vernuftig apparaat te kijken. In Delft sprak hij met Menno van Coehoorn, de vermaarde vestingbouwkundige. In Leiden mocht hij van de alom bekende arts, anatoom en scheikundige Herman Boerhaave het ontleden van een lijk bijwonen. Van Simon Schynvoet leerde hij de beginselen van de tuinarchitectuur en van Adriaan Schoonbeek de techniek van het etsen.

Peter op het IJ in Amsterdam in een sloep op weg naar het fregat Peter en Paul, waarvan hij zelf aan de bouw heeft gewerkt. In oktober kon het naar Rusland vertrekken. (Amsterdam Museum)

Met Witsen bracht hij een bezoek aan de Amsterdamse Hortus Medicus/Botanicus waar hij een college kreeg over de werking van de vele uit de hele wereld afkomstige geneeskrachtige kruiden. Maar wie toch de meeste indruk op hem maakte, was naar eigen zeggen Frederik Ruysch, prominent lid van het Amsterdamse chirurgijnsgilde. Verschillende keren nodigde hij zich uit om een anatomische les in de snijkamer van het gilde bij te wonen en om de fameuze collectie menselijke preparaten te bewonderen, die Ruysch door middel van het injecteren van verschillende chemicaliën had geconserveerd. Bijna steevast eindigde elk van zijn bezoeken met de vraag of men met hem mee terug naar Rusland wilde gaan, maar dit verzoek werd bijna altijd beleefd afgewimpeld. Wie wel toestemde, zij het na lang aarzelen, was Cornelis Cruys, die belast was met het uitrusten van de oorlogsschepen van de Amsterdamse admiraliteit.

De Kunstkamera in Sint-Petersburg, geopend in 1728. Behalve de collecties van Ruysch en Seba waren hier ook het rariteitenkabinet van Peter, zijn verzameling chirurgische, scheikundige en nautische instrumenten en zijn boeken ondergebracht.

Hollanders in Rusland

Op 7 januari 1698 vertrok Peter naar Engeland om stadhouder-koning Willem III over te halen hem te steunen in zijn offensief tegen de Turken en de Zweden. Maar ook om meer te weten te komen hoe de Engelsen hun schepen bouwden. In Holland werkten de scheepsbouwers op zicht en op hun ervaring, in Engeland gebruikte men gedetailleerde tekeningen en die wilde Peter graag zien en het liefst meenemen. Na vier maanden keerde hij terug. Op 15 mei aanvaardden Peter en het Grote Gezantschap, ongetwijfeld tot opluchting van het Amsterdamse stadsbestuur, de terugreis naar Rusland, waar zij op 5 september arriveerden. Diplomatiek gezien had Peter weinig bereikt, want de Republiek noch Engeland hadden hun steun toegezegd.

De Nederlandse vloot houdt ter ere van Peter een oefening, 1 september 1697. Schilderij door Abraham Stork.

Toch zal Peter tevreden zijn geweest. Hij had zo veel gezien, zo veel geleerd en een hechte band gesmeed met de toentertijd meest welvarende en machtigste natie ter wereld. Kort na zijn aankomst kon hij Cruys verwelkomen die met tien schepen en ruim zeshonderd scheepsbouwers en ambachtslieden in Rusland was aangekomen. Cruys maakte daar snel carrière, kreeg het bevel over de Oostzeevloot, hielp Peter met de aanleg van Sint-Petersburg, dat naar Amsterdams voorbeeld een grachtenstelsel zou krijgen, en zorgde ervoor dat een stroom van scheepsbouwers en zeelieden vanuit de Republiek naar Rusland op gang kwam. Dat verklaart waarom het Russisch zo veel Nederlandse woorden, die betrekking hebben op de zeevaart, heeft overgenomen: sjkiper (schipper), sjloez (sluis), sjtoerman, mast, ankor, kabeljtow, matros, achtersjeteven bijvoorbeeld.
Ben Speet

Openingsbeeld: Peter aan het werk op de Amsterdamse VOC-werf. Aquarel uit 1910 door M. Dobuzhinskyi.

Lees ook de andere helft van dit boeiende artikel, plus nog veel meer over Peter de Grote, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder