Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Aldo Moro’s droeve einde

29 mei 2022 Siebrand Krul

‘Om al deze redenen, beste collega's die ons proces op straat hebben aangekondigd, zeggen we jullie dat we niet vervolgd zullen worden...’ Aldo Moro is altijd beschouwd als een rustige politicus. Mede om deze reden veroorzaakten de woorden die hij op 9 maart 1977 in het parlement sprak, tijdens een discussie over het Lockheed-schandaal, een zekere sensatie. En ongetwijfeld zullen veel van zijn collega's zich dit een jaar later herinnerd hebben.

Toen immers, op de ochtend van 16 maart 1978, meldden de persbureaus dat de president van de christen-democraten was ontvoerd door de Rode Brigades, die de vijf mannen van zijn escorte en de politicus hadden meegenomen naar de ‘volksgevangenis’ om hem te onderwerpen aan een ‘proletarisch proces’.
De 55 langste dagen in de geschiedenis van het Republikeinse Italië beginnen op 16 maart en eindigen op de volgende 9 mei, wanneer de terroristen het lichaam van de Apulische staatsman achterlaten in een rode Renault 4, geparkeerd in een centrale straat in Rome.

Wekenlang beheerste de ontvoering van Hanns-Martin Schleyer de media. De Baader-Meinhoffgruppe bracht hem uiteindelijk om het leven. Ook in Nederland wekte de zaak veel beroering, nadien vanwege de verdediging door de Nederlandse advovaat Bakker Schut.

Aldo Moro was destijds waarschijnlijk, samen met Giulio Andreotti, de machtigste politicus van het land. Er wordt openlijk over hem gesproken als de volgende president van de republiek en precies op 16 maart bereidt het parlement de vertrouwensstemming voor de nieuwe regering onder leiding van Andreotti voor. Hij wordt krachtig gesteund door Moro, tegen de zin van veel van zijn eigen partijkameraden, want voor het eerst sinds 1947 zal de Communistische Partij een deel uitmaken van de coalitie. Er is ook onvrede onder de communisten, maar zijn ontvoering en het bloedbad van de mannen van zijn escorte overschaduwen alle twijfels die de avond ervoor nog bij de parlementariërs leefden: eerst de Kamer en daarna de Senaat nemen heel weinig tijd voor het uitspreken van het vertrouwen in de regering-Andreotti. Het zijn nu de moeilijkste dagen in de geschiedenis van de Republiek.

Wat vooral veel afschuw ontlokte was de nietsontziende moordpartij op de begeleiders van Moro.

Terrorisme is geen exclusief Italiaans fenomeen: Spanje en Ierland hebben te maken met gewelddadige separatistische groepen zoals ETA en IRA, Frankrijk en Duitsland diot, zij het iets minder heftig, vergelijkbaar met die in Italië. In Frankrijk is tussen 1979 en 1987 een groep genaamd Action Directe actief, terwijl in Duitsland de Rote Armee Fraktion, ook bekend als de Baader-Meinhof Group, van 1970 tot 1998, moorddadig van zich laat horen. Slechts een paar maanden voor de Moro-ontvoering nemen ze het hoofd van de Duitse industriëlen Hanns-Martin Schleyer te grazen. Dit eindigt dramatisch met de moord op de topindustrieel, en met de dood in de gevangenis van de oprichters van de groep, wat weer nieuw geweld uitlokt.

Om de druk op te voeren, stuurde de Rode Brigades foto’s van de gevangengenomen Moro.

Tijdens de Moro-ontvoering probeerden de Rode Brigades de pers te benutten voor de communicatie vanuit de zogenoemde volksgevangenis, waarmee ze het land op de hoogte houden van het ‘proces’ dat ze tegen de christen-democratische leider voeren. Veel kranten vroegen voelden zich in een lastig parket gedwongen: met het publiceren van de communiqués schenen ze voor het karrteje van de terroristen gespannen te worden, niet-publiceren is topnieuws niet brengen; een duivels dilemma.
Het eerste communiqué, waarin de terroristen de ontvoering en bloedige moord op de begeleiders claimen, dateert van 18 maart en gaat vergezeld van een foto van de christen-democratische leider, het bewijs dat Moro nog leeft, iets wat sommigen in twijfel hadden getrokken; ze spreken voor het eerst over de ‘SIM’, de imperialistische staat van multinationals. Het taalgebruik is geheel in de geest van activistisch en onverzoenlijk marxisme.

Uiteindelijk werd Moro op een vernederende manier dood aangetroffen in het kofferbakje van een rode Renault 4.

Er volgen acht andere communiqués, waaraan de terroristen spoedig beginnen met het toevoegen van brieven die Aldo Moro aan zijn familie schrijft en vooral aan de politici van wie, naar hij beseft, zijn lot mede afhangt. De politieke partijen verwerpen resoluut elke mogelijkheid van onderhandeling en bemiddeling, met als enige uitzondering de PSI en buitenparlementair links. Er heerst angst een precedent te scheppen, en angst voor volkswoede. Zo komen we op 5 mei aan wanneer de Rode Brigades het negende communiqué sturen: ‘In woorden, we hebben niets meer te zeggen tegen het DC, zijn regering en de handlangers die het steunen. De enige taal waarvan de dienaren van het imperialisme hebben laten zien dat ze die kunnen begrijpen, is die van wapens, en daarmee leert het proletariaat spreken. We sluiten daarom de strijd af die op 16 maart begon, met de uitvoering van het vonnis waartoe Aldo Moro is veroordeeld.’
Vier hectische dagen van ontmoetingen en indirecte berichten zullen volgen, maar op 9 mei kondigen de Rode Brigades de executie van de christendemocratische leider aan en geven ze aanwijzingen om zijn lichaam te vinden via Caetani in Rome, op een steenworp afstand van het nationale hoofdkwartier van de christendemocraten en de communistische partij.
Wat tijdens de 55 dagen van de ontvoering duidelijk naar voren kwam, was dat de staat totaal niet voorbereid was op een dergelijke gebeurtenis. Dat het terrorisme uiteindelijk uitdoofde, kwam vooral doordat de daders berouw kregen, ook al doordat de mensen wiens belangen ze zeiden te verdedigen, geen enkel begrip voor hun acties toonden.

Hoewel nadien nog veel moorden op publieke figuren plaatsvonden, waren die uit politieke motieven afgelopen. Ze hadden immers een averechts effect.

Een paar maanden na de moord op de christen-democratische leider schreef Leonardo Sciascia, een van de grootste Italiaanse intellectuelen, ‘The Moro Affair’, een boek over de ontvoering, waarin hij de reden uitlegde die hem ertoe aanzette:
Aldo Moro stierf, ondanks al zijn historische verantwoordelijkheden, verwierf een onschuld die ons allemaal schuldig maakt, zelfs ik […]. Door te sterven ontdeed Aldo Moro zich als het ware van zijn christendemocratische tuniek. Zijn lichaam is van niemand, maar zijn dood stelt ons allemaal onder beschuldiging.
Er zijn veel andere teksten, essays en romans geschreven, maar het was vooral de cinema die terrorisme in het algemeen en de ontvoering en moord op Aldo Moro en zijn escorte in het bijzonder aanpakte. De eerste was Gianni Amelio die in 1983 ‘Colpire al cuore’ regisseerde, waarin de ‘jaren van lood’ een moeizame relatie tussen een vader en een zoon omringen.
In 1986 kwam Giuseppe Ferrara’s film ‘Il caso Moro’ uit, bijna een kroniek uit de tijd van 1978, maar die blijkbaar nog steeds blootliggende zenuwen raakte. Aan de andere kant heeft Marco Bellocchio, die in 2003 ‘Boungiorno, notte’ regisseerde, het register volledig veranderd: zonder afstand te doen van de nieuwselementen, kiest hij een bijna sprookjesachtig einde, waarin hij zich Aldo Moro voorstelt, die dankzij een van de terroristen uit zijn gevangenis ontsnapt. Op een lentemorgen gebeurt dat, in een verlaten Rome, op de tonen van het prachtige ‘Shine On Your Crazy Diamond’ van Pink Floyd.

Bron: Europeana/Massimo Canario (Archivio Luce – Cinecittà)

Openingsbeeld: Aldo Moro was een populaire politicus. In zijn geboorteregio Apulië is een vernoeming van een plein, straat, steeg, rotonde, gebouw naar hem nooit ver weg.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder