Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Peters kruistocht

03 mei 2022 Siebrand Krul

Klein, onverzorgd, barrevoets: op het eerste gezicht is Peter de Kluizenaar een onooglijke verschijning. Maar in hem schuilt een opzwepende prediker met een enorm charisma, een mensenlokker die niemand koud laat. Als hij in 1095 hoort dat de paus oproept om het Heilige Land te bevrijden, weet hij als rondtrekkende prediker in recordtempo duizenden volgers op de been te krijgen. Peter op zijn ezel, een massa ongeregeld erachter, op naar Jeruzalem!

Peter kwam in 1050 in het Noord-Franse Amiens ter wereld. Niet meer te achterhalen valt of hij al op jonge leeftijd in het klooster ging, dan wel getrouwd was en pas na de dood van zijn vrouw als kluizenaar leefde. Nam hij deel aan een oorlog tegen Vlaanderen? Trok hij als pelgrim naar Jeruzalem? Het zijn louter speculaties. Hij duikt voor het eerst op in de annalen toen paus Urbanus II ridders voor de eerste kruistocht probeerde te winnen. Urbanus dacht daarbij, misschien niet erg realistisch, aan een geregelde troepenmacht van ridders, een keur van zielzorgers, fatsoenlijk toegeruste en getrainde huurlingen, die het probleem in Palestina snel, doeltreffend en met een zekere elegantie kon oplossen. Augustus 1096 zou het startsein vallen.

De ongeregelde troep van Peter richtte slachtingen aan op de Balkan. In 1096 belegerde ze Nish.

Maar Peter was sneller. Hij hoorde van de oproep van de paus en maakte zich diens missie eigen. Ook hij zou naar het Heilige Land trekken en daar voor God en de kerk strijden. Gezeten op een ezel trok hij oostwaarts om geld en mensen te winnen. Hij was indertijd niet de enige rondtrekkende prediker, maar wel met afstand de succesvolste: ‘Verdrijf de muzelmannen uit de stad van Jezus Christus! De paus zoekt heilsoldaten – en jullie kunnen van de partij zijn.’

Peter de Kluizenaar wijst zijn volgelingen de weg naar Jeruzalem. Franse illustratie uit omstreeks 1270.

Hij zal op enkele honderden volgers gerekend hebben, maar het werden er ras veel en veel meer. Ridders en geestelijken zaten er niet veel tussen en ze waren ook niet van het eerste garnituur. Wat zich rond Peter schaarde waren vooral handwerkers, dagloners, boeren en hun vrouwen. Mensen die hun dorp of stad nooit voor langere tijd verlaten hadden braken nu op voor het avontuur van hun leven.
Waarschijnlijk waren velen van hen er vast van overtuigd daarmee iets godgevalligs te ondernemen. En ze hadden weinig te verliezen: de oogsten waren al een paar jaar slecht in Europa, de mensen werden geplaagd door ziekten en honger. Daarnaast stonden ze bloot aan willekeur en onrecht. En in die bedrukkende wereld trad deze monnik binnen als een lichtstraal. Hij moet zijn aanhangers als een profeet voorgekomen zijn, zoals hij preekte over het Beloofde Land, waar melk en honing vloeiden.

Peters graftombe in de abdij van Neufmoustier, Hoei.

De mensen die met Peter op weg gingen zagen zich als strijders voor God, maar wat ze bovenal zochten was een betere toekomst en een nieuw vaderland. Het waren migranten die voor hun uittocht het oog hadden laten vallen op het Beloofde Land.
Toen Peters bonte troep met Pasen 1096 in Keulen neerstreek, had deze al een omvang van ongeveer 20.000 mensen bereikt – meer dan de stad toentertijd zelf aan inwoners telde. De Keulenaars zullen zich wel bekruist hebben toen deze wonderlijke volksmassa een week later weer verder trok – de monnik op zijn ezel voorop, de anderen te voet achter hem aan, stroomopwaarts langs de Rijn naar Mainz, ongeveer in de richting van Byzantium. Ze lieten een spoor van verwoesting achter – niet uit boze opzet, maar uit pure nood. Wat moesten deze duizenden anders, zonder soldij, met een lege maag?
De landsheren en de bevolking van de streken die ze passeerden stelden zich steeds vijandiger op. Iedereen was wel bereid een arme pelgrim van een bord warme soep te voorzien – desnoods ook twee of drie van die vreemdelingen, maar een heel leger? Niet elke snee brood, niet elke kaas, niet elke kip die op het bord van de doortrekkende massa belandde was legaal verworven. Het kwam tot plunderingen, kleinere en grotere schermutselingen. Peter de Kluizenaar had zijn volgelingen eenvoudigweg niet meer in de hand.

Standbeeld van Peter in Amiens.

Ook Alexius, de keizer van Byzantium, bij wie de schare uiteindelijk in augustus terecht kwam, wist zich geen raad: wat te doen met deze wispelturige lieden? Goed, het waren medechristenen, maar toch vooral rabauwen, die de stadswijken buiten de muren onveilig maakten. Dat was niet het ridderleger dat Urbanus II hem in het vooruitzicht gesteld had. Alexius voorzag het lompenleger van proviand en stelde schepen ter beschikking voor de oversteek van de Bosporus, om de ongenode gasten maar zo snel mogelijk naar Turks gebied te krijgen. Peter de Kluizenaar zelf bleef in Constantinopel achter om de bevoorrading te regelen.
Op 21 oktober liepen de krijgslustige pelgrims in een hinderlaag van de Seldsjoeken. De slecht uitgeruste en onervaren boeren en handwerkers waren geen partij tegen de Turkse ijzervreters. ‘Civetot’ was geen veldslag, maar een slachting. Toen het reguliere kruisleger het jaar daarop de plaats bereikte, stuitten de ridders op de gruwelijke overblijfselen – de grond was bezaaid met afgehakte hoofden en verbleekte beenderen. Peter de Kluizenaar, de man die deze mensen de dood in gevoerd had, leefde nog tot minstens vijftien jaar na de Volkskruistocht.
Isabella Huber

Openingsbeeld: Peter de Kluizenaar roept op tot de (Eerste) Kruistocht. Tekening naar een schilderij van James Archer. (Cassell’s History of England, Vol. I)

Lees nog veel meer verhalen over de Eerste Kruistocht, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koopt voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder