Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Nederlands deportatieplan flopt

13 april 2022 Siebrand Krul

Na de euforie van de bevrijding in 1945 overheersen woede en verdriet. Ook Nederland is door de Tweede Wereldoorlog ontwricht. De Duitsers hebben onbeschrijflijk leed veroorzaakt en voor 25 miljard gulden schade aangericht. Veel is onzeker, maar vast staat dat ze moeten boeten. Herstelbetalingen zitten er niet in. Wel wil Nederland alle Duitse inwoners de grens overzetten. Van dat plan komt weinig terecht.

Doordat Hitler zijn land berooid heeft achtergelaten, valt in Duitsland geen geld te halen. Dus gaat de interesse al snel uit naar de onmetelijke Duitse akkers, duizenden vierkante kilometers die Nederland lucht en voedsel kunnen geven. De discussie over annexatie als compensatie zal na jaren steggelen echter bitter weinig opleveren.
De wraakgevoelens richten zich ook op NSB’ers en andere echte en vermeende collaborateurs. Zij worden direct na de oorlog, met of zonder blauwe plekken, geïnterneerd. En dan zijn er nog de Duitsers die in Nederland wonen, sommigen al lang. Het gaat in 1945 om zo’n 25.000 mensen. Zíj moeten allemaal het land uit, schrijft minister van Justitie Hans Kolfschoten (KVP) in augustus van dat jaar. Hun aanwezigheid zorgt voor onrust in de samenleving. Veel belangrijker nog: er is een schrijnend tekort aan woningen, Nederlanders verdienen voorrang. En als de Duitsers zijn uitgezet, kunnen hun bezittingen worden verkocht. Dat zorgt samen met verbeurdverklaring van de vijandelijke vermogens tenminste nog voor enige financiële compensatie.

Makelaar S. I. Troostwijk biedt de boedel van Mariënbosch te koop aan. Er zullen meerdere veilingen volgen. Advertentie uit De Maasbode.

Bestek en drie dekens

Het duurt een jaar voordat een grootschalige actie begint. Intussen is het aantal uit te wijzen Duitsers teruggebracht tot 17.000. Wie voor Nederland van belang is, mag alsnog blijven. Dat geldt eveneens voor degene die vóór 1940 hier arriveerde, zich een goed Nederlander heeft getoond en dat kan staven. Verder mogen na bemoeienis van de Tweede Kamer de door nazi’s vervolgden, lees in dit verband joodse Duitsers, op clementie rekenen.
Op 10 september 1946 is het zover. In de vroege dinsdagochtend lichten Amsterdamse agenten de eerste mensen van hun bed. Bernard Stoepman, die zich in de oorlog verdienstelijk heeft gemaakt voor Nederlandse én Duitse joden, belt om 7.00 uur aan bij Else Holzappel-Doppelfeld in de Gerrit van der Veenstraat. Andere dienders doen elders hetzelfde. Die dag worden zo’n dertig Duitsers opgebracht. Ze gaan naar een kamp aan de beboste rand van Nijmegen, naar Mariënbosch. Wat mee mag? Bestek, drie dekens, toiletspullen, enkele tientallen kilo’s aan overige bagage en honderd gulden.

De Leidse commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten waarschuwt op 5 mei 1945 alle Duitse inwoners in afwachting van de maatregelen van het Militair Gezag. (Beeldbank WO2/NIOD)

Zo begint een operatie die de naam Black Tulip krijgt en die allerminst soepel, eerder chaotisch zal verlopen. Mariënbosch moet een doorgangskamp zijn waar de Duitsers hooguit twee weken bivakkeren voor ze de nabije grens over worden gezet. Maar het duurt opnieuw lang, zelfs tot 8 juli 1947, voor daadwerkelijk de eerste vrachtwagens met gedeporteerden richting Kleef vertrekken.

Vreugde, woede en verdriet na de bevrijding. Nabij Sittard worden Duitse militairen afgevoerd onder hoon van de omstanders. (Getty Images)

Duitsers uit de straat

Sinds de uitzettingsnota van Kolfschoten verscheen, zijn bijna twee jaar verstreken. Het tijdverlies is vooral te wijten aan de geallieerden die Duitsland als bezetters onder elkaar hebben verdeeld en niet op repatrianten zitten te wachten. Zij willen juist de daar verblijvende Nederlanders wegsturen. De overwonnen natie heeft aan nagenoeg alles een tekort.
Zoveel maanden verder ontstaat in Nederland voorzichtig ruimte voor relativering, bijvoorbeeld voor het besef dat niet elke Duitser een nazi is. Wanneer zo iemand in dezelfde straat woonde, heb je dat zelf kunnen ervaren. Dus als de Duitse Martha Hasslöver in 1947 met twee kinderen naar kamp Mariënbosch wordt afgevoerd, komt een buurman van de Scholthagenweg in Haaksbergen in het geweer. Met vijftien anderen schrijft hij een brief aan minister van Justitie Johan van Maarseveen, partijgenoot en opvolger van Kolfschoten. De Hasslövers zijn begin jaren dertig naar Haaksbergen gekomen. Vader Bernard werkt bij de Twentsche Kabelfabriek maar is in 1943 door de Wehrmacht opgeroepen – wie het bevel negeert, riskeert de kogel – en vervolgens door de Britten krijgsgevangen gemaakt. Hij, Martha en de kinderen zijn voor en tijdens de oorlogsjaren louter behulpzame buurtgenoten geweest.
De brief van de buurlui mist zijn uitwerking niet. De Hasslövers mogen korte tijd later Mariënbosch weer verruilen voor de Scholthagenweg, waar ze met open armen worden ontvangen. Dat ze hun huis nog in kunnen, is een meevaller. Uitzettingen moeten de woningnood immers lenigen, vrijgekomen woningen worden snel aan anderen toegewezen.

De geallieerden willen burgers slechts mondjesmaat uit Nederland laten terugkeren naar Duitsland. Het overwonnen land ligt in puin: Engelse legervoertuigen rijden door gehavend Kleef, net over de grens bij Nijmegen, en er is een tekort aan voedsel. (Getty Images)

Een ander bij de kachel

Dat gaat vooral wringen als Operatie Black Tulip in de barre winter van 1946 wordt opgeschort. Vanwege het voedsel- en kolentekort houden de geallieerden de deur naar Duitsland met ingang van november potdicht. Pas op 1 april zal ze weer op een kier gaan. In die wetenschap, en omdat de kolen ook in Nederland niet voor het opscheppen liggen, laat Van Maarseveen kamp Mariënbosch tijdelijk ontruimen. Enkele tientallen geïnterneerden blijven achter, de rest wordt elders ondergebracht of simpelweg naar huis gestuurd. De minister geeft geen valse hoop. Ze kunnen later opnieuw worden opgepakt. De winter daarop zal dit scenario – opschorting van de uitzettingen – zich herhalen.

In Duitsland wemelt het van de repatrianten en ontheemden, hier bij Rheine, voorbij Oldenzaal. (Anefo/Nationaal Archief)

Thuis aangekomen moeten veel Duitsers constateren dat andere families hun plaats bij de kachel hebben ingenomen. Voor garagehouder Joseph Hörter uit ’s-Gravenzande is het geen verrassing meer als hij eind 1947 met zijn gezin uit Mariënbosch terugkeert. Ze hebben direct na de bevrijding al even vastgezeten. Bij vrijlating toen bleek hun woning in de Sand-Ambachtstraat door de gemeentearchitect te zijn bezet. De Hörters moesten en moeten opnieuw elders kamers huren.

De ‘rooie’ freule Christine Wttewaal van Stoetwegen (CHU). ‘Wat de Duitsers ons in en door de oorlog hebben aangedaan, is nooit meer goed te maken. Het is echter onbillijk om daarvoor de hier woonachtige Duitsers te laten boeten.’ (Anefo/Nationaal Archief)

Concentratiekamp

In Mariënbosch, een voormalig demobilisatiekamp voor Canadese militairen, worden de Duitsers groepsgewijs ondergebracht in halfronde nissenhutten van golfplaten, achter prikkeldraad.
Er is plaats voor maximaal achthonderd mensen. Omdat de uitzetting van begin af aan stagneert, zit het kamp snel mudvol, hetgeen tot beroerde omstandigheden leidt. ‘Doorgangskamp werd concentratiekamp’, kopt dagblad De Tijd in mei 1947. Een jaar later bericht De Volkskrant, verwijzend naar interneringsoorden voor collaborateurs: ‘De kampen van Vught, Amersfoort en Westerbork zijn ware villaparken hierbij vergeleken.’

Teruggekeerd in Duitsland, op zoek naar onderdak en een nieuw leven. (Foto Richard Peters/Wiki Commons)

Gezinnen vormen in Mariënbosch de grootste groep. Het regeringsbeleid wil dat niet alleen het Duitse gezinshoofd het land uit moet, maar ook diens echtgenote en kinderen, in Nederland geboren of niet. Want, zo luidt de achterliggende gedachte, een gezin mag niet uiteengerukt worden. Het is een politiek die navrant genoeg echtscheidingen stimuleert. Nederlandse vrouwen hopen dankzij een breuk voor de bühne hier te kunnen blijven, met hun kinderen. Hereniging met manlief volgt later wel weer.
De regering verruimt van begin af aan de mogelijkheden voor Duitsers om in Nederland te blijven. Dat gebeurt deels onder druk van een vooral roomse lobby. Zowel de Katholieke Kerk als verwante media en politici uiten zich kritisch over het uitzettingsbeleid. KVP-minister Van Maarseveen krijgt een telegram van ‘zijn’ kardinaal Jan de Jong die de aanpak strijdig vindt ‘met de christelijke naastenliefde’. Kerkelijke organisaties protesteren op diverse manieren.
Vrijdag 28 mei 1948 hekelt De Volkskrant de absentie van de rechter in de hele procedure: ‘De grootste oorlogsmisdadigers worden in de gelegenheid gesteld hun daden te verantwoorden voor een Nederlands gerechtshof. Ze kunnen zich van een spitsvondige verdediger voorzien, maar deze mensen, die stuk voor stuk zeer kleine gevallen zijn, worden zonder vorm van proces uit hun huizen gehaald, ze worden achter prikkeldraad gezet en enige weken daarna naar Duitsland gedirigeerd, waar ze op geen stukken na weten, hoe zij er terecht zullen komen.’

Johan van Maarseveen (KVP) bekleedt tussen 1946 en 1951 verschillende ministersposten: eerst Justitie, later Binnenlandse Zaken, daarna Uniezaken en Overzeese Rijksdelen. (Foto J.D. Noske/Anefo/Nationaal Archief)

De ellende ten prooi

Dat weet Tweede Kamerlid Christine Wttewaal van Stoetwegen (CHU) wél. Met vele andere protestanten steunt zij op den duur het protest. In Duitsland, betoogt de freule, ‘zijn er geen huizen, is er geen kleding, er is geen eten, er is helemaal niets voor hen die jarenlang uit het land geweest zijn. Zij kunnen er geen bestaan meer opbouwen, zij zijn aan armoede en ellende ten prooi’. Wttewaal vervolgt: ‘Wat de Duitsers ons in en door de oorlog hebben aangedaan, is nooit meer goed te maken. Het is echter onbillijk om daarvoor de hier woonachtige Duitsers te laten boeten.’ Waarom die mensen in een kamp als Mariënbosch onderbrengen als ze Duitsland toch niet in mogen? Van een sluitend akkoord met de geallieerden lijkt immers geen sprake.
Er zijn ook andere geluiden. Wat de voormalige verzetskrant Het Parool betreft kunnen er niet genoeg Duitsers worden weggestuurd. ‘Mensen vergeten snel, al te snel. Zij vergeten, hoe gemakkelijk de overweldigende meerderheid der onder onze gastvrijheid genietende Duitsers tussen 1940 en 1945 “Heil Hitler” riep.’ Nederland heeft volgens de krant te weinig geleerd en te veel vergeten. ‘Al te goed is buurmans gek.’
Twan van den Brand

Openingsbeeld: De nissenhutten, gemaakt van golfplaten, in Kamp Mariënbosch. Dagblad De Tijd constateert: ‘Doorgangskamp werd concentratiekamp’. (Foto Theo van Namen Homan/Anefo/Nationaal Archief)

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder