Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Spaanse Burgeroorlog ontbrandt

15 maart 2022 Siebrand Krul

Als het Spaanse koloniale leger in Marokko rebelleert, neemt Madrid dat niet te hoog op. Men denkt het brandje snel te kunnen blussen, maar een paar weken later staat heel Spanje in lichterlaaie. Maar de opstand van de generaals in Spaans-Marokko op 17 juli 1936, tegen de republikeinse regering, is meer dan een lokale oprisping. De strijd, ook tegen de meerderheid van de legerofficieren, laar zich niet bedwingen. Om Toledo ontbrandt een verwoede strijd die het land zal ontwrichten.

Eerst klinkt er geronk van motoren, dan zien ze het vliegtuig. Om tien uur ’s morgens op 21 juli 1936 werpen soldaten en rijkswachten in het Alcazar van Toledo bange blikken in het luchtruim. Een vliegtuig van de re-publikeinen cirkelt boven de 18de-eeuwse vesting. Op deze rots hadden de Romeinen al een castellum ge-bouwd, in de Middeleeuwen stond er een burcht en sinds 1875 is hier de militaire academie van de land-macht gevestigd. Iedereen rent naar de beschutting van de dikke muren – er is vast een luchtaanval op han-den! Maar als het driemotorige vliegtuig z’n luiken opent, regent het geen bommen maar strooibiljetten. Daarin roepen de republikeinen de coupplegers op zich over te geven en het fort over te dragen aan de geko-zen regering.

Gonzalo Queipo de Lliano Sierra.

Drie uur eerder hebben kolonel José Moscardó, de militaire gouverneur van Toledo, en zijn staf de regering in Madrid de oorlog verklaard en de stad bezet. Daarmee sluiten ze zich aan bij de generaals die op 17 juli 1936 in Spaans-Marokko tegen de republikeinse regering in opstand zijn gekomen. Met de afgesproken boodschap ‘boven heel Spanje een wolkenloze hemel’, die ze vanuit Ceuta de ether in stuurden, ontketenden ze een grootscheepse opstand. De meeste generaals blijven de republiek trouw, maar in de provincie Toledo krijgen de opstandelingen direct de steun van het leger.
Na de strooibiljetten grijpen de republikeinen naar drastischere middelen. Even na het middaguur trekken 3.000 militairen op naar Toledo. In het Alcazar, de bovenstad van Toledo, bereiden de putschisten zich voor. Ze zijn met ongeveer 1.200 man. Onder hen ook cadetten, soldaten uit de regio, enkele vrijwilligers. Daar-naast zijn er 800 man van de Guardia Civil, de Spaanse rijkswacht. Die omvat 33.500 man, van wie zich on-geveer de helft bij de opstand heeft aangesloten.

Emilio Mola.

Het grote gebied rond Toledo is echter geheel in republikeinse handen. De stad waar de coupplegers zich verschanst hebben, is omsingeld door legereenheden en milities van het Volksfront. In de vesting bevinden zich nog veel vrouwen van de soldaten. Verder zijn er vijf nonnen en zo’n 200 kinderen. Allemaal zullen ze weldra aan den lijve ondervinden wat het betekent dat ze zich aan de kant van de opstandige generaals be-vinden.
Op dag één van de belegering zetten nog drie vliegtuigen koers naar het Alcazar. Dit keer komt het wel tot een bombardement. Nog diezelfde nacht heroveren republikeinse eenheden de stad. Alleen de vesting op de rots blijft in handen van de opstandelingen.

Francisco Franco.

Herhaaldelijk vallen vliegtuigen de vesting aan, bommen slaan steeds meer gaten in de muren en ook huizen rond de vesting raken zwaar beschadigd. Daarnaast zijn er artilleriebeschietingen. In een olijfgaard ten noor-den van Toledo hebben de republikeinen een batterij ingericht. Verder houden tal van scherpschutters het vizier op het Alcazar gericht, klaar om op iedereen te schieten die zich daar vertoont.
In de vesting valt na een bominslag de stroom uit, ook de waterleiding raakt onklaar. In de voorraadkamers doen zich al gapende leegtes voor. Drinkwater moet nu komen uit een zwembad en drie oude cisternen.
Kolonel José Moscardó, die de verdediging leidt, gaat uit van een belegering van hoogstens enkele dagen. Hij zet z’n kaarten op generaal Francisco Franco, die vanuit de Extremadura zou moeten oprukken om Tole-do te ontzetten, maar daarin vergist Moscardó zich.

Heinrich Himmler bezoekt de burcht van Toledo.

Het zit de coupplegers namelijk aanvankelijk helemaal niet mee. Een van hun eerste zetten loopt zelfs uit op een fiasco: als beoogd opstandelingenleider, generaal José Sanjurjo Sacanell, die in 1932 al een keer gepro-beerd had de democratie de nek om te draaien, zich op 20 juli vanuit zijn Portugese ballingsoord bij de op-standelingen wil voegen, stort zijn vliegtuig neer. Nu neemt een triumviraat van de generaals Emilio Mola, Francisco Franco en Queipo de Llano het heft in handen. Op 24 juli installeren ze in Burgos een tegenrege-ring, de Junta de Defensa Nacional. De generaals genieten de steun van de katholieke CEDA, de ultracon-servatieve, monarchistische carlisten en van de fascistische Falange Española.

Door Italië gestuurde soldaten die de nationalisten ondersteunen.

De Spaanse regering van het Volksfront en gematigder linkse krachten komt in het geweer en probeert overal in het land de tegenkrachten te mobiliseren. Zij heeft grote delen van het leger en de marine achter zich. In Madrid, Barcelona en andere grote steden weten de republikeinen de coupplegers al na korte tijd te verslaan. En zo is ruim driekwart van het land in handen van regeringsgetrouwen – alleen enkele provincies in het zuiden en noordwesten hebben ze aan de tegenpartij moeten laten.
Maar nu de staatsgreep op een mislukking dreigt uit te lopen, mengen het fascistische Italië en het nazistische Duitsland zich in het conflict. Ze sturen de generaals manschappen, materieel en wapens. Nog in juli zetten Duitse en Italiaanse schepen en vliegtuigen Franco-getrouwe troepen over van Noord-Afrika naar Spanje. Zo krijgen de opstandelingen er in korte tijd alleen al 15.000 vreemdelingenlegionairs en Regulares, Marokkaanse hulptroepen, bij voor hun strijd tegen ‘het rode gevaar’.
Hitler stuurt het ‘Legion Condor’ naar Spanje, dat zich al snel onderscheidt door oorlogsmisdaden als het bombardement op Guernica. Mussolini stuurt Franco 75.000 ‘vrijwilligers’. Samen vormen de Italianen het Corpo Truppe Volontarie.

Democratisch geregeerde landen als Frankrijk en Groot-Brittannië blijven daarentegen bij hun niet-inmengingsbeleid en bieden de regering in Madrid nauwelijks steun. De Spaanse communisten krijgen steun uit de Sovjet-Unie, maar die arriveert laat en is ook geringer in omvang dan de wapenleveringen die het vijandelijke kamp uit Duitsland en Italië ontvangt. De republikeinen moeten het dan ook vooral hebben van de duizenden vrijwilligers uit het buitenland, die hun in Internationale Brigades bijstaan in de strijd. Toch wordt het Volksfront langzaam in de verdediging gedrongen. Franco’s troepen slagen in de ene verovering na de andere.
In Toledo wachten kolonel Moscardó en de zijnen echter wekenlang vergeefs op hulp. De republikeinen proberen hen uit te hongeren. Er is haast geen chloroform meer om gewonden bij operaties te verdoven. Gra-naatsplinters en kogels worden nu meestal zonder verdoving uit de lichamen verwijderd. Eén keer slaagt een vliegtuig van de opstandelingen erin om kisten met blikvoeding boven de vesting af te werpen. Evengoed worden de rantsoenen steeds krapper. Onder groot gevaar weet een stoottroep in een pakhuis in de buurt van de vesting meel buit te maken. De belegeraars laten uit luidsprekerwagens smadelijke teksten op de verdedigers neerdalen en stellen overlopers koel bier en malse biefstukken in het vooruitzicht. Uiteindelijk is er een aantal mannen dat zich ’s nachts aan touwen van de vestingmuren laat zakken en overloopt naar de republikeinen.
Hauke Friederichs

Openingsbeeld: Verdedigers van het Alcazar van Toledo.

Lees ook de andere helft van dit schokkende verhaal, plus nog veel meer over de Spaanse Burgeroorlog, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder