Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

George Orwell in Spanje

15 maart 2022 Siebrand Krul

Als de schrijver George Orwell de stationshal in Barcelona verlaat, springen hem van de gevels hamer en sik-kel in het oog. Van de daken hangen zwart-rode vlaggen en schoenpoetsers hebben hun kistjes in die kleuren geschilderd. Bordjes in etalages melden dat de winkels gecollectiviseerd zijn. In het hotel wil Orwell de lift-jongen een fooi geven, maar de hotelmanager wijst hem erop dat dat ongepast is. Kelners spreken hem niet aan met ‘señor’ of ‘don’, maar met ‘kameraad’ of simpelweg ‘je’. Alle mensen lijken elkaar als gelijken te behandelen.

Orwell is eind december 1936 naar Spanje gekomen om voor Engelse tijdschriften over de burgeroorlog te schrijven. En nu bevindt hij zich in een stad waar de milities de macht overgenomen hebben. ‘Je kreeg het gevoel als bij toverslag in een tijdperk van gelijkheid en vrijheid beland te zijn’, schrijft Orwell. ‘Mensen probeerden zich als mensen te gedragen en niet als een radertje in de kapitalistische machine.’ En dat is iets wat waard is om voor te vechten, vindt hij. Het duurt dan ook niet lang voor hij zich als vrijwilliger aanmeldt hij de militie van de revolutionaire arbeiderspartij Partido Obrero de Unificación Marxista (POUM).

De pasfoto van Eric Blair (zoals Orwell formeel heette) in zijn paspoort gedurende zijn tijd in Birma. Het was de laatste keer dat hij zich met zo’n tandenborstelsnor etaleerde; hij ruilde die in voor een ‘potloodsnor’, zoals Britse officieren in Birma die vaak droegen.

Wat hij in de dan volgende zes maanden meemaakt, tekent Orwell op in zijn boek Saluut aan Catalonië (Homage to Catalonia). Hij schrijft over heldendaden en luizen in zijn ondergoed, over schotwonden en verveling, kameraadschap en verraad. Het is misschien wel het fascinerendste boek over de Spaanse Burgeroorlog. Hij is zelf socialist, hoewel afkomstig uit de betere middenklasse. Zijn vader werkt als ambtenaar in het koloniale bestuur van Brits-Indië, zijn moeder stamt uit een koopmansfamilie. Dankzij een beurs kan hij het elite-internaat van Eton bezoeken. Op z’n 19de reist hij naar het tegenwoordige Myanmar, dat toen nog deel uitmaakte van Brits-Indië. Hij krijgt er een post bij de politie. Hij heeft 200 man onder zich en heeft inlandse bedienden die voor hem wassen, koken en schoonmaken. Maar hij verveelt zich al snel. En de executies waarmee de Britten de bevolking proberen te disciplineren stuiten hem tegen de borst. Hij vlucht in romans als Tolstois Oorlog en vrede.

Teatro Principal waar Orwell gedurende de meidagen van 1937 in Barcelona verbleef.

In 1927 hangt Orwell zijn politieuniform aan de wilgen en keert hij terug naar Europa. Hij probeert van zijn pen te leven, trekt naar Londen, daarna Parijs, vermomt zich als dakloze, sappelt in de spoelkeuken en schrijft daar een boek over. Om zijn familie geen schade te berokkenen publiceert hij zijn Down and out in Paris and London niet onder zijn burgerlijke naam Eric Arthur Blair, maar onder het pseudoniem George Orwell: de voornaam is geleend van de toenmalige koning George V en de Orwell is een rivier in het graafschap Suffolk, waar zijn familie woont. Hij schrijft ook een roman over het koloniale bestuur in Brits-Indië en een rapportage over de armoede in de Noord-Engelse industriesteden. De arbeidersbeweging is lyrisch over zijn werk, maar toch kan hij niet rondkomen van het schrijven. Daarom heeft hij ook een baantje in een boekhandel, doceert Engels en begint met zijn vrouw Eileen een dorpswinkeltje op het Zuid-Engelse platteland.

Aan zijn periode als boekverkoper herinnert een plaquette aan die voormalige boekhandel in Hampstead.

Rond het midden van de jaren dertig houdt Orwell zich bezig met het opkomende fascisme. In Italië is Mussolini aan de macht, in Duitsland Hitler. En in 1936 komen Spaans-Marokkaanse legereenheden onder generaal Franco in opstand tegen de gekozen Spaanse regering. Anders dan in Italië en Duitsland ontstaat er in de grote steden gewapend verzet tegen de reactionaire krachten. Linkse milities houden Barcelona, Madrid, Valencia en Bilbao en het omringende land in handen. Veel van de militieleden willen niet slechts de republiek verdedigen, maar ook een sociale omwenteling teweegbrengen. In Catalonië, de streek rond Barcelona, collectiveren ze boerderijen, woningen en fabrieken. Maar tegelijkertijd woedt er een oorlog. Op tal van frontsectoren winnen Franco’s troepen terrein dankzij wapenleveranties uit Hitler-Duitsland en fascistisch Italië.
Als Orwell zich eind december 1936 voor militaire dienst in de Leninkazerne in Barcelona meldt, zijn er geen geweren om mee te oefenen. Met zijn 33 jaar en 1,88 meter is hij ouder en groter dan de meeste anderen – velen van hen zijn tieners uit de Barcelonese sloppenwijken. Als voormalig politieman weet hij in elk geval al wel hoe hij met wapens om moet gaan.

Het boek dat Orwell over zijn Spaanse tijd schreef.

Na een week exerceren wordt de eenheid de bergen van Aragon ingestuurd. Orwell krijgt een roestig, veertig jaar oud geweer. In zijn frontsector in de buurt van Sierra de Alcubierre houden fascisten en republikeinen elkaar op tegenover elkaar gelegen heuvelruggen in het vizier. Orwell acht de slagkracht van zijn eenheid niet erg groot. ‘Twintig padvinders met luchtbuksen hadden onze stelling stormenderhand in kunnen nemen,’ schrijft hij, ‘misschien twintig padvindsters met badmintonrackets ook wel.’ Maar de fascisten wagen geen aanval, omdat het ook hun aan munitie en artillerie ontbreekt. De winter brengt storm en regen, afgewisseld met vorstperioden. Overdag sprokkelen de mannen hout voor hun kampvuur, ’s nachts lopen ze wacht en zitten tandenklapperend in hun schuttersputjes.
Als het warmer wordt dienen zich luizen in Orwells onderbroek aan. ‘Ze vermeerderden zich veel sneller dan ik ze kon pletten,’ herinnert hij zich. Ook een sprong in een smeltwaterbeek brengt geen soelaas. In april wordt de eenheid, met daarin een aantal Britten, verlegd. Orwell meldt zich voor een nachtelijke aanval op vijandelijke posities, bedoeld om de tegenstander tot een troepenconcentratie te verleiden die de republikeinen elders in overtal moet brengen.
Martin Pfaffenzeller

Openingsbeeld: Orwell sprak vaak voor de micorfoon van de BBC, maar geen enkele toespraak is bewaard gebleven.

Lees ook de andere helft van dit schokkende verhaal, plus nog veel meer over de Spaanse Burgeroorlog, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder