Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De hel van Dresden

15 maart 2022 Siebrand Krul

In de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog werd de Oost-Duitse stad Dresden tot puin gereduceerd, waarbij tienduizenden doden vielen en een bittere discussie ontstond over de vraag of de aanval gerechtvaardigd was of dat het een oorlogsmisdaad was. De vuurstorm die de Amerikanen en vooral Britten veroorzaakten was bewust gericht tegen de burgerbevolking. Was in Amerika kritiek op het platbombarderen van Duitse steden – vanwege het morele aspect – het Verenigd Koninkrijk stuurde onophoudelijk bommentapijten, ook al was allang duidelijk dat het effect averechts was.

Dresden is de hoofdstad van de deelstaat Saksen, gelegen aan de rivier de Elbe. Het was een cultureel centrum, met beroemde bezienswaardigheden als de Frauenkirche, en werd het Florence van de Elbe genoemd.
De geallieerden wisten dat de stad snel zou worden ingenomen door de Russen, wat een argument kon zijn voor de verwoesting. En dan niet om het de Russen makkelijker te maken, integendeel, de Koude Oorlog wierp haar schaduw vooruit. De Russische legers stuwden een enorme stroom vluchtelingen voor zich uit, die in onder meer Dresden een goed heenkomen dachten te vinden. De geallieerden wisten dat. De meeste schattingen van de bevolkingsomvang ten tijde van de verwoesting gaan uit van 650.000.

Dresden, maart 1945.
De verwoeste stad, gezien van het stadhuis, 1945.
Het voormalige stadshart, opnieuw vanaf het stadhuis gezien, tien jaar later, 1955. Dresden lijkt verdwenen.

Begin 1945 kwamen geallieerde commandanten bijeen om ‘Thunderclap’ te plannen, een nieuw plan om Duitsland strategisch te bombarderen, met name om het moreel te breken, ook al wist de legerleiding intussen dat de reactie van de bevolking omgekeerd evenredig was: het verzet werd juist feller. Het argument dat bombarderen het einde van de oorlog zou versnellen, bleef staan. Hier speelde de Britse havik ‘Bomber’ Harris een grote rol.
Op 27 januari 1945 stuurde Sir Archibald Sinclair van de RAF Churchill de aanbeveling om Berlijn, Dresden, Chemnitz, Leipzig, en andere grote steden te treffen. Dat was inmiddels technisch mogelijk; tot voor kort kwamen de geallieerde vliegtuigen zo ver niet. Nu werden ook Breslau en zelfs Königsberg doelwit.
Het bombardement op Dresden begon in de nacht van 13 op 14 februari, toen 796 Britse Lancaster- en negen Mosquito-vliegtuigen opstegen en 1.478 ton explosieven en 1.182 ton brandbommen afwierpen bij de eerste bombardementen en 800 ton bij de tweede run.

Het standbeeld van Maarten Luther voor de ruïne van de Frauenkirche, 1945.
De vernielde Frauenkirche en de koepel van de Kunstakademie.
Dresden in puin, 1945.

De brandbommen bevatten brandbare chemicaliën zoals magnesium, fosfor of vaseline/napalm. Door de extreme temperaturen die hierdoor werden veroorzaakt ontstonden enorme branden en luchtstromingen, eigenlijk vacuüms waar vluchtende mensen in werden gezogen en letterlijk gekookt. Door de oorlog van Rusland in Oekraïne blijkt weer de beestachtigheid van dit type wapens.
Drie uur later lieten 529 Lancaster bommenwerpers 1.800 ton bommen vallen. De volgende dag lieten 311 Amerikaanse B-17 bommenwerpers 771 ton bommen vallen, terwijl de escorte van Mustang-jagers alles wat op de straten bewoog beschoot, om het even vluchtelingenstromen of voertuigen.

Bewoners aan het puinruimen, 1946.
Hoofd voorlichting Heinz Grunewald, burgemeester Walter Weidauer en architect C. Herbert bespreken plannen voor de wederopbouw, 1946.
Gustav en Alma Piltz aan het puinruimen, 1946.

Margaret Freyer, een inwoner van Dresden, herinnerde zich: De vuurstorm is ongelooflijk, er wordt ergens om hulp gevraagd en geschreeuwd, maar overal is één enkele inferno. Links van mij zie ik ineens een vrouw. Ik kan haar tot op de dag van vandaag zien en zal het nooit vergeten.
Ze draagt een bundel in haar armen, het is haar baby. Ze rent, ze valt en het kind vliegt in een boog het vuur in… Krankzinnige angst maakt zich van me meester en vanaf dat moment herhaal ik een simpele zin voor mezelf: ‘Ik wil niet dood branden’.

Gustav en Alma Piltz, 1946.
Vrouwen ruimen brokstukken van de kathedraal, 1946.
Herstelwerk aan de Zwinger, 1946.

Lothar Metzger, een andere inwoner van Dresden die toen nog maar negen jaar oud was, herinnert zich: We herkenden onze straat niet meer. Vuur, alleen vuur waar we ook keken. Onze vierde verdieping bestond niet meer. De gebroken overblijfselen van ons huis stonden in brand. Op straat waren brandende voertuigen en karren met vluchtelingen, mensen, paarden, allemaal schreeuwend en schreeuwend uit angst voor de dood. Ik zag gewonde vrouwen, kinderen, oude mensen een weg zoeken door ruïnes en vlammen…. De hele tijd wierp de hete wind van de vuurstorm mensen terug in de brandende huizen waaruit ze probeerden te ontsnappen. Ik kan deze verschrikkelijke details niet vergeten. Ik kan ze nooit vergeten.

Vrouwen ruimen puin van de kathedraal, 1946.
Het opbouwen van een schaalmodel van de stad zoals die er in 1958 uit zou kunnen zien als de Russische werklui de klus klaren, 1946.
Bewoners aan het puinruimen, 1946.

De geallieerde doelen waren gericht op de totale vernietiging van gebouwen: de hoogexplosieve bommen legden eerst de houten draagconstructies ervan bloot, daarna deden de brandbommen het hout in brand steken en ten slotte volgden verschillende explosieven om de brandbestrijdingsinspanningen te belemmeren.
De resultaten waren verwoestend. 24.866 van de 28.410 huizen in de binnenstad van Dresden werden verwoest, waaronder veel scholen, ziekenhuizen en kerken. Schattingen van het aantal doden variëren van 25.000 tot meer dan 60.000 (het officiële Duitse rapport vermeldde 25.000, geschat met 21.271 geregistreerde begrafenissen).

De wederopbouw van Dresden; de kathedraal in 1946.
Vrouwen geven elkaar metselstenen door, 1946.
Het repareren van een vernield standbeeld, 1949.

Toen de Tweede Wereldoorlog voorbij was, begonnen de overlevenden van de Dresden aan de ontmoedigende taak om hun stad schoon te maken en weer op te bouwen. Jarenlang hebben de vrijwilligers het puin met de hand opgeruimd en afgevoerd.
Veel van de belangrijke historische gebouwen van de stad werden gereconstrueerd, waaronder de Semper Opera en het Zwingerpaleis, hoewel het stadsbestuur ervoor koos om grote delen van de stad opnieuw op te bouwen in een ‘socialistisch-moderne’ stijl, deels om economische redenen, maar ook om te breken uit het verleden van de stad als koninklijke hoofdstad van Saksen en bolwerk van de Duitse bourgeoisie.

Dresden in 1956.
Schapen grazen naast de ruïne van de Frauenkirche, 1957.
Dresden in 1961.

Sommige ruïnes van kerken, koninklijke gebouwen en paleizen, zoals de gotische Sophienkirche, het Alberttheater en het Wackerbarth-Palais, werden in de jaren vijftig en zestig door de Sovjet- en Oost-Duitse autoriteiten met de grond gelijk gemaakt in plaats van gerepareerd. De Frauenkirche, het iconische middelpunt van de stad, werd pas zo’n zestig jaar na de oorlog volledig herbouwd. In vergelijking met West-Duitsland zijn de meeste historische gebouwen herbouwd.
Bron: Rare historical photos/fotocredits: Ullstein Bild. Keystone Features, Hulton Archive, Getty Images, ww2db.com

Een schaalmodel van een geplande reconstructie, 1969.
Dresden in 1969.

Openingsbeeld: Bewoners en trams door de puinhopen, 1946.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder