Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Offermes in maanlicht: druïden

16 februari 2022 Siebrand Krul

Elk jaar als in november de halve maan aan de hemel staat, trekken druïden de bossen in. Ze dragen baarden en zijn gehuld in witte gewaden. Op een open plek maken ze halt voor een eik. Een van hen klautert langs de stam omhoog. Tot aan een maretak die uit een tak van de eik groeit – een geneeskrachtige plant, bij voorkeur te vinden aan de eik, boom der goden. Ze zijn heelkundigen, filosofen en geloven in reïncarnatie. Tegelijkertijd brengen ze op grote schaal mensenoffers. Wie waren de druïden werkelijk?

Nu haalt de druïde zijn gouden sikkel (falx) tevoorschijn en snijdt de maretak ermee af. De anderen hebben intussen een wollen doek uitgespreid en vangen de plant daarin op. Vervolgens worden er twee stieren bijgehaald. Hun hoorns worden aan elkaar gebonden en dan snijdt men hun de keel door. Het bloed spat op de eikenstam en op de witte gewaden. De druïden danken de goden voor de maretak en smeken geluk en vruchtbaarheid af.
Zo beschrijft een Romeinse geleerde de ceremoniële oogst van maretakken. Het is een van de weinige berichten over de geheimzinnige religie van de Kelten en hun priesters. Sindsdien zien wij dankzij fictieve figuren als Merlijn en Panoramix druïden hoofdzakelijk als vertegenwoordigers van de witte magie en bereiders van toverdrank. En dan zijn er nog new-age-aanhangers die hen als natuurfilosofen avant la lettre beschouwen. Veel historici zien echter ook een duistere kant en spreken van mensenoffers. Wie waren de druïden werkelijk?

Een druïde in het gewaad van zijn rechtsprekende status. Uiteraard zijn alle druïde-voorstellingen fantasieën.

Vast staat dat ze in elk geval vanaf de 5de v. Chr. in kleine groepen door de wouden van Gallië trokken en daar de stam- en oorlogsgod Teutates, de handelsgod Esus en de dondergod Taranis vereerden, bij voorkeur op gewijde plaatsen in eikenbossen. Afgezien van enkele graven hebben de druïden uit deze tijd nauwelijks sporen nagelaten. Bijna alles wat we tegenwoordig over hen weten, is afkomstig van hun vijanden: de Romeinen en de Grieken. Zelfs hun naam is afgeleid van een Grieks woord: ‘drys’ (eik) – dus ‘eikenpriesters’.
Als Caesar in 58 v. Chr. als proconsul naar Gallië komt, staat de druïdencultuur er in bloei. Caesar schrijft in zijn verslag De bello gallico (De Gallische oorlog) vooral over hun opleiding: families dragen hun kinderen al vroeg over aan de religieuze broederschappen. Zo blijft de jongens het leven van een krijger bespaard en kunnen ze opklimmen in de maatschappij. In grotten of diep in het woud maken de novicen zich grondig vertrouwd met de mythen en riten van de Keltische religie en verwerven ze de kennis van de geneeskrachtige werking van planten.

‘The druids; or the conversion of the Britons to Christianity’. Gravure van S.F. Ravenet, 1752, naar F. Hayman.

De druïden houden er voorstellingen over de herkomst van de mens op na en geloven dat de ziel na de dood in een ander lichaam overgaat. ’s Nachts observeren ze de sterrenhemel, ze stellen kalenders op met schrikkeldagen erin. Men vermoedt dat ze grondbeginselen van de meetkunde beheersen en enkelen van hen zijn het Griekse schrift meester.
Maar volgens Caesar is het druïden niet toegestaan hun kennis op schrift te stellen. Dat verklaart waarom er zo weinig over hun denkwereld is overgeleverd. Ze zien zichzelf als een hechte elite, machtig door een kennis die alleen in eigen kring gedeeld wordt.

Een Gallische druïde maakt op allegorische wijze de weg vrij voor Romeinse soldaten. Het beeld staat bol van de symboliek van het openen van Gallië voor de Romeinen.

Na een opleiding van twintig jaar mag een novice zich druïde noemen. Dit is het begin van een loopbaan in de hoogste lagen van de bevolking. De druïden kiezen de stamoversten, soms nemen ze zelf die positie in. Ze betalen geen belasting, juridische geschillen worden aan hun voorgelegd, ze beslissen over erfenis- en erfscheidingskwesties. Wie zich niet aan hun oordeel houdt, wordt uitgesloten van de offerplechtigheden. Dat staat gelijk aan een uitstoting, want op wie niet offert rust een vloek. De druïden fungeren ook als diplomaten, beëindigen oorlogen tussen Keltische stammen of sluiten bondgenootschappen tegen de Romeinen.

Mensenoffers. Uit Cornelius Tacitus, Hugo de Groot (1583-1645), Antiquitates Germanicæ (Hoogduitsche oudtheden). Waar in de gelegentheid en zeeden der Germaanen, beschreeven door Tacitus, naaukeurig verklaart, en met printverbeeldingen opgeheldert worden: benevens H. Grotius verhandeling van de oudtheid der Batavische republyk. Hoogduitsche oudtheden. Hugo de Groots Verhandeling van de outheidt der Batavische, nu Hollandsche republyk.

Van slechts één druïde is de naam overgeleverd en dan ook nog in geromaniseerde vorm: Diviciacus, leider van de Haeduers, woonachtig tussen waar nu Parijs en Lyon liggen. In 58 v. Chr. vraagt hij Caesar om steun tegen de Keltische Helvetiërs en de Germanen. Caesar stemt toe. Het is het begin van de Gallische Oorlog.
Tijdens een bezoek aan Rome wordt Diviciacus door Cicero ontvangen. Ze praten over de waarzeggerskunst, over Gallië en vast ook over de wijnhandel. Cicero looft de filosofische kennis van zijn gast. Andere Romeinse en Griekse geleerden vermoeden in de Kelten zelfs de uitvinders van de filosofie, van wie later Grieken als Pythagoras de invloed ondergingen. Bewijzen daarvoor ontbreken.

Druïden roepen de Britons op om zich te verzetten tegen de landing van Romeinse troepen. Uit Cassell’s History of England, Vol. I.

Net als de Romeinen en Grieken offeren de Kelten stieren en varkens aan de goden, maar diverse klassieke bronnen beweren dat ze ook mensen doodden. De Griekse geleerde Diodorus schrijft: ‘Ze wijden een mens tot offer en stoten hem boven het middenrif een mes in het lijf. Als de geofferde ter aarde stort, leiden ze de toekomst af uit de manier van vallen, de spasmen van het lichaam en het uitstromen van het bloed.’ Caesar schrijft dat de Kelten grote beelden van hout maken, er krijgsgevangenen, dieven maar ook onschuldigen in opsluiten en ze dan in brand steken.
Frederik Seeler

De ‘Order of Druïds’, met op de achtergrond het vaak aan druïden gelinkte Stonehengemonument. Het openingsbeeld is hiervan een detail.

Neo-druïden

Elk jaar trekken honderden mensen voor de winterzonnewende naar de steencirkel van Stonehenge. Ze noemen zich neodruïden, tovenaars of ingewijden, zien in de stenen een gebalde kracht die oeroude energie los kan maken. Ze voeren er rituelen met maretakken uit, dansen en nemen plantaardige hallucinogenen.
De fascinatie voor Keltische cultuur dateert uit de 16de eeuw. De Engelse en Franse intelligentsia van toen las weer wat de klassieken over hun Keltische ‘voorouders’ schreven. In het druïdenschap zag men de eigen humanistische inslag bevestigd. In de 19de eeuw wekt de afkeer van industrialisering en kapitalisme een verlangen naar spiritualiteit. Oude natuurreligies staan in de belangstelling. In Engeland worden druïdenordes opgericht die eiken planten en naar aardstralen zoeken. In de jaren zeventig raken hippies in de ban van de druïden en gaan samen in het bos mediteren. Moderne occultisten trekken nog altijd naar plaatsen als Stonehenge, ook al is de steencirkel al in het Neolithicum ontstaan, lang voordat er druïden bestonden.
In 2010 werd het druïdengeloof in Engeland als officiële religie erkend. Daardoor hoeven de moderne druïden, net als hun illustere voorgangers, geen belasting over inkomsten en giften meer te betalen.

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer over de Kelten, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder