Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Kelten op de Kemmelberg

16 februari 2022 Siebrand Krul

In Vlaanderen zijn Romeinse en middeleeuwse erfgoedsporen gemeenzaam bekend. Maar ook buiten Tongeren, Oudenburg en Brugge herbergt de ondergrond relicten uit de Keltische periode. Naast Asse (Borchstadt), Gooik (Kesterheide) en Leuven (Kesselberg) zijn ook in de streek die bekend staat als het West-Vlaamse heuvelland met uitlopers naar de Scheldevallei toe Keltische sporen teruggevonden.

In Kooigem (Kortrijk) werd nabij het huidige bos een Keltisch oppidum teruggevonden dat een uitzicht had op de Scheldevallei maar nadien onder een Romeins kamp verdween.
De belangrijkste site met Keltische sporen in West-Vlaanderen is de Kemmelberg in de gemeente Heuvelland. Net als in Kooigem is het een strategische hoogtenederzetting die al voor de Keltische periode permanent werd bewoond. De geologie van de 154 meter hoge heuvel maakte het tot een zeer interessante locatie. Wisselende ijzerzandsteen en kleilagen doen bronnen in de heuvel ontspringen zodat er dus drinkbaar water nabij was. Tijdens de opgravingen werden er geen waterputten gevonden. Bronnen waren aanwezig nabij de 140 meter-hoogtelijn, de zone waar de ijzerzandsteen op een dunne kleilaag stoot. Vooral aan de zuidrand van het plateau wijzen bronnen op de start van de Douvebeek. Die beek was tot enkele kilometers verder bevaarbaar voor kleine schuiten en mondt uit in de Leie. Ook de IJzer is relatief kortbij.

Randscherf van een dunne, geknikte beker met fraaie geometrische versiering. (Foto Luc Verhetsel)

De verdedigingswerken met een uitgebreide wal-grachtcombinatie hebben ondanks de menselijke ingrepen en natuurlijke erosie genoeg sporen achtergelaten. In tegenstelling tot andere heuvelforten is het geen uniforme verdedigingswal. De topografie van de heuvel maakt dat op de steilere hellingen van de noordzijde een divers systeem van grachten en wallen werd aangelegd zodat een terrasvormige zone ontstond. Op de minder steile flanken aan de zuidwestelijke zijde kon een gewone gracht op de helling en een aarden wal aan de rand van de nederzetting geconstrueerd worden.

De Kemmelberg. (Chris Vandevorst)

De westelijke grachten werden tussen de 138-140 meter-hoogtelijn gegraven en de aarden wal tussen de 144-148 meter-hoogtelijn opgeworpen. De aarden wallen werden verstevigd met hout en ijzerzandsteen die uit de grachten waren gekomen. Wallen, grachten en palissades werden verschillende keren verplaatst en bijgewerkt. Dit gebeurde bovenaan de steile helling, met grachten die soms tien meter breed waren en vier tot vijf meter diep. Houten palissaden werden in kleipakketten ingegraven, wellicht voor een betere bewaring en steviger positionering.

Beschilderde Kemmelwaar, ooit een pot van meer dan een meter doorsnee. (Foto Luc Verhetsel)

Binnen de omheining woonden zowel edelen als ambachtslieden. De elite leefde aan de noordelijke flank, waar een goed gevulde afvallaag werd gevonden. Daarin zijn delen van een strijdwagen en imitaties van Etruskische en andere mediterrane, allicht Griekse, producten aangetroffen. Die blijken vooral te linken aan de Keltische wijncultuur. Niet het produceren maar wel het drinken was een sociaal gegeven, aangetoond door de vondst van fragmenten van schenkkannen en -tuiten met zelfs een stukje drinkhoorn. Ook het verderop in de nederzetting geproduceerde aardewerk was veelvuldig aanwezig. Omdat de eerste vondsten geen Europees vergelijkingspunt hadden, werd het Kemmelwaar genoemd. Om ongestoord te kunnen werken, verplaatste men tientallen kubieke meter kleipakketten van minstens tien meter lager naar omhoog. Meer dan vijftigduizend potscherven werden tijdens de jarenlange archeologische campagnes verzameld. Ze zijn vooral bijzonder door hun dikte, geometrische versieringsmotieven en een geul op de rand waarin een deksel past. Stukken van deze beschilderde potten met meer dan een meter diameter werden ook in Kooigem, Spiere en Elversele teruggevonden.

In de late 19de en de vroege 20ste eeuw werd de Kemmelberg als neolithische vindplaats ontdekt. De Eerste Wereldoorlog, en dan zeker de gevechten in 1918, zorgden voor aanzienlijke verstoring van het bodemarchief. Die kwam bovenop de schade die aan de Keltische vestiging was veroorzaakt door de zandsteenontginning tijdens de Romeinse en middeleeuwse periode. De motorcross die in de jaren 1960 furore maakte op de Kemmelberg leverde sporen van de Keltische vestigingsplaats op die tussen 1963 en 1980 grondig werden onderzocht.
Harry van Royen

Openingsbeeld: Kruispunt De Pompier met zicht op een boomloze Kemmelberg, begin 1919. (Coll. Westhoekverbeeldt)

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer over de Kelten, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder