Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Steenrijke Fuggers

25 januari 2022 Siebrand Krul

Bij de eerzuchtige Fuggers, in Zwaben, houdt men alles en zeker ook het geld in de familie. Vanaf 1510 bouwt Jakob Fugger zijn bedrijf uit tot een ‘multinational’. Keizers en pausen kunnen niet zonder zijn leningen. ‘Jakob de Rijke’ noemen ze hem, chroniqueurs spreken van ‘de rijkste man ter wereld’. Op de drempel van Middeleeuwen naar Nieuwe Tijd neemt geld steeds meer de plaats in van grondbezit en groeit de macht van de Fuggers.

De stadspoorten sluiten vroeg – té vroeg voor een keizer in elk geval. Een beetje hertenjacht duurt immers tot ver in de avond. En wie wil er een keizer buitensluiten? De Augsburgers zeker niet en dus moet er in 1514 een aparte poort gemaakt worden. Sindsdien verschaft de ‘Alte Einlass’ Maximiliaan I toegang tot zijn woonverblijf. In totaal brengt het staatshoofd van het Heilige Roomse Rijk, tevens hertog van Bourgondië en de ‘laatste ridder’, ongeveer tweeënhalf jaar in de rijksstad door. Daar woont namelijk ook het geld, in de persoon van Jakob Fugger, die sinds 1512 verblijf houdt in een stadspaleis aan de Via Claudia Augusta, de tegenwoordige Maximilianstraße. Deze weg voert direct over de Alpen naar Venetië en de Fondaco dei Tedeschi, het ‘huis van de Duitse kooplieden’, waar de Fuggers al sinds omstreeks 1460 handel drijven.
Van Augsburg naar het kloppend hart van het vroege kapitalisme heeft een koopman die met bijvoorbeeld linnen, zout of zilver over de Alpen trekt, een kleine twee weken nodig. Op de terugweg neemt hij dan specerijen, vruchten of zijde mee. Misschien ‘doet’ hij ook in kennis: het rekenen met Arabische cijfers, de dubbele boekhouding, kredietverlening, de renaissancistische humaniora. Zaken waarvan Jakob Fugger in 1473 al op veertienjarige leeftijd in Venetië weet krijgt. Eigenlijk was hij voorbestemd voor een kerkelijke loopbaan, maar na het overlijden van vier van zijn broers halen de oudsten, Ulrich en Georg, hem in 1487 in de firma.

Jakob Fugger, rond 1519 geschilderd door Albrecht Dürer.

Jakob Fugger, die te boek staat als flink, taai en volhardend, schijnt te beschikken over stalen zenuwen en eenmaal onder de wol alle zorgen van zich afgeschud te hebben. Het Fugger-sprookje van fabelachtige rijkdom begint in 1367 met de komst van Hans Fugger naar Augsburg. Hij werkt als wever en dankzij een bijzondere vlijt en een grote vraag naar bombazijn (een sterke stof met linnen ketting en katoenen inslag) kan hij al gauw in de kredietverlening stappen. Hans schopt het tot plaats 41 onder de rijkste Augsburgers. Zijn zonen, Andreas en Jakob, leren het vak van goudsmid. Hun metallurgische kennis zal macht blijken te zijn.
Met Andreas en Jakob splitst de familie zich in twee takken. Terwijl Andreas, ongedurig en hebzuchtig, de Fuggers met een ree in het familiewapen snel aanzien en rijkdom verschaft, wordt Jakob de stichter van de bedaagdere Fuggers ‘van de lelie’. Jakobs vrouw Barbara staat bij haar overlijden in 1497 op plaats twaalf van de vermogendste Ausgburgers. Die ‘van de ree’ gaan echter bankroet, want de stad Leuven weigert haar belofte na te komen om garant te staan voor de kredieten aan de keizer.

Jakob Fugger (rechts) met zijn hoofdboekhouder Matthäus Schwarz. De amper vijftig vierkante meter grote werkruimte draagt de passende naam ‘gouden schrijfkabinet’.

De Habsburgse keizer Frederik III zou de Fuggers in 1473 het leliewapen verleend hebben omdat ze zijn hovelingen in ‘kleding van wapenkleur’ staken. Die kleding was nodig voor het staatsiebezoek aan de Nederlanden, waar de voorbereidingen getroffen werden voor een huwelijk dat van ’s keizers zoon Maximiliaan de machtigste man ter wereld zou maken. Geloofwaardig is dat niet, want doorgaans betaalde men voor het verkrijgen van een familiewapen.
Feit blijft dat het lot van de Fuggers en de Habsburgers steeds nauwer verweven raakt, helemaal als de Fuggers Maximiliaan in 1490 aan Tirol helpen. Als tegenprestatie mogen ze in de mijnen daar zilver winnen. Die vastigheid is hun liever dan een schuldpapier. De firma breidt verder uit. Er ontstaat een netwerk van factorijen en agentschappen, met vestigingen in Milaan, Neurenberg, Innsbruck, Antwerpen, Lissabon, Madrid, Londen, Parijs en Danzig.
Het zijn gouden tijden, want de oorlogen tegen de boeren en protestanten in Duitsland vréten geld. En dat verstrekken families als de Fuggers en de Welsers, eveneens Augsburgers. Ook aan de ontdekking van Amerika en de slavenhandel op dat continent verdient men graag en goed.

De echtelieden Jakob Fugger en Sibylla Artzt. Miniatuur in het huwelijksboek van de Fuggers, Augsburg. Atelier Jörg Breu de Jongere, 1545–1549.

Wel steekt kritiek op woeker en monopolisme de kop op en als de Rijksdag van 1522/23 een poging doet de handelsmaatschappijen aan banden te leggen, ziet het er slecht uit voor de Fuggers. Gelukkig kunnen ze nog een keizerlijke troef uitspelen. Want wie anders dan een Jakob Fugger zou het wagen de nieuwe keizer Karel V een brandbrief te sturen en daarin te schrijven: ‘Het is ook algemeen bekend dat Uwe Keizerlijke Majesteit de Roomse kroon zonder mijn hulp niet had kunnen verwerven.’ Vier jaar eerder hadden de Fuggers met andere patriciërfamilies de zeven Duitse keurvorsten ervan ‘overtuigd’ voor Karel te kiezen. En nu staat hij voor 600.000 gulden bij hen in het krijt. Logisch dat de voorgestelde inperkingen van tafel gaan.
Ook Luthers antikapitalistische propaganda krijgt de familie te verduren: ‘Men zou de Fuggers en dergelijk volk werkelijk een toom in de bek moeten leggen.’ Hadden ze de paus maar niet het geld voor zijn Zwitserse garde moeten verstrekken, of zijn munten moeten slaan … Ook het betalingsverkeer rond de aflatenhandel regelen zij. Nadat kardinaal Cajetanus Luther in oktober 1518 driemaal verhoord heeft in het stadspaleis van de Fuggers, ontvlucht de reformator de stad uit angst voor de brandstapel. Met een helper rijdt hij ’s nachts door de donkere stegen van Augsburg, om via een stadspoort die men bereidwillig opent in de herfstige kou te verdwijnen.

De Herrengasse in de Fuggerei.

Als Jakob Fugger in 1525 kinderloos sterft, komt zijn neef Anton aan het roer, die men kennelijk de beste zakenman acht. In 1546 bedraagt zijn privé-vermogen een ongekende vijf miljoen gulden, maar hij vindt het ook meteen welletjes: ‘Ik heb helemaal geen zin in dit soort handel, dus klaar ermee!’ De keizer vraagt steeds grotere kredieten, terwijl de onderpanden daarvoor aan waarde verliezen. Godsdienstoorlogen en opstanden maken investeringen ongewis.
In het nu volgende decennium besluit Anton de handelsmaatschappijen te liquideren. Dat is geen zwaktebod, zo stellen analisten van nu vast, maar een consolidatie. Voortaan leggen de Fuggers zich toe op landaankopen. Of ze die tot een vorstendom Zwaben aaneen wilden sluiten, valt niet meer uit te maken.
Daarnaast investeert de familie het nodige in cultuur: zo verzamelt Hans Jakob Fugger boeken. Zo’n 12.000 stuks verkoopt hij in 1571 aan hertog Albrecht V. Diens aanschaf vormt de basis van de huidige Beierse Staatsbibliotheek. Veel Fuggers vervullen hoge kerkelijk ambten, anderen gaan in de politiek, weer anderen in het leger. Een vertegenwoordiger van die laatste groep is Joseph-Ernst Fürst Fugger von Glött, die zich in de Tweede Wereldoorlog aansluit bij de verzetsgroep ‘Kreisauer Kreis’. Als de aanslag van 20 juli 1944 geslaagd was, zou hij interim-regeringsleider van Beieren geworden zijn. Na de oorlog behoort hij tot de oprichters van de CSU.
Janina Lingenberg

Openingsbeeld: Ruimhartig werpt Anton Fugger (links) in 1530 de schuldpapieren van keizer Karel V (tweede van links) in de open haard. Historische bewijzen voor de daad ontbreken. Schilderij van Wilhelm Koller uit 1871. Ook Karl Becker heeft deze scène geschilderd, rond dezelfde tijd (1866).

Lees ook de rest van het artikel en nog veel meer boeiende historische verhalen in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder