Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De Belgische Kolenslag

25 januari 2022 Siebrand Krul

In de herfst van 1944 stokt de geallieerde opmars aan de boorden van de Rijn. In bevrijd België is de oorlog allerminst afgelopen. Eind 1944 staat het land op de rand van de afgrond. Het nijpend tekort aan steenkool dreigt het volledig te verlammen. De socialistische premier Achille Van Acker werpt zich op als de redder uit deze energiecrisis. Een Kolenslag moet de steenkool-productie maximaliseren en de weg effenen voor een snel economisch herstel, maar op de achtergrond woedt de strijd om de mijnen in alle hevigheid.

Tot diep in de 20ste eeuw is de steenkoolsector de trots van de Belgische economie. Tussen 1918 en 1940 vertonen de bedrijfsresultaten sterke schommelingen. De mijnpatroons wapenen zich hiertegen door zich te verenigen in de Fédération des Associations Charbonnières de Belgique (FEDECHAR), die tegen 1935 uitgroeit tot een oppermachtige organisatie. Doortastende herstructureringen komen er niet en de arbeidsverhoudingen zijn gespannen, zeker tijdens de crisis. Eind jaren 1930 volgt een opmerkelijk herstel: circa 130.000 mijnwerkers produceren jaarlijks bijna dertig miljoen ton.
De Duitse bezetter, belust op goedkope kolen, slaagt er tot 1943 in een hoog productieniveau aan te houden. Het zijn de mijndirecties die financieel opdraaien voor het in bedrijf houden van de mijnen. Tot tweemaal toe trachten ze een fikse prijsverhoging af te dwingen, telkens vangen ze bot. Bij de bevrijding staan veel mijnen aan de rand van het faillissement.

De eerste naoorlogse verkiezingen van 17 februari 1946 staan in het teken van een terugkeer naar het ‘normale leven’, maar dit zit er niet onmiddellijk in. De burgerlijke mobilisatie en de krijgswet blijven nog van kracht tot respectievelijk augustus 1948 en juni 1949. (Rijksarchief Brugge)

Van euforie tot chaos

Voor de arbeidsintensieve steenkoolsector volgt snel na de bevrijding van begin september 1944 de ontnuchtering. Tienduizenden mijnwerkers hebben de sector verlaten. Eind 1944 zijn er nog slechts 97.500 actief. Ook qua bevoorrading en transport is de toestand dramatisch. Er ontstaat een nijpend tekort aan mijnhout dat moet dienen als stutmateriaal. Bovendien is er geen ruimte voor investeringen om de verouderde installaties te vervangen. De cijfers ogen dramatisch: ten opzichte van 1939 is de jaarproductie in 1944 meer dan gehalveerd.
Nog meer verontrustend, er heerst in november 1944 een gespannen politiek klimaat over de ontwapening van het verzet en het ontslag van de Kommunistische Partij (KP) uit de na de bevrijding gevormde regering Pierlot VI. Enkele weken later brengt het Duitse Ardennenoffensief de oorlog opnieuw gevaarlijk dichtbij. En na Nieuwjaar doet extreme koude haar intrede. De mijnwerkers zelf laten zich evenmin onbetuigd. Eind januari 1945 mondt hun ongenoegen uit in een woelige staking, georganiseerd door de communistische mijnwerkersvakbond. Deze staking mag dan wel mislukken, de malaise is compleet. De katholieke premier Hubert Pierlot verliest mede hierdoor het weinige krediet dat hij nog heeft bij de geallieerde militaire autoriteiten en maakt plaats voor de socialist Achille Van Acker.

De steenkoolexploitatie in België heeft een tweeledig karakter. In het zuiden van het land bevinden zich de oude Waalse bekkens van de Borinage, het Centre, Charleroi en Luik. Het nieuwe noordelijke bekken in de Kempen (Limburg) komt pas tijdens het Interbellum tot volle ontplooiing. (Kolendirectorium)

Een verschroeiende start

Met premier Van Acker, die tevens minister van Steenkool is, waait er – even – een nieuwe wind. Hij toont zich vooral een meester in de communicatie. Hij verleent de mijnwerkers de titel van ‘ereburger’. En voor hen lanceert hij in de lente van 1945 een pakket sociale maatregelen, onder de noemer van het mijnwerkersstatuut. Er komen groots opgezette rekruteringscampagnes. Van Acker schikt zich onvoorwaardelijk naar de vraag van de mijnen om grote contingenten te werven. Het mag allemaal nauwelijks baten. Slechts weinig Belgen vinden hun weg (terug) naar de ondergrond. Al bij al weinig verrassend gezien het achterhaalde paternalistische personeelsbeleid van de mijnen en het hardnekkig imagoprobleem van het beroep.
Van het predicaat ‘de eerste burgers van het land’ blijft tegen mei 1945 nog weinig over. De positieve maatregelen moeten wijken voor een repressieve aanpak. Vooral de invoering van de burgerlijke mobilisatie – een plichtenkader in een overgangsfase tussen oorlog en vrede – heeft verstrekkende gevolgen. Mijnwerkers krijgen hierdoor niet alleen een stakingsverbod opgelegd maar ook de vrijheid van arbeidskeuze wordt hun ontnomen. Ze worden de ‘gevangenen’ van de mijnsector, te meer omdat Van Acker de mijnbekkens en de steenkooldistributie laat bewaken door SEDICHAR, een circa 2.500 man sterke militaire organisatie.

Deze affiche, verspreid in het kader van het mijnwerkersstatuut, illustreert treffend de gemeenschappelijke strijd die militairen en mijnwerkers voeren in dienst van de natie. (Carhop)

Oplapwerk

De regering moet op zoek naar mijnwerkers over de landsgrenzen. Maar buitenlandse rekrutering ligt niet voor de hand. Met de dictatoriale regimes van Portugal en Spanje mislukken de besprekingen. Met de in crisis verkerende Italiaanse regering wordt op 8 mei 1945 – de dag van de Duitse capitulatie – wel een akkoord gesloten. De mijndirecties nemen echter een afwachtende houding aan. Zij hebben een lucratiever aanbod achter de hand: het enorme reservoir van goedkope Duitse krijgsgevangenen. In de loop van 1945 zal het geallieerde opperbevel er 45.000 ter beschikking stellen. Deze oplossing van het steenkoolvraagstuk is dus alles behalve structureel, en, erger, onevenwichtig. Alle aandacht gaat uit naar rekrutering. Structuurhervormingen van de steenkoolsector maken geen schijn van kans. Ook de prangende financiële problemen van vele mijnen blijven in de schaduw, dit laatste tot ontzetting van de mijnpatroons.
Het energieke steenkoolbeleid van Van Acker is slechts van korte duur. In de zomer van 1945 brokkelt zijn machtsbasis af. De regering Van Acker I verliest de gedoogsteun van de mijnbazen. De katholieken, de belangrijkste regeringspartner, kiezen ten gevolge van de Koningskwestie voor de oppositie. De geallieerde troepen verlaten het land waardoor Van Acker ook nog zijn buitenlandse ‘militaire’ steun verliest.

Met eenvoudige boodschappen wil men stakingen ontmoedigen en productieverlies vermijden. Dit pamflet maakt de impact van een stakingsdag concreet. (Rijksarchief – Cegesoma)

De electorale gok

De energiebevoorrading vormt een belangrijk thema voor de eerste naoorlogse verkiezingen van februari 1946. Premier Van Acker promoveert het winnen van de Kolenslag tot zijn alternatief voor de ondertussen gepolariseerde Koningskwestie. Hij wil met een productie van 80.000 ton steenkool per dag naar de kiezer trekken. Maar dit streefcijfer zal hij niet halen ondanks de omstreden inzet van veroordeelde collaborateurs, de zogenoemde incivieken. Van Acker kan zijn steile politieke ambities niet waarmaken en het is de Christelijke Volkspartij (CVP) die als overwinnaar uit de stembusslag komt, maar wel voor de oppositie kiest.
De regering Van Acker III in de lente van 1946 wordt een lijdensweg voor de premier die naast zich de liberale minister van Economische Zaken Devèze moet tolereren. Na drie maanden gooit een radeloze Van Acker de handdoek. De eindbalans van Van Ackers regeerperiode van circa zestien maanden oogt weinig positief en laat zich samenvatten als een reeks overgangsmaatregelen. Hij gaat een krachtmeting met de mijnpatroons zoveel als mogelijk uit de weg. Waar hij wel met verve in slaagt, is zijn verbeten strijd tegen de communisten en hoe hij hun opgang een halt toeroept.

Voor de katholieke Gazette de Liège is Van Acker een man met vele gezichten: premier, minister van Steenkool en bewonderaar van zichzelf. Het steenkoolprobleem is zijn handelsmerk en hij ontleent er de bijnaam Achille Charbon aan. (Rijksarchief Brugge – Stichting Marc Sleen)

Een communistische zuil?

In de mijnsector wil de KP na de bevrijding haar doorbraak forceren. De partij heeft de wind in de zeilen en vormt voor de klassieke partijen een uitdager van formaat. Het ontbeert de KP echter aan organisatie en leiderschap. Bovendien begaat de partij een strategische fout door het energie-beleid uit handen te geven. Het zijn socialistische ministers die dit tot november 1948 vorm geven en hun strategie loont. Van Acker geeft de KP in mei 1945 al de genadeslag met de vermelde burgerlijke mobilisatie die de communistische mijnwerkersbond vleugellam maakt. Illustratief is de funeste communistische staking in februari 1948. De poging om via de mijnsector een vaste waarde te worden in de Belgische politiek mislukt en de uitbouw van een communistische zuil eveneens. De mijnpatroons, die ondertussen de regie in de steenkoolkwestie voeren, zien het graag gebeuren.
Guy Coppieters

Guy Coppieters promoveerde in 2021 op De Belgische Kolenslag (1944-1951). Het mirakel dat er geen was

Openingsbeeld: De sector slaagt er niet in het personeelstekort onder controle te krijgen. De titel van ‘ereburger’ en het mijnwerkersstatuut volstaan niet om te kiezen voor een ‘ondergrondse carrière’. Affiches die het mijnwerkersberoep als hoeksteen van de samenleving voorstellen, overtuigen evenmin. (Mijnmuseum Beringen)

Lees ook de andere helft van dit boeiende artikel, plus nog veel meer historische verhalen, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder