Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Nederland en de Frans-Duitse Oorlog

05 januari 2022 Siebrand Krul

Door het min of meer gelijktijdig verlopende proces van de Italiaanse en Duitse eenwording werd in de jaren 1860 de kaart van Europa grondig herschikt. Het leek alsof kleine staten geen bestaansrecht meer hadden. Dat gevoel leefde vooral in Frankrijk en Duitsland, voortgestuwd door nationalistisch eigenbelang. De Franse drang om zijn Rijngrens tot Katwijk door te trekken was een oude, maar de Duitse begerigheid werd evenzeer geantrouwd.

Politici en opiniemakers voorspelden dat tweederangs staatjes als Zwitserland en Nederland op zouden gaan in grotere staatskundige eenheden, of op zijn minst een economische unie met een grote buur zouden moeten aangaan om te overleven. Vandaar dat men in Nederland de ontwikkelingen aan de oostgrens met argusogen volgde. De ongerustheid nam serieuze vormen aan toen Pruisen (en Oostenrijk-Hongarije) zich in 1864 met geweld meester maakte van Sleeswijk-Holstein. Was immers de Nederlandse provincie Limburg niet net zoals Holstein lid van de Duitse Bond? In Nederland werd serieus rekening gehouden met een annexatie van (toen) Nederlands jongste provincie. Het gros van de Nederlandse bevolking dat de politieke en internationale ontwikkelingen volgde, kon dan ook weinig waardering voor het Duitse eenheidsstreven opbrengen. De gemoedstoestand werd er niet beter op toen in 1866 door de Bruderkrieg andermaal de Europese krachtsverhoudingen gewijzigd werden. Omdat zowel Engeland als Frankrijk zich in deze kwesties afzijdig hielden, leek het alsof geen enkele West-Europese mogendheid zich nog om kleine landjes bekommerde.

Spotprent over de geruchten van annexatie van België en Luxemburg door Frankrijk en Duitsland, 1870, door Johan Michaël Schmidt Crans in De Nederlandsche Spectator, 1870. Twee inbrekers (Otto von Bismarck en keizer Napoleon III) loeren naar het paleis van koning Leopold van België en koning Willem III (van Luxemburg). (Rijksmuseum Amsterdam)

Angstvallig neutraal

Omdat koning Willem III niet alleen staatshoofd van Nederland was, maar óók groothertog van Luxemburg, vervulde Nederland in 1867 een (bij)rol bij de afhandeling van de ‘Luxemburgse kwestie’. Bij deze diplomatieke crisis stonden de Franse keizer Napoleon III en de Pruisische kanselier Bismarck lijnrecht tegenover elkaar. Uiteindelijk werd de Luxemburgse kwestie – en en passant ook nog de status van Limburg – in der minne geschikt. Den Haag moest hiervoor wel een belangrijk offer brengen: deelname aan de collectieve garantie van de Luxemburgse neutraliteit.

Zilveren erepenning ter ere van graaf Van Zuylen van Nyevelt, minister van Buitenlandse Zaken, uitgegeven in 1868. (Rijksmuseum Amsterdam)

Deze concessie van de Nederlandse onderhandelaar, minister van Buitenlandse Zaken mr. Julius Ph.J.A. graaf van Zuylen van Nyevelt, stond echter haaks op de neutraliteitspolitiek. Een meerderheid van de Kamerleden had geen begrip voor dit geschipper: van de weersomstuit werd de door Van Zuylen ingediende begroting voor zijn ministerie zelfs tweemaal verworpen.

De Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 sprak tot de verbeelding. Omstreeks 1900 werd door een Friese grootgrutter nog een serie sluitzegels met het onderwerp Frans-Duitse Oorlog uitgegeven. Deze door winkeliers weggegeven plakplaatjes waren een geliefd verzamelobject. (Coll. J. Norp, Groesbeek)

Toen in 1870 de spanningen tussen Frankrijk en Pruisen andermaal tot het kookpunt opliepen, was de regering vastbesloten om in het zich aandienende militaire conflict strikt afzijdig te blijven. In Den Haag waren de verantwoordelijke staatslieden er als de kippen bij om een neutraliteitsproclamatie uit te vaardigen. Op 20 juli 1870, een dag na de Franse oorlogsverklaring, werd het mobilisatiebesluit voor een deel van het leger afgekondigd. Door het ontbreken van een concreet mobilisatieplan verliep deze ronduit chaotisch. Het improviserenderwijs gevormde veldleger bleek door het ontbreken van voldoende paarden immobiel. Ook kwam voor iedereen zichtbaar aan het licht dat door de jarenlange bezuinigingen de vestingwerken niet meer op hun defensietaken berekend waren. Voordat de artillerie voldoende was toegerust, was de demobilisatie al weer een feit.

De oproep van dienstplichtigen door de burgemeester van Den Haag.
Een Nederlandse spotprent waarin de bloeddorst en vraatzucht van keizer Wilhelm I en Bismarck gehekeld worden. Het openingsbeeld is hiervan een detail (zonder de teksten). In werkelijkheid piekerde Bismarck er niet over zijn oog op Nederland of België te laten vallen. (Rijksmuseum Amsterdam)

‘Gevierendeeld door een aansuizend stuk ijzer’

Bij de politici was geen enkel spoor van oorlogsenthousiasme te ontdekken. Ook in de Nederlandse kranten was weinig te lezen over de romantiek van het slagveld of over heldendom (zoals bij de Tiendaagse Veldtocht nog wél het geval was geweest). Simon Gorter – de vader van de dichter Herman Gorter – schreef in Het Nieuws van den Dag, een Amsterdamse krant waarvan hij de hoofdredacteur was, een vlammend stuk dat de antimilitaristische tijdgeest haarscherp weergeeft. Op de dag van de officiële oorlogsverklaring trok deze vroegere vrijzinnig doopsgezinde predikant alle registers open. ‘Als de opwindende regimentsmuziek is verstomd, de laatste tonen van de Te Deums in de hoofdkerken zijn weggestorven en het volk zich heeft moegeschreeuwd: laat dan een De Laboulaye [een Franse anti-slavernijactivist] en de stichter van het Rode Kruis verhalen, wat er nu werkelijk op die velden van eer en glorie te zien valt: wat de oorlog is. … Laat hen verhalen over uw zoon, van wie u enkel gemeld werd dat hij in dit of dat treffen gebleven was. Zij zullen u vertellen dat hij met een aantal anderen verscheurd en gevierendeeld werd door een aansuizend stuk ijzer, op grote afstand uit een onzichtbare machine geschoten.’

Spotprent over de geruchten van annexatie van België en Luxemburg door Frankrijk en Duitsland, 1870, door Johan Michaël Schmidt Crans in De Nederlandsche Spectator, 1870. De beer Frankrijk (Bruun) wordt door de vos Pruisen (Reinaert) betrapt op het plan om de honing van de buurman (Luxemburg) te stelen. (Rijksmuseum Amsterdam)

Zelfs toen Pruisen aan de winnende hand leek te zijn, liet de Nederlandse regering zich niet uit de tent lokken door voor een van beide kampen te kiezen. Precies twee maanden na het formele begin van de oorlog werd in de Troonrede met grote tevredenheid vastgesteld dat Nederland met alle mogendheden vriendschappelijke betrekkingen onderhield. En dat de regering ‘voornemens was bij de gekozen onzijdigheid te volharden’. Een ruime Kamermeerderheid steunde deze voorzichtige koers. Er was vanuit de Tweede Kamer dan ook geen aandrang om op diplomatiek vlak het voortouw te nemen. Het risico werd te groot geacht om daarbij een van de kemphanen tegen de haren in te strijken. Jonkheer C.M. Storm van ’s-Gravenzande, een vooraanstaand onafhankelijk Kamerlid uit Overijssel, vatte in een volzin samen waarom Nederlandse bemoeienis zinloos zou zijn. ‘De ondervinding onzer dagen leert meer dan ooit dat hetgeen kleine staten zeggen, volmaakt onverschillig is aan de grote, en dat het veeleer zaak is voor kleine staten om soortgelijke thema’s aan anderen ter behandeling over te laten.’
Cor van der Heijden

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer over de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder