Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Liever niet ‘heim ins Reich’

05 januari 2022 Siebrand Krul

Al sinds de omstreden erfenis van Karel de Grote is het gebied langs de Rijn tussen Bazel en Luxemburg wisselend prooi van de Duitsers en de Fransen. Als de Frans-Pruisische Oorlog van 1870/71 eindigt in een eclatante overwinning voor de Duitsers, vlagt het gebied –Elzas-Lotharingen- weer om naar Duits. Bismarck was er geen voorstander van, beducht voor Franse wraakgevoelens. En die kwamen er. Meteen in 1871 was de bevolking al weinig enthousiast over dit ‘heim ins Reich’.

Maar de Pruisen laten er geen gras over groeien. Terwijl de Franse en Duitse legers nog vechten, is de druk op beloning in de vorm van gebiedswinst zo groot, dat ze alvast de Elzas en delen van Lotharingen innemen. Hier werd tot een eeuw geleden nog merendeels Duits gesproken, maar sindsdien voelen velen, vooral die van katholieke huize, zich meer thuis in Frankrijk. Nu worden de departementen Bas-Rhin, en Moselle geheel, en Haut-Rhin grotendeels samen met twee districten van het gebied Meurthe geannexeerd. Zo ontstaat het Duitse rijksland Elzas-Lotharingen, dat rechtstreeks onder keizerlijk bestuur komt.
Al bij de onderhandelingen over een voorlopig vredesverdrag maakt Duitsland uit strategische overwegingen aanspraak op de vestingstad Metz. Op 10 mei 1871 volgt dan de ratificatie van de Vrede van Frankfurt. Frankrijk krijgt een herstelbetaling van vijf miljard frank opgelegd. Pas als dat bedrag is betaald, trekken op 16 september 1873 de laatste Duitse troepen zich terug uit Verdun en Nancy.

Het zwaar verwoeste Straatsburg na beschietingen door de Duitse artillerie. Foto van 28 september 1870.

In het nieuwe rijksland blijft de Franse wetgeving van kracht. Nieuwe Duitse wetten vormen daar dan een aanvulling op. Evengoed wordt de Franse driekleur buiten de wet gesteld. Ook komt er een ‘dictatuurparagraaf’ die het zondermeer mogelijk maakt verenigingen, kranten en bijeenkomsten te verbieden.
Alle inwoners van het nieuwe rijksland verliezen het Franse staatsburgerschap. Wie zich daar niet bij neerlegt kan het tot 1 oktober 1872 opnieuw aanvragen en is vrij om zich in Frankrijk te vestigen. In het kader van deze regeling vertrekken 150.000 mensen uit Elzas-Lotharingen. Bij een volkstelling in 1910 blijkt vervolgens dat van de 1,8 miljoen mensen in het gebied er 462.000 een Franse pas hebben. Zij zijn dus de jure ‘vreemdeling’ in eigen land.
Toch vluchten er ook veel mensen na de inlijving. Velen van hen trekken naar Nancy, dat Frans is gebleven. Het inwonertal van deze stad verdubbelt in de komende anderhalve decennia. In Metz daarentegen wonen al gauw meer Duitsers dan Fransen. Je kunt daar dan ook het bon-mot horen: ‘Metz is niet meer in Metz, maar in Nancy.’

Albert Bettannier (1851-1932): Geannexeerde Elzassers, 1911. De allegorische voorstellingen bleven dramatisch, vooral aan Franse zijde. (Musée de la Cour d’Or Metz Metropole, Musée de la Guerre de 1870 et de l’Annexion à Gravelotte)

Veel Elzassers en Lotharingers gaan in een ‘binnenlandse ballingschap’. Ze lezen de Franstalige kranten die wel mogen blijven verschijnen, blijven in hun parochies onder elkaar. Bij de eerste gemeenteraadsverkiezingen, juli 1871, geven ze een duidelijk signaal: 80 procent van hen mijdt de stembus.
Het rijksland verandert van aanzien: er komt een gedecentraliseerd bestuur, in de stedenbouw doet de planologie haar intrede, sociale verzekeringen worden ingevoerd. De universiteit van Straatsburg geldt na enige tijd als de beste in het Duitse rijk. En de economie groeit. Op zoek naar werk komen Italiaans mijnwerkers naar de Lotharingse mijnen.
Maar dan zorgt een affaire voor een conflict dat bijna tot een nieuwe oorlog uitgroeit: in 1887 wordt de Franse douanier Guillaume Schnæbelé in Metz gearresteerd op beschuldiging van spionage. Frankrijks minister van Oorlog, Georges Boulanger, dreigt met een vergeldingsactie. Pas als Schnæbelé door Bismarcks tussenkomst vrij wordt gelaten, bedaart de storm.

‘Hier wordt La Revanche gelezen’, affiche uit 1886.

Maar nu krijgen de historici het met elkaar aan de stok. Terwijl Theodor Mommsen de continuïteit in Duitse cultuur en taal benadrukt, geeft zijn Franse collega Numa Denis Fustel de Coulanges hem te verstaan: ‘De geschiedenis mag u dan leren dat de Elzas Duits is – het heden bewijst u dat de streek Frans is.’
Kort voor de Eerste Wereldoorlog zorgt een jonge Duitse luitenant in het garnizoensstadje Zabern voor een schandaal: hij bezigt voor de Elzassers het verboden woord ‘Wackes’ (kinkel). Na heftige protesten laat de Duitse legerleiding enkele willekeurige arrestaties verrichten. Niet alleen in Frankrijk, maar ook in veel Duitse steden zorgt dat voor flinke verontwaardiging.
Een vaker terugkerend onderwerp in de Elzas wordt Jeanne d’Arc, de redster des vaderlands uit de nabijgelegen Vogezen. En in 1909, het jaar van haar zaligverklaring, heeft de schrijver Maurice Barrès veel succes met zijn roman Colette Baudoche. De titelheldin van het boek is een vrouw uit Metz die het aanzoek van een Duitse professor afwijst, wat de schrijver ook metaforisch opgevat wil zien: ‘Alles leek dit vredige geluk in de hand te werken, maar een jong meisje koos uiteindelijk de weg die de Franse eer haar wijst.’
De hereniging met Frankrijk in december 1918 werd uitbundig gevierd in het gebied. Toch bleven enkele Duitse wetten er tot op heden van kracht.
Sophia Schülke

Openingsbeeld: Uit het Bismarck-album van Kladderadatsch: ‘Zelfbehoud’. Karikatuur op Bismarck, die de beer Frankrijk de scherpe klauwen Elzas en Lotharingen afknipt. Bijna alle spotprenten op Bismarck tonen de premier met drie haren op zijn hoofd.

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer over de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder