Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Het project Brolland

05 januari 2022 Siebrand Krul

Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg en hertog van Pruisen, werd befaamd als Grote Keurvorst. Met slimme hervormingen legde hij de basis voor het latere koninkrijk Pruisen. De Dertigjarige Oorlog had zijn land verwoest en in het calvinistische Holland zocht hij de voorbeelden om een voortvarende economische politiek te voeren. Hij was idolaat van de Republiek en kopieerde allerlei vormen daarvan in zijn ‘Brolland’.

Na zijn studietijd in Leiden keert Frederik Willem regelmatig terug naar Nederland. Zo bezoekt hij mei 1666 samen met zijn neef, de vijftien jaar oude prins Willem III van Oranje-Nassau, de Nederlandse vloot op de rede van Texel.
Admiraal Michiel de Ruyter heet hen welkom. Saluutschoten weergalmen, de matrozen verdelen zich over het want en zingen. Vervolgens bezichtigt Frederik Willem een aantal feestelijk bevlagde oorlogsbodems. De dag erna laat De Ruyter een aantal schepen voor hem en prins Willem een schijngevecht met los kruit uitvoeren, vervolgens onthaalt hij het hoge bezoek op een groot banket op zijn spiksplinternieuwe vlaggenschip De Zeven Provinciën. Frederik Willem laat honderd zilveren dukaten onder de matrozen verdelen. Op het hoogtepunt van de feestelijkheden klimt een van de zeelieden spontaan in een mast en voert boven aangekomen een handstand uit. De Ruyter en prins Willem zijn helemaal niet gediend van deze halsbrekende toeren en willen de man bestraffen, maar de geamuseerde keurvorst komt met succes tussenbeide. Ja ja, die relaxte Nederlanders.

Slot Oranienburg.

Als geschenk neemt Frederik Willem een klein model van een Nederlands oorlogsschip mee naar Berlijn – later belandt het in het museum, waar het in de Tweede Wereldoorlog verloren gaat. Het scheepsmodel verbeeldt perfect wat Frederik Willem zijn hele leven lang geprobeerd heeft: hij wilde een soort Brolland creëren, een verhollandst Brandenburg. Er was haast niets Nederlands wat hij in de tientallen jaren van zijn bewind niet over probeerde te nemen – afgezien van de republikeinse staatsvorm natuurlijk. Het door oorlogen verwoeste en straatarme Brandenburg moet een voorbeeld nemen aan de hoogontwikkelde, steenrijke Republiek.
Maar hoe verander je een lelijk eendje in een zwaan? Daar had de keurvorst eigenlijk altijd hetzelfde antwoord op: als Brandenburg een tweede Holland moest worden, moest je er zoveel mogelijk Nederlanders binnenhalen. Het goede voorbeeld had hij al gegeven door zelf met een Nederlandse te trouwen: Louise Henriëtte van Oranje-Nassau.
Maar daarna kwam hij pas goed los. Frederik Willem haalde Nederlandse schilders, handwerkers, waterbouwkundigen, architecten, vestingbouwers, landschapsarchitecten, officieren en admiraals naar Brandenburg – louter hoog gekwalificeerde migranten, zouden we nu zeggen. Maar ook complete boerengemeenschappen trokken oostwaarts, stichtten dorpen en kerkten bij hun eigen calvinistische dominees.

Watertoren, kantoorgebouw en gemeentehuis van Oranienburg, 1795.

Omwonenden uitten hun ongenoegen over deze ‘verholländerung’, bestuurders waarschuwden dat er niet alleen calvinisten maar ook ‘ketters en scheurmakers’ het land binnenkwamen. Frederik Willem wimpelde dat af. Iedereen kon in eigen kring zijn godsdienstig leven zelfstandig inrichten: ‘aan zoiets zal naar ik hoop niemand aanstoot nemen,’ zei hij eens met een welhaast Nederlandse mate van tolerantie. Zijn opvolgers deden het hem na en van Frederik de Grote kennen we de spreuk: ‘Laat ieder op eigen manier zalig worden.’
In 1650 schonk de keurvorst zijn geliefde ‘Less’ (Louise Henriëtte) het plaatsje Bötzow buiten de poorten van Berlijn. Daar liet zij door Nederlandse vaklieden een barokslot bouwen, waar het gegarandeerd niet spookte, zoals ze de bijgelovige Brandenburgers verzekerde. Ze doopte het Oranienburg. Ook Berlijn zelf werd naar Nederlands voorbeeld ingericht. Naar het model van de Haagse wandeldreef Lange Voorhout kreeg Berlijn lange rijen linde- en notenbomen aan de weg tussen het keurvorstelijke slot en de Tiergarten. Later zou daaruit de boulevard Unter den Linden voortkomen, die tegenwoordig de Berlijnse dom met Brandenburgse Poort verbindt.

Allegorie op de stichting van Oranienburg. Schilderij van Gerard van Honthorst. (Kreismuseum Oranienburg)

En nog iets nam Frederik Willem over uit Nederland: thee en cacao. Dat was grotendeels te danken aan zijn lijfarts Cornelius Bontekoe, tevens schrijver van succesvolle gezondheidshandboekjes. Zieken raadde hij aan dagelijks 200 koppen thee te drinken. Boze tongen beweerden dat hij zelfzuchtige motieven voor deze theereclame had: volgens hen werd hij daarvoor goed betaald door Verenigde Oostindische Compagnie, Europa’s grootste thee-importeur.
De keurvorst kon ver gaan als hij z’n zinnen op een Nederlands kopstuk gezet had. Zo verleende hij admiraal Cornelis Tromp, die hij bij zijn vlootbezoek in 1666 had leren kennen, het commando over de toen nog erg kleine Brandenburgse oorlogsvloot. Volgens tijdgenoten was Tromp een bijzonder ijdel en onaangenaam personage en Frederik Willem smeerde dan ook flink met stroop in zijn brieven aan de vlootcommandant. Na een succesvol zeegevecht tegen de Zweden tilde hij de Nederlander als ‘wereldberoemde admiraal’ op het schild, bevrijder van het Duitse Rijk, die in heel Pommeren op handen gedragen werd.
Christoph Driessen

De wijk ‘Weiße Stadt’ in Oranienburg. De kleur draagt bij aan het beeld van de stad, maar de wijk stamt uit de late jaren dertig, als behuizing voor arbeiders van het Heinkelfabriek.

Kader:

Louise Henriëtte

Ach, was ik maar dood, of een boerin, dan kon ik iemand nemen die ik ken, die naar mijn zin is en van wie ik zou houden.’ Louise Henriëtte verzet zich aanvankelijk tegen de politiek-dynastieke overwegingen die in 1646 toch tot een huwelijk met keurvorst Frederik Willem leiden. De dochter van de Nederlandse stadshouder Frede-rik Hendrik voelt zich verkocht. De Nederlandse prinses trouwt Frederik Willem met tegenzin, maar geleidelijk komt ze in de positie hem aangename én onaangename waarheden te vertellen.

Prinses Louise Henriëtte van Oranien-Nassau, de latere keurvorsting van Brandenburg. Schilderij door Willem van Honthorst,1643. (Centraal Museum Utrecht)

De eerste zoon van het Nederlands-Duitse echtpaar overlijdt al na een jaar en daarna heeft Louise Henriëtte de ene miskraam na de andere. Haar toch al strenge calvinisme verhevigt daardoor en ze verwijt haar man door zijn goddeloze politiek de kinderloosheid over hen beiden afgeroepen te hebben. Na meer dan acht jaar huwelijk dient zich in 1655 eindelijk een opvolger aan in de persoon van keurprins Karl Emil. Na hem volgen nog vier kinderen, van wie er maar één, Frederik, zijn vader overleeft – en Pruisens eerste koning wordt.

Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg op 27-jarige leeftijd en Louise Henriëtte, prinses van Oranje-Nassau op negentienjarige leeftijd, beiden te paard tijdens de valkenjacht in een landschap met paleis. Gravure uit 1647.

Aldus bevrijd van dynastieke druk neemt het huwelijk van Frederik Willem en Louise Henriëtte na 1655 een onverwacht positieve wending en het komt tot liefdevol respect. De frêle Oranjeprinses beïnvloedt met haar adviezen de beslissingen van haar man en schrikt daarbij niet terug voor scherpe kritiek. Hij schijnt haar zelfs een keer zijn hoed voor de voeten geworpen te hebben, waarbij hij haar uitdaagde dan maar zelf te regeren als ze alles beter wist. Ze heeft een aandeel in de verzoening met Polen in 1657. De Franse gezant stelt vast: ‘Ze houdt zich niet op met beuzelarijen en vindt juist dat vrouwen zich in staatsaangelegenheden moeten mengen.’

Standbeeld voor Louise Henriëtte op de Schlossplatz in Oranienburg.

Een tastbaar bewijs van visie geeft ze in het plaatsje Bötzow, onder de rook van Berlijn, dat haar man haar schenkt. Ze laat er niet alleen een buiten in classicistisch getinte Nederlandse barok bouwen, met park en her-tenkamp, er komen ook modelboerderijen, met een molen, een brouwerij en woonhuizen voor de bevolking. Nederlandse ambachtslieden vestigen zich er en weldra worden slot en stadje naar haar ‘Oranienburg’ genoemd. Als ze in 1667 op 39-jarige leeftijd aan tuberculose overlijdt, laat ze een diepbedroefde echtgenoot achter.
Barbara Beck

Openingsbeeld: Keurvorst Frederik Willem met zijn gemalin Louise Henriëtte, 1678.

Lees nog veel meer boeiende historische verhalen in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder