Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Magical Theatres

14 december 2021 Siebrand Krul

Met de tentoonstelling Magical Theatres werpt het Brusselse museum de Hallepoort het licht op een bijna vergeten erfgoed: het papiertheater. Deze kleine theatertjes, ook weleens miniatuurtheaters of tafeltheaters genoemd, behoren tot de wereld van het huiselijk vermaak en zijn in de 19de eeuw enorm geliefd. Deze vaak meer dan 120 jaar oude kunstwerkjes weerspiegelen de grandeur van de Europese theaterscènes en geven inzicht in de intieme leefwereld van welgestelde 19de-eeuwse gezinnen.

De tentoonstelling, op de derde verdieping, presenteert zowel volledig afgewerkte theatertjes als, nog niet gesneden, originele papieren prenten om theatertjes te bouwen. Deze prachtige prenten dompelen de bezoeker onder in een rijke grafische wereld en weerspiegelen de modes en interesses van de 19de-eeuwse maatschappij.
Ook ander speelgoed zoals het schimmenspel, de stereoscoop, de magische lantaarn en gezelschapsspelen illustreren hoe men s ’avonds, lang voor de komst van télévisie en computergames, de tijd doorbracht. De tentoonstelling blijft echter niet hangen in het verleden. Enkele creaties van hedendaagse designers tonen dat het papiertheater ook vandaag nog kan bekoren.
De meeste objecten komen uit de eigen verzameling van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis en worden nu voor het eerst getoond. Het parcours wordt gedynamiseerd met enkele virtuele animaties (videomapping en hologram).

Miniatuurtheater ‘Odéon’. J. Verplaetse, Brussel, 1932. J.F. Schreiber, Esslingen am Neckar, 1886-1905. Chromolithografie gekleefd op hout, beschilderd hout.

De oorsprong

Het papiertheater ontstaat in het begin van de 19de-eeuw als imitatie en souvenir van het grote theater. Het ‘echte’, levende theater wordt een favoriete vrijetijdsbesteding van de stedelijke burgerij. De grote Europese steden tellen meerdere theaters. Populaire stukken lopen er verschillende maanden lang. Als souvenir aan een bijgewoonde voorstelling worden eerst prenten met portretten van theateracteurs verkocht en daarna ook alle onderdelen om een volledig theatertje in miniatuur na te bouwen.
Met die theatertjes wordt in het begin niet echt gespeeld. Ze zijn eerder een lust voor het oog en leunen sterk aan bij de 18de-eeuwse kijkdozen. In die kijkdozen vormen een opeenvolging van uitgesneden en deels overlappende prenten een scène in reliëf. Het optisch effect wordt daarbij nog vergroot door ze te plaatsen in een houten kijkkast of -doos voorzien van een lens.
De speelwijze daarentegen gaat terug op het marionetten- en handpoppenspel. Vaste en rondreizende poppentheaters kennen in die periode ook heel wat succes en zijn gericht op de lagere bevolkingsklassen. In de tentoonstelling komen de bezoekers oog in oog te staan met unieke overblijfselen van het oudste reizende poppentheater van België: het marionettentheater van de familie Van Weymersch. Deze poppenspelers familie geven ze tussen 1827 en 1870 voorstellingen in Oost- en West-Vlaanderen. Hun prachtige stangpoppen zijn ter gelegenheid van deze tentoonstelling gerestaureerd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium.

Papiertheater ‘Théâtre Français’. Pellerin & Cie, Épinal,1888-1890. Lithografie, ingekleurd met sjablonen, gekleefd op karton.

De bouwplaten

De meeste miniatuurtheaters zijn vervaardigd aan de hand van papieren bouwplaten. Deze met sjablonen ingekleurde lithografieën en chromolithografieën omvatten alle elementen waaruit een papiertheater is opgebouwd: proscenia, decors, zetstukken en figuren. De decors bestaan uit bestaan een achtergrond, vier tot zes coulissen en zijn geïnspireerd op het dagelijkse leven, verwijzen naar het verleden of illustreren exotische oorden. Ze zijn vaak stereotiep en weerspiegelen de 19de-eeuwse Europese samenleving, haar denkwijze en modes.
In de tentoonstelling zijn er talrijke originele bouwplaten, die nooit verknipt zijn geweest, te zien. In sommige gevallen zijn ze ontworpen door echte theaterdecor schilders zoals de Duitsers Carl Beyer (1826-1903) en Theodor Guggenberger (1866-1929).

‘Les plaisirs de l’enfance’. Gangel & P. Didion, Metz, ca. 1860. Lithografie, ingekleurd met sjablonen.

De burgerlijke woonkamer

Papiertheaters zijn in de 19de eeuw hoofdzakelijk terug te vinden in de woonkamer van burgerlijke families. Ze zorgen voor gezellige avonden en huiselijkheid in familiale kring. Een ideaal dat hoog aangeschreven staat in de burgerlijke mentaliteit van de 19de eeuw.
De meeste theatertjes dienen in elkaar geknutseld te worden en dat vraagt vaak ouderlijke hulp. Voor minder handige families zijn er de meer kant-en-klare bouwpakketten. Is het theatertje eenmaal af, dan worden familie en vrienden getrakteerd op een voorstelling.
In het begin richten de producenten zich vooral tot jongens in de leeftijdscategorie tien tot vijftien jaar. Zij mogen immers al mee naar het ‘echte’ theater en maken op school kennis met bekende theaterteksten. Met het bouwen van een theatertje kunnen ze hun handigheid oefenen. Het brengen van een voorstelling scherpt daarenboven hun zin voor leiderschap, organisatie, verbeelding en artistieke geletterdheid. Stuk voor stuk kwaliteiten die men vooral jongens wil bijbrengen. Grote namen ut de literatuur- en theaterwereld zoals Oscar Wilde, Charles Dickens en Hans Christian Andersen hebben met een papiertheater gespeeld.
Het repertoire van het ‘grote theater’ vindt ook zijn weerklank op het kleine podium van het papiertheater. Het zijn de klassieke spreek- en muziekstukken zoals de drama’s van Shakespeare of Schiller, de blijspelen van Scribe of de opera’s van Mozart, Wagner en Beethoven die in kleine theaterboekjes worden uitgebracht. In de tweede helft van de 19de eeuw, wanneer het doelpubliek verschuift van de rijpere jeugd naar de jongere kinderen, worden ze vaak aangepast en ingekort. Sommige stukken krijgen een moraliserende ondertoon en ook sprookjes doen hun intrede.

Proscenium ‘Teatro Italiano’. Italië, eind 19de eeuw. Chromolithografie. De Italiaanse uitgevers volgen sterk vooral de Franse stijl. Zo is dit proscenium sterk geïnspireerd op het ‘Théâtre Français’ van Pellerin & Cie.

De producenten

De vroegste theatertjes, gemaakt uit papieren bouwplaten, ontstaan in Londen. William West start er in 1811 de publicatie en verkoop. Zijn decors en figuren zijn rechtstreeks gebaseerd op het echte Londense theater. Talrijke Engelse uitgevers volgen zijn voorbeeld en omstreeks 1850 zijn er meer dan honderd producenten van papiertheaters. De hype waait ook over naar de rest van Europa: Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Denemarken, Italië, Spanje. De papiertheaters worden een massaproduct.
In dit deel van de tentoonstelling nemen volledig gemonteerde papiertheaters de bezoeker mee op een reis door Europa. Zo presenteert het Hallepoort Museum o.m. een theatertje uit 1900 van de beroemde Londense uitgever Benjamin Pollock, het omstreeks 1900 uitgebrachte ‘Grand Théâtre Nouveau – Opéra’ van de populaire Franse uitgeverij Pellerin & Cie, een Duits papiertheater van Schmidt & Römer uit 1880-1890 en één van de zeldzaam bewaarde papiertheaters van de Rotterdamse uitgevers A. Tjaden & D. Bolle uit 1868.
Een vitrine illustreert een oudere traditie: kleine, fraai beschilderde, houten theatertjes. Ze zijn afkomstig uit het Duitse Neurenberg. Deze stad is al vanaf de Late Middeleeuwen een belangrijk speelgoedcentrum.

De gelaarsde kat. J. Scholz, Mainz, eind 19de eeuw. Lithografie.

(Verre) verwanten

Het theater inspireert ook tot de productie van ander speelgoed zoals het theaterboek, de poppenkast en het schimmenspel. Bij het schimmenspel worden schaduwen geprojecteerd op een scherm. Die schaduwen worden gecreëerd door uitgesneden silhouetten of handbewegingen, die tussen het scherm en de lichtbron worden geplaatst. Eind 18de eeuw wordt het schimmenspel in Europa populair door de Fransman Dominique Séraphin. Zijn voorstellingen aan het Franse hof leveren hem de titel ’Spectacle des Enfants de France’ en jarenlang succes op.
Hier spelen speelgoedmakers gretig op in. Zo toont de tentoonstelling het schaduwtheatertje ‘Au Croissant d’or’ dat rond 1900 door de Parijse speelgoedfabrikant Saussine wordt uitgegeven. Op het deksel van de doos prijken de schaduwen voor het stuk ‘Le pont cassé’, een populair verhaal uit het ‘Théâtre Séraphin’.
Het Europese papiertheater wordt ook soms vergeleken met de kamishibai, een Japanse verteltechniek. Hierbij wordt een verhaal verteld door prenten in en uit een vertelkastje te schuiven. Het is echter geen kinderspeelgoed, maar een mobiel theater gebruikt door professionele vertellers.

Hallepoort

En vandaag?

Na WOI neemt de populariteit van de miniatuurtheaters geleidelijk af. Ze verdwijnen echter niet volledig. Er worden papiertheaters uitgebracht die gebaseerd zijn op de populaire tekenfilms van Walt Disney en in 2009 brengt het speelgoedmerk Playmobil een draagbaar en volledig uit plastiek gemaakt exemplaar op de markt. Met enkele hedendaagse ontwerpen, waaronder die van de Brusselaar Christian Morisset (Sapeur Papier), toont de tentoonstelling dat er tot op de dag van vandaag nog een markt is voor papier-theaters. Met hun creaties richten de ontwerpers en de verdelers zich niet alleen op kinderen maar tevens op creatieve, theaterminnende volwassenen.
Papiertheaters zijn nooit bedoeld geweest voor professionals, maar vanaf de 20ste eeuw worden ze wel op die manier gebruikt. Theatermakers en figurentheaterkunstenaars geven voorstellingen met oude papiertheaters, zorgen voor een nieuw ontwerp of geven het medium een zeer hedendaagse interpretatie. Op de zolderverdieping brengt een video-opname fragmenten uit zowel het werk van de Franse poppenspeler Alain Lecucq (2019) als uit een voorstelling van het Gentse TAPTOE’s Erf (1998).

Beeld Magical Theatres.

De gelaarsde kat

‘Magical Theatres’ is een drietalige tentoonstelling (Nl-Fr-Eng) die vooral gericht is op een familiepubliek. Ze laat niet alleen de magische wereld van de kleine theaters herleven aan de hand van talrijke objecten, maar betovert ook de bezoeker met enkele virtuele animaties. De gelaarsde kat, een papieren theaterfiguurtje is de ster in deze animaties en in de audiogids. In een levensgrote projectie verwelkomt hij de bezoeker aan het begin van de tentoonstelling. Nadien duikt hij op grappige wijze op in een volledig virtueel Weens theatertje (hollow-box technologie) en verschijnt hij dankzij videomapping op miraculeuze wijze bovenop een echt 19de-eeuws papiertheater.

De Hallepoort

De feeërieke Hallepoort is een overblijfsel van de tweede stadswal van Brussel. De permanente opstelling vertelt over de tijd dat Brussel nog een ommuurde stad was en vanaf de weergang kunnen bezoekers genieten van een indrukwekkend panorama. De jaarlijkse tijdelijke tentoonstellingen focussen op de diverse aspecten van het dagelijkse leven van vroeger en nu en putten hiervoor regelmatig uit de verzamelingen Europese etnologie van de Koninklijke Musea voor Kunst & Geschiedenis.
Het ticket van de tentoonstelling geeft ook toegang tot de vaste collectie, het panorama en de ontdekking van het volledige monument. Het toegangsticket van ‘Magical Theatres’ geeft daarenboven de mogelijk om een marionettenvoorstelling van het Théâtre Royal de Toone tegen reductietarief bij te wonen (zie www.toone.be).

Openingsbeeld: Miniatuurtheater. Neurenberg, ca. 1830. Beschilderd hout.

Alle beelden: KMKG-MRAH

‘Magical theatres’loopt tot 4 december 2022
Hallepoort – Zuidlaan 150, 1000 Brussel, België


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder