Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Bismarcks meesterwerk

14 december 2021 Siebrand Krul

Na de door de Pruisen gewonnen Slag bij Sedan lijkt de nationale Duitse eenheid onder handbereik, maar er duiken onvoorziene problemen op. De aarzeling van de Zuid-Duitse staten om zich zo nadrukkelijk aan Pruisische zijde te scharen in de oorlog tegen Frankrijk, zorgt bij Bismarck voor de nodige hoofdbrekens. Toch slaagt de even diplomatieke als vasthoudende staatsman erin het Duitse Rijk te smeden.

Eindelijk! De opluchting staat de Pruisische minister-president Otto von Bismarck in het gezicht geschreven als hij zijn medewerkers meedeelt: ‘De Duitse eenheid is een feit en de keizer ook.’ Het pad erheen was doornig genoeg geweest. Dat de Zuid-Duitse staten moeilijk deden, was nog te verwachten geweest. Maar toen de Pruisische koning Wilhelm I het keizerschap afwees, stond alles ineens op losse schroeven. Bismarck moest al zijn overtuigingskracht aanwenden om de oude monarch op andere gedachten te brengen. En toen hij overtuigd was, werd hij bokkig vanwege de wat surrogaatachtige titel ‘Duits keizer’. Hij wilde ‘keizer van Duitsland’ zijn. Déjà vu: Wilhelm verzette zich in 1866 fel tegen de Bruderkrieg tegen Oostenrijk, maar toen die werd gewonnen, wilde hij met slaande trommels door Wenen paraderen. Ook dat wist Bismarck te voorkomen.

Wilhelm vertrekt vanuit Berlijn naar de troepen, 31 juli 1870. Schilderij door Adolf von Menzel.

Met de val van het Napoleontische keizerrijk was de voornaamste buitenlandse hinderpaal voor de Duitse eenheid verdwenen. Alleen de Zuid-Duitse staten hielden de boot nog af. Enkel Baden sprak zich onomwonden uit voor aansluiting bij de door Pruisen gedomineerde Noord-Duitse Bond – groothertog Friedrich I van Baden was dan ook Wilhelms schoonzoon. Maar Beieren en Württemberg wilden niets van Bismarcks plannen weten. Hoe hen van de eenheid te overtuigen? Op dat punt gingen de meningen uiteen. Terwijl de Pruisische kroonprins Friedrich Wilhelm ervoor pleitte zware druk uit te oefenen, zette Bismarck zijn kaarten op de diplomatieke weg, al was het maar om tenminste de schijn van vrijwilligheid op te houden. Daarnaast vertrouwde hij erop dat de koningen van Beieren en Württemberg zich niet konden permitteren het door Sedan aangewakkerde patriottisme te negeren. En bijkomend voordeel was dat beide staten bij de reeds bestaande nauwe economische banden binnen de tolunie nog maar moeilijk zelfstandig zouden kunnen voortbestaan. Bismarck was er zeker van dat er ook in München en Stuttgart over die vraag werd nagedacht. Dus waarom een toetreding tot de bond afdwingen en daarmee een jarenlange weerstand opwekken, als een duurzaam partnerschap zich ook op basis van een schijnbare vrijwilligheid liet vormen?

Victoria – De vereniging van Noord- en Zuid-Duitsland. Allegorische voorstelling, door Anton von Werner. (Historisches Museum Saar)

Het waren evengoed moeizame onderhandelingen die in oktober en november 1870 in Versailles gevoerd werden. Maar Bismarck was niet ongenegen beide landen tegemoet te komen en Beieren en Württemberg het goede gevoel te geven de nodige toezeggingen uit het vuur gesleept te hebben. Beieren kon zijn eigen spoorwegen, posterijen en telegraafwezen houden en zo in het dagelijks leven een duidelijk teken van onafhankelijkheid geven. Hetzelfde gold voor de posterijen van Württemberg. Verder bleef het Beierse leger nagenoeg zelfstandig. De toekomstige keizer had in vredestijd alleen een ‘monsteringsrecht’ om zich van de slagkracht van de troepen te kunnen overtuigen. Ook de koning van Württemberg kon zijn leger naar eigen inzicht organiseren en officieren benoemen.

‘Kommt es unter einen Hut? Ich glaube, ’s kommt eher unter eine Pickelhaube!’. Karikatuur uit het Oostenrijkse satorische tijdschrift Kikeriki, 22 augustus 1870. Ze verbeeldt goed het algemeen gevoelen in Europa: het gaat nu wel heel hard met de Pruisische machtsontplooiing.

Terwijl men in München en Stuttgart ingenomen was met deze onderhandelingsresultaten, hagelde het aan Pruisische kritiek op deze Zuid-Duitse ‘status aparte’. Goed, met eigen posterijen en spoorwegen viel nog wel te leven, evenals met een eigen bier- en brandewijntaks, maar dat de legers van beide staten praktisch zelfstandig konden blijven hield men voor zeer bedenkelijk. De band die het keizerrijk moest binden was daarmee onverantwoord los en liet veel teveel ruimte voor het aloude particularisme.

De wederopstanding van het Duitse Keizerrijk 1871. Voorstelling door Hermann Wislicenus in de Kaisersaal van de Kaiserpfalz in Goslar. In het midden WIlhelm I en kroonprins Friedrich Wilhelm. Links Bismarck, Moltke en Roon, Rechts Alsatia (Elzas) en Lotharingia (Lotharingen). Boven koningin Luise van Pruisen, omgeven door middeleeuwse keizers en koningen. Onder de Rijn.

Bismarck liet de kritiek gelaten over zich heen komen – terecht, zoals later bleek. Hij voorzag dat de uitzonderingbepalingen in de praktijk van het Duitse Rijk al snel betekenisloos zouden worden. Inderdaad was er nooit enige reden om aan de loyaliteit van Beieren en Württemberg te twijfelen, integendeel. Doordat ze niet het gevoel hadden dat Bismarck hun bij de rijksvorming het vel over de oren getrokken had, ontwikkelde zich een heuse vertrouwensrelatie tussen Berlijn, München en Stuttgart. Bismarcks tactiek om alles met de mantel der vrijwilligheid toe te dekken had zeer gunstig uitgepakt. De ondertekening van de verdragen met de Zuid-Duitse staten tussen 15 en 25 november 1870 ervoer hij dan ook als een persoonlijke triomf.
Maar daarmee was alles allerminst in kannen en kruiken, want de keizerkwestie bleek niet minder lastig. Als een Pruis van het oude stempel had Wilhelm I een grote weerzin tegen de nieuwe titel. Dat lag voor een deel aan zijn afkeer van elk soort vernieuwing, maar ook aan de vrees dat de Pruisische traditie en haar roemrijke verleden in het verenigde Duitsland in vergetelheid zouden kunnen raken. En last but not least stoorde hij zich wellicht aan het feit dat het eerder een idee van de revolutionairen van 1848 geweest was om een Hohenzollern de keizertitel aan te bieden. Zijn oudere broer Friedrich Wilhelm IV had indertijd als ‘koning bij de gratie Gods’ pertinent geweigerd een kroon te aanvaarden uit handen van ‘slagers en bakkers’ (zijnde de afgevaardigden van het Frankfurter parlement).

Karlsruhe, Kaiser-Wilhelm-Denkmal. Op het reliëf van de keizerproclamatie staan onder anderen, van links naar rechts kroonprins Friedrich Wilhelm, keizer Wilhelm, groothertog Friedrich von Baden, bondskanselier Bismarck en generaal Moltke.

Er was dus heel wat gepalaver voor nodig om Wilhelm aan het keizerschap te laten wennen. Gelukkig kreeg Bismarck daarbij hulp van de kroonprins en de groothertog van Baden. Medio december schreef de koning berustend aan zijn gemalin Augusta: ‘De omstandigheden dwingen mij tot iets wat ik slechts met bezwaard gemoed kan accepteren en waar ik mij niet langer aan kan onttrekken.’ Klus geklaard dus? Nee, niet echt … Ineens speelden dynastieke overwegingen de koning parten. Als hij zich dan toch in het onvermijdelijke moest voegen, dan niet als ‘Duits keizer’, maar ‘keizer van Duitsland’, zodat niemand het toegenomen prestige van de huis Hohenzollern zou ontgaan. Bismarck getroostte zich alle moeite om Wilhelm uit te leggen dat staatsrechtelijk gezien alleen de titel van ‘Duits keizer’ mogelijk was, aangezien ‘keizer van Duitsland’ aanspraken op niet-Pruisisch grondgebied impliceerde – onverenigbaar met de eenheidsverdragen.

Het zou niet de laatste belemmering voor het keizerschap blijken. Toen het Duitse keizerrijk op 18 januari 1871 in de spiegelzaal van Versailles uitgeroepen werd, zag men zich gedwongen de titelkwestie te omzeilen. Uiteindelijk hief de groothertog van Baden dan ook een hoera aan op ‘keizer Wilhelm’. Gelukkig voor Wilhelm waren er slagers noch bakkers bij de ceremonie aanwezig. Integendeel, de kroon werd hem door niemand minder dan de Beierse koning Ludwig II aangeboden, die daarbij de overige vorsten van de 22 Duitse staten en de vertegenwoordigers van de drie vrije steden opriep hun instemming daarmee te tonen. Volksvertegenwoordigers hadden geen aandeel in de plechtigheid – vorsten en militairen waren de ware stichters van het Duitse keizerrijk.
De eclatante hoerastemming rond de eindelijk gerealiseerde nationale eenheid van Duitsland kon echter niet verhelen dat de kiem voor een volgende oorlog al gelegd was. Duitslands finest hour vieren in het paleis van de Zonnekoning betekende een slag in het gezicht van de Fransen, iets wat de betrekkingen tussen beide landen grondig verstoorde. En Bismarcks politieke en diplomatieke meesterstukje aardig wat van zijn glans ontneemt.
Karin Feuerstein-Prasser

Ludwig II van Beieren, naar een schilderij van Gabriel Schachinger, posthuum gereedgekomen in 1887. Het protserige naar Franse voorbeelden geschilderde doek toont de koning gekleed in de gewaden van de grootmeester van de Orde van de Heilige Georg. (Slot Herrenchiemsee)

Peperdure hobby

De Beierse koning Ludwig II liet zich in klinkende munt betalen voor zijn ‘ja’ tegen de Duitse eenheid. De bouwlustige monarch, die net aan het project voor slot Linderhof begonnen was, had een flinke financiële armslag nodig. Bismarck speelde daar op in en stelde de koning een groot bedrag in het vooruitzicht. Officieel als lening, al wist Bismarck maar al te goed dat het geld ‘zonder hoop op terugbetaling’ naar Beieren ging. Naast een groot bedrag ineens fourneerde hij jaarlijks nog eens 300.000 mark – in totaal ettelijke miljoenen. Het geld kwam uit een geheime kas, het zogeheten Welfenfonds. Dat bestond uit het in 1866 in beslag genomen vermogen van het Hannoverse koningshuis. Het was voor beide partijen een lonende investering. De Beierse politiek zou Pruisen in de jaren die volgden welgezind blijven en Ludwig II kon naar hartelust aan zijn sprookjeskastelen bouwen.

Openingsbeeld: De proclamatie van de Pruisische koning Wilhelm I als Duits keizer in de Spiegelzaal van Paleis Versailles. Het schilderij is de derde versie, gereedgekomen op 22 maart 1877 ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Wilhelm. Het was een cadeau van de koninklijke familie voor Bismarck, meer specifiek diens zeventigste verjaardag. Hij komt er in zijn witte uniform als de centrale figuur op voor. In werkelijkheid droeg hij geen wit. De beide eerste versies zijn in WO II verloren gegaan. Deze versie, ook van Adolf von Menzel, hangt in het Bismarck-Museum in Friedrichsruh.

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer over de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder