Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Bewaakte grenzen?

14 december 2021 Siebrand Krul

De Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 mocht dan langs de Belgische grenzen scheren, in Brussel was men allerminst gerust op een goede afloop. België had zich na de vrede met Nederland in 1839 rustig teruggetrokken in de binnenlandse politiek en waande zich veilig, vooral door de militaire garanties van de grote Europese mogendheden. Gevolg: het leger was in tamelijk deplorabele staat.

De machtshonger van de kersverse keizer Napoleon III ondergroef die zelfgenoegzaamheid in de jaren 1860. Koning Leopold II en buitenlandse journalisten waren niet overtuigd of Frankrijk de begerige blik naar België zou kunnen intomen. De Franse interesse in de spoorwegen en de ijzerindustrie in het Groothertogdom Luxemburg zorgde tussen 1867 en 1869 voor de nodige spanningen met Pruisen en met België. De oplopende politieke spanning tussen Pruisen en Frankrijk kwam op een moment dat in België de binnenlandse verkiezingskoorts belangrijker was dan wat in het buitenland gebeurde. Na de nipte katholieke verkiezingsoverwinning van 14 juni 1870 was de antimilitaristische regering van Jules d’Anethan aangetreden. De nieuwe regering vroeg de koning om het parlement terug te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Die verkiezingen op 2 augustus resulteerden in een ruime katholieke meerderheid in beide Kamers.

De staf van het Belgische observatieleger rond luitenant-generaal baron Chazal. (War Heritage Institute, foto Luc Van de Weghe)

Oorlogsbeleid zonder parlement

In de tussentijd, met een regeringskabinet zonder parlement, escaleerde de spanning tussen Frankrijk en Pruisen. Om geen van beide een alibi te geven om bij een militaire expeditie toch de Belgische grens over te steken om de vijand sneller te kunnen treffen, werd onder druk van koning Leopold II beslist om de gevoeligste grenszones te bewaken. Op 11 juli 1870 werd het verlof van alle officieren ingetrokken en de dag nadien werden genietroepen naar Verviers, Quiévrain en Perwez gestuurd om de spoorwegen en de telegraafverbindingen te onderbreken mocht een van beide partijen toch de grens oversteken. Koning Leopold II bracht, als staatshoofd, met het Koninklijk Besluit van 15 juli 1870 het Belgische leger op oorlogsvoet. De ministeriële verantwoordelijkheid voor dat besluit werd gedragen door generaal-majoor Henri Guillaume, minister van Oorlog en ook koninklijk vleugeladjudant. Dat was daadkrachtig, want Frankrijk maar ook Pruisen en zijn Duitse bondgenoten mobiliseerden diezelfde dag hun legers. De Franse keizer Napoleon III verklaarde op 19 juli de oorlog aan Pruisen.
Londen aarzelde om als garant de veiligheid van België te waarborgen. Dat veranderde toen The Times de geheime Franse diplomatieke voorstellen uit 1867 om België te mogen inpalmen via een goede Pruisische wind te pakken kreeg en publiceerde. De Britse regering maakte beide oorlogvoerende partijen duidelijk dat het moedwillig overschrijden van de Belgische grens niet zonder gevolgen zou blijven. Ondertussen versterkte de Belgische regering de neutraliteitspositie door op 17 juli de uitvoer van paarden te verbieden maar pas op 5 augustus werd transit en verkoop van wapens en munitie aan de oorlogvoerende partijen verboden. De gevechtshandelingen tussen Frankrijk en Pruisen waren op dat moment volop bezig.

Een Rode Kruis-konvooi bij de grensovergang te Libramont na de Slag bij Sedan. Schilderij van Albert Dillens. (War Heritage Institute, foto Luc Van de Weghe)

Geen wapenexport, wel wapenexport

Het kersverse Belgische parlement kwam op 8 augustus voor de eerste keer samen. Koning Leopold II sprak in zijn troonrede voor beide Kamers de hoop uit dat de Pruisische en de Franse vorsten hun bevestiging om de Belgische neutraliteit te respecteren zouden nakomen. Daarbij diende België zich wel te verzetten mocht Frankrijk een poging wagen om dwars door België de Pruisische Rijnprovincie aan te vallen. Mocht dat gebeuren dan was te voorzien dat Pruisen de Fransen in België tegemoet kwamen; geen aanlokkelijk vooruitzicht. De vorst verkondigde dat België zou zich verdedigen tegen elke invaller en hoopte dat de Kamers dit beleid zouden ondersteunen. Het parlement morrelde evenwel aan de strikte neutraliteitspolitiek. Het gelobby van de paardentelers zorgde er voor dat op 12 augustus het verbod op de paardenhandel werd aangepast zodat veulens toch nog aan buitenlanders mochten verkocht worden. De politieke druk van de Luikse en Brusselse wapenindustrie zorgde er voor dat vanaf 18 augustus de export van luxe- en jachtwapens kon hernomen worden, ook naar de oorlogvoerende buurlanden. Om te vermijden dat er ook oorlogswapens bij waren, diende elke export van sportwapens door een legerofficier en een gespecialiseerde douanier gecontroleerd te worden in depots te Antwerpen, Brussel en Luik.
Om te vermijden dat Pruisen gedode of krijgsgevangen genomen Belgen zou registreren, vroeg de Belgische regering aan Parijs om Belgen die in het Vreemdelingenlegioen dienden niet in te zetten op Frans grondgebied om elke schijn van betrokkenheid te vermijden. De Franse overheid stemde in en liet de Belgische legionairs in Noord-Afrika.

Franse soldaten worden bij de grens opgevangen door een Belgische controlepost. Achter de voorhoede staat een compagnie karabiniers in gelid opgesteld en verder langs de bosrand staan wachtposten op uitkijk. Compositie van Camille Payen. (War Heritage Institute, foto Luc Van de Weghe)

Een standvastig leger!?

De veldslagen van 30 augustus bij Beaumont, Bazeilles en Moulin en vooral van 1 september bij Floing en Givonne, alle nabij Sedan, zorgden voor een toevloed aan vluchtende Franse soldaten die de Belgische grens in de regio van Bouillon overstaken. Zij werden opgevangen, ontwapend en weggeleid. Dat was de theorie voor kleine groepjes die gedurende de dag kwamen aangelopen. Een Franse troepenmacht van 5.000 tot 6.000 soldaten waaronder de commandant van de 3de cavaleriebrigade, generaal Michel, had via Corbion, Sugny en Pussemange (nabij Bouillon, de huidige N810) in de voormiddag wel de kortere doorsteek (toch vijftien kilometer) via België naar het Franse Charleville-Mézières genomen. De Belgische douanepost, bemand door zes man, protesteerde maar kon de Franse colonne niet tegenhouden. Pruisische eenheden achtervolgden de Fransen en trokken dus ook over Belgisch grondgebied. Het Belgische leger had weliswaar drie divisies nabij de grens paraat, maar op veilige afstand van een tweetal kilometer, dikwijls achter de Semois. Kanselier Bismarck protesteerde de 2de september dan ook bij de Belgische regeringsleider d’Anethan, tevens minister van Buitenlandse Zaken, dat de streek onder Bouillon niet bewaakt werd door Belgische legereenheden en dat Pruisische soldaten Franse soldaten zouden achtervolgen over Belgisch grondgebied om hen daar desnoods te ontwapenen. Later die dag vroeg de burgemeester van Sugny aan het Belgische leger om zijn dorp te beschermen tegen plunderende Franse huzaren.
Harry van Royen

Openingsbeeld: Voorpost van een lusteloze sectie Belgische karabiniers aan de Franse grens. Schilderij door Camille Payen (1870). (War Heritage Institute, foto Luc Van de Weghe)

Lees ook de andere helft van dit artikel, plus nog veel meer verhalen over de Frans-Duitse Oorlog, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder