Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Vertrouwde onheilsbode

24 november 2021 Siebrand Krul

Wanneer iets de dreiging van oorlog voelbaar maakt, dan is dat wel het onheilspellende geluid van het luchtalarm. De driemaandelijkse testen zijn in België in 2018 gestopt, maar in Nederland zijn de jankende sirenes nog iedere eerste maandag van de maand, om stipt 12.00 uur, te horen. Hoe lang nog?

De elektrische sirene is een uitvinding van de 19de eeuw. Hij werd gebruikt om de arbeiders naar de fabriek te manen of het einde van de werkdag aan te kondigen. Waar eerst kerkklokken het dagelijks ritme bepaalden, deed nu de fabriekssirene dat. Al snel werden de sirenes ook ingezet als waarschuwing bij brand of hoogwater als een moderne aanvulling op de kerkklokken en kanonsschoten die tot dan werden gebruikt.
Het idee om sirenes ook bij een dreigende luchtaanval te laten loeien werd pas actueel met de komst van het vliegtuig waarvan al snel de militaire potentie werd beseft. De bombardementen tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden vooral nog een psychologisch effect.

Het bombardement van Antwerpen in augustus 1914 maakte diepe indruk. Ooggetuige Jozef Muls schreef: ‘Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij ’s nachts te Antwerpen in de volledigste duisternis. […] Nergens mocht uit de vensters der huizen een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten’. Artistieke weergave von Eckenbrecher.

De fragiele toestellen van die tijd konden maar weinig bommen dragen en richtmiddelen waren er nog niet. De grote zeppelins leken meer belofte in te houden. In de nacht van 24 op 25 augustus 1914 was het gebied rond de Antwerpse stadswaag het doelwit van zo’n luchtaanval. De slapende stad werd wreed wakker geschud. De Antwerpse kunsthistoricus Jozef Muls en de zijnen werden totaal verrast: ‘Ik zag bij het aarzelende licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken verdwaasd en verschrikt. “Het is de beschieting!” “Het zijn misschien maar signalen of proefschoten.” ”Laat ons bidden” zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers tegen elkaar rollen in een hand’. Het bombardement kostte twaalf sinjoren het leven. Groot was de publieke verontwaardiging over de bewuste aanvallen op burgerdoelen.

Geheime commandoposten

Met de ervaringen uit de Grote Oorlog in gedachten was in het Interbellum de verwachting dat steden in toekomstige oorlogen grootschalig gebombardeerd zouden kunnen worden. De overheid ging daardoor serieus nadenken over manieren de bevolking daartegen te beschermen. In Nederland werden in 1927 de ‘Aanwijzingen Luchtbeschermingsdienst’ opgesteld met daarin adviezen aan de burgemeesters ingeval van een dreigende aanval. Vooral de socialisten hoonden het stuk. Zij noemden het ‘een ontwapeningsmanifest’ omdat er volgens hen overduidelijk uit sprak welke verschrikkingen een nieuwe oorlog met zich mee zou brengen.

Proef met een sirene op het dak van de Bijenkorf, Amsterdam 1938. (Foto Cees Deenik, Stadsarchief Amsterdam)

Met het bombardement op de Baskische stad Guernica in gedachten en de toenemende oorlogsretoriek vanuit Nazi-Duitsland steeg in de jaren dertig de aandacht voor wat toen het luchtgevaar werd genoemd naar een hoogtepunt. In Nederland leidde dat in 1933 tot de oprichting van de Nederlandse Vereniging voor Luchtbescherming en in België een jaar later de Bond voor Passieve Luchtbescherming. In 1938 werden daar ook geheime ondergrondse commandoposten ingericht. Daarvan was het Nationaal Centrum voor Inlichtingen en Alarmering gevestigd in een bunker onder het Warandepark te Brussel en via ondergrondse tunnels verbonden met het koninklijk paleis en het parlement.

Treurende mensen bij de resten van een uitgebrande bus op het gemeenteplein van Mortsel. Ten tijde van het bombardement waren er ongeveer dertig passagiers. Niemand van hen overleefde de aanval en nog steeds zijn niet alle lichamen geïdentificeerd. (Foto Otto Kropf, Propaganda-Abteilung Belgien)

Wel alarm, geen schuilkelders

De Belgische en Nederlandse luchtbeschermingsdiensten waren in het begin vrijwilligersorganisaties die zich hoofdzakelijk richtten op voorlichting. Zo werd in 1939 de revue ‘Luchtgevaar’ in de Grote Schouwburg van Rotterdam opgevoerd. Het stuk werd door de pers genadeloos gekraakt (‘zouteloos en van alle kanten rammelend’). Wrang detail: de Grote Schouwburg was een van de vele Rotterdamse gebouwen die het Duitse bombardement van mei 1940 niet zouden overleven. Naast voorlichting werden ook verduisterings- en ontruimingsoefeningen gehouden. Het aantal geplaatste sirenes nam flink toe maar ook andere waarschuwingssignalen zoals klokken en fluiten bleven voor alarmering in gebruik. Op papier leken zowel België als in Nederland op een luchtaanval voorbereid. Maar in de praktijk was met name het aantal schuilkelders totaal onvoldoende.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het sinistere huilen van de sirenes boven de Lage Landen maar al te vaak te horen. En bleek ook hoe weerloos de bevolking bij een bombardement desondanks was. Tragisch was bijvoorbeeld het lot van het Vlaamse Mortsel. Een aanval van de Amerikaanse luchtmacht op de daar gevestigde Erla-fabriek in april 1943 eindigde in een bloedbad waarbij 936 mensen het leven lieten, waaronder meer dan 200 kinderen.

Wervingsposter voor de Belgische Civiele Beveiliging. Jaren vijftig.

‘Zijn de Russen er?’

Die harde lessen van de Tweede Wereldoorlog werden na 1945 niet vergeten. Dit keer kwam de dreiging van een aanval met atoomwapens als hete climax van een bitter Koude Oorlog. In België werd in 1951 het Korps Burgerlijke Bescherming (KB) opgericht. In Nederland een jaar later de vrijwillige Bescherming Burgerbevolking (BB). Ook nu weer moesten sirenes bij een naderende aanval waarschuwen. Het luchtalarm werd periodiek getest, in Nederland maandelijks en in België om de drie maand. Soms zorgden de sirenes onbedoeld juist voor onrust. Zoals in 1956 in Brussel. De internationale spanningen waren hoog opgeschroefd vanwege de Suezcrisis. Toen na een kortsluiting het luchtalarm onbedoeld afging, vloog er per toeval net een Belgische bommenwerper boven de stad. Tientallen mensen stormden de straat op, anderen vluchtten in kelders. Auto’s en trams stopten op straat en de bestuurders zochten dekking. De Belgische radio en de dagbladen werden overstelpt met telefoontjes: ‘Zijn de Russen er?’
Harry Stalknecht

Lees ook de rest van dit boeiende verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder