Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De straat op

24 november 2021 Siebrand Krul

Een stoet, betoging, steunbetuiging of processie. We komen regelmatig samen de straat op, ongepland of na een lange voorbereiding. In een optocht laat een groep van zich horen. Muziek, vlaggen en slogans vullen de straten. Borden, kledij, maskers, figuren en wagens versterken de boodschap. De expo 'De straat op' belicht optochten in Vlaanderen en Brussel, vroeger en nu. Kijk mee vanuit het perspectief van organisatoren, deelnemers en toeschouwers.

De redenen waarom we samen en georganiseerd de straat op gaan, lopen uiteen. Herdenken, politieke eisen stellen, solidariteit betuigen, ons vermaken, een identiteit vieren, tradities levend houden of toerisme stimuleren. Deze redenen sluiten elkaar niet uit en kunnen veranderen doorheen de tijd. Optochten zijn continu in beweging. Ze ontstaan, veranderen, worden nieuw leven ingeblazen of verdwijnen. Zo is de Pride in de eerste plaats een manifestatie die blijvend aandacht vraagt voor LGBTQIA+ rechten in binnen- en buitenland. Maar het is ook een moment geworden om te vieren
wie we zijn. Carnaval is een feest dat vandaag vooral vermakelijk is en toerisme lokt, maar ook een geschiedenis kent van maatschappelijke spot en satire.
Optochten zijn zeer verschillend maar hebben ook veel gelijkenissen. Stuk voor stuk spelen ze een belangrijke sociale rol. Ze versterken het gevoel te behoren tot een gemeenschap. Emotie, passie en engagement zijn niet weg te denken. Geëngageerde vrijwilligers, organisatoren, deelnemers en publiek waarborgen het ontstaan én voortbestaan van een optocht. Vlaggen, muziek, dans, slogans, kledij en rituelen komen in elke optocht terug, maar krijgen steeds een eigen creatieve invulling.

Levendig landschap

Optochten zijn er in allerlei vormen en maten. Sommige bestaan al meerdere generaties en kennen een lange geschiedenis. Andere zijn relatief nieuw. Ze zijn cyclisch of eenmalig, brengen een massa op de been of zijn eerder kleinschalig. Het aantal stoeten, processies, ommegangen en bloemencorso’s in Vlaanderen en Brussel is talrijk. Ook de deelname van burgers aan betogingen en protesten is groot. Zo blijft Brussel een van dé hotspots om te betogen. Dat we een regio van optochten zijn staat vast. Welke optochten waren er vroeger? En welke bestaan er vandaag? Het landschap is dynamisch en verandert voortdurend.

Samen aan de slag

Een optocht vereist heel wat organisatie. Processies, historische stoeten en bloemencorso’s vragen een lange voorbereiding en strikte regie. Maar ook bij meer spontane optochten, zoals betogingen en protesten komt organisatie kijken. Een goed verloop bepaalt mee het succes van een optocht. Een nauwe samenwerking tussen vrijwilligers, vaste medewerkers, ordediensten en overheden is essentieel. Organisatoren coördineren en houden het overzicht. Ze zoeken financiering en maken
de planning, een draaiboek en een begroting. Ze stippelen het parcours uit. Met flyers, posters en persberichten proberen ze zoveel mogelijk deelnemers en toeschouwers te werven. De laatste jaren heeft sociale media de communicatie versneld en verruimd. We kunnen veel spontaner en meer last minute mobiliseren. Een optocht brengt een grote massa op de been. Organisatoren moeten iedereen veilig door de straten loodsen. Tal van vergunningen en veiligheidsvoorschriften moeten in orde zijn. Zowel voor als tijdens de optocht vraagt het een goed overleg met overheden en
ordediensten. Die samenwerking is niet vanzelfsprekend. Tot begin 20e eeuw stonden besturen vaak nog argwanend tegenover de excessen van carnavalsfeesten. Lokale betogers gingen meer dan eens op de vuist met de ordediensten. Vandaag zorgt de politie dat een optocht in alle rust kan doorgaan. Al kan hun aanwezigheid bij een protest nog steeds onrust uitlokken. Ook stewards leiden het geheel mee in goede banen. Medewerkers staan voortdurend met elkaar in contact via walkietalkies of smartphones. Het vooraf uitgestippeld parcours wordt nauwlettend afgebakend.

Stoetenbouwer

In de jaren 1950 stijgt de welvaart en komt het toerisme op gang. Steden en gemeenten willen deze toeristen kost wat kost aantrekken. Er vindt een enorme boom van stoeten en ommegangen, die de lokale geschiedenis evoceren, plaats. Voor dit nieuwe fenomeen van citymarketing wordt beroep gedaan op een stoetenbouwer. Dit is een regisseur met een groot netwerk aan verenigingen. Met figuranten, reuzen, muzikanten, vaandelzwaaiers, kostuums en dieren creëert hij een wervelende optocht.
Het verhaal is doorspekt met lokale helden, culinaire specialiteiten en symbolen van de stad, de regio of het dorp. Een van de bekendste Belgische stoetenbouwers is Frans Vromman (1923-2006). In 1954 creëert hij in zijn thuisstad Wingene voor de eerste maal de ‘Breughelstoet’. Tot begin 2000 regisseert hij ruim tweehonderd lokaal geïnspireerde stoeten over heel Vlaanderen. Momenteel werkt zijn neef Jan Vromman aan een film ‘de Stoetenbouwer’ (première voorjaar 2022).

Vele handen maken licht werk

De voorbereiding van een optocht brengt heel wat mensen op de been. Weken, maanden en zelfs jaren voorbereiding gaan er aan vooraf. Professionals, vrijwilligers en mensen uit het verenigingsleven zetten zich vol toewijding, soms al jaar en dag, in voor hun optocht. In de bouw-, naai- en oefenateliers gonst het van bedrijvigheid. Er komt heel wat denkwerk en creativiteit bij kijken. Praalwagens, kostuums en rekwisieten worden ontworpen, gemaakt of hersteld. Pancartes worden in elkaar geknutseld. Er wordt gerepeteerd en choreografieën worden ingestudeerd. Figuranten
worden geschminkt. Het zijn slechts enkele van de vele taken achter de schermen. Organisatoren kiezen vandaag vaker voor betaalde professionals. Toch blijft het vrijwillige engagement van onschatbare waarde. Ondanks de grote keuze aan vrijetijdsbesteding, zetten jaarlijks nog steeds duizendenvrijwilligers zich in voor allerlei optochten. Dit voorbereidende werk is minstens even belangrijk als de optocht zelf. Het zorgt voor verbondenheid en het gevoel deel uit te maken van een gemeenschap.

Sinds 2019 bemoeilijkt de wereldwijde pandemie dit engagement. Vergaderingen, samenkomsten in ateliers of repetities kunnen niet zomaar doorgaan. En ook de optochten zelf zien er heel wat anders uit. Er is een digitale Pride of processies gaan door in beperkt gezelschap. We protesteren op sociale media of stoeten worden uitgesteld naar ‘betere tijden’. Er wordt hard gewerkt aan alternatieve en creatieve oplossingen. Maar optochten blijven een levendig fenomeen. De drang
om in het echt, zij aan zij, op straat te komen is groot.

Gebalde vuist

Er is een grote variatie aan optochten maar in hun beeld- en vormentaal zijn er heel wat gelijkenissen. Die beeldtaal is wervend en krachtig, maar ontleent zijn betekenis aan de specifieke context waarin die gebruikt wordt. Een bekend voorbeeld is de gebalde vuist. Het gebaar staat in contrast met de fascistische gestrekte arm en staat voor strijd en verzet. In de eerste jaren van de Weimarrepubliek duikt het gebaar op als symbool van het communisme. Tijdens de Spaanse burgeroorlog wordt het een internationaal socialistisch teken van herkenning en groet. Maar ook de vrouwenbeweging en antiracistische burgerrechtenbeweging hebben dit symbolische gebaar eigen gemaakt. Hoewel deze bewegingen elkaar beïnvloed hebben en er raakvlakken zijn, verschillen ze in ontstaanscontext, organisatiestructuur en eisen. De gebalde vuist verbeeldt voor elk van hen hun eigen specifieke strijd.

Taal

Taal speelt een belangrijke rol in optochten. In tal van historische stoeten of processies dragen figuranten, vaak kinderen, borden mee die aan de toeschouwers verduidelijken wat wordt uitgebeeld. Taal is ook een belangrijk middel om emoties te uiten, onrecht aan te kaarten solidariteit uit te drukken, te protesteren of te choqueren. In optochten wordt taal doorgaans op twee manieren gebruikt. Enerzijds speelt gesproken taal een belangrijke rol. Er wordt vaak geroepen, gezongen of gescandeerd.
Zowel de bellenmannen aan het begin van een stoet, als een betoger, gebruiken de kracht van hun stem om hun boodschap te verkondigen. Anderzijds is de geschreven taal minstens even belangrijk. Deelnemers aan protesten schrijven hun boodschap op spandoeken, grote borden of stukken karton. Processiegangers dragen mooi versierde borden met stichtende boodschappen.

De slogan, geschreven of gescandeerd, is een bijzonder genre dat eigen is aan optochten. In zeker opzicht is het een gemakkelijk middel. Met een stuk karton en een stift kan iedereen snel een slogan maken. Met een megafoon of de eigen stemkracht wordt hij gescandeerd. Een goede slogan maken is echter niet eenvoudig. Hij moet kort en bondig zijn, maar tegelijk helder en duidelijk. Een slogan bevat vaak ritme, rijm en woordspelingen. Door de grote impact van (sociale) media worden slogans steeds belangrijker. Foto’s en video’s kunnen een boodschap wereldwijd doen circuleren. Sommige iconische slogans worden zelfs onderdeel van het collectief geheugen.

In beweging

Een optocht hoor je vaak al van ver aankomen. Fanfaremuziek, drums, knallende beats, fluitjes, sirenes, gezang en geroep vullen de straten. Het lawaai en de muziek trekken de aandacht van het publiek, beleidsmakers of pers. Het luide volume eist de straat en de publieke ruimte helemaal op. Maar ook juist de afwezigheid van geluid heeft dat effect. Een stille mars laat een aanklacht of herdenking oorverdovend luid klinken. Muziek brengt de deelnemers van een optocht in beweging. Elke parade, mars, stoet of betoging heeft een eigen geluid en ritme. De deelnemers paraderen, marcheren, schrijden of dansen door de straten. Soms is er een doordachte choreografie die veel
oefening vereist, maar er wordt ook spontaan geïmproviseerd. Het dansen is divers: van historische dansen en frivole pasjes tot performance en feest als uiting van protest. De fanfare, met de twirlende majorettes op kop, is lange tijd het boegbeeld geweest van tal van stoeten en processies. Naast de fanfare, harmonie of brassband zijn ook mobiele DJ’s steeds meer bij het uitzicht van een optocht gaan horen. De muziek die je vandaag tijdens een optocht hoort is divers. Een optocht is steeds een fysieke inspanning. Er wordt niet alleen een lange weg afgelegd, er wordt ook stevig bewogen op het ritme en de beats.

(On)zichtbaar

Als toeschouwer van een optocht valt je oog op de extravagante kledij, creatieve kostuums en opvallende maskers. De kleuren, prints en details zijn van belang en zetten de boodschap en het verhaal van de optocht extra in de verf. Ze spreken tot de verbeelding en brengen in vervoering. Of het zijn net de soberheid en sereniteit die de aandacht trekken.
Als iemand een kostuum of masker draagt heeft dit een bijzondere functie. Deze vermomming biedt de kans om in een andere huid te kruipen, om de rollen symbolisch om te keren of om zichzelf uit te vergroten. Hoewel kledij en maskers de aandacht trekken, is de persoon die ze draagt meestal onherkenbaar. Zichtbaarheid en onzichtbaarheid gaan zo hand in hand. De anonimiteit werkt voor velen bevrijdend. Ze geeft een vrijgeleide om te doen wat op de andere dagen in het jaar niet zomaar kan. Dagelijkse beslommeringen, machtsverhoudingen en verschillen worden even
vergeten.

Kledij is erg persoonlijk. Je kan je ermee onderscheiden van de rest. In tal van optochten zie je wel een grote uniformiteit. Denk aan de gele hesjes of de witte ballonnen, kledij en accessoires tijdens de Witte Mars. Ook in militaire marsen of vakbondsoptochten is uniforme klederdracht belangrijk. Daarmee wordt de samenhorigheid en de gemeenschappelijke overtuiging van een groep naar de buitenwereld toe benadrukt. Al verraden kleine verschillen in kledij interne hiërarchie
of onderscheid in rollen.

Maskers

Het verhullen van het gelaat met een masker kent een rijke geschiedenis die terug gaat tot de Prehistorie. Het masker heeft uiteenlopende functies en toepassingen. Oorspronkelijk wordt het gebruikt bij sacraalmagische rituelen, later ook in het theater. Bij dodenmaskers of medicinale maskers is vooral de beschermende functie van belang. Bij het carnavalsfeest laten maskers toe de rollen eens om te keren. Vandaag is het gebruik veelal beperkt tot het ludieke en feestelijke. Al zoeken ook hedendaagse protestbewegingen de anonimiteit op met maskers.
Een masker kan met zijn uitgesproken en expressieve grimassen heel wat verbeelden: een god, een demon, een dier, een voorouder, een mythisch of legendarisch personage. Soms neemt het een abstracte vorm aan. Het masker staat meestal niet op zichzelf. Het wordt vergezeld van een bijbehorende uitrusting, dans, muziek en rituelen.

Vlaggen

Vlaggen kan je niet wegdenken uit een optocht. Met veel fierheid worden ze door de straten meegedragen. Vendelaars zwaaien en draaien ze sierlijk door de lucht. Een vlag is zoveel meer dan een kleurrijk stuk textiel. Het is een drager van een boodschap. De betekenis die we aan een vlag geven is niet altijd dezelfde. Naargelang de optocht kan deze verschillen.
Een vlag creëert zichtbaarheid voor een groep of vereniging. Met een vlag benadrukken we een gemeenschappelijke overtuiging of een zelfde doel. Onder eenzelfde vlag voelen we ons verbonden met anderen. Dat kan een lokale, regionale of nationale verbondenheid zijn, maar ook ideologisch, religieus of erg persoonlijk. Tegelijkertijd is het ook een middel om ons te onderscheiden van anderen. Vlaggen kunnen een grote emotionele waarde hebben. Het is dan ook beladen om een vlag te
vernietigen.
Vlaggen zijn ontstaan als praktisch instrument in een militaire context, weliswaar met een symboolfunctie. Nadien ontstaan er andere types zoals processievaandels, maritieme vlaggen en nationale vlaggen. Lange tijd zijn het ware kunstwerken en een toonbeeld van ambachtelijk handwerk. Ondanks de grote financiële investering had bijna elke fanfare, vakbond, jeugdbeweging, kerkgemeenschap of oud-strijdersbond zijn eigen vlag. Het was een hele eer deze vaandel of vlag mee te dragen. Vandaag worden ze op grote schaal geproduceerd en zijn ze meer generiek. Hun symboolwaarde blijft echter groot.

Reus gaat op stap

Reuzen spreken tot de verbeelding. Ze duiken al heel lang op in mythen en sagen. Sinds de Middeleeuwen gaan reuzen in onze streek ook mee in religieuze processies. Na de antikatholieke Franse Revolutie boeten de reuzen aan populariteit in. De ommegangen waarin ze meelopen verliezen vaak hun religieus karakter. In de 20ste eeuw komen opnieuw meer reuzen de straat op. Niet enkel in religieuze optochten, maar in allerlei soorten stoeten en zelfs protesten. Reuzen worden niet zomaar gemaakt, ze worden geboren. Vaak worden ze onder het toeziend oog van een meter en peter ingeschreven in het bevolkingsregister van hun stad of gemeente. Reuzen kunnen ook trouwen en kinderen krijgen. Wanneer het huwelijkspaar door de straten trekt of de kersverse ouders paraderen met hun kinderen, is het altijd feest.
Het reuzenhoofd en de handen werden vroeger vooral gemaakt uit papier-maché of hout. Tegenwoordig wordt ook polyester gebruikt. Het lichaam, waarin de draagstructuur huist, werd vroeger gemaakt uit rotan door mandenvlechters. Omdat de reuzen vaak bezweken aan houtworm, worden vandaag ook andere materialen gebruikt.
Onder de rok van de reuzen zitten de reuzendragers. Het is hun taak om de reus tot leven te brengen. Een goede reuzendrager bezit de nodige kracht en vaardigheden. Reuzen stappen niet maar dansen: ze huppelen, draaien rond hun as en deinen op en neer op het tempo van de muziek. Sommige reuzen hebben zelfs hun eigen reuzenlied.

De straat op
Tot 8 mei 2022
Huis van Alijn (Kraanlei 65, 9000 Gent)
https://huisvanalijn.be/nl/agenda/de-straat-op


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder