Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Bendeleider Cartouche dood

24 november 2021 Siebrand Krul

Louis Dominique Garthausen, beter bekend als Cartouche was een Franse overvaller, moordenaar en bendeleider. Hij stierf precies 300 jaar geleden, door radbraken. Dat kwam eigenlijk wel goed uit, want hij groeide dus letterlijk op voor galg en rad. Een man met honderd ambachten, maar geen enkele eerbare. Zijn levensverhaal leent zich goed voor spannende boeken en films. Die zijn er ook gekomen.

Cartouche (ook Louis Dominique Bourguignon, 1693-28 november 1721) was de zoon van een wijnhandelaar (de Brockhaus van 1837 spreekt van de zoon van een eerlijke vakman) in de Parijse Quartier de la Courtille. Hij werd door diefstal op school gesnapt en zijn vader joeg hem weg toen hij twaalf was. Eerst sloot hij zich aan bij een groep leeglopers en avonturiers, een paar jaar later bij een roversbende in Normandië. Dit verkoos hem spoedig tot de leider vanwege zijn vermetele acties. Terug in Parijs werkte hij een tijdje voor de politieluitenant d’Argenson als informant en ging daarna in het leger. Na zijn terugkeer richtte hij de roversbende op die Parijs en omgeving onveilig maakte totdat Cartouche op 15 oktober 1721 in een taverne werd gevangengenomen. De informatie over de data van de arrestatie is deels tegenstrijdig in de verschillende bronnen. Volgens Gilles Henry (‘Cartouche le Brigand de la Régence’) werd hij op 4 januari 1721 verraden door zijn kameraad Gruthus. De magistraat loofde een hoge beloning uit voor Cartouches arrestatie.

Cartouche werd wel gezien als een soort Robin Hood, maar was toch vooral een genadeloze boef.

Cartouche was behoorlijk populair bij de Parijse bevolking en ook bij de adel, niet in de laatste plaats omdat zijn acties vaak een bepaalde grap meebrachten. Henri Sanson schrijft in zijn dagboeken van de beulen van Parijs, waarin een heel hoofdstuk aan Cartouche is gewijd:
‘Het belangrijkste kenmerk van alle inspanningen van Cartouche was de geestige grap die hem bijna altijd vergezelde. De dief nam geen genoegen met het beroven van zijn slachtoffers, maar plaagde ze zoveel mogelijk. Dat was ook een geheim van zijn grote reputatie; hij begreep heel goed dat hem veel vergeven zou worden als hij ook degenen amuseerde die hij bang maakte.’

Cartouche vlucht.

Oordeel en dood

Een ontsnappingspoging, waarbij al een gat in de gevangenismuur was gemaakt, werd op het laatste moment verijdeld en dus werd Cartouche in de conciërgerie opgesloten. Op 26 november werden hij en vier van zijn trawanten, nadat ze een martelondervraging hadden doorstaan, veroordeeld tot het rad. Dit gebeurde op de ochtend van 27 november. Sanson:
‘Op de ochtend van de 27e onderging Cartouche de beproeving. Een breuk, die de artsen in hem vonden, bespaarde hem de marteling van het wankelen; aan de andere kant onderging hij die van de Spaanse laarzen tot de achtste (wig) met buitengewone stevigheid en kalmte; hij weigerde enige bekentenis af te leggen.’

Het nieuws van de op handen zijnde executie had zich razendsnel over de stad verspreid. De Place de Grève en de aangrenzende straten waren vol mensen. Om vier uur ’s middags zou de beul Cartouche naar de plaats van executie leiden. Tijdens het transport merkte hij dat hij blijkbaar de enige was die naar de executie werd gebracht. Toen hij ernaar vroeg, vertelde de beul hem dat er geen andere delinquenten waren en dat hij alleen was. Cartouche besloot met de woorden ‘De verraders!’, van mening zijnde dat zijn trawanten hem moeten hebben verraden om een mildere straf te krijgen. Vervolgens liet hij de rechtbanksecretaris komen en vertelde hem dat hij nog bekentenissen moest afleggen. Hij werd naar het gemeentehuis gebracht, waar hij getuigde tegen enkele van de nog aanwezige heren van het parlement. Dat waren bekentenissen die toch al bewezen waren, maar beschuldigde ook een medeplichtige, namelijk Pierre-François-Gruthus Duchatelet, door wie hij zich verraden voelde, en noemde ook enkele helers.
De volgende dag werd hij weer overgedragen aan de beul. Die kreeg te laat zijn toegezegde pensioengeld, zodat de delinquent het eigenlijke radbraken tot het bittere einde moest doorstaan. Daarna werd hij, zoals destijds gebruikelijk, op het rad vastgezet en leefde nog een twintigtal minuten.
Vier dagen na deze executie volgden de andere trawanten hem op weg naar het schavot. Ook zij hoopten hun leven te verlengen met late bekentenissen. Als gevolg hiervan sleepte het proces nog een jaar aan en resulteerde het in verdere veroordelingen en executies.
Uit dit al blijkt dat men vroeger hard en wreed kon straffen, maar dat de procedures nauwgezet waren en ook secuur werden nagevolgd.

Openingsbeeld: Het radbraken van Hans Spiess. Door Diebold Schilling der Jüngere, 1513. In de Middeleeuwen was radbraken een straf voor de allerzwaarste misdadigers (enkel mannen): vadermoordenaars, verkrachters, verspreiders van dodelijke ziekten. De verminkingen waren bedoeld om herstel te verhinderen. Om te beginnen werden de ledematen van de veroordeelde gebroken met een ijzeren staaf of een ander zwaar voorwerp. Vervolgens werden de armen en benen tussen de spaken van het rad gevouwen, dat boven op een paal werd bevestigd om aan de menigte te worden getoond. Als alle ledematen kapotgeslagen waren, kon een genadeslag op de hartstreek worden gegeven, waardoor de veroordeelde stierf. Dit was doorgaans de negende slag. De genadeslag volgde lang niet altijd. Ook kon de veroordeelde tot slot worden onthoofd, of min of meer levend worden achtergelaten waarna pijn, bloedverlies, dorst en vogels de rest deden.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder