Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Falo’s drama’s

30 oktober 2021 Siebrand Krul

Op 9 juni 1933 is de Belgische schilder Fernand Allard L’Olivier – Falo voor de vrienden – na een maandenlange reis door de Belgische kolonie op weg naar huis. Na het diner aan boord van de Flandre verontschuldigt hij zich bij zijn reisgenoten en verlaat de tafel. Wanneer er een luide plons weerklinkt en zijn tafelgenoten toesnellen, is Falo nergens meer te bekennen. Drie dagen later wordt zijn lichaam opgevist. Hoe Falo aan zijn einde kwam, zal voor altijd een mysterie blijven.

FALO is een van de meest productieve schilders uit zijn tijd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog brengt hij als frontschilder het oorlogsleven in beeld, later laat hij zich tijdens twee lange reizen in Congo inspireren door het land en zijn bewoners, zijn kleurenpracht en zijn exotische impressies. Wars van andere kunststromingen die in Europa opgang maken, creëert FALO figuratieve werken waarin levendige kleuren steeds meer overheersen.
FALO werd in 1883 geboren in de provinciestad Doornik, waar hij opgroeit in een artistiek milieu. Zijn vader doceert aan de Academie voor Schone Kunsten in Doornik en is net als FALO’s ooms stichtend lid van de plaatselijke Cercle Artistique. Op veertienjarige leeftijd schildert FALO zijn eerste doek: Le Pont des Trous, waarop hij de gelijknamige versterkte Scheldebrug in Doornik toont.

De betrapte baadsters.

Nadat hij enkele jaren les volgt aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten, verhuist FALO op achttienjarige leeftijd naar Parijs, op dat moment het artistieke centrum van Europa. Hij schrijft er zich in aan de Académie Julian, de enige kunstopleiding waar naar naakt model wordt geschilderd en ook vrouwelijke studenten welkom zijn. In de Franse hoofdstad komt hij aan de kost door portretten op bestelling te maken. Hij ontmoet er Juliette Rossignol, wiens vader als bouquiniste aan de oever van de Seine tweedehandsboeken verkoopt. Enkele jaren later zal hij met haar huwen, het paar zal twee kinderen – André en Paulette – krijgen.

De Weg van de Overwinning in Westrozebeke.

Imago van heldhaftig België

Vanaf 1906 slaagt Falo er regelmatig in zijn doeken op de grote Parijse Salons te exposeren. In 1912 maakt hij op het Salon des Artistes français furore met zijn doek Les Baigneuses surprises. Het doek toont drie naakte meisjes die zopas een bad in zee hebben genomen. Zijn inspiratie vond Falo tijdens een vakantie in Bretagne, waar zowel het wilde Bretoense landschap als de zee hem bekoorde. Met Les Baigneuses kiest Falo resoluut voor lichte en heldere kleuren die voortaan zijn werk zullen domineren.
Op het moment dat in de zomer van 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, brengen Falo en zijn familie hun vakantie opnieuw in Bretagne door. Falo wil zich onmiddellijk aanmelden als oorlogsvrijwilliger, maar dat blijkt om een of andere reden niet te lukken. Terug in Parijs wordt het leven steeds moeilijker. Bestellingen voor portretten blijven uit. Enkel door postkaarten en illustraties voor kranten te schilderen kan Falo in zijn inkomen voorzien.

Soldat surpris par la lueur d’une fusée, ofwel ‘Een door artillerievuur verraste soldaat’, feitelijk het licht van dat vuur.

In de zomer van 1916 richt het Belgische leger de Section artistique de l’Armée belge op. Voor de financiering van de oorlog heeft België de steun van het buitenland nodig. Na twee jaar oorlog hebben ook de eigen manschappen nood aan een morele opkikker. Het imago van België als lijdend martelaar moet plaatsmaken voor een België dat zich aan de zijde van de geallieerden moedig tegen de bezetter keert. ‘Poor little Belgium’ moet ‘Brave little Belgium’ worden. Binnen de Section artistique krijgen zesentwintig kunstenaars de opdracht om zich volledig aan deze taak te wijden. Onder hen bevindt zich de schilder Alfred Bastien, die later roem zal oogsten met zijn reusachtige Panorama van den IJzer, waarin hij de strijd in de IJzervlakte toont. In de frontstreek krijgen de schilders van de Section artistique volledige bewegingsvrijheid en kunnen autonoom kiezen welke onderwerpen zij in beeld brengen. Vooraleer hun werken tentoongesteld, gepubliceerd of verkocht worden, dient de Belgische militaire censuur wel zijn fiat te geven.

Mathilde Lagage, de moeder van Falo.

Dood en verwoesting: de waanzin in beeld

Vanuit De Panne – waar hij voor vijftig centiemen per dag een kamer huurt die hij eveneens als atelier gebruikt – produceert FALO een vloed aan schilderijen die het ware gelaat van de oorlog toont in al zijn aspecten: de loopgraven, de schuilplaatsen, de medische hulpposten, de ruïnes, de eeuwige modder in het onder water gezette landschap. De schilderijen van FALO beantwoorden perfect aan de behoeften van de Belgische oorlogspropaganda. Het Belgische leger op zijn schilderijen is waakzaam, zonder oorlogszuchtig te zijn. De soldaten stralen kracht en onverzettelijkheid uit, zonder dat FALO de ogen sluit voor de moeilijke levensomstandigheden aan het front. In Soldat surpris par la lueur d’une fusée toont FALO zowel de moed als de verbijstering van de gewone soldaat in de oorlog.

Aan boord van het schip Baron Dhanis.

Wanneer de geallieerden hun tegenoffensief lanceren en ook België zich hierbij aansluit, schildert FALO Le Chemin de la Victoire à Westrozebeke, waarin hij de eerste dagen van het Belgische eindoffensief toont: soldaten die zich klaarmaken voor de strijd, lotgenoten die gewond van het front terugkeren. Dit alles in een vernield landschap bezaaid met dode paarden, gesneuvelde vijanden en haastig opgetrokken schuilplaatsen.
Enkele jaren na de oorlog vraagt Falo aan koningin Elisabeth om te poseren voor een doek, waarop hij Antoine Depage, de legendarische directeur van het Rode Kruishospitaal, in De Panne afbeeldt. Of de Belgische koningin in het hospitaal werkelijk als verpleegster aan de slag is geweest, is voer voor discussie. Wel staat vast dat dokter Depage steeds op de steun van koning en koningin kon rekenen. Dat is ook nu het geval: koningin Elisabeth komt in hoogsteigen persoon naar het atelier van Falo voor de gevraagde poseersessie.

Le Fou du Chef, ofwel ‘De nar van de chef’.

Een begeesterd reiziger

Hoewel Falo na de oorlog naar Brussel verhuist, blijft hij zijn contacten in Parijs onderhouden. Elk jaar stuurt hij enkele doeken in voor het Salon des Artistes français. Hij weet waar de jury van houdt, dus toont op zijn minst een van zijn doeken een stel naakte of schaars geklede meisjes op een strand of de oever van een rivier. La Bourrasque – waarop Falo twee naakte meisjes vereeuwigt – wordt onderscheiden met een zilveren medaille. Een gouden medaille ontvangt Falo nochtans met een volledig ander doek, waarop hij een portret van zijn moeder toont.
Falo is begeesterd door reizen. Een eerste grote reis brengt hem naar Avignon, Arles en Marseille. Hij steekt voor enkele dagen over naar Algiers, dan gaat het naar Spanje. In het Prado in Madrid bewondert hij de schilderijen van Velasquez en Titiaan. Andere reizen brengen hem vanuit Nice, waar zijn oom César een villa bezit, naar Corsica, Sicilië en Tunesië. Op uitnodiging van de industrieel Ernest Saladin, plaatselijk directeur van de Franse textielfabriek Rousseau, Allart & Cie, trekt Falo naar Polen om er de villa van Saladin te decoreren. Terug thuis verwerkt Falo de talloze schetsen die hij tijdens zijn reizen maakt tot tientallen schilderijen.
In 1928 realiseert Falo een langgekoesterde droom: een maandenlange reis naar Congo. Om zijn tocht te financieren klopt hij aan bij het Ministerie van Koloniën. In ruil voor financiële en logistieke steun verbindt Falo zich ertoe tekeningen en schilderijen te leveren voor de Wereldtentoonstelling, die in 1930 in Antwerpen zal worden georganiseerd.

Zelfportret.

Gidsen voor koning en koningin

Falo reist per trein naar Triëste, van daaruit per boot naar Alexandrië. Via Port-Saïd bereikt hij Dar-es-Salaam. Tien dagen later heeft hij al 1.800 kilometer op Afrikaanse bodem afgelegd. In de missiepost van Sake aan de oever van het Kivumeer houdt hij enkele dagen halt. Daarna reist hij aan boord van de Baron Dhanis over het Tanganyikameer naar Albertville (het huidige Kalemie). Het levert hem een van zijn mooiste schilderijen op. In Kabalo ontmoet Falo koning Albert en koningin Elisabeth, die hem nog kennen van zijn verblijf in De Panne. Zij laten het officiële programma even voor wat het is en vragen Falo om hen persoonlijk de stad te tonen. Via Elisabethville (nu Lubumbashi) en Leopoldstad (nu Kinshasa) reist Falo ten slotte naar de havenstad Matadi, waar hij inscheept met bestemming Antwerpen.
De bijna zeven maanden lange reis levert Falo inspiratie voor tientallen schilderijen van Afrikaanse landschappen, dorpszichten en portretten, dansers en danseressen, zoals Les Danseuses rouges, La Danse du beau Mort en Le Fou du Chef. Vanuit Afrika onderhoudt Falo een intensieve briefwisseling met zijn echtgenote Juliette. Zij is trouwens diegene die een gedetailleerde boekhouding bijhoudt van de opbrengsten van Falo’s schilderijen. Na zijn reis krijgt Falo opdracht de inkomhal van het Congopaviljoen op de Wereldtentoonstelling van Antwerpen te decoreren, waarvoor hij veertien reuzegrote panelen schildert met fraaie afbeeldingen van Congolese inwoners. Twaalf ervan sieren nog altijd de muren van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. Verder illustreert Falo verschillende boeken die over Congo handelen, van een verslag van het koninklijke bezoek aan het land tot enkele romans die zich in Congo afspelen.

Ontspanning.

Het lot beschikt anders

Vier jaar na zijn eerste bezoek trekt Falo opnieuw naar Congo. Tijdens zijn vorige reis heeft hij regelmatig doeken verkocht aan Europeanen die in Congo wonen. Dat hoopt hij ook tijdens deze reis te kunnen doen. Om zijn reis te bekostigen klopt hij opnieuw aan bij het Ministerie van Koloniën. Op 18 november 1932 vertrekt hij aan boord van de Albertville vanuit Antwerpen. Dit keer zal hij niet vanaf de Afrikaanse oostkust richting Congo reizen, maar rechtstreeks naar de Congolese havenstad Matadi varen, waar hij drie weken na zijn vertrek arriveert. Falo’s reis brengt hem opnieuw naar de grote steden, die de Belgische kolonisten naar hun vorstenhuis hebben vernoemd: Leopoldstad (nu Kinshasa), Albertville (nu Kalemie) en Elisabethville (nu Lubumbashi). Onderweg organiseert Falo tentoonstellingen en lezingen over zijn werk. Net als tijdens zijn eerste reis krijgt hij regelmatig de beschikking over een aparte treinwagon. Ook nu schrijft hij talloze brieven naar zijn familie thuis. Sinds kort maken die de tocht naar Europa niet langer per boot maar per vliegtuig, zodat Falo’s brieven al na een tiental dagen hun bestemming bereiken.

Bij de Congolese havenstad Matadi.

Zijn tweede verblijf in Congo lijkt Falo meer te vermoeien dan de eerste maal dat hij naar Afrika reisde. Hij voelt zich vaak moe en zelfs gedemoraliseerd. Hij vergezelt de Belgische substituut-procureur naar het noordoosten van het land, waar de Belgische overheid een onderzoek voert naar een groot aantal rituele moorden, uitgevoerd door de Anioto, de geheime sekte van de mythische ‘luipaardmensen’. De slachtoffers vertonen diepe snijwonden alsof zij in de klauwen van luipaarden vielen. Wanneer de koloniale overheid de zaak onderzoekt, stoot zij op het stilzwijgen van de plaatselijke bevolking, die angst voor represailles heeft. Mogelijk ligt een territoriaal conflict tussen twee bevolkingsgroepen – de Bapakombe en de Wananda – aan de oorzaak van de moordpartijen. De hele geschiedenis maakt een bijzonder diepe indruk op Falo. In een brief aan zijn zoon stelt hij André gerust en laat hem weten dat André zich geen zorgen hoeft te maken. Hij hoopt zijn familie snel weer te zien, maar het lot zal daarover anders beschikken.
Mark De Geest

Openingsbeeld: Koningin Elisabeth assisteert dokter Antoine Depage in het Rode Kruishospitaal in De Panne.

Illustraties beschikbaar gesteld door Pierre Peeters.

Lees ook de rest van dit boeiende verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder