Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Wilde Venetiaanse capriolen

11 oktober 2021 Siebrand Krul

Zondagavond 10 november 1816. Een gondel legt aan bij het Hôtel de la Grande Bretagne in het Canal Grande, in Venetië. De beruchte Engelse dichter Byron en zijn boezemvriend Hobhouse stappen uit. In april is Byron Engeland ontvlucht wegens schandalen en schulden. Venetië, de bloeiende Serenissima van weleer, is een spookstad geworden, smerig en vervallen. Maar ook met de depressieve Byron gaat het slecht. Hij voelt zich ‘a ruin amidst ruins’.

Maar, zoals altijd, kruipt hij weer overeind. Weg uit het bekrompen Engeland, gooit hij alle remmen los en met zijn vriend stort hij zich in het decadente salonleven. Ze worden vaste gasten op de literaire soirées, de conversazioni. Dan verhuist Byron naar het Frezzeriastraatje, vlak bij het San Marcoplein. Hij betrekt er kamers bij Pietro Segati, een handelaar in stoffen. Vanaf de eerste dag legt hij het aan met diens jonge vrouw van 22, Marianna. Onder het lijdzaam oog van haar man en onder diens eigen dak. Er gaat geen etmaal voorbij zonder dat ze zich één tot drie keer ‘ter beschikking stelt’, aldus Byron. Hij was er wel aan toe, na maanden van onthouding.

De basiliek en het dogenpaleis aan het San Marcoplein in Venetië, door Canaletto.

Maar hij kan evenmin zonder intellectuele uitdagingen en op 30 november gaat hij Armeens studeren bij de monniken van het San Lazaro-klooster op een eiland in de lagune. Eind februari 1817 is de Armeense kick al voorbij. Waarschijnlijk omdat hij zich ondertussen met lijf en leden in de alles-kan-alles-mag-geneugten van het Venetiaanse carnaval heeft gestort. Zodanig zelfs dat hij na zes weken fysiek in de lappenmand ligt. Hij heeft, als we hem mogen geloven, meer dan tweehonderd standjes op zijn actief, met vrouwen zowel als mannen. Als bonus zadelt de moerassige lagune hem op met malaria. Ondertussen is, op 12 januari, Byrons bastaarddochter Allegra geboren in het Engelse Bath. Ze is het product van een one-night stand met de zeventienjarige Claire Clairmont, een paar dagen voor zijn vertrek uit Engeland.

Het Palazzo Mocenigo.

Rome en La Mira

Op 17 april is Byron weer de oude en hij reist naar Rome. Hobhouse is begin december al vertrokken. Byron logeert er drie weken en loopt de stad plat, ondanks zijn klompvoet. Op een dag troont Hobhouse hem mee naar het atelier van de Deense beeldhouwer Thorvaldsen. Hij heeft er, zonder zijn medeweten, een borstbeeld van hem besteld. Maar Byron haat het urenlang poseren en is niet tevreden met het resultaat: ‘It’s not a bit like me, I look more unhappy!’ Op hun laatste dag in Rome is Byron vanop zijn balkon getuige van de publieke onthoofding van drie rovers op de Piazza del Popolo. Hij beeft zo hard van opwinding dat hij bijna zijn toneelkijker laat vallen. Op 20 mei reist hij samen met Hobhouse door naar Napels en een week later zijn de twee terug in Venetië.

Marianna Segati en Byron. Marianna was zijn eerste geliefde in Venetië. Gravure door George James Zobel (1810-1881).

In juni ontvluchten ze de hitte en de stank van Venetië en Byron huurt een villa buiten de stad, in La Mira. Tijdens een ritje te paard botsen ze op een boerengezelschap met twee landelijke schones. En na een paar avonden ligt de oudste aan zijn voeten en tussen zijn lakens: Margharita Cogni. Voor hem is ze ‘La Fornarina’, de vrouw van de bakker. Haar man heeft tbc en zij is een 22-jarige ‘wild beauty’ met zwarte gazelleogen en ravenzwart haar. Zijn Venetiaanse Medea.

Margarita Cogni, Byrons tweede geliefde in Venetië. (H.T. Ryall)

’Als ik jong moet sterven, dan liefst staande’

Op 13 november keert Byron terug naar Venetië. La Fornarina volgt hem. Hij stalt zijn paarden op het Lido en steekt iedere dag over naar het eiland om er een paar uur paard te rijden. Op 8 januari 1818 keert Hobhouse terug naar Engeland. En dan opnieuw carnaval. En weer stort Byron zich in het Venetiaanse sodom en gomorra. Hij houdt er de eerste gonorroe aan over ‘waarvoor hij niet heeft betaald’. Ze werd hem bezorgd door een blonde Gentil Donna met blauwe ogen. Zijn commentaar: ’Als ik jong moet sterven, dan liefst staande’.
In mei 1818, na de breuk met Marianna Segati, verhuist Byron naar het chique Palazzo Mocenigo aan het Canal Grande.

Allegra, Byrons bastaardkind bij Claire Clairmont.

Hij neemt er zijn intrek op de tweede verdieping, de piano nobile. Op de benedenverdieping houdt hij een menagerie in kooien: honden, vogels, twee apen, een vos en een wolf. Iedere bezoeker moet er met de dood in het hart langs. Hij heeft ook nog veertien bedienden. In de zomer trekt La Fornarina bij hem in. De aanklacht van haar bakker – ontvoering met geweld – wordt afgekocht. Maar één is geen. In een brief aan Hobhouse somt Byron niet minder dan 21 maîtresses op, een paar zelfs met hun zuster of moeder in de aanbieding. Dat de biseksuele Byron het ook met jongemannen doet, staat buiten kijf, maar dat verzwijgt hij in zijn brieven naar Engeland, wetend dat die daar in het salon van zijn uitgever Murray voorgelezen worden.
Maar niettegenstaande die seksuele strapatzen houdt Byrons fysieke paraatheid verbazend goed stand. Getuige zijn dagelijkse, urenlange ritten te paard op het Lido met de Engelse consul. En vooral zijn zwemprestaties. In een wedstrijd met drie zwemt hij in juni de volledige lengte van het Canal Grande in vier uur en een kwart, en wint.

Gravin Teresa Guiccioli, Byrons ‘love for life’.

‘Deeply discontented with himself’

Tot nu toe heeft Byron de brieven van Claire Clairmont met nieuws over zijn natuurlijke dochter nooit willen beantwoorden, maar in januari 1819 schrijft hij Shelley met de vraag zijn kleine Allegra naar Venetië te brengen. De dokters hebben Shelley aangeraden voor zijn tbc warmere oorden op te zoeken en dus vertrekken de Shelleys met hun twee kleine kinderen en Claire met de éénjarige Allegra op 11 maart met de diligence naar Italië. In juni worden Allegra en haar oppas afgeleverd bij Byron in het Palazzo Mocenigo. Shelley schrikt, hij vindt Byron sterk veranderd sinds hun laatste ontmoeting in Genève, in 1816. ‘Deeply discontented with himself.’

De abdij Newstead Abbey, Byrons voorvaderlijke woonstee in Nottinghamshire.

Byron is Lord geworden op zijn tiende verjaardag en twee jaar later heeft hij de vervallen 12de-eeuwse abdij Newstead Abbey geërfd. Maar sinds zijn Grand Tour naar Griekenland, van 1808 tot 1811, zit hij diep in de schulden en heeft hij tevergeefs geprobeerd de abdij te verkopen. Maar nu is het eindelijk gelukt. In november 1818 staat zijn advocaat John Hanson, samen met zijn zoon Newton, in Palazzo Mocenigo met de verkoopakte. Newton, een oud-studiegenoot van Byron in Cambridge, schrikt zich een aap, wanneer hij Byron terugziet. Is dat die adonis bij wie de Londense society ladies aanschoven en aan wie ze na de feiten bereidwillig een pluk schaamhaar afstonden? ‘Hij is amper dertig, maar ziet er veertig uit’, schrijft hij. ‘Zijn gezicht is vaalgeel en pafferig, en hij is opvallend verdikt.’

Byrons borstbeeld door Thorvaldsen uit 1821. (Thorvaldsen Museum, Kopenhagen)

Teresa krijgt last van hun ‘anale activiteiten’

Sedert einde maart 1819 houdt Byron er een nieuwe maîtresse op na: de twintigjarige gravin Teresa Guicciola. Ze is getrouwd met de zestigjarige, steenrijke graaf Alessandro Guiccioli uit Ravenna. Ze zijn in Venetië om Teresa haar zinnen te verzetten, nadat ze vorige november hun zoontje verloren, vier dagen na de geboorte. En ze is opnieuw zwanger.
Tien dagen na hun ontmoeting reist Teresa met haar man terug naar Ravenna. Maar onderweg krijgt ze een miskraam. Door de ongeremde seks met Byron, vreest ze. Die reist haar op 1 juni achterna en neemt zijn intrek in een hotel in Ravenna. Als Teresa hersteld is, gaan zij en Byron er weer volop tegenaan. Het spannendst is het natuurlijk in het salon, thuis bij de graaf zelf. En het feit dat de kamers geen sloten hebben. Maar weldra weet de hele stad van hun affaire.

George Gordon, de zesde Lord Byron. Door Richard Westall, 1813.

Dan gaat de graaf in het offensief en begint hij Byron te chanteren. Hij wil diens voorspraak voor de post van Brits viceconsul in Ravenna en eist een pak geld om een verloren proces te betalen. Wanneer Byron dwarsligt, richt hij zijn pijlen op Teresa. Ten einde raad wendt die een baarmoederverzakking voor en ze mag Byrons dokter in Venetië gaan opzoeken. Het liefdespaar verschanst zich eerst een poos in La Mira, maar na verloop van tijd wordt hun idylle verstoord. Teresa’s vader, graaf Gamba, is achter de overspelige affaire van zijn dochter gekomen en Pietro, haar jongere broer, die in Rome studeert, moeit zich ook. Wijselijk besluiten de geliefden zich een tijdje gedeisd te houden.
Ze zitten een hele tijd vast in La Mira en Byron, man van actie, begint zich te vervelen. Hij voelt zich een pantoffelheld en daarenboven hebben hun ‘anale activiteiten’ Teresa een stevig pak aambeien bezorgd. Hij speelt meer en meer met de gedachte om eruit te trekken – zonder Teresa maar met Allegra – naar Venezuela, en er een ‘actief’ plantersbestaan te beginnen. Maar Hobhouse doet het plan af als waanzin.

Hij rekent op postume roem

Begin oktober 1819 duikt Byrons goede vriend, de dichter Thomas Moore, onverwacht op in La Mira. Ook hij schrikt zich rot, wanneer hij Byron na vijf jaar terugziet. Zijn losbandig leven heeft blijkbaar zijn tol geëist. Wat hem vooral schokt, is dat Byron erbij loopt als een European dandy: bakkebaarden, onverzorgd haar tot op zijn kraag, gouden halskettingen, een legerjas met goudgallon en een raar soldatenhoedje op zijn kop. Het is twee uur ’s middags en Byron is pas op. Staande eet hij zijn dieet-ontbijt: twee rauwe eieren, een kop thee zonder melk of suiker en een droge beschuit. Voor de zoveelste keer is hij het gevecht met zijn overgewicht aangegaan.
Hugo Dupont

Openingsbeeld: Carnaval in Venetië, door Scotti Michel Angelo (1814-1861).

Lees het volledige verhaal van Byrons wildebrasserij in Venetië, en nog veel meer verhalen over de roemruchte dogestad in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal tekoop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder