Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

So you wanna be a Romein?

26 augustus 2021 Siebrand Krul

Het is moeilijk om ze niet te zien, die vier enorme marmeren platen aan de muur langs de Via dei Fori Imperiali, de dertig meter brede boulevard die het Piazza Venezia met het Colosseum verbindt. De weg is in 1932 aangelegd op last van Benito Mussolini, omdat nergens anders in Rome een geschikte plaats was om militaire parades af te nemen. Het verhaal van verzonnen identiteiten.

Deze vier platen, eveneens een idee van Mussolini, verbeelden hoe het Romeinse rijk, het Romanum Imperium, zich uitbreidde tussen 753 v.Chr., het jaar waarin volgens de traditie Romulus, een nazaat van Aeneas, in de streek Latium aan de Tiber Rome stichtte en de 2de eeuw n.Chr., toen het rijk zijn grootste omvang bereikte en zich uitstrekte van Schotland tot de Sahara, het Midden-Oosten en Roemenië. Over deze ongekende Romeinse expansiedrift zijn inmiddels boekenkasten vol geschreven. Waar het hier om gaat, is hoe de Romeinen hun imperialistische optreden hebben gerechtvaardigd. Het is immers niet vanzelfsprekend dat het ene volk het recht opeist te heersen over een ander volk. Dat moet worden uitgelegd. Het was de dichter Publius Vergilius Maro (70-19 v.Chr.) die Rome een onschatbare dienst heeft bewezen door in zijn belangrijkste werk, de Aeneis, op overtuigende wijze aan te tonen dat Rome met recht zich de meester van de wereld mocht noemen.

Leden van de Hitlerjugend paraderen op de Via dei Fori Imperiali voor Benito Mussolini, 19 september 1937. De weg is door Mussolini aangelegd, door het Forum Romanum, om Hitler een decor met grandeur te laten zien bij militaire parades.

Rome en Griekenland

Na de verovering van de inheemse Italiaanse stammen in de 5de en 4de eeuw v.Chr., breidde Rome zijn invloed steeds verder uit, waardoor de Middellandse Zee meer en meer een Mare Nostrum werd, een Romeinse binnenzee. Een belangrijk moment was het jaar 146 v.Chr.: Carthago definitief uitgeschakeld, maar, nog belangrijker, Griekenland veroverd. Uiteraard vervulde dit wapenfeit Rome met de nodige trots, maar had ook een keerzijde. Zeker, Rome had al eerder kennis gemaakt met de Griekse klassieke cultuur toen zij de Griekse koloniesteden in Zuid-Italië en op Sicilië veroverde, maar het zich toe-eigenen van de grond waar ooit Pericles, Sophocles, Plato, Aristoteles, Hippocrates, Praxiteles en zo vele andere grootheden hadden gelopen, was toch van een heel andere orde.

Marmeren plaat aan de muur langs de Via dei Fori Imperiali met daarop de omvang van het Romeinse Rijk ten tijde van keizer Trajanus begin 2de eeuw. Er hangen nog vier van deze platen; de vijfde, met het rijk volgens Mussolini’s fantasie, is weggehaald. (Flickr)

Het maakte pijnlijk duidelijk dat de Romeinen weliswaar militair superieur maar op cultuurgebied barbaren waren. De dichter Horatius (65-8 v.Chr.) heeft dit dubbele gevoel kernachtig verwoord: Graecia capta ferum victorem cepit et artes intulit agresti Latio (het gevangen genomen Griekenland nam haar woeste veroveraar gevangen en maakte het boerse Latium deelgenoot van haar kunsten). Want dit was precies wat gebeurde. Zonder veel scrupules omarmden de Romeinen het Griekse culturele erfgoed waardoor de Romeinse samenleving vergriekste. Het Grieks werd zelfs de voertaal van de Romeinse elite. De meer behoudende Romeinen zagen dit alles echter met lede ogen aan en hadden het gevoel dat de Romeinse identiteit, het Romeinse volkseigene, gevaar liep en dat de aloude Romeinse tradities, zeden en gewoonten, de mores, zouden verwateren met als gevolg een moreel verval en uiteindelijk de ondergang van Rome.

Wie goed bewaard gebleven Griekse tempels wil zien moet naar Zuid-Italië of Sicilië gaan. Tempel van Segesta op Sicilië, opgetrokken in de Dorische stijl, 5de eeuw v.Chr.

De Pax Romana

Die angst was niet geheel ongegrond, omdat inmiddels pijnlijk duidelijk werd dat de Romeinse dadendrang ook een negatief effect had. Hoewel Rome op papier een democratie was, omdat het volk, in vergadering bijeen, wetsvoorstellen kon aannemen en jaarlijks de consuls (de uitvoerende en militaire macht) en de pretors (de rechterlijke macht) mocht kiezen, lag de feitelijke macht in handen van de senaat, het hoogste adviescollege, waarin de ‘patres’, de hoofden van de belangrijkste aristocratische families, zitting hadden. Naar buiten toe traden deze aristocraten tamelijk eensgezind op, maar onderling voerden zij een enorme concurrentiestrijd, omdat zij allen uit waren op het zelfde doel: het vergaren van aanzien en prestige tot meerdere eer en glorie van de eigen familie.

De dichter Vergilius omringd door twee muzen. 3de-eeuws mozaïek, gevonden in Sousse, Tunesië.

De hoogste te behalen prijzen waren het consulaat of het pretorschap en natuurlijk de uitverkiezing tot generaal om uit naam van Senaat en Volk van Rome een nieuwe provincie te veroveren en na een behaald succes een triomftocht te mogen houden op het Forum. Het gevolg was een ongeziene machtsstrijd tussen de leidende politici onder wie Sulla, Marius, Pompejus, Crassus, Caesar, een strijd die uiteindelijk werd beslecht in de zeeslag bij Actium in 31 v.Chr. toen Octavianus zijn enig overgebleven rivaal Marcus Antonius en zijn liefje Cleopatra versloeg. Daarmee brak een nieuw hoofdstuk aan in de geschiedenis van Rome. De Republiek bleef formeel bestaan maar voortaan maakte één man, de princeps, de dienst uit.

Aeneas ontvlucht samen met zijn zoontje Ascanius, zijn vrouw Creusa en vader Anchises het brandende Troje. Schilderij van Federico Barocci 1598.

Het volk had daar vrede mee, want Octavianus, inmiddels geëerd met de titel Augustus, beloofde rust en orde en een herstel van de oude Romeinse waarden. Een gouden tijdperk lag in het verschiet, een tijd van voorspoed en vrede, een Pax Romana voor alle Romeinen en voor alle volkeren die zich al of niet gewillig hadden verzameld onder de vleugels van de zegevierende Romeinse adelaars. Het is niet verrassend dat juist in deze euforische en verwachtingsvolle dagen het idee rijpte een nationaal epos te schrijven, door een nieuwe Homerus, een nieuwe Ilias en Odyssee, al eeuwenlang hét nationale Griekse heldendicht, maar nu geschreven in het Latijn en geheel gericht op Rome. Naar alle waarschijnlijkheid heeft Augustus zelf Vergilius, in die dagen de meest gewaardeerde literator en poëet, de opdracht gegeven dit epos te schrijven.

Dido en Aeneas verklaren elkaar de liefde. Anonieme prent.

Aeneas en Dido; Rome en Carthago

Met Homerus als inspiratiebron pakt Vergilius de draad op waar de Ilias ophoudt. Hoofdpersoon is de Trojaanse held Aeneas, de zoon van Anchises en de godin Aphrodite/Venus. Samen met een schare Trojaanse krijgers, zijn vrouw Creusa en zijn zoontje Ascanius ontvlucht hij het brandende Troje, dat na een beleg van tien jaar eindelijk door de Grieken is ingenomen. Op zijn schouders draagt Aeneas zijn vader die kreupel is en daardoor zelf niet meer kan lopen. Zijn vrouw hobbelt achter hen aan om vervolgens spoorloos te verdwijnen. Na lange omzwervingen komen zij aan in Carthago, de stad van de koningin-weduwe Dido. Al snel raken zij en Aeneas smoorverliefd op elkaar, delen met elkaar de lakens en begint Dido te dromen van een huwelijk.

Terwijl Aeneas wegvaart stort Dido zich het zwaard van haar minnaar. Franse miniatuur uit de 15de eeuw.

Maar dan grijpt de oppergod Jupiter in. Hij stuurt zijn boodschapper Mercurius naar Aeneas om hem duidelijk te maken dat Carthago niet zijn eindbestemming is maar dat zijn toekomst elders ligt. Hij moet dus vertrekken. Met tegenzin legt Aeneas zich neer bij dit goddelijke bevel en gaat ervandoor. Uitzinnig van verdriet en woede laat Dido een brandstapel oprichten met daar bovenop allerlei spullen van Aeneas en het bed waarop zij de liefde hebben bedreven. Zij klimt erop en voordat het vuur wordt aangestoken, stort zij zich in het zwaard dat Aeneas heeft achtergelaten. Worstelend met de dood slaagt zij er niettemin in Aeneas en zijn nageslacht te vervloeken. Vergilius maakt hier gebruik van de stijlfiguur van de vooruitwijzing, een opzettelijk doorbreken van de chronologie door alvast te verwijzen naar iets wat nog gebeuren gaat. In dit geval dus de strijd op leven en dood tussen Carthago en Rome tijdens de Punische oorlogen, een strijd om de hegemonie over de Middellandse Zee maar ook om de dood van Dido te wreken.

Aeneas en de sibille Deiphobé ontmoeten Anchises in de onderwereld. Schilderij van Biagio Manfredi uit 1780

Zoon ontmoet vader

Ondertussen heeft Aeneas zijn zwerftocht hervat. Uiteindelijk zet hij bij Cumae voet aan wal op Italiaanse bodem. Daar ontmoet hij de sibille Deiphobé, een priesteres van Apollo. Haar vraagt hij of het mogelijk is met haar de onderwereld te betreden om zijn inmiddels overleden vader te kunnen ontmoeten om hem om raad te vragen en antwoord te krijgen op de vraag wat zijn lotsbestemming is, wat van hem verwacht wordt, waarom hij überhaupt bestaat, want hij heeft geen idee. Wat nu volgt is wellicht het bekendste deel van het epos Aeneis. Na door de veerman Charon de Styx, de rivier die het rijk der levenden scheidt van het dodenrijk, te zijn overgezet, ontmoet hij de geesten van tal van gevallen Trojaanse en Griekse strijders. Ook Dido ziet hij. Wanhopig probeert hij zich met haar te verzoenen en uit te leggen dat zijn plichtsgevoel jegens de goden hem ertoe heeft gebracht haar in de steek te laten. Dido echter hult zich in stilzwijgen, keert zich om en verenigt zich met de geest van haar overleden man Sychaeus.

Geïdealiseerd ruim twee meter hoog standbeeld van keizer Augustus uit de 1ste eeuw, gevonden in 1863 in de villa van zijn vrouw Livia in Prima Porta.

Uiteindelijk ontmoeten vader en zoon elkaar. Wederom gebruikt Vergilius hier de vooruitwijzing, want allereerst wijst Anchises op de ronddolende geesten van hen die nog geboren moeten worden en die later een sleutelrol zullen gaan spelen in de Romeinse Republiek, onder hen Cato, de gebroeders Gracchus, de beide Scipio’s, Caesar en uiteraard Augustus. Maar dan komt Anchises ter zake en legt uit wat de goden van zijn zoon, niet langer een Trojaan, maar nu een Romein, verwachten. Niet het gieten van oogstrelende bronzen beelden, niet het bewerken van marmeren blokken tot levensechte beelden, niet het bestuderen van de hemellichamen, niet zich bekwamen in juridische steekspelletjes. Vergeet dit alles, want anderen – lees de Grieken – zijn daar veel beter in.

Reliëf op een van de wanden van de Ara Pacis Augustae, het altaar van de Vrede van Augustus, gemaakt in opdracht van de senaat als eerbetoon aan de vredestichter Augustus en ingewijd op 30 januari 9 v.Chr. Het monument van ruim elf bij tien meter is momenteel een museum. Processie met keizer Augustus (rechts) met lauwerkrans, symbool van de overwinning, gevolgd door hoge gezagsdragers en senatoren.

Maar niet getreurd, mijn zoon, want jouw opdracht is minstens zo eervol: Tu regere imperio populos, Romane memento. Hae tibi erunt artes, pacisque imponere morem, parcere subiectis sed debellare superbos (Aeneas boek VI, verzen 851-853). Vrij vertaald: Jij, Romein, jij moet met absoluut gezag heersen over alle volkeren, denk daaraan! Jouw bekwaamheden en vaardigheden zullen jou in staat stellen een stabiele staat van vrede te scheppen en wel door zij die zich aan jouw gezag hebben onderworpen te sparen, maar zij die zich in hun hoogmoed tegen jou zullen verzetten te bevechten en te vernietigen.
Tevreden keert Aeneas weer terug naar het bovenwereld. Zijn bestaan heeft zin en al zijn beproevingen zijn niet voor niets geweest. Hij weet nu dat voor zijn nakomelingen een gouden toekomst is weggelegd.
Ben Speet

Openingsbeeld: Na te zijn teruggekeerd uit de onderwereld wordt Aeneas ontvangen door Latinus, koning van Latium. Uiteindelijk zal Aeneas trouwen met Lavinia, diens dochter, zodat vanaf nu het Trojaanse en Latijnse/Romeinse bloed vermengd zal zijn. Manuscript uit de 4de eeuw.

Beeldbron, behalve waar elders vermeld: Getty Images.

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer verhalen over Hannibal en zijn strijd tegen de Romeinen, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder