Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Isaac en Rosa

10 augustus 2021 Siebrand Krul

Het is 1863, New Orleans. Isaac en Rosa, ‘geëmancipeerde slavenkinderen’, kijken naar de camera. Hun was verteld heel stil te blijven staan, de armen aan elkaar te houden en recht in de lens te kijken. Isaac was acht en Rosa zes. Het zijn twee voormalige slavenkinderen uit Louisiana. Hoe belandden ze in de studio van een Broadway-fotograaf?

Het tweetal was eigendom van slavenhouders in New Orleans, kort voordat hun afbeelding werd afgedrukt op cartes-de-visite. Dat was een nieuwe fotografische techniek waarmee meer afdrukken konden worden gemaakt waardoor die tegen lage prijzen werden verkocht.
Een artikel in ‘Harper’s Weekly’ van 30 januari 1864 vat de biografie van Isaac en Rosa als volgt samen: Isaac White is een zwarte jongen van acht jaar, maar niettemin intelligenter dan zijn wittere kameraden. Hij zit nu ongeveer zeven maanden op school en ik durf te zeggen dat van vijftig jongens geen enkele zo snel zoveel vooruitgang zou hebben geboekt.
Rosina Downs is nog geen zeven jaar oud. Ze is een eerlijk kind, met een blonde huidskleur en zijdeachtig haar. Haar vader zit in het rebellenleger. Ze heeft een zus die net zo wit is als zijzelf en drie broers die donkerder zijn. Haar moeder, een slimme mulat, woont in New Orleans in een arme hut en moet hard werken om haar gezin te onderhouden.

Rosina Downs (Rosa).

De verkoop van hun portret was bedoeld om fondsen te vullen waarmee scholen konden worden gesticht voor voormalige slavenkinderen in het zuiden van Louisiana. Die regio was al door het leger van de Unie bezet, maar de burgeroorlog had de natie nog altijd in zijn greep. Het portret van Isaac en Rosa, tegelijk charmant en provocerend, zegt veel over de onzekerheden die dat jaar in de lucht hingen: het kon nog alle kanten op.
Ze zouden een ongewoon paar zijn geweest, de jongen met de zwarte huid en het meisje met de witte huid. In de lange reeks raciale taboes in het 19de-eeuwse Amerika was een blank meisje aan de arm van een zwarte jongen zeker een van de meest schandalige. Dat Rosa een ‘gekleurd’ meisje was dat er alleen wit uitzag, maakte het paar alleen maar intrigerender. Isaac droeg een pak met stropdas en kraag, zijn pet in de hand, en Rosa een jurk en cape, volle onderrokken en een mooie hoed.

Overzicht van de verspreiding van slaven in 1860: hoe donkerder, hoe meer slaven. Duidelijk is ook: hoe zuidelijker, hoe meer slavernij. Zulke kaarten werden verkocht ten behoeve van gewonde soldaten van de Unie. Ze dienden zeker ook ter motivatie van de strijd.

Ondanks hun jonge leeftijd stonden ze te poseren als een heer en een dame. Zo zijn zulke kinderportretten ook bedoeld, zeker in Amerika: anticiperen op de volwassenen die ze zouden worden. Het portret ‘Isaac en Rosa, geëmancipeerde slavenkinderen van de vrije scholen van Louisiana’ was vooral een beeld over een gewenste toekomst. Of beter gezegd, over de vele toekomsten die in 1863 mogelijk leken. Daar kwam weinig van terecht.
Isaac en Rosa waren de personificaties van een boodschap die ze zelf amper begrepen. Beide kinderen waren als slaaf geboren in het zuiden, bevrijd door het leger van de Unie in 1863 en samen met een aantal andere kinderen en volwassenen op rondreis door het noorden.
Drie van de kinderen, waaronder Rosa, leken blank te zijn – een bewijs, aldus de tegenstanders van slavernij, van het wrede systeem van slavernij dat de seksuele uitbuiting van slavinnen door blanke mannen goedkeurde en op zijn beurt kinderen voortbracht die net zo blank waren als alle anderen. Door openbare optredens en de verkoop van foto’s (de zogeheten ‘witte slavenkinderenfoto’s’) probeerden activisten geld in te zamelen voor de opleiding van voormalige slaven die in het Zuiden zijn vrijgelaten.

Op 1 januari 1863 vaardigde president Abraham Lincoln de emancipatieproclamatie uit, waarmee alle tot slaaf gemaakte mensen in confederaal gebied werden vrijgelaten. Hoewel het niet elke slaaf bevrijdde (sommigen, ook binnen het grondgebied van de Unie, bleven tot slaaf, terwijl vele anderen zichzelf al hadden bevrijd door de federale troepen te volgen), maakte het duidelijk dat de afschaffing van de slavernij het doel was van de burgeroorlog. Sinds de ondertekening van de proclamatie was de oorlog in het noorden steeds minder populair geworden. Bovendien vreesde de grote stedelijke arbeidersklasse de concurrentie van miljoenen bevrijde zwarten uit het Zuiden die voor lage lonen zouden werken.
Velen in het noorden waren argwanend bij het vooruitzicht van onmiddellijke emancipatie. In het beste geval, zo verklaarden sceptici, zouden voormalige slaven weigeren te werken of massaal naar het noorden trekken om aan de plantages te ontsnappen en de katoenvelden in het zuiden braak laten liggen.
Er zijn maar weinig beelden die de hoop op een vreedzame emancipatie beter verbeelden dan het portret van Isaac en Rosa. Volgens sommige lezingen was hun foto een belofte aan noordelijke kijkers voor een a-raciale toekomst na de slavernij. Het beeld van netjes geklede ‘geëmancipeerde slavenkinderen’ die naar school gingen, bewaard in portretten op fotokaarten en poseerden als hun blanke tegenhangers uit de noordelijke middenklasse, presenteerde onderwijs als het middel om jonge voormalige slaven om te vormen tot modellen van discipline en fatsoen.
Door kinderen als Isaac en Rosa te scholen en hen te begeleiden volgens de normen van de noordelijke ‘beschaving’, zou de slavernij worden uitgeroeid en ijverige jonge mensen voortbrengen die zich als consumenten op de vrije markt zouden gaan bewegen. Met deze verschijning van Isaac en Rosa leek emancipatie een vreedzaam en welvarend toekomstperspectief.

De meeste slaven werkten in het Zuiden als katoenplukkers. Beeld uit omstreeks 1850.

Kijkend naar Isaac en Rosa, doemt voor menige 19de-eeuwse kijker het beeld op van de triomf van de afschaffing. Onder de kleurlingen zelf overheerste de twijfel: de onzekerheden van de bevrijding waren talrijk. Onder blanke noordelijke kijkers riep het portret van Isaac en Rosa meer verbazing op dan getrokken beurzen om deze nieuwe landgenoten aan een betere start te helpen. Rosa’s bleke huid wreef wel de wreedheid van slavernij onder hun neus. Deze jeugdige onschuld was de vleesgeworden aanklacht die sterk appelleerde aan de noordelijke sentimenten. Er heerste zekere angst dat als een relatief blank kind als Rosa al tot slaaf kon worden gemaakt, andere blanken mogelijk hetzelfde lot stond te wachten als de burgeroorlog werd verloren. Duizenden noorderlingen die door de oorlog met het Zuiden kennis hadden gemaakt, zagen daar dat het wemelde van ‘blanke’ slaven.

Rosa in 1863.

De jongen met de zwarte huid en het meisje met de blanke huid, die allebei ‘gekleurd’ waren, stelden moeilijke vragen: wie is ‘blank’ en wie niet, en hoe iemand het verschil wel of niet kon zien. Wat zijn de gevolgen van het bevrijden van raciaal dubbelzinnige mensen zoals Rosa? Zou emancipatie verdere ‘vermenging’ tussen rassen aanmoedigen?
Carol Goodman heeft in ‘Visualizing the Color Line’ betoogt dat de foto’s zinspeelden op fysiek en seksueel misbruik van de moeders van de kinderen. Bij het publiceren van de foto van de acht voormalige slaven schreef de redacteur van ‘Harper’s Weekly’ dat slavernij de slavenhoudende het recht leek te geven om seksueel misbruik te maken van weerloze zwarte vrouwen.
Het spook van ‘blanke’ meisjes die worden verkocht als ‘fancy girls’ of concubines op zuidelijke slavenmarkten, kan de noordelijke families hebben doen vrezen voor de veiligheid van hun eigen dochters. Immers: als de blanke vaders in het Zuiden niet schroomden om hun eigen bij slavenvrouwen verwekte kinderen op slavenmarkten te verkopen, wat zou dan het lot kunnen zijn van blanke noordelijke meisjes in het geval de Zuiderlingen de oorlog zouden winnen?
Bron: Rare Historical Photos, gebaseerd op ‘Raising Freedom’s Child: Black Children and Visions of the Future After Slavery’ door Mary Niall Mitchell. Beeld: Library of Congress.

Openingsbeeld: Isaac en Rosa, de slavenkinderen uit New Orleans. Detail, volledig beeld in artikel. (Foto Kimball, 1863)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder