Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Genezend failliet

06 juli 2021 Siebrand Krul

Talloze Amsterdamse burgers die in de 17de eeuw failliet gingen, hoefden dankzij innovatieve en goed functioneerde juridische instituties niet naar de gevangenis of erger, zoals gebruikelijk was in de Late Middeleeuwen. Dankzij een radicale omslag in het denken in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden konden insolvente schuldenaren worden geholpen om hun zaak weer op te bouwen.

Net als nu kampten veel Nederlanders ook in de 17de, Gouden Eeuw door persoonlijke of zakelijke omstandigheden met betalingsproblemen. Afgezien van de beroemde casus van Rembrandt van Rijn is hier tot nu toe echter nog weinig aandacht voor geweest. Maurits den Hollander dook voor zijn promotieonderzoek aan de universiteit van Tilburg in de 17de-eeuwse archieven van de Amsterdamse Desolate Boedelskamer. Deze gespecialiseerde rechtbank werd in 1643 opgericht om de overwerkte schepenen enigszins te ontlasten.
Den Hollander richtte zijn onderzoek op de pechvogels van de Gouden Eeuw in plaats van op de toenmalige nieuwe rijken, waardoor hij veel te weten kwam over de manier waarop ondernemers hun zaken deden, over hoe ze omgingen met liquiditeitsproblemen, over hun relaties met zowel zakenpartners als familieleden, en over de verhouding tussen burgers en overheden. Hij vond vele persoonlijke verhalen over ziekte, diefstal, corruptie, en piraterij, en meer. Ook achterhaalde hij netwerken van kooplieden en winkeliers. Hij bestudeerde niet alleen het recht en de economie, maar ook de rijke sociale, culturele en morele context waarin dit alles tot stand kwam.

De Dam met de oude waag tijdens de weekmarkt, eind 16de eeuw.

Niet straffen maar bijstaan

Het onderzoek laat zien hoe zowel internationale handelaren als de spreekwoordelijke bakker op de hoek in de Gouden Eeuw omgingen met financiële problemen. Uit de analyse van honderden faillissementen blijkt dat er meer opties beschikbaar kwamen voor schuldeisers dan in de Late Middeleeuwen, toen insolvente schuldenaren bij gebrek aan efficiëntere instituties vaak simpelweg werden opgesloten om hun familie of vrienden te dwingen verplichtingen na te komen.
Waar insolventie in andere delen van Europa nog lang in een kwade reuk bleef staan, en voortvluchtige bankroetiers zelfs aan de galg konden eindigen, vond in de Republiek een radicale omslag in het denken plaats. Burgers met betalingsproblemen moesten niet worden bestraft, maar worden geholpen om hun zaak weer op te bouwen na een faillissement zodat ze opnieuw bij konden dragen aan de samenleving. Twee belangrijke nieuwe juridische technieken droegen hieraan bij.

Amsterdam in 1625, deelblad uit een reeks van negen. Dit is het blad middenlinks met de Waag en het Zuiderkerkhof.

Akkoorden en cessies

Door een akkoord te sluiten met zijn crediteuren voor een notaris, of later voor de Desolate Boedelskamer, kon een insolvent in ruil voor de betaling van een overeengekomen percentage van zijn schulden beschermd worden tegen verdere juridische procedures. Vaak stonden een of meer ‘borgen’ garant voor deze betalingen. In ruil hiervoor kreeg de insolvent de controle over zijn bedrijf terug, en mochten de schuldeisers hem niet opnieuw voor de rechter slepen.
Wanneer een akkoord niet haalbaar was, kon de insolvent verzoeken om boedelafstand te doen. Door zo’n beneficie van cessie van goede, waar bijvoorbeeld ook Rembrandt gebruik van maakte, kon hij of zij beschermd worden tegen schuldgevangenschap, in ruil voor het overgeven van alle goederen aan de crediteuren. Deze procedure werd verreweg het meeste toegepast; officieel alleen voor insolventen die niet hadden gefraudeerd, maar in de praktijk echter ook vaak voor frauduleuze ‘bankroetiers’. Crediteuren hadden er namelijk baat bij dat een zaak ordentelijk door de Desolate Boedelskamer werd opgelost.

Door het objectief en transparant beschikbaar stellen van informatie aan alle crediteuren, kon met deze twee juridische oplossingen het gebrek aan vertrouwen in de insolvente schuldenaar worden hersteld. Zo leverde de Desolate Boedelskamer niet alleen een ‘uitstel van executie’ aan individuele pechvogels, maar ook een belangrijke bijdrage aan Amsterdams economische en maatschappelijke bloei in deze periode.
Bron: Universiteit Tilburg

Openingsbeeld: Schutterijkist.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder