Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De dure rekening van 1302

16 juni 2021 Siebrand Krul

De goden tarten. Met alle kwalijke gevolgen van dien. Het kleine maar rijke graafschap Vlaanderen zou het eeuwen later ondervinden, toen het in de clinch ging met zijn machtige suzerein, de Franse koning Filips IV. Het was het gevolg van de ongeziene euforie na de historische overwinning van de Vlaamse gemeentelegers op de keur van de Franse ridderschap in Kortrijk, op 11 juli 1302.

In Kortrijk, Brugge en Gent werden grootse feestelijkheden georganiseerd, en de leiders van de opstand werden beloond met huizen van leliaards en enorme sommen geld. Maar de euforie sloeg om in euvele overmoed. Eind juli trokken Jan en Gwijde van Namen – twee zonen van de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre, die in Frankrijk gevangen zat – met een leger zuidwaarts om de steden Douai, Rijsel en Kassel te ontzetten. Met succes. Midden augustus was heel Vlaanderen bevrijd. Maar de weken daarna gingen de Vlaamse milities lelijk over de schreef in het graafschap Artois, waar ze Franse dorpen plunderden en platbrandden.

De kist van Oxford, met o.a. taferelen van de Brugse Metten en de Guldensporenslag.

Maar niet vrijblijvend, want op 17 september stond Filips de Schone met een leger van 16.000 man voor de grens, bij Douai. Ondertussen hadden ook de Vlamingen opnieuw gemobiliseerd. De situatie verzandde in een patstelling. Geen van beide legers durfde aan te vallen. De Fransen waren Kortrijk nog niet vergeten. Ten slotte werd onderhandeld. Filips eiste al zijn rechten over Vlaanderen weer op en als de aanstokers van de Brugse Metten (de gewelddadige overval van Bruggelingen op het Franse garnizoen aldaar) uitgeleverd werden, zou hij alle andere levens sparen. Maar de overmoedige Vlamingen geloofden er niets van en de onderhandelingen sprongen af.

Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen (1278-1305).

Rooftochten

Op den duur dreigde muiterij uit te breken in het Franse kamp, omdat de soldij uitbleef. En toen de kruisboogschutters rebelleerden, blies Filips de aftocht. Waarna de Vlamingen op 8 oktober naar Doornik trokken om af te rekenen met Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen en Holland. Die had in Kortrijk aan de zijde van de Fransen gevochten. De wijde omgeving van de stad werd verwoest, maar tot een belegering kwam het niet. De hele winter lang bleef het rommelen aan de Franse grens. Filips versterkte de vestingen en installeerde garnizoenen. Geregeld waren er bloedige confrontaties en werden rooftochten uitgevoerd aan beide zijden.

Een blijde (katapult), belegeringstuig zoals gebruikt bij de belegering van Zierikzee. Deze dateert uit het begin van de 13de eeuw, gebruikt bij Dover. (Getty Images)

Op 1 maart 1303 rukte Jan van Namen opnieuw op naar Henegouwen, naar Lessen. De stad werd belegerd en een twintigtal dorpen geplunderd. Na een maand capituleerden de Henegouwers. De stad werd in brand gestoken. Begin april zat het er ook weer bovenarms op in het zuiden. Willem van Gulik stak met 5.000 man de grens over bij Sint-Omaars en het stadje Arques werd platgebrand, waarop verwoede gevechten volgden. Op 5 april keerde Willem terug naar Kassel. Hij kreeg er bakken kritiek, omdat hij duizend man verloren had. De meesten verdronken of werden door de Fransen afgemaakt, toen een brug instortte onder het gewicht van de massa vluchtende Vlamingen.

Edward I, bijgenaamd Longshanks (Langbeen), koning 1272-1307.

Wilde zijsprong naar Zeeland

Eind maart 1303 was het rad van fortuin al gekeerd voor de Vlamingen, toen hun gezanten uit Engeland terugkeerden met slecht nieuws. Hun vroegere bondgenoot was niet meer tot een alliantie bereid. Edward I had zijn handen vol met de Schotten in het noorden en met de Fransen in Aquitanië. Hij begon achter hun rug zelfs onderhandelingen met de Franse koning, die tot een vredesverdrag zouden leiden. De Vlamingen stonden er vanaf dan alleen voor. En net dan vond Gwijde van Namen de tijd rijp om het lang betwiste graafschap Zeeland op de Avesnes te heroveren. Op 25 april verliet een grote vloot met veel bombarie en klokkengelui de haven van Sluis.

Grafbeeld van paus Bonifatius VIII (1294-1303), Filips IV’s kwelgeest.

De confrontatie met de Hollandse vloot vond niet plaats op zee maar aan land, op Walcheren. Na negen dagen belegering capituleerde Middelburg op 6 mei. Willem van Avesnes moest gijzelaars achterlaten en mocht dan vrij vertrekken naar Zierikzee, op Schouwen. Ondertussen verzamelde zijn vader Jan II een vloot en troepen in Schiedam. Rond half juni sloegen de Vlamingen het beleg voor het zwaar versterkte Zierikzee. Zonder succes. Maar toen ze dreigden door te stoten naar Zuid-Holland, vroeg Jan II om een bestand. De Vlamingen konden zich nu weer concentreren op hun zuidergrens.

Filips IV, de Schone, koning van Frankrijk (1285-1314) geschilderd door Jean Louis Bezard (19de eeuw). (Chateaux de Versailles/Trianon/Getty Images)

Vlaamse legerbendes teisteren de streek

Filips IV was al van in maart een nieuwe veldtocht aan het voorbereiden. En daar was veel geld voor nodig. Maar de rijke clerus belasten, was een heikele zaak. Daarover lag hij al jaren in conflict met paus Bonifatius VIII. In april had die Filips zelfs geëxcommuniceerd. Sinds het verdrag met Edward I in mei, was het probleem Aquitanië wel opgeruimd, maar nu had de paus de Rooms-Duitse koning Albrecht I op zijn hand gekregen. Zorgen genoeg dus, maar zijn eerste zorg was nog altijd de afstraffing van het oproerige Vlaanderen.

De Slag bij Pevelenberg, 18 augustus 1304; de opstelling van de beide legers.

Daar hadden ze een nieuwe aanvoerder: Filips van Chieti, nóg een zoon van graaf Gwijde. Begin juni was hij overgekomen uit Zuid-Italië, waar hij dienst deed in het Franse huis van Anjou. Zijn komst gaf de Vlamingen een nieuwe boost van vertrouwen en begin juli mobiliseerden ze in Kassel voor een nieuw offensief in Artois. In afwachting van de troepen van de koning trokken de Fransen hun garnizoenen samen in Sint-Omaars en besloten voorlopig af te wachten. Zes dagen lang teisterden ongedisciplineerde Vlaamse legerbendes ondertussen het grensgebied, plunderden en verwoestten dorpen en kastelen, en brandden de oogsten af. En op 15 augustus trokken ze nog maar eens naar Doornik en plunderden ook daar meer dan drie weken lang het platteland.

Een kruisboogschutter, midden 14de eeuw.

Aan Franse kant begreep niemand waar de koning zolang bleef met zijn leger. Hij werd al op 15 juni in Atrecht verwacht, maar op 9 september was hij nog maar in Péronne. De soldeniers begonnen te morren en compenseerden zichzelf met strooptochten. De situatie werd zo uitzichtloos dat er in Douai onderhandeld werd met de Vlamingen. Op 20 september werd een wapenbestand gesloten tot 25 juni 1304. De 74-jarige graaf en zijn zoon Willem van Dendermonde, die al drie jaar gevangenzaten, mochten terugkeren naar Vlaanderen. De oudste zoon, Robrecht van Bethune, bleef opgesloten als borg.

Kaart van Zeeland ca. 1300.

Overmoed is blind: veldtocht door Holland

Vooraleer het bestand met de Fransen afliep, deed Gwij van Namen nog een poging om Zeeland te veroveren. Midden maart 1304 vertrok hij uit Sluis met 43 schepen. De eerste confrontatie vond plaats aan wal op Duiveland, op 20 maart. Een catastrofe voor de Avesnes. Bisschop Gwij werd gevangengenomen, maar Willem kon ontkomen naar Zierikzee. Op 1 april zeilde de Vlaamse vloot verder noordwaarts naar de Wiedele. Van daar stuurde Gwij boden naar de Hollandse steden om zich te onderwerpen. Wat de meeste deden. In het zuidoosten viel bondgenoot hertog Jan II van Brabant Holland binnen en veroverde het hele gebied. Maar dan: een deus ex machina. In Zandvoort, in het noorden, landde Witte van Haamstede, en organiseerde vandaaruit het verzet. Veel steden kozen zijn kant of liepen over. De Vlamingen waren met te weinig om overal in Holland garnizoenen te stationeren en Gwij blies de aftocht. Op 3 mei was hij terug in Vlaanderen.

Robrecht van Bethune, oudste zoon van Gwijde van Dampierre, met hem in gevangenschap.

Maar overmoed is blind. Op 11 mei voer hij alweer uit, om de klus met Zierikzee te klaren. Hij had de zwaarste belegeringstuigen mee en sloot de haven af. Maar het beleg sleepte aan, en na grote verliezen werd besloten tot uithongering. Eind juni had Willem van Avesnes al een groot leger verzameld in Schiedam. Het was nu wachten op de grote Franse vloot die vanuit Calais hulp kwam bieden. Op 10 augustus begon dan een historische zeeslag tussen de 54 schepen aan Hollandse en de 28 aan Vlaamse kant. De gebruikelijke tactiek bestond erin de schepen met kabels aan elkaar te bevestigen om een zo breed mogelijk front te vormen. De volgende morgen bleek dat de kabels tussen de Vlaamse schepen waren losgeraakt, waarschijnlijk gesaboteerd. Nu vormden ze een gemakkelijke prooi. En het werd een catastrofale nederlaag. Gwijde van Namen werd gevangengenomen en vervoegde zijn vader en broers in Franse gevangenschap.

Willem de Goede, zoon van Jan II van Avesnes en later graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland (1304-1337).

De onvermijdelijke veldslag

Ondertussen waren er een paar meevallers geweest voor de Franse koning. In oktober 1303 was zijn kwelgeest Bonifatius overleden, en zijn opvolger Benedictus IX koos zijn kant. In zijn bul van 28 maart sprak hij het interdict uit over de Vlaamse legers en gaf Filips de toelating om de clerus voor drie jaar te belasten. En nog een diplomatiek succes: Edward I had schepen voor de Franse vloot beloofd en de uitvoer van wol naar Vlaanderen verboden.
Op 25 juni 1304 liep het wapenbestand af, en tegen half juli had Filips van Chieti een grote troepenmacht verzameld. In afwachting van het Franse hoofdleger hielden Fransen en Vlamingen strooptochten en gevechten op elkaars grondgebied. Wanneer het koninklijke leger op 22 juli in Atrecht arriveerde, begon een kat-en-muisspel. Op 17 augustus lagen de legers in Mons-en-Pévèle vlak tegenover elkaar en was een veldslag onvermijdelijk.
Hugo Dupont

Openingsbeeld: De Zeeslag bij Zierikzee op de Gouwe, 10/11 augustus 1304. Bas-de-page-miniatuur.

Lees ook de andere helft van dit artikel, plus nog veel meer boeiende historische artikelen, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder