Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Tussen Wenen en Constantinopel

26 mei 2021 Siebrand Krul

In 1649 leidde de Habsburgse gezant Johann Rudolf Schmid zum Schwarzenhorn een diplomatieke missie in Constantinopel. Vanwege zijn kennis van de taal zijn de brieven en rapporten van de gezant bijzonder waardevol en informatief. Een team van historici uit Oostenrijk en Hongarije analyseert nu voor het eerst alle correspondentie, inclusief reisverslagen waarvan werd aangenomen dat ze verloren zijn gegaan.

Dit levert nieuwe kennis op over de communicatie tussen de twee grote rijken en over afbeeldingen van de Ottomanen; hoe waarheidsgetrouw zijn die?
Op jonge leeftijd nam het leven van de Zwitserse en later Habsburgse ambassadeur Johann Rudolf Schmid zum Schwarzenhorn (1590-1667) een plotselinge wending: in Hongarije raakte hij aan het begin van de 17de eeuw in langdurige Ottomaanse gevangenschap. Dat hij het daar wist te schoppen van slaaf tot tolk kwam vooral door zijn taalvaardigheid. Als tolk kon hij contact opnemen met Habsburgse ambassadeurs die in 1624 zijn vrijlating kregen en de deur naar de diplomatieke dienst openden.

Illustratie uit een verloren gewaand reisverslag van Johann Georg Metzger, over de diplomatieke missie van 1649. (Stadtarchiv Stein am Rhein)

In een tijd waarin diplomatieke carrières gebaseerd waren op afkomst en bezit, kende zijn carrière een ongebruikelijke start. Het was ook uitzonderlijk omdat zijn succes was gebaseerd op interculturele competentie en zijn talenkennis in het Ottomaans Turks. ‘In die tijd waren gezanten die naar Constantinopel reisden en de taal van de Ottomanen beheersten uiterst zeldzaam. Het merendeel was afhankelijk van tolken, de zogenoemde ‘dragomane’. Schmid had daarentegen persoonlijk contact met de Ottomanen en leerde veel uit de eerste hand. Dat maakt zijn berichtgeving zo spannend ‘, legt de historicus Arno Strohmeyer van de Universiteit van Salzburg uit.

Freiherr Johann Rudolf Schmid zum Schwarzenhorn (1590–1667) in een Ottomaanse setting. Het openingsbeeld is hiernaar gemaakt. (Österreichische Nationalbibliothek)

Als Habsburgse gezant werd Schmid verschillende keren naar Constantinopel gestuurd. De diplomatieke missie van enkele maanden in 1649 was bijzonder belangrijk voor de handhaving van de vrede tussen de twee grote rijken. Hoe Schmid en zijn dienaar Johann Georg Metzger de gebeurtenissen in zijn reisverslag hebben vastgelegd, staat centraal in een onderzoeksproject dat wordt gefinancierd door het FWF Science Fund. De historicus en zijn team van onderzoekers van de Universiteit van Salzburg, de Universiteit van Graz en de Hongaarse Universiteit van Szeged analyseren verschillende aspecten van diplomatieke communicatie. Hieronder vallen mediatypen zoals brieven tussen Schmid en de Weense rechtbank, instructies van keizer Ferdinand III, het ‘geheime rapport’, het eindrapport (laatste relatie) en reisverslagen. Voor de missie van 1649 wordt nu voor het eerst onderzocht hoe sterk deze media met elkaar verweven zijn, dus waar tekstpassages zijn overgenomen.

Haus zum Schwarzen Horn, Johann Rudolf Schmids geboortehuis in Stein am Rhein (gemeente Schaffhausen). De muurschildering dateert van 1914 en verbeeldt een verzonnen aankomst van de baron in zijn geboortedorp in 1664. (Wikimedia/Jacques Verlaeken)

Daarnaast levert de analyse nieuwe inzichten op over hoe kennis over de Ottomanen in Midden-Europa tot stand is gekomen en welke invloed interculturele toenadering daarop had. ‘Je moet niet vergeten dat deze correspondentie lange tijd de centrale vorm van communicatie was tussen de Habsburgers en de Ottomanen. De kennis over de Ottomanen is voor een belangrijk deel ontstaan in de context van diplomatieke missies en de correspondentie is daarmee de belangrijkste historische bron van informatie‘, zegt Strohmeyer. Schmid stond ook heel dicht bij de cultuur van de Ottomanen vanwege zijn taalvaardigheid, en daarom onthullen de analyses van de onderzoekers verschijnselen als aanpassing aan de vreemde cultuur (acculturatie) of de adoptie van cultuur (assimilatie).

Verzilverd deksel van een kelk, detail. Naar voorbeeld van de gravure, boven. (Rathaussammlung Stein am Rhein, foto Kultureinrichtungen Jakob und Emma Windler-Stiftung, Stein am Rhein)

De documentatie is strak omdat Schmid elke twee tot drie weken een brief naar de keizer stuurde. De waardevolle post is volledig bewaard gebleven in het Huis-, Hof- en het Staatsarchiv in Wenen. Er waren altijd meerdere exemplaren die via verschillende routes naar Wenen werden gestuurd. Gevoelige passages werden ook in cijfers geschreven. Volgens de onderzoekers is hun brede scala aan inhoud, variërend van politieke evenementen tot de opstelling van de stoelen bij festiviteiten tot het weer, en het zeer gedetailleerde beeld van het dagelijkse leven, verrassend. Omdat de ambassadeurs over alles moesten rapporteren wat hen belangrijk leek, maar een feitelijk, zo ‘objectief’ standpunt innemen. Deze houding was niet zonder gevolgen voor de weergave van gebeurtenissen: de analyse laat voorbeelden zien waarin Schmid zijn successen en objectiviteit benadrukte, terwijl hij de hoge Ottomaanse hoogwaardigheidsbekleder als emotioneel portretteerde. Rationaliteit versus emotionaliteit werd versterkt door woordelijke citaten toe te voegen, wat geloofwaardig was omdat hij de taal vloeiend sprak. Terwijl de brieven en rapporten de diverse dagelijkse werkzaamheden van de ambassadeurs weergeven, bieden reisrapporten meer context – voorzover ze bewaard bleven.

Nikolaus van Hoy, Schmid von Schwarzenhorn als weldoener op een schilderij van Nikolaus van Hoy, 1660. (Rathaussammlung Stein am Rhein, foto SIK-ISEA, Zurich-Philipp Hinz)

Het is dankzij de inzet van historicus en projectmedewerker Anna Huemer dat het origineel van Johann Georg Metzgers reisverslag, vermoedelijk verloren, werd herontdekt na een moeizame zoektocht in kasteel Stiebar in Neder-Oostenrijk. ‘Het was een heel mooi moment toen we het eindelijk in een doos ontdekten tijdens ons tweede bezoek aan het kasteelarchief’, herinnert Strohmeyer zich. Omdat er alleen dit ene reisverslag bestaat van de diplomatieke missie in 1649. Het is ook waardevol omdat het een ander perspectief biedt op de gebeurtenissen die besproken worden in brieven en rapporten. Metzger beschreef het verloop van de missie, aangevuld met historische excursies, bijvoorbeeld over de geschiedenis van de stad, en leverde talloze illustraties over het land en zijn mensen.
Het team kan nu computerondersteunde tekstanalyse gebruiken om te laten zien hoe sterk de relatie tussen rapporten en verslag is. De tool voor het analyseren van intertekstualiteit is ontwikkeld door Weense computerwetenschappers en laat zien wie welke tekstpassages schreven of wat werd aangevuld – in die tijd werden nieuwe tekstpassages niet gemarkeerd. ‘Met zulke grote hoeveelheden tekst zijn de dwarsverbanden anders moeilijk te laten zien. Nu weten we uit de beschrijving van het inaugurele bezoek aan sultan Mehmed IV, welke passages uit brieven in het reisverslag zijn overgenomen ‘, legt de historicus uit.

Kasteel Stiebar in Neder-Oostenrijk, waar na moeizaam zoeken het reisverslag tevoorschijn kwam.

Welk beeld kregen de Habsburgers van de Ottomanen via Schmids rapporten? Veelal bevestigde hij stereotypen en vijandbeelden. Maar hij ontkende ze ook wel, door onderscheid te maken tussen zijn gesprekspartners. Volgens Strohmeyer is een voorbeeld het stereotype van de Ottomaanse heerser als een tiran die tirannie uitoefent: ‘Hoewel Schmid in zijn eindrapport vasthoudt aan de term tiran, beschrijft hij het systeem van heerschappij ook als een mengeling van monarchie, aristocratie, democratie en driemanschap. Op deze manier schetst hij een gedifferentieerd beeld en wijkt af van het stereotype van tirannie. ‘
Schmid maakt duidelijk dat ‘geleefde interculturaliteit’, d.w.z. interesse in anderen, taalvaardigheid, persoonlijk contact en persoonlijke ervaringen, aanzienlijk bijdragen aan het oplossen van eenvoudige waarnemingspatronen zoals goed/slecht en het overwinnen van mentale barrières. De omgang met elkaar, de nadruk op gelijkheid en vriendschap in woord en daad hebben de vredesverdragen nieuw leven ingeblazen – een les die niets aan actualiteit heeft ingeboet.

Arno Strohmeyer is hoogleraar Moderne Geschiedenis aan de Lodron Universiteit van Salzburg in Parijs en directeur van het Instituut voor Onderzoek naar de Habsburgse Monarchie en de Balkan (ihb) van de Oostenrijkse Academie van Wetenschappen. Zijn belangrijkste onderzoeksinteresses omvatten Interculturaliteit, vredeshandhaving en de geschiedenis van diplomatie. Als onderdeel van het onderzoeksproject ‘The Mediality of Diplomatic Communication’ (2017-2021), gefinancierd door het Oostenrijkse Wetenschapsfonds FWF met ongeveer 360.000 euro, ontwikkelt Georg Vogeler van de Universiteit van Graz een ‘Digital Edition’ met Arno Strohmeyer en zijn team.
FWF Het Wetenschapsfonds

Openingsbeeld: Johann Rudolf Schmid von Schwarzenhorn als keizerlijk ambassadeur. In zijn hand een brief voor de sultan. Schilderij door Jeronimus Joachims, 1651. (Liechtenstein. Prinselijke Collecties, Vaduz)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder