Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Gekroonde boekenwurm

26 mei 2021 Siebrand Krul

Alfred is de enige Engelse koning die het nageslacht met de bijnaam ‘de grote’ geëerd heeft. En hij verdiende die onderscheiding nu eens niet met spectaculaire krijgsverrichtingen, maar om zijn vooruitziende blik en inzet voor onderwijs en rechtssysteem. Een wereldwijze man, deze Angelsaksische koning. Als kind was hij al tweemaal in Rome, bezoeken die zijn intellectuele vergezichten inhoud gaven, en zijn wijsheid een gedegen fundament.

Je zou voor het begin van een artikel over Alfred de Grote de nevelige moerassen van Somerset kunnen kiezen, maar ook net zo goed de Palatijnheuvel in Rome. Als klein ventje, zo’n vier jaar oud, kwam Alfred in 853 over vervallen Romeinse heerwegen door de Alpen naar de toen al oeroude stad. Het duizelde hem toen hij zijn blik naar de top van het Colosseum liet gaan – thuis waren er enkel houten bouwsels van één verdieping, afgezien van een paar kerken van steen. En hoe zal hem de mond opengevallen zijn toen hij het Pantheon binnengeleid werd, een reusachtig klassiek gebouw met de grootste koepel ter wereld, inmiddels tot kerk gewijd. Maar misschien was hij nog meer onder de indruk van de christelijke relikwieën: het kruis waaraan Christus stierf, of een lichaamsdeel van de apostelen, die de Heiland persoonlijk gekend hadden. Hier, in Rome, zal de kiem gelegd zijn voor zijn levenslange passie voor relikwieën.

Alfreds vader Æthelwulf of Wessex op de vroeg 14de-eeuwse Genealogical Roll van de Engelse koningen.

De kleine gast uit Engeland, jongste zoon van Ethelwulf, koning van Wessex, werd door paus Leo IV ontvangen en tot consul gezalfd. Nog als kind keerde Alfred voor een tweede bezoek terug naar Rome, dit keer voor een heel jaar, samen met zijn vader, die waarschijnlijk probeerde steun van de paus te verwerven in de strijd tegen de Vikingen. Het lange verblijf in het centrum van het christendom volstond om van Alfred een uitzonderlijke verschijning te maken: een philosopher prince, een intellectueel, die tot ver over de grenzen van het eigen land wist heen te kijken.

Brittannië in 886.

Alfred staat bekend als de man die de Vikingen bedwong. Enerzijds is dat wat te veel eer, aangezien de Vikingen tijdens zijn leven grote delen van Engeland beheersten. Anderzijds leidt het tot de misvatting als zouden we bij hem met een houwdegen van doen hebben. Alfred had juist een nogal zwak gestel en leed misschien aan een chronische darmziekte. We kunnen ons hem daarom beter als een boekenwurm voorstellen. Zijn biograaf en tijdgenoot, de Welshe monnik Asser, vertelt dat Alfreds moeder een rijk geïllustreerd boek met Angelsaksische poëzie onder haar zonen uitloofde aan degene die het het eerst uit het hoofd geleerd had. Natuurlijk was dat wonderkind Alfred, die de verzen ook nog eens heel vaardig voor de koningin wist op te zeggen. Toen hij eenmaal koning was, had Alfred een boekje bij zich, zijn handboc. Het schijnt een mengeling van opschrijfboek en gebedenboek te zijn geweest. Als Alfred een passage tegenkwam die hem beviel dan noteerde hij die in het boek.

De verdedigingsmuur rond een burh, in dit geval de stadsmuur van Alfreds hoofdstad, Winchester. Het is een Saksische voortzetting van Romeinse funderingen.

Pas toen de vrede bevochten en de Denenkoning Guthrum tot het christendom bekeerd was, kon Alfred zijn ware aard tonen. Hij bouwde dertig versterkte steden, maar zijn duurzaamste nalatenschap bestaat uit woorden. De centra waar de wetenschap en cultuur gebloeid hadden, de kloosters, waren door de Vikingen verwoest, de geleerden van die tijd, de monniken, vermoord of tot slaaf gemaakt. Alfred reageerde daarop met een heus onderwijs- en onderzoeksprogramma. Hij streefde naar de geestelijke vernieuwing van Engeland, want het was zijn overtuiging dat alleen mensen met een identiteit kans maken om overeind te blijven in de strijd der culturen.

Alfred op een glas-in-loodvenster uit 1905, in de kathedraal van Bristol.

En hij ging nog verder. De kennis van die dagen stond uitsluitend in Latijnse boeken opgetekend. Het was bijna uitsluitend het werk van geestelijken en hun taal was die van de kerk, het ‘universele’ Latijn. Alfred liet de belangrijkste van deze boeken in het Engels vertalen. Daarnaast dienden zoveel mogelijk mensen een school te bezoeken om daar te leren lezen en schrijven – allereerst in het Engels. Pas wie dat beheerste, kwam in aanmerking voor Latijnse les. De koning nam trouwens persoonlijk aan dit programma deel. Hij leerde op gevorderde leeftijd nog Latijn en vertaalde zelf vijf boeken in het Engels. ‘Dat revolutioneerde de Engelse levenswijze en in menig opzicht was hij daarmee zijn tijd eeuwen vooruit,’ oordeelt Alfreds biograaf Justin Pollard.

Standbeeld van de koning, die het kennelijk koud had, op de campus van de Alfred University, New York.

Alfred streefde naar een regering op basis van algemene ontwikkeling en recht. Daarom hervormde hij ook de rechtspraak en bracht hij wetsteksten bijeen in een Doom book (wet – boek). Daarin zijn de eerste aanzetten tot de persoonlijke grondrechten herkenbaar die Engeland zouden gaan kenmerken: ‘Als een man een vrije man bindt die geen zonde begaan heeft, moet hij tien shilling betalen.’ Daar kon ook de gewone man, stedeling of keuterboer, zich op beroepen bij een conflict met een weer eens te eigenmachtige edelman.
Nadat Alfred in 886 zijn zetel naar Londen verplaatste, werd hij erkend als heerser over alle Engelsen die niet onder Deens bestuur vielen. Steeds vaker betitelde hij zichzelf nu als ‘koning der Angelsaksen’, niet slechts als ‘koning van Wessex’. Daarmee nam het ideaal van een verenigd Engels koninkrijk voor het eerst tastbare vorm aan.

Alfred de Grote op een 19de-eeuwse illustratie. Uiteraard is onbekend hoe de koning er daadwerkelijk uit zag. Daarom zijn portretten altijd een weerslag van het beeld dat een bepaalde periode van hem/haar had.

Alfred zag Engeland daarbij steeds als het noordwestelijk bastion van het christendom, door onverbrekelijke banden gelieerd aan de andere christelijke rijken op het Europese vasteland. Een prettige bijkomstigheid was dan dat de handel met deze rijken de grondslag voor de Engelse welvaart vormde.
Een 9de-eeuwse goudsmit gaf de koning voor de beroemde Alfred Jewel, tegenwoordig een van de grootste schatten van het Ashmolean Museum in Oxford, twee enorme ogen mee, als wilde hij daarmee ’s konings vooruitziende blik en wijsheid symboliseren. Het sieraad draagt het inschrift: ‘Aelfred mec heht gewyrcan’: ‘Alfred gaf opdracht mij te maken.’ Hetzelfde zou van Engeland gezegd kunnen worden.
Christoph Driesssen

Openingsbeeld: 18de-eeuws portret van Alfred de Grote door Samuel Woodforde, uiteraard geheel ontsproten aan de fantasie van de kunstenaar.

Lees nog veel meer spannende verhalen over de Angelsaksen in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder