Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Dood aan de sjah!

26 mei 2021 Siebrand Krul

Eigenhandig zette sjah Mohammed Reza Pahlavi in 1967 een kroon met smaragden en robijnen op het hoofd van de geknielde Farah Diba, nadat hij zichzelf eerst tot keizer van Iran had gekroond. Twaalf jaar later maakte de Islamitische Revolutie een einde aan 2.500 jaar Perzische monarchie. De laatste keizer sloeg op de vlucht en overleed kort daarna in Caïro.

Farah Diba slijt haar eeuwige ballingschap afwisselend in Washington en Parijs. Zonder land, zonder man en intussen ook zonder twee van haar kinderen. Het begint voor haar nochtans als een sprookje. In de Iraanse ambassade in Parijs wordt in 1959 een groepje meisjesstudenten uit eigen land voorgesteld aan sjah Mohammed Reza. De ontmoeting is door de entourage geënsceneerd ter attentie van zijne majesteit; na zijn scheiding van de onvruchtbare prinses Soraya is de vorst van Iran, het oude Perzië, hard op zoek naar een derde echtgenote om hem alsnog een troonopvolger te schenken.

Het huwelijk van sjah Mohammed Reza en Farah Diba, 21 december 1959. De sjah rookt genoeglijk een sigaret. (Getty Images)

De mooiste van het gezelschap is Farah Diba, twintig jaar, studente architectuur en afkomstig uit een vooraanstaande familie in Teheran. De vonk slaat meteen over, zonder aarzelen grijpt het burgermeisje haar kans. Binnen de kortste keren volgt het huwelijk, een kroonprins komt er al snel. De nog jonge Pahlavi-dynastie is gered. In de straten van Teheran spelen zich uitzinnige taferelen af, wanneer de pasgeborene wordt ingehaald als ware hij reeds een vorst.

De kroning van Farah Diba in het Golestan-paleis in Teheran op 26 oktober 1967. De zevenjarige prins Reza kijkt toe. (Foto Marilyn Silverstone/Magnum Photos)

Keizerin als rolmodel

Ondertussen regeert de sjah met ijzeren hand, niet van plan zich nog eens aan de kant te laten zetten zoals in 1951 door premier Mossadegh. Nadat de CIA hem in 1953 weer aan de macht heeft gebracht, schort hij de grondwet op en organiseert de beruchte Savak, een geheime politie die genadeloos afrekent met de tegenstanders; ze worden opgesloten, gefolterd en soms geëxecuteerd. Op zeker moment zitten volgens Amnesty International minstens tweeduizend politieke gevangenen vast. Met de rijke olie-inkomsten en de steun van de Verenigde Staten wil hij zijn land uit de feodaliteit halen en aan ijltempo moderniseren; de zogenoemde Witte Revolutie geeft onder meer vrouwen stemrecht en moet vooral het grootgrondbezit aanpakken.

Feestelijkheden tussen de antieke ruïnes van Persepolis ter herdenking van het 2.500 jarige bestaan van het Perzische Rijk, oktober 1971. De excessieve kosten en het megalomane van dit feest zouden de val van de sjah hebben bespoedigd.

In 1967 acht hij het land voldoende opgewerkt, klaar voor de volgende stap: hij kroont zichzelf tot keizer en zijn echtgenote tot keizerin om, naar het heet, de rol van de vrouw in de moderne Iraanse samenleving te onderstrepen, de verstoting van Soraya even terzijde gelaten. Een paar jaar later volgt nog een sterker staaltje megalomanie: peperdure feestelijkheden bij de ruïnes van Persepolis ter gelegenheid van 2.500 jaar Perzisch Rijk. In volle woestijn is een bos van duizenden bomen en struiken aangeplant, staatshoofden van over de hele wereld logeren in een luxueus tentenkamp, copieuze diners van Franse topchefs worden helemaal uit Parijs overgevlogen.

Farah Diba wordt één der meest gefotografeerde vrouwen ter wereld, vaste prik in de boulevard- en damesbladen. In Libelle verschijnen van 1959 tot 1964 maar liefst 26 fotoreportages.

Marxisten en moellahs

Alle hervormingen ten spijt wordt de kloof tussen de verwesterde upper class en de verarmde massa almaar groter, een kloof die zelfs de hoofdstad zichtbaar quasi doormidden snijdt. De repressie van de politieke tegenstanders neemt nog toe. Voor de sjah vormen de marxisten de grootste dreiging, de communistische Tudeh-partij is verboden. Ondertussen onderschat hij een andere tegenstander; hij ziet niet hoezeer de religieuzen, de moellahs, zich afkeren van zijn seculiere beleid, hoe hun verzet tegen de westerse koers groeit en hoe ze de sociale spanningen gebruiken om hun macht te vergroten.

Betogers verbranden een portret van de sjah in de straten van Teheran, februari 1979. (Foto Michel Setboun/Getty Images)

Grootste onruststoker is Ayatollah Khomeini. Omwille van zijn anti-regeringsactiviteiten en zijn kritiek op de invloed van de Verenigde Staten wordt hij al in 1963 tien maanden opgesloten. Nadien vertrekt hij naar Turkije, dan naar Irak en in 1978 naar Frankrijk, in Neauphle-le-Château dichtbij Parijs. Als balling slaagt hij erin om via toespraken op gesmokkelde cassettes een islamitische revolutie in Iran te ontketenen. Ook de studenten scharen zich achter de volksopstand, duizenden betogers scanderen massaal Mard bar shah! – ‘Dood aan de sjah!’ en ‘Dood aan Amerika!’ Het leger schiet met scherp, er vallen honderden doden.

Het standbeeld van de sjah wordt neergehaald, februari 1979. De opstandelingen kijken wel of het gevaarte niet iemand gaat raken; dan zou de sjah nog meer slachtoffers op zijn geweten hebben. (Foto Michel Setboun/SIPA Press)

Imperiale monarchie wordt islamitische republiek

Kort voor Khomeini’s triomfantelijke terugkeer op 1 februari 1979 slaat de sjah met Farah Diba op de vlucht naar Aswan in Egypte. ‘Op vakantie’ heet het officieel, maar hij draagt wel eerst de macht over aan de leider van het Nationale Front, Shapur Bakthiar. Hun vier kinderen zijn eerder in veiligheid gebracht in de Verenigde Staten. Zelf zijn ze er niet meer welkom; de Amerikaanse regering laat haar trouwe bondgenoot vallen, een vriendschap die voordien al flink bekoeld was door diens politiek van stijgende olieprijzen en ambities als grootmacht.

Newsweek van 18 december 1978.
Newsweek van 20 november 1978.
Newsweek van 12 februari 1979.

Khomeini zet Bakthiar af en benoemt een voorlopige regering met de geestelijke Mehdi Bazargan als premier. In een referendum op 1 april 1979 verwerpt een meerderheid de corrupt genoemde monarchie en kiest voor een islamitische republiek. Vele kopstukken van het gevallen regime, officieren en Savak-leden worden geëxecuteerd. Omdat het staatshoofd gevlucht is, moet vooral zijn rechterhand het ontgelden, de vroegere premier Hoveyda die in de val zit; na de in een proces uitgesproken doodstraf wordt hij nog voor de executie met twee nekschoten afgemaakt. Ter ondersteuning van de revolutie bestormt een groep studenten op 4 november 1979 de Amerikaanse ambassade in Teheran en gijzelt er – met Khomeini’s zegen – een zestigtal diplomaten en burgers; één van hun eisen is de uitlevering van de sjah, die dan net even in de VS is.

De terugkeer van Ayatollah Khomeini naar Iran na vijftien jaar ballingschap, 1 februari 1979. (Foto A. Abbas/Magnum Photos)

De reddingsoperatie Eagle Claw eindigt desastreus en kost acht militairen het leven, een fiasco dat president Jimmy Carter in 1980 zijn herverkiezing voor een tweede ambtstermijn kost. Pas na veertien maanden worden de gegijzelden vrijgelaten, op 20 januari 1981, precies de dag dat Jimmy Carter vertrekt als president, nadat Iraanse banktegoeden zijn vrijgegeven en er een akkoord is over immuniteit tegen mogelijke eisen van schadevergoeding door de VS. De vernedering van de bezetting en de gijzeling blijft tot op vandaag nog nazinderen in de vijandige Amerikaanse politiek tegenover Iran.

Eén van de gegijzelde Amerikanen wordt geblinddoekt opgevoerd voor de pers in de Amerikaanse ambassade in Teheran, november 1979. Dit is voor de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek nog altijd sturend: het is voor hen een beeld uit de hel. (Foto Alain Mingam/Gamma-Rapho via Getty Images)

Keizerpaar op de dool

Na zijn vertrek uit Iran wil geen enkel land de door kanker ernstig zieke sjah permanent asiel verlenen, vooral onder druk van het oliewapen. Een pijnlijke zwerftocht van een jaar volgt met, na Egypte, kortstondige verblijven in Marokko, de Bahama’s, Mexico, de VS voor een korte medische behandeling, Panama en uiteindelijk terug in Egypte, waar president Sadat hem in Caïro laat sterven en plechtig begraven. Farah Diba mag er in een paleis blijven wonen, maar na de moord op Sadat in 1981 verlaat ze het land. Met toestemming van president Reagan kan ze nu toch in Amerika terecht.

Jaarlijks bezoekt Farah Diba de graftombe van de sjah in de Al Rifai-moskee in Caïro, hier op 27 juli 2017 begeleid door de weduwe van president Sadat.

Uiteindelijk verblijft ze liefst discreet in een appartement in Parijs waar het allemaal begon. Haar twee jongste kinderen wordt de verbanning te veel: Leila pleegt zelfmoord in 2001, Ali Reza in 2011; beiden liggen gegraven op het kerkhof van Père Lachaise. Op haar website en in melancholische interviews probeert ze de dictatuur en de repressie onder de sjah te minimaliseren en beklemtoont ze haar culturele en sociale inzet, vooral voor de positie van de vrouw. In de Parijse straten wordt ze door landgenoten nog als shahbanou (keizerin) begroet, geregeld bezoekt ze haar oudste zoon Reza en kleinkinderen in Washington waar ze dichtbij ook een nog optrekje heeft. In de uitzichtloze ballingschap blijft Farah Diba, inmiddels 82 jaar, toch onverminderd dromen van een terugkeer naar thuisland Iran, zij het dan zonder kroon of troon. Het sprookje is slecht afgelopen. De keizerin leeft lang, maar niet zo gelukkig.

Vertrek van het keizerpaar op Mehrabad Airport in Teheran op 16 januari 1979. (Associated Press)

Vlucht naar Egypte

‘16 januari 1979: In het paleis was het vreselijk, echt vreselijk… De laatste dingen die moesten gebeuren, de laatste telefoongesprekken die moesten gevoerd worden, het snikken van deze en gene… Mij niet laten overmannen door wanhoop, niet huilen, vertrouwen uitstralen. De mensen die zich in het paleis aan onze voeten wierpen, hun smeken, hun vragen: “Waar gaat u heen? Wanneer komt u terug? Waarom laat u ons in de steek? Wij zijn nu wezen, wezen” (…) Nee, beheers uzelf, heb vertrouwen in God, wij zullen terugkeren. U bent officier, u moet niet huilen. Glimlachen bij het afdalen van de helikopter, nog een paar juiste woorden vinden, sterk zijn, steeds maar weer. Bij het vliegtuig vielen de mensen op hun knieën aan de voeten van de keizer. Mijn man was zeer aangedaan, zijn ogen stonden vol tranen. We zijn opgestegen in de hemel, die ontzaglijk leeg was.’ (Uit het dagboek van Farah Diba Pahlavi)
André Capiteyn

Openingsbeeld: Ruhollah Khomeini, de sjiitische religieuze leider, leider van de Iraanse islamitische revolutie, stichter van de Islamitische Republiek Iran en president (1979-1989). (Foto Probst/Ullstein via Getty Images)

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer boeiende historische artikelen, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder