Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Sutton Hoo accuraat verfilmd

05 mei 2021 Siebrand Krul

De welgestelde weduwe Edith Pretty was ervan overtuigd dat de mysterieuze heuvels op haar landgoed in Sutton Hoo (Suffolk, Engeland) belangrijke geheimen bevatten. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog schoot ze op eigen kosten in actie en kreeg gelijk: een scheepsgraf met de weelderige bijzetting van een Angelsaksische koning uit de 7de eeuw kwam te voorschijn.

Het was één der grootste ontdekkingen op Britse bodem, die daarenboven de gangbare opvatting van de Vroege Middeleeuwen als ‘dark age’ op zijn kop zette. Vóór deze vondst ging men er van uit dat het gebrek aan geschreven bronnen wees op afwezigheid van cultuur in deze periode. Voor een natie op de rand van de oorlog, met een eigen ‘dark age’ voor ogen, was het schip in Sutton Hoo een bron van trots en inspiratie, gelijkwaardig aan de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922. De recente Netflix-film ‘The Dig’ vertelt nu dit uitzonderlijk verhaal op verfrissend nauwkeurige wijze.

Edith Pretty (1883-1942) had op haar vele reizen ook opgravingen in Egypte gezien. Haar vader, Robert Dempste, was een enthousiaste amateur-archeoloog en legde een cisterciënzerabdij bloot op het terrein van hun ouderlijk huis in Vale Royal. Ze schonk alle vondsten van Sutton Hoo aan het British Museum.

De doden onthuld

In speelfilms worden archeologen doorgaans afgeschilderd als schattenjagers of forensische detectives, zie met name de Indiana Jones-reeks. Deze filmische dramatisering, gebaseerd op de gelijknamige roman van John Preston (2007), benadert de archeologie echter op een nieuw niveau van subtiliteit en nauwkeurigheid, peilend naar dood, verlies en geheugen – sleutelbegrippen in de archeologische studie van het verleden.

De grootste heuvel op het landgoed van Edith Pretty, voor de opgraving van het scheepsgraf.

De grootste heuvel in Sutton Hoo bevatte de overblijfselen van een vervallen eikenhouten schip, 27 meter lang, dat uit de nabijgelegen rivier de Deben was gesleept om als koninklijke graftombe te dienen. Meer dan 250 artefacten onthulden de verfijning van East Anglia in de Angelsaksische tijd. Er waren kostbare stukken bij, afkomstig uit de hele toenmalig bekende wereld, waaronder zilveren kommen en lepels uit Byzantium en gouden kledingaccessoires bezet met rode granaat edelstenen uit Sri Lanka. Hoewel het lichaam al lang helemaal verteerd was, bleven de persoonlijke regalia van een krijgerkoning bewaard: zijn zwaard, schild en ceremoniële helm. Aangenomen wordt dat het koning Raedwald is, wiens regering overeenkomt met de datering van de gevonden munten uit ca. 610 tot 635 v. Chr.

Edith Pretty (middelste van de drie dames) kijkt toe hoe de opgraving in de grafkamer van het schip vordert.

Camera op archeologie

De film focust op de relatie tussen de weduwe Edith Pretty (Carey Mulligan) en Basil Brown (Ralph Fiennes), de plaatselijke amateur-opgraver die in 1939 door Edith wordt ingehuurd om het onderzoek te doen. Het scenario is gebaseerd op echte gegevens uit de biografieën van de hoofdpersonen, waaronder Pretty’s rouwproces na de dood van haar man en de diagnose van haar terminale ziekte (ze stierf in 1942). Zoals velen in die tijd was Pretty gefascineerd door het ‘spiritualisme’, het idee dat we met de doden kunnen communiceren door het gebruik van een spiritueel medium. Dit spiritualisme kan haar archeologisch mecenaat hebben aangewakkerd, net zoals het onderzoek op andere beroemde plaatsen, met name Glastonbury Abbey in Somerset.

Zodra het schip is onthuld, krijgen Pretty en Brown versterking van ‘professionele’ archeologen, het echte opgravingsteam van Sutton Hoo. Hun rollen en leeftijden worden echter drastisch gewijzigd om het hiërarchische karakter van de archeologie uit de jaren 1930 te benadrukken. De film geeft een nauwkeurig beeld van de opgravingen in die tijd, uitgevoerd met behulp van arbeiders met slechts een paar bekwame opgravers en gekwalificeerde academici. Er wordt zorgvuldig aandacht besteed aan archeologische details, waarbij wordt benadrukt dat het scheepshout vrijwel verdwenen was en er weinig meer overbleef dan ijzeren klinknagels en in het zand verkleurde contouren.

Opgraver van het eerste uur, Basil Brown (1888-1977) werd lange tijd doodgezwegen door de officiële archeologen die de leiding van hem overnamen; hij krijgt nu volop erkenning voor zijn allerminst amateuristische aanpak.

Amateurs versus academici

De rivaliteit tussen de autodidactische ‘amateur-graver’, Basil Brown en de in Cambridge opgeleide archeologen is echter enigszins aangedikt. Brown wordt afgeschilderd als iemand met aangeboren, intuïtieve kennis, die ‘een handvol grond van waar dan ook in Suffolk kon onderzoeken en precies kon uitmaken van welke boerderij die afkomstig was’. Hoewel inderdaad autodidact, was Brown niet bepaald een amateur. Hij was dertig jaar lang als opgraver in dienst van het Ipswich Museum en werd zeer gerespecteerd door de plaatselijke oudheidkundige gemeenschap.

Basil Brown (vooraan) en J.K. Hutchison aan het werk in de scheepsromp, 1939. Het scheepshout was grotendeels verteerd, er restte weinig meer dan ijzeren klinknagels en in het zand verkleurde contouren.

De mannen uit Cambridge betuttelen ook de enige vrouwelijke archeologe, Peggy Piggott, wanneer ze arriveert met haar meer ervaren echtgenoot, Stuart. Peggy is vooral welkom vanwege haar tengere gestalte, ideaal voor het werk in de fragiele scheepsromp. Er wordt getoond hoe ze het eerste gouden artefact opgraaft (wat echt is gebeurd), maar er is geen spoor van de nauwgezette veldvaardigheden waar de echte Peggy om bekend stond tijdens haar illustere carrière. Er worden overigens maar weinig beroepsvaardigheden in beeld gebracht: de archeologen werden ingezet om de vondsten en de plannen te tekenen, niet om enkel maar voorwerpen uit de gond te halen.

Matrozen van the British Navy komen een kijkje nemen, 1939.

Reflectie over vergankelijkheid

De professionals worden ietwat cynisch geportretteerd, de ontdekking uitbuitend om de reputatie van henzelf en hun instelling op te vijzelen. Pretty en Brown daarentegen denken filosofisch na over de betekenis van het graf en de noodzaak om de gedachtenis van de dode mens te respecteren. Als het skelet van het schip uit het zand tevoorschijn komt, kan het als een metafoor gelden voor de vergankelijkheid van het menselijk leven, vooral schrijnend met de oorlog in het verschiet. Edith zegt tegen Brown: ‘We sterven en vergaan en leven niet verder.’ Hij antwoordt: ‘Vanaf de eerste menselijke handafdruk op een grotwand maken we deel uit van iets continu, dus we sterven niet echt.’ Het idee dat alle mensenlevens verbonden zijn door de draad van het verleden is de kern van de grafarcheologie, die niet over schatten gaat maar over het blootleggen van relaties tussen de levenden en hun herinneringen aan de doden.

Reconstructietekening van de bijzetting door Craig Williams, British Museum.

Solidare archeologie

De scheepsbegrafenis in Sutton Hoo was zeker uitzonderlijk door zijn rijkdom en staat van conservering. Verdere opgravingen in Sutton Hoo brachten rijk gemeubileerde koninklijke begravingen aan het licht in andere grafheuvels, waaronder die van vrouwen en kinderen, terwijl vergelijkbare begravingen met een hoge status elders zijn blootgelegd, zoals in de Prittlewell Prince in Essex. Vandaag de dag onderzoekt de Angelsaksische archeologie sterk uiteenlopende sociale rollen en levenswijzen, waaronder (heidense) vrouwelijke priesters en gewone boeren.

Reconstructie van de grafkamer van het schip, in de Sutton Hoo Exhibition Hall. Na verloop van tijd stortte de kamer in, waardoor de helm werd verbrijzeld. Het lichaam raakte volledig ontbonden door de hoge zuurgraad van de aarde.

De archeologen zelf zijn ook diverser geworden en meer solidair, ze werken samen met lokale gemeenschappen om hun verleden te ontdekken en denken goed na over ethische kwesties, zoals de vraag of en onder welke omstandigheden we de overblijfselen van de oude doden moeten verstoren. ‘The Dig’ herinnert ons eraan dat de rol van de archeologie niet ligt in het zoeken naar schatten, maar in het nadenken over onze complexe relatie tot het verleden, over hoe en waarom we het koesteren.
Bron: ‘The Dig, a refreshingly accurate portrayal’, door Roberta Gilchrist, hoogleraar archeologie, Universiteit van Reading. Vertaling: André Capiteyn.
https://theconversation.com/the-dig-on-netflix-a-refreshingly-accurate-portrayal-according-to-an-archaeologist-154442

Openingsbeeld: Still uit de ‘The Dig’ geregisseerd door Simon Stone, 2021.

Lees nog veel meer spannende verhalen over de Angelsaksen in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder