Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De Germaanse invasie

05 mei 2021 Siebrand Krul

In de 5de eeuw n. Chr. hebben de Britten meer soldaten nodig om aanvallen uit het noorden af te weren. Daarvoor nemen ze Germaanse ‘gastarbeiders’ van over de Noordzee in de arm – waar ze veel spijt van krijgen. De Britse koning Vortigern en zijn raadsheren ‘hebben de wilde Saksen het land binnengehaald als wolven in een schaapskooi,’ jammert monnik Gildas in een bewaard 6de-eeuws sermoen.’

‘Niets is ooit zo schadelijk, niets zo ongelukkig voor ons land gebleken. In wat voor een volstrekte duisternis moet hun geest gehuld geweest zijn, in wat voor een verschrikkelijke en uitzichtloze domheid?’
Dat is niet mals, maar de religieuze verontwaardiging van deze Britse monnik geldt dan ook een schoolvoorbeeld van averechtse personeels- en immigratiepolitiek, waarvan de gevolgen de wereldgeschiedenis beïnvloeden. Het begon allemaal met een besluit in het verre Rome: in 408 n. Chr. haalde keizer Honorius alle Romeinse troepen uit Brittannië terug, om op het vasteland de grenzen van het imperium te verdedigen.
Daarmee verloor de gemengde bevolking van Kelten en Romeinen bescherming tegen invallen van de Ieren en van de Picten uit Schotland. ‘Die kropen uit alle hoeken en gaten te voorschijn, als wormen in de middagzon,’ verhaalt Gildas, ‘gevolg gevend aan hun dorst naar bloed.’ Wat er aan gedemobiliseerde Kelto-Romaanse soldaten en vroegere Angelsaksische hulptroepen resteerde, kon onvoldoende weerstand bieden tegen de invallen uit het noorden.

De Britse vorsten, onder wie Vortigern, riepen daarom de hulp in van heidense Germaanse strijders op het vasteland: de Saksen, die beruchte zeerovers waren, en hun buurvolkeren, de Angelen en de Jutten. En mogelijk ook Friezen. De bronnen over deze migraties zijn schaars en spreken elkaar nogal eens tegen. De huurlingen beviel het in hun nieuwe domicilie kennelijk een stuk beter dan in de door stormvloeden en overstromingen voortdurend bedreigde oostelijke Noordzeekusten.
Eén van de hypotheses is dat het tot een grootscheepse, ongereguleerde familiehereniging in Engeland kwam. De bewoners van de oostelijke Noordzeekusten trokken in zo groten getale naar Brittannië, dat de ‘krimp’ ter plaatse archeologisch aantoonbaar is: pollenanalyse in het gebied rond het Nedersaksische Cuxhaven wijst uit dat de graanteelt hier in de 5de eeuw bijna geheel stil kwam te liggen en pas omstreeks 700 weer hervat werd. Kennelijk waren dus alle mensen uit het gebied vertrokken.
Een andere aanwijzing voor deze grote trek is dat er op hetzelfde moment een einde kwam aan de bijzettingen in de urnenvelden in de streek, terwijl er in Zuidoost-Engeland juist nieuwe urnenvelden ingericht werden. Op de Britse eilanden duiken nu ook meer Germaanse fibulae (sluitspelden) en broches op. Ook een aantal DNA-analyses wijst erop dat een kleine 200.000 mensen van overzee gekomen moet zijn.

Een Angelsaksische koning met zijn vrouw. 11de-eeuwse Bijbelse scene uit de Illustrated Old English Hexateuch.

De onderzoeksresultaten zijn echter allerminst eenduidig, tot kortgeleden gehinderd door tamelijk nationaal gericht archeologisch onderzoek. Recentelijk was van steeds meer kenners te horen dat er niet meer dan een paar duizend Germaanse krijgers zonder gezinnen naar Brittannië moeten zijn gekomen. Zij beroepen zich met name op archeologische bewijzen voor het feit dat zich tijdens de Germaanse verovering geen merkbare breuk in de vestigingsgeschiedenis heeft voorgedaan, maar de dorpen in de betreffende gebieden zo te zien permanent bewoond bleven.

St Peter-in-the-Wall, Essex: de Angelsaksen reserveerden stenen gebouwen voor kerken. Ca 650.

Wel zijn in grote delen van het tegenwoordige Engeland de oorspronkelijke plaatsnamen nagenoeg verdwenen, evenals de Kelto-Romaanse taal en cultuur. Zelfs de indrukwekkende geplaveide wegen en stenen bouwwerken van de Romeinen vervielen. De nieuwkomers betrokken liever hun eigen eenvoudige houten huizen, die ze soms onder de rook van Britse steden of in verlaten Romeinse forten bouwden.
Brittannië neemt daarmee een uitzonderingspositie in de tijd van de Volksverhuizingen in: elders in het Romeinse rijk, zoals in Frankrijk, Spanje en Italië, namen de binnenstromende Germanen na verloop van tijd de plaatselijke taal en gebruiken over. Alleen op de Britse eilanden vernietigden zij de Romeinse beschaving, die op een technisch hoger plan stond. Hoe? Door de oorspronkelijke bevolking te verdringen, zeggen de aanhangers van de massale-immigratietheorie. Door assimilatie, stellen de aanhangers van de ‘enkel-soldaten’-theorie daar tegenover. Vermoedelijk was er een combinatie van beide in het spel want Romeins Brittannië was een samenleving die met krimp kampte.

Replica van de beroemde helm uit het scheepsgraf van Sutton Hoo.

De verspreiding van Angelen, Saksen en Jutten verliep kennelijk niet georganiseerd. Het lijkt er veeleer op dat de nieuwkomers in een veelheid van kleine, zelfstandig opererende groepen van oost naar west oprukten. Zo viel een groot deel van het land in de 5de en 6de eeuw stukje bij beetje in hun handen.
Het was een chaotische periode waar we zo goed als niets over weten en waarover de weinige (katholieke) getuigen suggereren dat er gevochten werd. ‘Soms zegevierden onze mensen, soms de vijand,’ is het laconieke resumé in het sermoen van Gildas. Tot nog toe zijn er evenwel nog geen massagraven gevonden die wijzen op deze brutale veldslagen. Dit is verreweg de belangrijkste geschreven bron voor deze periode, op wie zich ook latere chroniqueurs, zoals de monnik Beda, uitdrukkelijk beroepen in zijn Historia Ecclesiastica waarin hij voor koning Ceolwulf van Northumbria in 732 de kersteningsgeschiedenis van Engeland beschreef. Dat is meteen ook aanleiding voor een wolk van voorbehouden, want de reconstructie van de geschiedenis kan niet aan een enkele bron worden opgehangen. Gildas noemt één persoonlijkheid die de Germaanse opmars voor enige tijd wist te stuiten: Ambrosius Aurelianus ‘uit het Romeinse volk’, die de Brittanniërs ‘in het veld bracht tegen de gruwelijke veroveraar en met Gods hulp de overwinning behaalde.’ Deze legeraanvoerder wordt vaak als mogelijk historisch voorbeeld voor de mythische koning Arthur genoemd. Als daar inderdaad een verbinding ligt, is één van grootste helden van de Engelsen tevens de grootste vijand van hun Angelsaksische voorvaderen geweest.
Christian Pantle

Openingsbeeld: Een gereconstrueerd 7de-eeuws Angelsaksisch dorp. Huizen waren, zoals nog vele eeuwen nadien in heel Noordwest-Europa, van hout.

Lees nog veel meer spannende verhalen over de Angelsaksen in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder