Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Ochtendgloren in Assoer

14 april 2021 Siebrand Krul

Tussen 2000 en 1000 v. Chr. maakt de Assyrische cultuur een geweldige sprong voorwaarts. Via een ingenieus netwerk van handelskoloniën vergaart de stadstaat Assoer grote rijkdom. Kültepe in het oosten van Anatolië: begraven onder diverse aardlagen sluimerde hier een van de grootste schatten van de mensheid. Toen een deel ervan vierduizend jaar later weer het daglicht zag, was dat een sensatie.

In de jaren na 1880 stuitten boeren in de omgeving op hun akkers telkens weer op geheimzinnige kleitabletten. Gewiekste handelaren verkochten de vondsten op de markt in de stad aan toeristen en liefhebbers van historische curiosa. Al gauw trok dit de aandacht van oudheidkundigen. Zij stelden vast dat de tabletten al van omstreeks 1800 v. Chr. dateerden en beschreven waren met oud-Assyrisch spijkerschrift. In 2015 verklaarde de UNESCO de uitzonderlijke vondsten tot werelderfgoed.

Ingelegd ivoor van de berggod. Midden-Assyrische periode, ca 14de eeuw v.Chr. Uit het paleis van Assoer. (Vorderasiatisches Museum, Berlijn)

Inmiddels zijn er in Kültepe zo’n 3.000 teksten in spijkerschrift gevonden. Hun strekking reikt van ambtelijke stukken en handelscorrespondentie tot huwelijkscontracten, toverspreuken en familie-annalen. De documenten bewijzen dat het stadsgebied van Kültepe ooit de plaats was van het oude handelscentrum Kanesj. Franse archeologen gingen daarom op zoek naar de ondergegane metropool – en hadden al gauw succes.
In de jaren 1893 en 1894 legden ze de resten van de bovenstad in Kültepe bloot. Ze vonden er bewijzen voor een ononderbroken bewoning van de vroege Bronstijd tot in de Romeinse keizertijd, dus van 3000 v. Chr. tot 280 n. Chr. Tot de spectaculairste vondsten behoorden de resten van een koninklijk paleis, een tempelcomplex met vier heiligdommen, woonhuizen en diverse muntschatten. In 1925 werd ook de iets minder oude benedenstad bloot gelegd. Het bleek dat de stad haar grootste bloei pas beleefde toen zij handelskolonie van de stadstaat Assoer geworden was.

Deel van een muurreliëf, gevonden in een waterput op het binnenhof van de tempel van Assoer. Op het middendeel een mannelijke god, geflankeerd door twee watergoden. Hij houdt takken vast die hij kennelijk aan geiten voert. Vermoedelijk stelt de bebaarde god Assoer voor; de godinnen beschermen de planten en dieren van de stadstaat. 2000-1500 v.Chr. (Pergamon Museum, Berlijn)

Assoer, waar de naam ‘Assyriërs’ van afgeleid is, lag in het noorden van het tegenwoordige Irak, op een vooruitspringende rots op de westoever van de Tigris. Een zeer strategische ligging, op het punt waar twee belangrijke handelsroutes van de oude Oriënt elkaar kruisten: een in noordwestelijke richting, naar Anatolië verlopende, en de route zuidwaarts naar Babylonië. Hier heerste vanaf ongeveer 2100 v. Chr. de oud-Assyrische dynastie.

Amerikaanse soldaten van het korps Crazy Horse bij de site Qalat Shergat (Assoer) in november 2008 een team van de Verenigde Naties. Assoer is een van de drie sites Werelderfgoed in Irak.

Aan het begin van de 19de eeuw v. Chr. vatte koning Erisjoem I het eerzuchtige plan op om zijn stadstaat Assoer tot de grootste economische macht in Tweestromenland te maken. In verdragen met Anatolische vorsten bedong hij het recht Assyrische kooplieden in hun steden te vestigen. Op deze manier ontstond een netwerk van in totaal 34 handelsfactorijen. Die droegen alle de naam ‘karoem’, wat zoveel betekent als ‘haven’. De belangrijkste karoem was die in Kültepe. Hier leefden naar schattingen een paar honderd Assyrische kooplieden met hun gezinnen.

Irak, Assoer (Qalat Sherqat), zo’n zestig kilometer van Mosoel. (G. Eric and Edith Matson Photograph Collection)

Maar in welke goederen handelden deze Assyriërs in Anatolië? De stadstaat Assoer, die zo’n 10.000 inwoners telde, beschikte over twee belangrijke exportproducten: textiel en vooral tin, afkomstig uit de plaatselijke mijnen. Dit metaal met zijn zilverige glans was van onschatbare waarde, want indertijd was al bekend dat het, in een smeltoven vermengd met koper, de bruinrood tot bleekgeel gekleurde legering brons opleverde. Waar koper vrij snel breekt, maakt het hardere brons de productie van stevige werktuigen en wapens mogelijk.
Als betaling voor hun goederen kregen de Assyriërs geen geld zoals wij dat kennen, maar andere kostbare metalen: vooral koper, goud en zilver, die in Anatolië in ruime mate voorhanden waren. In Irak hebben archeologen ook overblijfselen van deze oude ruilhandel gevonden: dikke koperplaten, afkomstig uit Anatolië. Sommige ervan wegen wel veertig kilo. Ze worden ook wel ‘ossenhuidbaren’ genoemd, omdat ze er uitzien als gedroogde runderhuiden.

Gouden halsband uit ca 2000 v.Chr., gevonden in Assoer. (Vorderasiatisches Museum, Berlijn)

Dit handelsstelsel functioneerde uitstekend, omdat alle betrokkenen ervan profiteerden. De kooplieden boorden nieuwe afzetmarkten aan voor hun producten en de stadstaten zagen hun belastinginkomsten stijgen. Zo hieven de Assyriërs een ‘uitreisbelasting’: als Anatoliërs goederen in Assoer bestelden, moesten ze een twintigste deel van de waarde van het gekochte afdragen – en wel in puur zilver. Onderweg naar Anatolië passeerde de handelskaravaan nog diverse grenzen. Daar werd dan tol geheven, indertijd ‘wegbelasting’ geheten. Deze belasting moest in tin betaald worden.

Uit het bezit van de Assyrische brouwer Schamash-tukulti (1300 v.Chr.).

Met deze royale belastingstroom werd de staatskas gespekt, waardoor de macht van de heerser groeide. Een nieuwe koning, Sjamsji-Adad (ca. 1809 – 1776 v. Chr.), loste de oud-Assyrische dynastie af. Hij versterkte zijn leger en veroverde gebieden in het noorden van Mesopotamië. Om zijn heerschappij te legitimeren liet deze usurpator waarschijnlijk een geslachtsregister van Assyrische koningen opstellen – een deels ware, deels gefingeerde genealogie die terugreikte tot in mythische tijden. Maar Sjamsi’s hoop een nieuwe dynastie te vestigen werd de bodem in geslagen. Zijn zonen slaagden er niet in het fors gegroeide rijk bijeen te houden. Het viel weer uiteen in kleinere staten.

Vrouwenkop uit de Isjtartempel van Assoer; een priesteres of een godheid. (Vorderasiatisches Museum, Berlijn)

Een tijd lang was Assoer zelfs in handen van een vreemde macht: het werd een vazalstaat van Mitanni. Maar in de 14de eeuw, onder stichter Assoer-Oeballt, was de tijd van de Assyrische natiestaat gekomen. In de 13de eeuw ondernam een van diens nazaten, koning Toekoelti-Ninurta, zelfs een veldtocht tegen Babylon. In 1215 v. Chr. wist hij de machtige metropool in te nemen.
Hoezeer de Assyrische cultuur op dat moment bloeide, blijkt uit een recente vondst: in de zomer van 2017 ontdekte een onderzoeksteam van de universiteit Tübingen in de Iraakse autonome regio Koerdistan een aarden kruik. Deze bevatte 92 kleitabletten uit de tijd rond 1250 v. Chr. Uit de teksten in spijkerschrift bleek dat de vindplaats Bassetki indertijd Marmadan heette. De oudheidkunde was weliswaar uit andere schriftelijke bronnen bekend met het bestaan van de dit Assyrische handelscentrum, maar naar de plaats van de stad hadden archeologen eerder decennia lang vergeefs gezocht. Het onderzoek op deze buitengewoon interessante locatie zal nog wel even duren – en garant staan voor nieuwe opzienbarende ontdekkingen.
Daniel Carlo Pangerl

Openingbeeld: Reconstructietekening van Assoer in de Midden-Assyrische periode.

Lees het volledige verhaal, plus nog veel meer artikelen over de Assyriërs, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder