Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De Paganini van Halle

17 maart 2021 Siebrand Krul

In zijn tijd werd hij geroemd als de Paganini van de cello. We hebben het over François Servais uit Halle. Moeder Josephine Bande was huishoudster en werkte als meid bij families in de stad. Vader Jean Baptiste was schoenlapper. Niets wees er op de telg uit dit heel bescheiden milieu grote muzikale roem zou verwerven en geëerd worden met een standbeeld op de Grote Markt van zijn geboortestad.

Adrien François Servais zag het levenslicht op 6 juni 1807. Vader Servais had wel wat muzikale interesses. Zo was hij lid van het koor van de Sint-Martinuskerk, het bedevaartsoord en de hoofdkerk van Halle. Als violist speelde hij in het orkestje dat de belangrijke erediensten opluisterde. Zo verdiende hij een centje bij. Dat deed hij ook door muziek te maken op kermissen en bals.
De kleine François werd door papa meegetroond naar de herbergen om samen muziek te spelen, niet op een echte viool, maar op een klompviool, een volksinstrument gemaakt van een houten klomp met snaren. François musiceerde vanaf zijn twaalfde ook in het kerkelijk muziekensemble van Sint-Martinus, waar hij waarschijnlijk klarinet speelde.
Dat kerkorkestje had nauwe banden met de Harmonie Sinte-Cecilia van Halle, waarvan François later dirigent zou worden. We mogen aannemen dat de jonge Servais in zijn jeugd als actief muzikant lid was van die harmonie.

De jonge Servais in 1838.

Cellostudies

Servais ontpopt zich tot een muzikaal talent en wanneer hij zeventien is, gebeurt er iets waardoor hij het provincialistische Halle met zijn kermismuziek, kerkorkestje en harmonieconcerten kan overstijgen. Hij wordt opgemerkt door markies Jules de Sayve, een edelman en melomaan. Die raadt hem aan professionele muzieklessen te volgen bij Corneille Vanderplancken, eerste violist in de Koninklijke Muntschouwburg te Brussel.
Enkele jaren later raakt Servais in de ban van de cello die zijn lievelingsinstrument wordt. Hij vangt cellostudies aan bij de Franse cellist Nicolas Platel in de École Royale de Musique te Brussel, de voorloper van het Koninklijk Muziekconservatorium. In 1829 studeert hij af en wordt repetitor in de klas van Platel. Kort daarna krijgt hij een aanstelling tot solocellist in de Muntschouwburg. Op zich al een mooie carrièrezet voor een eenvoudige volksjongen uit Halle.

Europa, ca. 1850. De steden waar Servais speelde, zijn aangeduid met een rood-wit blokje.

Concertreizen

Maar Servais is ambitieus en wil meer: op aanraden van Conservatoriumdirecteur Fétis trekt hij in 1833 naar Parijs om concerten te geven. Hij is dan 26 jaar oud. Bij die gelegenheid zit componist Hector Berlioz in de zaal die gecharmeerd is door het spel van de jonge Belgische cellist. Het is het begin van een succesvolle loopbaan die Servais naar alle uithoeken van Europa zou voeren. Succesvol op alle vlakken, want na een concert in Den Haag in 1837 prijst prinses Anna Paulowna hem aan bij haar broer, de Russische tsaar Nicolaas I. En dus reist Servais, de cellist uit Halle, naar het keizerlijk hof in Sint-Petersburg. De schatrijke prinses Joesoepov is zo geraakt door een optreden dat ze Servais helpt een stradivariuscello te verwerven. Voortaan wordt het zijn concertinstrument.

Villa Servais, Halle.

De Servais Strad

De beroemde vioolbouwer Antonio Stradivarius uit Cremona bouwde deze cello in 1701. Het uitzonderlijk grote instrument wordt algemeen beschouwd als één van de beste cello’s ter wereld. Servais kreeg de cello omstreeks 1840. Zijn zoon Joseph erfde hem en later kwam de ‘Servais Strad’ na omzwervingen in het Smithsonian Museum in Washington terecht. Daar wordt hij nu nog steeds bewaard, maar geregeld wordt hij uitgeleend om bespeeld te worden. Zo gebruikte de Nederlandse cellist Anner Bijlsma de cello voor een reeks cd-opnames, met onder meer een volledige aan Servais gewijde cd en een opname van Bachs cellosuites.
Al even belangrijk voor Servais is zijn tweede Russische tournée, enkele jaren later. Hij leert er de dertien jaar jongere Sophie Feygin kennen, dochter van een rentmeester van de tsaar. In juni 1842 trouwt hij met haar in Sint-Petersburg voor de Russisch-Orthodoxe kerk. Later zou hun huwelijk ook burgerlijk voltrokken worden, in het stadhuis van Halle.

Buste van Servais door Godebski in het Brusselse Conservatorium.

Per postkoets en slede door Siberië

Goed om te weten: de concertreizen duurden soms twee jaar en voerden Servais van Londen naar Moskou, van Oslo tot Istanbul. Vreemd genoeg speelde hij nooit in Spanje of Italië; maar des te meer in Oost-Europa. Er werd gereisd per trein, postkoets, boot en in Siberië zelfs per slede. Overigens was Halle pas vanaf 1840 per trein bereikbaar. Tevoren moest Servais eerst per koets tot Brussel.
François Servais’ faam breidt zich uit en wanneer hij in 1847 weer eens in Parijs concerteert, roemt Berlioz hem nadien als ‘un talent de premier ordre, un paganinien’. Zijn epitheton is gemaakt: de Paganini van de cello, zoals de Italiaanse operacomponist Giacchino Rossini hem zal noemen.

Servais in 1862, let op de houten pin onder de cello.

Villa

Aan zijn lucratieve concertreizen houdt Servais een fortuin over, dat hij onder meer spendeert aan een prestigieuze villa, de Villa Servais in Halle. Ontworpen door Jean Pierre Cluysenaar, de architect die ook de Brusselse Sint-Hubertusgalerijen zou ontwerpen en later het Conservatorium in de Regentschapstraat. De Villa Servais in Italiaanse renaissancestijl was een verzamelplaats voor tal van prominenten en muzikanten: tot de vele bezoekers behoorden Liszt, Rubinstein, Fétis en – incognito – Maria-Hendrika, de echtgenote van Leopold II.
De villa is rijkelijk gedecoreerd met beelden en reliëfs van de hand van de Frans-Poolse beeldhouwer Cyprien Godebski, die zou trouwen met Servais’ dochter Sophie en dus zijn schoonzoon zou worden. De grote villa werd later onderverdeeld in verschillende appartementen, deed een tijdje dienst als woonst voor rijkswachters en hun gezin en werd nadien een schoolgebouw. Sinds begin 1980 stond het leeg en te verkommeren. Het wisselde meerdere keren van eigenaar, terwijl het verval almaar schrijnender werd. Nu zijn er dan eindelijk grootscheepse restauratiewerken bezig, die je mooi kunt bekijken op:
https://editiepajot.com/regios/7/articles/69637

Het beeld van Servais op de Grote Markt, Halle.

Verdienste

De verdienste van Servais als muzikant valt niet te onderschatten. Hij stond bekend voor zijn virtuoze speelstijl, maar bij gebrek aan opnames moeten we raden naar hoe het precies klonk. Gelukkig heeft hij ook heel wat composities nagelaten, stukken voor cello, die nu nog geregeld worden opgevoerd.
Zijn grootste zichtbare nalatenschap is zeker de steunpin voor de cello, de stalen (vroeger ook houten) pin die het instrument ondersteunt. Bij het hanteren van zijn grote stradivariuscello ondervond Servais nogal wat ongemak. Het instrument was behoorlijk log en zwaar en het tijdens het musiceren tussen de benen klemmen, zoals gebruikelijk was, was niet echt praktisch. Andere cellisten hadden ook al truukjes bedacht om dit euvel op te vangen, zoals een klein bankje onder de cello schuiven, maar Servais kwam met een beter idee. Hij maakte een houten pin vast waarop de cello kon steunen. Op die manier kon hij veel vrijer en minder krampachtig spelen. Het werd een algemeen gebruik en vandaag speelt élke cellist met zo’n steunpin.

Toulouse-Lautrec: tekening van Misia Sert (1895). (Metropolitan Museum, New York)

Het hart van Servais

Toen François Servais op 26 november 1866 overleed, was hij een heuse beroemdheid. Zijn begrafenis in Halle bracht duizenden mensen op de been en het mag dan ook geen wonder heten dat de stad besloot een standbeeld op te richten voor haar meest gerenommeerde burger. Schoonzoon Godebski kreeg de opdracht en hij beeldde zijn schoonvader uit in carraramarmer: rechtopstaand met zijn cello naast zich, weliswaar zonder steunpin. Het beeld op de Grote Markt van Halle, vlak voor het stadhuis, werd ingehuldigd in 1871.
In Halle gaat het verhaal dat bij de begrafenis van Servais op het oude kerkhof zijn gebalsemde hart apart werd bewaard en later, bij het optrekken van het standbeeld op het marktplein, zou de urne met zijn hart in de sokkel van het monument zijn ingemetseld. Toen in 1897 het oude kerkhof werd geruimd en Servais’ graf werd verplaatst naar de nieuwe begraafplaats, is er geen melding meer gemaakt van die urne, dus wie weet klopt het verhaal wel. Ligt hier een nieuw onderzoek te wachten à la ‘De maag van Margaretha’?

Auguste Renoir: portret van Misia Sert (1903). (National Gallery, Londen)

Familie

Servais en zijn echtgenote kregen niet minder dan zes kinderen, van wie enkelen ook actief zouden zijn als muzikant. Franz was pianist, componist en dirigent, Joseph was cellist. De beroemdste nakomeling van Servais was kleindochter Maria Godebska, dochter van Sophie Servais en Cyprien Godebski, de beeldhouwer.
Maria Godebska (1872-1950) was een begaafde pianiste, maar werd vooral bekend als muze en kunstenaarsmodel onder de naam Misia Sert (Misia: koosnaampje voor Maria, en Sert: familienaam van haar derde echtgenoot). Ze was een graag geziene gast in de Parijse salons van rond de eeuwwisseling en fungeerde tientallen keren als model voor schilders. Renoir, Toulouse-Lautrec, Valloton, Bonnard, Redon en Vuillard portretteerden haar meerdere malen.
Ze was bevriend met componisten als Debussy en Ravel, die een compositie aan haar opdroeg, met schrijvers als Mallarmé en Proust, die haar als voorbeeld nam voor zijn personages, met schilder Pablo Picasso, met choreograaf Sergei Diaghelev, die ze financieel steunde, en met mode-ontwerpster Coco Chanel, van wie ze een intieme vertrouweling zou worden. Aan haar leven en persoonlijkheid werden boeken gewijd, tentoonstellingen, theaterstukken en zelfs een musical.
Bron: Canvas curiosa/Koen De Vos. Met dank aan Peter François, conservator van museum Den Ast (Halle) en voorzitter van vzw Servais, en Geert De Poorter van Villa Servais (Halle).

Openingsbeeld: Oude prentkaart van Halle met de Sint-Martinuskerk.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder