Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Agatha Christie in Nimroed

17 maart 2021 Siebrand Krul

Na een mentale crisis, een mysterieuze verdwijning en een echtscheiding reisde Agatha Christie in 1928 naar Irak. Ze verloor er haar hart aan de ruïnes van het oude Mesopotamië en aan de jonge archeoloog Max Mallowan. Samen met hem zou de legendarische misdaadauteur liefst veertien opgravingscampagnes meemaken, vooral in het Assyrische Nimroed.

Agatha Christie (1890-1976), geboortenaam Miller, schreef een tachtigtal whodunits, onaflatend opgelost door Miss Marple of detective Hercule Poirot (die zijn ontstaan dankte aan de Belgische vluchtelingen tijdens WO I in Engeland). Volgens een schatting van UNESCO verkocht ze 2,3 miljard boeken (waarvan twintig miljoen in Nederland) en is daarmee na Shakespeare de best verkopende auteur ooit. Dit buitengewone succes garandeerde niet steeds een kommerloos bestaan. In 1926 stortten de dood van haar moeder en de buitenechtelijke affaire van haar man Archibald Christie haar in een diepe crisis, waarbij ze op 3 december onrustwekkend verdween.

Agatha Christie houdt toezicht bij de opgraving in Chagar Bazar, Syrië. (British Museum)

Haar auto werd snel in de buurt van Guildford gevonden, niet zo heel ver van haar huis in Suningdale bij Londen. Langer duurde de zoekactie door de politie en duizenden vrijwilligers in het hele land; pas na na elf dagen werd de schrijfster aangetroffen in een sjiek hotel in Harrogate, Noord-Engeland. De juiste toedracht bleef een raadsel, zonder Hercule Poirot om het op te lossen; zelf repte ze er nooit over. Twee jaar later was het huwelijk met Archie voorbij en werd de scheiding uitgesproken. Op uitdrukkelijk verzoek van haar uitgever behield Agatha als auteur de achternaam Christie. Toen bijna veertig jaar besloot ze dat een solitaire vakantie in de Caraïben haar goed zou doen om de breuk te boven te komen.

Agatha Christie fotografeert enkele van de ontdekte ivoren, 1952. (Getty Images)

Liever Bagdad dan Jamaica

Twee dagen voor haar vertrek was er een diner bij een vriend in Londen, waar ze een paar ontmoette dat onlangs was teruggekeerd uit Irak, na WO I Brits verklaard mandaatgebied. Christie raakt verleid door hun enthousiasme over Bagdad en Mesopotamia, zoals het land toen nog hardnekkig werd genoemd, vooral over het oude Ur, waar Leonard Woolley kort voordien in de koningsgraven sensationele ontdekkingen had gedaan. De meest gangbare manier van reizen uit Europa was per boot naar Libanon, maar er was nog een andere optie: de Orient Express, de trein naar Bagdad via Milaan en Istanbul. De dag daarop annuleerde ze haar ticket naar Jamaica en kocht er één voor Bagdad. Het werd een keerpunt in haar leven. Toen ze in de hoofdstad arriveerde, ontbrak het niet aan invitaties van de Britse residenten. Maar hun spelletjes bridge, tennis en cricket staan haar tegen; door niets wou ze aan Engeland worden herinnerd, er enkel op gebrand om het verleden van het Tweestromenland te ontdekken.

Studio-foto van de thrillerschrijfster Agatha Christie. (Getty Images)

Na een paar dagen vertrok ze op haar eentje naar Ur, de grote stad van de koningen van Sumerië rond het midden van het 3de millennium v.Chr. ‘Dat was de perfecte remedie’, zou ze later schrijven: ‘Ik werd verliefd op Ur, met zijn schoonheid bij de avondschemering, de verheven ziggurat onder wegglijdende schaduwen, en die weidse zee van zand in heerlijke pasteltinten – abrikoos, blauw en paars, om de minuut weer wijzigend. Ik genoot van de werklui, de voorlieden, de mandenjongetjes, de mannen met de houwelen – de hele levendige manier van doen. De aantrekkingskracht van het verleden had me in haar greep. Een dolk langzaam met gouden glinstering uit het zand zien verschijnen was romantisch. Het zorgvuldig optillen van potten en voorwerpen uit de grond vervulde me met het verlangen om zelf archeologe te zijn.’

‘Leeuwin doodt Nubiër’, beschilderd ivoor uit de 8ste eeuw v.Chr., ontdekt in het paleis van Ashurnasirpal II: ‘Hij ligt daar, in een gouden lendendoek, gouden haarpunten, en zijn hoofd opgeheven in wat lijkt op extase terwijl de leeuwin zich over hem buigt om te doden. Achter hen is het gebladerte van de tuin: lapis, carneool en goud vormen de bloemen en het gebladerte. Wat een geluk dat er twee werden gevonden. De ene bevindt zich nu in het British Museum, de andere in Bagdad.’ (Agatha Christie) Na de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 werd het National Museum geplunderd; het tweede fragment is nog steeds zoek.

Murder in Mesopotamia

In Ur ontmoette ze Leonard Woolley, hoofd van de opgravingen, en zijn vrouw Katharine. Tussen beide vrouwen ontstond een hechte vriendschap, deels als gevolg van Katharine’s bewondering voor het werk van de auteur, vooral voor het conventiebrekende The Murder of Roger Ackroy (1926), dat enige ophef had veroorzaakt. Na haar terugkeer uit de Iraakse woestijn ontving Christie de Woolley’s in haar Londense huis in Chelsea. Op hun uitnodiging om het laatste weekje van het volgende opgravingsseizoen met hen door te brengen, ging ze maar al te graag in. In 1930 stond ze terug in Ur, waar ze voor het eerst Max Mallowan, de assistent van Woolley, ontmoette en op de terugweg, op aandringen van Katharine, samen met hem enkele andere sites en steden bezocht.

In de bakermat van de beschaving, tussen de Tigris en de Eufraat, houdt de Britse archeoloog M.E. Mallowan (links op de voorgrond, op de rug gezien) toezicht op de opgraving van het oude Assyrische fort dat meer dan 25 eeuwen geleden werd gebouwd in Nimroed. (Getty Images)

In haar memoires is weinig of geen romantiek te bespeuren, alleen Max’s proposal enige tijd later; beducht voor een tweede huwelijk hield Agatha de boot af: ‘Het was nooit bij me opgekomen dat Max en ik dergelijke relatie konden hebben. We waren vrienden; onze vriendschap was sneller en hechter gegroeid, leek het me, dan met gelijk wie tevoren.’ Na maanden van aarzeling en twijfel huwde ze dan toch met de veertien jaar jongere archeoloog. In 1931 gingen ze samen voor het eerst aan de slag in Kuyunjik (Nineve). Vanaf dan zou Agatha op verschillende sites in Syrië en Irak door haar echtgenoot geleide campagnes meemaken, waarvan ze er verschillende ook zelf financierde. Gaandeweg werd ze een doorgewinterde amateur-archeologe, actief meewerkend met het restaureren, inventariseren, fotograferen en ontwikkelen van de negatieven, dit alles evenwel zonder het schrijven op te geven.

De lange, vermoeiende reizen en het spartaanse leven van een opgraving hinderden haar schrijverschap allerminst, ze verrijkten zelfs haar plots. Terwijl Max werkte op Tell Arpachiyah, een neolithische nederzetting uit het 6de millennium dichtbij Nineve, schreef Agatha haar gevierde roman Murder on the Orient Express (1934), geïnspireerd door de vele reizen die ze had gemaakt op die legendarische trein naar Bagdad.
In de loop der jaren steeg Mallowan in aanzien en trad hij uit Woolley’s schaduw. Tegelijkertijd explodeerde Christie’s schrijverscarrière, aan hoog tempo verscheen de ene roman na de andere. Veel van haar nieuwe werken, zoals Murder in Mesopotamia (1936) en het iconische Death on the Nile (1937), waren gekleurd door haar nieuwe ervaringen met Mallowan en de wereld van de archeologie.

Assyrisch paleisbeeld van gevleugelde stier in Nimroed. Foto genomen door Agatha Christie, 1949.

Schrijven in ‘Agatha’s huis’

Na Tall Arpachiyah ging Max Mallowan in Syrië expedities leiden in Chagar Bazar, een site uit de Bronstijd, en in Tell Brak, waar de kleine nederzetting uit 6000 v.Chr. in het 3de millennium uitgroeide tot de grote stad Nagar. Na de oorlogsjaren verscheen het ‘niemendalletje’ Come, Tell Me How You Live, een hoogst vermakelijke kroniek van Agatha’s Syrische avonturen. Al in 1931, toen ze in Nineve graafden, bracht Max zijn vrouw voor het eerst naar Nimroed, de huidige naam van het oude Kalah aan de Tigris op veertig kilometer van Mosoel. Naar zijn zeggen was het de site die hij boven alle andere wou opgraven, even belangrijk als Ur. Midden 9de eeuw v.Chr. werd Kalah de militaire hoofdstad van het Assyrische rijk onder de even briljante als wrede heerser Ashurnasirpal II.

Face cream voor Mona Lisa ‘Dan kwam de meest opwindende dag van allemaal – één van de opwindendste dagen van mijn leven – toen de werklieden van de Assyrische bronput die ze aan het leegmaken waren naar het huis kwamen gerend, roepend: ‘We hebben een vrouw in de put gevonden! Er ligt een vrouw in de put! ’En op een stuk stof brachten ze een grote hoop modder binnen. Ik had het genoegen de modder voorzichtig af te wassen in een grote wasbak. Beetje bij beetje kwam het hoofd tevoorschijn, bewaard door het slib gedurende ongeveer 2500 jaar. Daar kwam het te voorschijn – het grootste hoofd in ivoor ooit gevonden: een zachte, lichtbruine teint, zwart haar, de iets gekleurde lippen met de enigmatische glimlach van één van de vrouwen van de Akropolis. De Vrouw van de Bron – de Mona Lisa, noemde de Iraakse directeur van Oudheden haar. (…) Ik had mijn aandeel bij het schoonmaken van vele ivoren, met mijn eigen favoriete gereedschappen, net als iedere professional: een oranje stokje, een zeer fijne breinaald en een potje cosmetische gezichtscrème, die ik het best geschikt vond om het vuil voorzichtig uit de barsten te verwijderen zonder het broze ivoor te beschadigen. Er werd dermate veel van mijn crème gebruikt, dat er na een paar weken niets meer over was voor mijn pover, oude gelaat!’ Aldus Agatha Christie in haar memoires. (Beeld: National Museum, Bagdad)

De fascinatie voor Nimroed was tegelijk een gevolg van haar bijbelse connectie, precies zoals die er was tussen Ur en Abraham. Volgens het Oude Testament ging de oorsprong van de stad terug tot Nimrod, ‘een machtige jager voor de Heer’, genoemd, ‘die naar Assyrië ging, waar hij Nineve en Kalah bouwde’(Genesis 10:8-12). De bijbelse Nimrod werd in 1898 ook vereeuwigd in de Enigmavariaties van de Britse componist Edward Elgar. Na Mallowans militaire dienst bij de British Royal Air Force in Noord-Afrika tijdens WO II werd die droom werkelijkheid, nadat hij was benoemd tot eerste directeur van de British School of Archaeology in Irak. Als dusdanig was hij verantwoordelijk voor de omvangrijke opgraving van de grote paleizen van Ashurnasirpal II en zijn opvolgers, een eeuw voordien ontdekt door Austen Henry Layard, die toen heel wat reliëfs en monumentale beelden naar het British Museum verscheepte.
Gedurende de jaren 1950 werd Nimroed een tweede thuis voor Christie, die rond die tijd zowat 45 romans op haar naam had staan. In een speciaal voor haar gereserveerd schrijfkamertje ging haar literaire productie onverminderd door; op de deur stond in spijkerschrift ‘Beit (huis) Agatha’.
André Capiteyn

Openingsbeeld: Het echtpaar Mallowan-Christie buigt zich over de plannen van Nimroed in hun woning in Wallingford, Berkshire, 1950 (Getty Images)

Lees ook de andere helft van dit spannende verhaal, plus nog veel meer artikelen over de oude beschavingen van de Oriënt, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder