Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Potemkin, Catharina’s anker

18 februari 2021 Siebrand Krul

Ambitieus en indolent. Waardig en liederlijk: prins Potemkin is een van de grootste staatslieden van zijn tijd. Hij en tsarina Catharina kunnen maar moeilijk mét, maar helemaal niet zonder elkaar. Wat de wereld zich hardnekkig van hem herinnert, is een onuitroeibare leugen: dorpen van bordkarton en gedeporteerde boeren. Misschien is Grigori Aleksandrovitsj Potemkin een maatje te groot om geloofwaardig te kunnen zijn.

Het hout waaruit hij gesneden is had voor honderd mannen volstaan, schrijft een goede bekende van hem. De prins van Tauride is ambitieus en indolent, dapper en weifelend, waardig en liederlijk. Catharina de Grote noemt hem haar ‘afgod’, haar ‘tweelingsziel’. Ze vereert hem, maar kapittelt hem ook, hij drijft haar tot wanhoop maar is haar ook tot steun.
Net als Catharina is Grigori afkomstig van de plattelandsadel. De Potemkins hadden altijd doorsnee geleverd – officieren en hovelingen zonder veel glans, maar Grigori schijnt als kind al verkondigd te hebben voor het hogere geroepen te zijn. Op het gymnasium blinkt hij uit, leert Grieks, Duits, Frans – tot hij het genot ontdekt en wegens ‘luiheid’ van de universiteit gestuurd wordt. Potemkin sluit zich in St. Petersburg aan bij de bereden garde, waar hij de aandacht van een andere Grigori trekt. Grigori Orlov is de geliefde van tsarina Catharina en deelgenoot in haar complot om haar echtgenoot Peter III ten val te brengen. De jonge Potemkin treedt toe tot de kring van samenzweerders.
Op de dag van de coup in juli 1762 is Catharina 33 jaar oud, Potemkin tien jaar jonger en nog niet getekend door inspanning en zwelgerij – een lange, slanke adonis met golvende haardos. Volgens de legende reikt hij die dag ongevraagd zijn portepée aan de krijgshaftig in garde-uniform gehulde Catharina, voor haar sabel. Met deze toch zo hoffelijk gemeende faux pas maakt hij kennelijk indruk. Na de geslaagde staatsgreep gaat het gestaag bergop met Potemkin.

De ontmoeting van keizer Josephs II (1741–1790) en tsarina Catharina II (1729–1796) bij Kodak aan de Dnjepr, 18 mei 1787. Links de Oostenrijke gezanr in Sint-Petersburg Johann Ludwig von Cobenzl en de Oostenrijkse veldmaarschalk Charles-Joseph de Ligne, rechts Catharina’s kamerdame Alexandra Branicka geboren von Engelhardt en haar vertrouweling Grigori Alexandrowitsch Potjomkin (1739–1791).

En dat terwijl hij zich aan de hiërarchie van het hof niets gelegen laat liggen. Als hij de tsarina zijn imitatie-kunsten moet vertonen, parodieert hij uitgerekend haarzelf met haar Duitse accent. Het gezelschap verstijft van schrik, maar Catharina vindt het een geslaagde grap. Potemkin heeft een goed stel hersens, is belezen, een goed en geestrijk spreker. Catharina maakt hem tot haar protégé en hij maakt haar ongegeneerd het hof. Uit liefde of ambitie? Waarschijnlijk beide. Maar de tsarina geeft zich niet makkelijk gewonnen. Pas in 1774, wanneer Potemkin als held uit de eerste Russisch-Turkse oorlog terugkeert, maakt Catharina voor hem de plaats van officiële amant, minnaar, vrij. Op dat moment heeft een boerenopstand het reusachtige rijk in zijn greep. De leider van de opstandelingen, een Kozak met de naam Jemeljan Poegatsjov geeft zich uit voor de overleden Peter III en belooft de mensen gouden bergen.
In deze turbulente tijden beleven Potemkin en Catharina maanden van extase. Ze overstelpen elkaar met amoureuze kattebelletjes, treffen elkaar voor een stoombad. Zij noemt hem haar ‘katje’ of ‘kemphaan’, hij haar zolang hij leeft meestal ‘matoesjka’, moedertje, of ‘Keizerlijke Hoogheid’. In dat opzicht toont de vrijpostige man zich heel vormelijk. In sommige van haar brieven spreekt Catharina hem aan als haar ‘trouwe echtgenoot’. Andere bewijzen voor een huwelijk tussen de twee zijn er niet, of het moest zijn dat Potemkin zich precies zo gedraagt als alleen een prinsgemaal zou passen.

Grigorii Aleksandrovich Potemkin.

Catharina omschrijft haar nieuwe vlam als ‘een van de grootste, merkwaardigste en onderhoudendste zonderlingen van dit tijdsgewricht.’ Potemkin stelt zijn omgeving voor raadselen. Hij kan een onberispelijke hoveling zijn, maar zich ook liederlijk gedragen, als een Kozak. Kan over Haydns composities met evenveel kennis van zaken spreken als over de gewoonten van steppevolkeren, maar ook volhardend zwijgen. Menig bezoeker zal zich in de vertrekken van Catharina verbaasd hebben over het ongegeneerd onderuitgezakte sujet op haar divan. Potemkin kleedt zich het liefst in zijden ochtendjas en roze hoofddoek. Zijn blinde linkeroog is half geloken – het gevolg van een ongeluk of een vechtpartij, het fijne weet men er niet van.
Potemkin beweegt met majesteitelijke traagheid, maar volgens een waarnemer ‘ziet hij eruit als een leegloper en heeft het toch altijd druk.’ De man is een vat vol onrust, loopt altijd ergens op te knagen – wortels, knollen, knoflooktenen. Als hij zenuwachtig is, kauwt hij op zijn nagels. En Catharina steekt de draak met deze eigenaardigheid.
Al gauw is Potemkin Catharina’s eerste raadsman, wordt door haar overladen met functies, onderscheidingen en rijkdommen. Hij becommentarieert wetsontwerpen, corrigeert Catharina’s brieven aan haar zoon Paul. Maart 1774 benoemt de tsarina hem tot gouverneur-generaal van Nieuw-Rusland, de reusachtige provincie in het zuidwesten van het rijk, en tot opperbevelhebber van de ongeregelde troepen. Die ontdoet hij van het Pruisische karakter dat ze onder Pruisen-vriend Peter III gekregen hadden, schrapt de ‘onmenselijke lijfstraffen’, de bewerkelijke pruiken en de stijve uniformen.

Potemkins Tauride paleis in Sint-Petersburg.

Maar Potemkin is labiel, het ene moment overstromend van werklust, het andere ten prooi aan verlammende melancholie of toegevend aan de wildste uitspattingen. Catharina noemt zijn luimen haar ‘dagelijkse vijand’. Daarnaast valt het Potemkin zwaar zich tot de tweede viool te beperken. In 1775 is de meeste passie wel vervlogen. Tot zijn talrijke maîtresses schijnen minstens drie van zijn mooie nichtjes behoord te hebben. Ca-tharina zoekt ook een inschikkelijker bedgenoot. Maar het hof wacht tevergeefs op het uitrangeren van de gunsteling. Catharina en Grigori lijken inmiddels tot elkaar veroordeeld.
De lossere relatie biedt Potemkin meer tijd voor zijn vice-koninkrijk. Nu komen de rusteloze jaren, waarin hij als een wervelwind door Zuid-Rusland gaat. ‘Prins Potemkin is overal en hij is alles!’, meent een tijdgenoot. Eerst moeten, medio jaren zeventig van de 18de eeuw, de Kozakken aan de oever van de Dnjepr wijken. Hij vestigt boeren op de plaats waar de nomaden vroeger hun tenten opsloegen.
De romanticus in Potemkin droomt van de wederopstanding van Byzantium in de plaats van een Ottomaans Rijk dat onder tradities en paleisvetes dreigt te bezwijken. Zijn ‘Griekse project’ noemt hij dat. Bij het verlies in de eerste Russisch-Turkse oorlog waren de sultans meteen al de controle over de Zwarte Zee kwijtgeraakt. Het Krim-kanaat werd onafhankelijk. De khan weet zich echter alleen met Russische steun te handhaven op de troon. In 1783 biedt Potemkin hem een vorstelijk jaargeld aan en beweegt hem zo tot aftreden.

Belegeringskaart van de Turkse vesting Otschakiw aan de monding van de Dnepr. Op 17 december 1788 namen keizerlijke troepen on der leiding van Potemkin de stad in. Boven Cherson, onder Kinburn, Perekop en de Krim.

Het grote kanaat wordt als de provincie Tauride (de naam van de Krim in de Oudheid) ingelijfd bij Rusland en door Catharina onder Potemkins bestuur gesteld. Die heeft het nu voor het zeggen in een immens gebied, dat van de Boeg in het westen reikt tot de Kaspische Zee in het oosten. Het is zeer dun bevolkt, maar daar brengt hij verandering in door het bieden van belastingvoordelen en het uitsturen van rekruteringsambtena-ren.
Potemkins troetelkind en misschien wel zijn grootste verdienste is de vorming van een Zwarte-Zeevloot. In 1778 laat hij daarvoor de havenstad Cherson uit de grond stampen. In 1783 begint hij aan de vergroting van de haven van Achtiar, dat hij omdoopt in Sebastopol. In 1789 geeft hij opdracht tot de bouw van nog een stad, waar pas na zijn dood aan begonnen wordt – het latere Odessa. Wat hij ook niet meer meemaakt, is de voltooiing van het in antieke stijl ingerichte, als hoofdstad van Zuid-Rusland gedachte Jekaterinoslavl. ‘Catharina’s roem’.

Potemkin op zijn oude dag. Nooit is op een afbeelding zijn linkeroog te zien. Dat raakte op jonge leeftijd lelijk beschadigd en Potemkin verborg het daarom.

Bescheidenheid ligt de prins niet. Zelfs in de praalzieke wereld van het absolutisme zorgt zijn extravagantie voor praatjes. Als hij piekert, laat hij zich diamanten door de vingers glijden en een orkest volgt de muziek-liefhebber waar hij gaat of staat. Zijn geplaagde adjudant moet voor zijden kousen naar Parijs, voor bladmuziek naar Milaan. Grigori Potemkin is ijdel, maar duldt geen onderkruipers. Hij verwacht de waarheid van zijn ondergeschikte, net zomin als hij eigen mislukkingen voor Catharina verheimelijkt.
Kwaadsprekerij komt er toch – over de ontucht met zijn nichtjes (zijn ‘familieharem’) over zijn vermeende luiheid, zijn militaire en politieke onvermogen. Al die nieuwe steden en dorpen zijn niets dan boerenbedrog. De geruchten stammen uit de koker van anti-Russische diplomaten, jaloerse ministers of partijgangers van troonpretendent Paul die zich door Potemkin buitengesloten voelen.
Uiteindelijk gaat Catharina in 1787 zelf poolshoogte nemen tijdens een boottocht op de Dnjepr. Van de later spreekwoordelijke ‘Potemkin-dorpen’, verzamelingen van namaakhuizen, en van boeren die naar de rivieroever gedreven werden om de indruk van een dichtbevolkte streek te wekken, staat niets te lezen in de berichten van de vele medereizigers. Eigenlijk alleen in een depêche van de Saksische gezant, die er zelf niet bij was. ‘Waar het om gaat is echter,’ schrijft Potemkin aan Catharina, ‘dat boosaardigheid en afgunst mij in uw ogen niet kunnen deren.’

Potemkins mausoleum in de Catharinakerk van Cherson, Oekraïne.

In datzelfde jaar proberen de Turken de Krim te heroveren. Potemkin is opperbevelhebber in deze tweede Russisch-Turkse oorlog. Catharina ondersteunt hem op afstand, spoort hem aan als hij de moed laat zakken, schrijft juichend over zijn overwinningen: ‘Je veldtocht is briljant! Ik sluit je in mijn hart.’ Als veldheer bleef Potemkin ongeslagen. Uiteindelijk bewerkstelligt Catharina’s ‘kolos’ zijn eigen ondergang.
Tijdens de vredesonderhandelingen met de Ottomanen wordt Potemkin ernstig ziek. Hij lijdt al langere tijd aan koortsaanvallen, waarschijnlijk van de malaria, maar ook aan de gevolgen van zijn buitensporige levens-wandel. In 1791 overlijdt de nog maar 52 jaar oude stedenbouwer aan de kant van een veldweg, ergens op de Bessarabische steppe.
Catharina verliest de enige mens in heel Rusland die haar partij kon geven. Die niet een rijk erfde, zoals zij, maar het eigenhandig veroverde en die daarom de afgunst van zijn medemensen te verduren kreeg. Een nieuw Byzantium heeft Grigori Potemkin niet geschapen, maar wel de Krim voor Rusland veroverd, de Zwarte-Zeevloot gevormd en tal van steden en dorpen gesticht. De prins had een flinke greep in de staatskas gedaan, maar ook privé-geld voor staatszaken uitgegeven. Daardoor is niet duidelijk of Potemkin bij Rusland in het krijt staat, of Rusland bij hem. Catharina’s balans is in elk geval volstrekt duidelijk: ‘Prins Potemkin heeft mij door zijn dood een gruwelijke streek geleverd!’
Svenja Muche

Openingsbeeld: Veldmaarschalk, graaf, prins; aan titels geen gebrek, Grigory Alexandrovich Potemkin. (Hermitage)

Lees het hele verhaal, plus nog veel meer artikelen over Catharina de Grote, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder