Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Jenever als levenswater

18 februari 2021 Siebrand Krul

De Britten spraken ooit schamper van ‘Dutch courage’. En de Franse encyclopedist Diderot beschouwde de Nederlanders weinig vleiend als ‘levende destilleerkolven’. Kortom: de faam van de jeneverstokers van de Lage Landen was wijdverbreid. Daar hielp natuurlijk de enorme koopvaardijvloot aan mee: aan boord was een ‘slokje’ een onverwoestbaar deel van de toelage.

De kunst van het destilleren is vanuit de Arabische wereld in de 12de eeuw naar Europa gekomen. Ze werd omarmd door de alchemisten, op zoek naar manieren om goud te maken. Goud vonden ze niet, maar wel dat bijvoorbeeld wijn door destillatie alcohol opleverde. Het vluchtige vocht bleek perfect als basis voor allerhande, welhaast magische, mengsels en drankjes. Omdat het gemakkelijk ontvlamde werd het ‘vierich water’ onder meer door de stedelijke regeringen achter de hand gehouden als wapen tegen belegeraars.

Interieur van herberg ‘Het Loodshuis’ te Antwerpen in 1877. De waard schenkt een ‘witte’. Henri de Braekeleer. (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen)

Maar alcohol werd toch vooral gezien als een geneesmiddel. Aqua vitae of levend water werd het daarom genoemd. Getrokken op kruiden werd het voorgeschreven bij een hele reeks kwalen. De heilzame werking van de jeneverbes stond daarbij hoog aangeschreven. De komst van de pest in de Lage Landen in 1349 bevorderde het medicinaal gebruik van het met jeneverextract gestookte aqua vitae. De Antwerpenaar Willem Vorsterman noemde het in 1520 ‘de moeder aller medicijnen, alsment drinct bi mate’. Maar al snel kwam men er proefondervindelijk achter dat een beetje meer wel zo prettig werkte.

In 1723 schreef de Hollandse dichter/kroeghouder Robert Hennebo in zijn Lof der Jenever: ‘Des Zeemans allerbest Compas, is een gevult jeneverglas’. Op het Nederlandse fregat Hr.Ms. Van Speyk wordt in 1948 een borrel ingeschonken. De mannen van de Nederlandse vloot hadden lange tijd recht op een dagelijks portie klare. (Foto Willem van de Poll/Nationaal Archief)

‘Ut water wijn conde maken’

In de oudst bekende Nederlandstalige verhandeling over alcohol uit 1351 wordt over aqua vitae gezegd: ‘Het doet oec den mensche droefheit vergeten ende maecten van hertten vro ende oec stout ende coene’. Precies die eigenschappen maakte het tot zo’n verleidelijk genotmiddel. Al in de 15de eeuw wordt er gesproken van ‘gebrande wynen’ als tegenhanger van het medicinale aqua vitae. De Lage Landen werden de belangrijkste leveranciers van gebrande wateren in Europa.

Verbeelding van het destillatieproces in dienst van de geneeskunde. Een prent uit het Liber de arte Distillandi de Compositis, in 1500 geschreven door de Duitse geneesheer Hieronymus Brunschwig.

Brandewijn werd van wijn gemaakt. Ontdekt werd dat het stoken van het veel goedkopere volksvoedsel bier, samen met kruiden zoals de jeneverbes, ook een smakelijke borrel opleverde: korenbrandewijn. Het stookproces werd in de loop der tijd geperfectioneerd. Niet bier maar gemoute granen dienden voortaan als basis. Ondanks de afkeer van een enkeling zoals de Leidse predikant Casper Coolhaes. Hij beweerde in zijn Van seeckere seer costelijcke wateren (1588) dat het onmogelijk was om uit mout, tarwe en gerst een goede brandewijn te maken ‘ten waer dat iemant die gewelt van God ontfange hadden dat hij lijk Christo ut water wijn conde maken’. De naam ‘wijn’ was de korenbrandewijn niet waardig. Volgens Coolhaes zou men eerder moeten spreken van ‘spoelinge- en vuylnissewater’.

Het vullen van de vaten in destilleerderij De Ooievaar, 1921. Nog steeds is deze ambachtelijke jeneverstokerij te vinden in de Amsterdamse Jordaan.

Jenever stoken en ossen mesten

Vanaf 1600 loopt de geschiedenis van de jenever in de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden uit elkaar. In de Noordelijke Nederlanden kregen de stokerijen alle ruimte zich verder te ontplooien en te floreren. De jenever van de Republiek stond hoog aangeschreven en werd een belangrijk handelsproduct. In de Spaanse Nederlanden lag dat anders. In 1601 werd daar een verbod ingesteld op het stoken van jenever. Dat verbod was deels ingegeven door gezondheidsoverwegingen, maar de periodiek terugkerende graantekorten waren minstens zo belangrijk. Brandewijn mocht nog wel worden verkocht maar niet meer in de kroegen, alleen nog op markten vanaf ‘cleene tafelkens ende met seer cleene parten ende maten voor de ghene die selve sullen willen gebruycken als forme den medecijne’.

Affiche voor ’t Wit Stoopke van stokerij Neefs in Antwerpen, 1907. Het openingsbeeld is hiervan een detail. (Coll. Jenevermuseum, Hasselt)

Pas toen de Zuidelijke Nederlanden na de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) onder Oostenrijks bewind kwamen te staan werd het verbod opgeheven en mocht er weer echte jenever worden gemaakt. Vooral in Vlaanderen groeide het aantal stokerijen sterk. Die jeneverstokerij werd meestal gecombineerd met de ossenmesterij. Een ijzersterke combinatie. Met het restproduct van het stoken, de ‘spoeling’, werden de runderen of soms ook varkens vetgemest. Die zorgden op hun beurt weer voor vruchtbare mest die werd verkocht aan de boeren in de omgeving. Er werd dus verdiend aan de jenever, het vee én de mest. Het legde jeneverstokers geen windeieren.

Poster van de ooit vermaarde Schiedamse destilleerderij Dirkzwager. Het bedrijf ging in 2016 failliet. Van de ruim 400 Schiedamse jeneverstokers eind 19de eeuw waren er toen nog drie over.

Prijsdaling stimuleert alcoholisme

In de 19de eeuw staat de Nederlandse en Belgische jeneverindustrie op zijn hoogtepunt. Plaatsen als het Belgische Hasselt en het Nederlandse Schiedam groeiden uit tot dé jeneversteden van de Lage Landen. Er verschijnen grote industriële stokerijen die zich uitsluitend richtten op de productie van alcohol, niet alleen voor consumptie maar ook voor industriële doeleinden. Vaak werd daarvoor geen granen maar veel goedkopere grondstoffen zoals suikerbiet en mais gebruikt. De prijzen van de jenever daalden maar ook de kwaliteit. Die lage prijzen zorgden voor een stijging van de consumptie van jenever. Alcoholisme werd een serieus probleem. Drank werd door de gegoede burgerij aangewezen als de oorzaak van armoede, daarbij voorbijgaand aan de mogelijkheid dat waarschijnlijk de lage lonen eerder debet waren aan zowel armoede als drankmisbruik. In 1919 werd in België de wet Van der Velden (destijds minister van Justitie) ingevoerd, waarmee het schenken van sterke drank in cafés verboden werd.
Harry Stalknecht

Lees het volledige verhaal, plus nog veel meer boeiende historische artikelen, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder