Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Verdoemd veendorp

27 januari 2021 Siebrand Krul

Of het nu sneeuwt of niet, wie al eens graag de benen strekt, kan op de Hoge Venen, is het oosten van België, op zoek gaan naar Reinartzhof, een gehucht dat in 1953 een sneeuwstorm niet overleefde. Nu staan er alleen nog overwoekerde muurresten. De ramp raakte in vergetelheid doordat gelijkertijd een groter catastrofe plaatsgreep: de Watersnoodramp.

Precies 68 jaar geleden, in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953, werd Noordwest-Europa getroffen door een uitzonderlijk zware noordwesterstorm, die zich vooral aan de Noordzeekusten van Nederland, België en het oosten van Engeland manifesteerde tot een watersnoodramp zonder weerga. Een enorme stormvloed in combinatie met springtij veroorzaakte immense overstromingen met talloze slachtoffers tot gevolg. In België verdronken gedurende de ramp 28 mensen. Nederland telde 1.835 slachtoffers van de overstromingen. In Engeland en op zee vielen nog een 500-tal mensen ten prooi aan het water.

Winter 1953 in Reinartzhof. (rr)

Tegelijkertijd met de overstromingsramp aan de kust voltrok zich een ander weerfenomeen: een zeer hevige sneeuwstorm teisterde de Ardennen en vooral de Oostkantons, waar verscheidene dorpen compleet ingesneeuwd raakten en dagenlang van de buitenwereld waren afgesloten. Voor het kleine gehucht Reinartzhof in de Hoge Venen ten oosten van Eupen betekende het de doodsteek. Deze gebeurtenis werd in de media overschaduwd door de veel ergere watersnoodramp. En raakte in ons collectief geheugen – jeu de mots! – ondergesneeuwd.

Dijkbreuk aan de Noordzeekust tijdens de watersnoodramp van 1953. (rr)

Kluizenaar

Reinartzhof ligt midden in het Hertogenwald, een bosrijk landschap ten noorden van de eigenlijke vlakte der Hoge Venen, waar op tientallen vierkante kilometers amper menselijke bewoning is. Reeds in de Middeleeuwen wordt melding gemaakt van een nederzetting, genaamd Auf den Reinart, een pleisterplek op de oude pelgrimsweg van Aken naar Trier die het Hertogenwald doorkruist. De oudste vermelding dateert van 1338. Reinart is oorspronkelijk een eenvoudige kluizenaarsplek waar bedevaarders en passanten onderdak vinden tijdens hun tocht door het onherbergzame gebied. De eenzame bewoners van Reinart – eerst een kluizenaar, later enkele broeders – laten bij mist en ’s nachts een klok luiden om verdwaalde reizigers naar de juiste weg te leiden. Geleidelijk aan ontwikkelt de kluis zich tot een heuse herberg met omliggende boerderijen op een open plek in het woud: Reinartzhof.

Duitse kaart van 1893: de afstand Eupen-Reinartzhof bedraagt in vogelvlucht ongeveer tien kilometer. (rr)

Ondanks het feit dat Reinartzhof erg afgelegen en geïsoleerd ligt, deelt het toch in het oorlogsleed dat de regio daar geregeld treft. Het ligt immers op de grens tussen de Nederlanden en de Duitse gebieden, meer bepaald het hertogdom Gulik of Jülich. En wanneer in 1543 keizer Karel V aanspraak meent te kunnen maken op de erflanden van Gelre en Gulik, komt het tot een grensoorlog, waarbij Reinartzhof grotendeels wordt vernield. Een eeuw later, tijdens de Dertigjarige Oorlog, is het weer raak: opnieuw vinden plunderende soldatenbendes in het afgelegen Reinartzhof een willoos slachtoffer en wordt de nederzetting met de grond gelijk gemaakt.

Het Oberhof van Reinartzhof: twee hoeves en de herberg. (rr)

Maar de bewoners van het Veen zijn geharde lieden en voor de derde maal herbouwen ze hun gehucht in het woud. In de 19de eeuw is er zelfs sprake van twee kernen: het Unterhof (Unterreinert) en het Oberhof (Oberreinert), telkens een verzameling van een paar woningen annex hoevegebouwen, schuren en stallingen. In het Oberhof is ook een herberg gevestigd.
Door de territoriale switch van de Oostkantons van Duitsland naar België wordt Reinartzhof na de Eerste Wereldoorlog Belgisch grondgebied. Hoorde het eerst bij de gemeente Roetgen in Duitsland, vanaf dan bij Eupen.

Een van de woningen van het Unterhof. (rr)

De dood van de schoenmaker

Het leven kon hard zijn op de Hoge Venen. Op 2 februari 1845 was schoenmaker Joseph Reuter uit Roetgen naar Reinartzhof gekomen om schoenen te leveren. De bewoners van het gehucht kregen niet alle dagen bezoek en hoorden zo sporadisch nieuws uit de omliggende dorpen. Het bezoek van de schoenmaker liep uit en toen hij vertrok, werd het al gauw donker. Hij verdwaalde en doolde ‘s nachts door het woud en het veen. Toen hij bij het ochtendgloren thuis aankwam, waren zijn voeten bevroren en hijzelf helemaal onderkoeld. Hij stierf korte tijd later.

Oude familiefoto uit Reinartzhof. (rr)

Sneeuwstorm

Tijdens de fatale storm van 1953 begint het fel te sneeuwen boven de Hoge Venen. Nu zijn de bewoners wel wat gewoon, maar ditmaal is het een helse sneeuwstorm die al gauw metershoge sneeuwmuren opwerpt en Reinartzhof totaal isoleert. In Gazet van Antwerpen van 2 februari 1953 lezen we: ‘Op gans ’t oosten van ons land heeft een geweldige sneeuwstorm gewoed. Overal waren bomen ontworteld… Talrijke dorpen liggen volledig afgezonderd. Met de sneeuwvagers kan ook moeilijk of niet worden gewerkt. De sneeuw is te vlug en te overvloedig gevallen.’ (dit artikel verscheen niet op de voorpagina, die helemaal aan de watersnoodramp was gewijd, maar op bladzijde 7.)
In Le Soir staat: ‘Zaterdagmiddag is de storm opgestoken en pas maandagavond zijn de sneeuw en de felle rukwinden opgehouden… In Sibret is een trein ontspoord, en militairen die de plaats van het onheil wilden bereiken, stonden tegenover een sneeuwmuur van 2,5 meter… Wie erin slaagt de Ardennen en de Oostkantons te bereiken, waant zich niet langer in België maar in het Hoge Noorden.’ In de kranten van 4 februari is er sprake van ‘Een vreeselijke toestand tussen Monschau en Aken. Honderden auto’s totaal ingesneeuwd. Belgische legerkamions geblokkeerd.’

Krantenkoppen, februari 1953. (Gazet van Antwerpen)

Helikopter

Na enkele dagen isolement beginnen de voedselvoorraden in Reinartzhof te slinken, maar de inwoners – in totaal 26 mensen, waaronder enkele kinderen – hebben geen mogelijkheid om de buitenwereld om hulp te vragen. Het gehucht heeft immers geen elektriciteit en dus ook geen radio- of telefoonverbinding. Er zit niets anders op dan iemand uit te sturen.
Een moedige boerenzoon begint een tocht van ruim tien kilometer dwars door het woud en de venen naar Eupen. Metershoge sneeuwmuren en ontwortelde bomen versperren geregeld de weg. Na uren komt hij tenslotte uitgeput aan in de buitenwijk Schönefeld van Eupen. De politie wordt verwittigd en hulp wordt georganiseerd.

Pogingen om een pad te maken door de sneeuw. (rr)

Skipatrouilles vertrekken vanuit het stadje, maar ze moeten onverrichterzake terugkeren. Er is geen doorkomen aan voor de skiërs met hun zware bepakking met voedselvoorraden. Omdat Reinartzhof vlakbij de grens ligt, wordt aan de Duitse autoriteiten gevraagd of zij hulp kunnen bieden. Een Duits hulpkonvooi doet een poging om het gehucht te bereiken, maar ook de Duitsers geraken er niet. Uiteindelijk vraagt het leger aan Sabena een helikopter. Een Sabenatoestel, dat de dagen voordien al was ingezet in Nederland om daar te helpen bij de watersnood, kan zestig kilogram brood en levensmiddelen droppen in Reinartzhof, zodat de bewoners het weer enkele dagen kunnen volhouden.

Helikopter 1953. (Sabena)

Onteigening

Wanneer de sneeuwperikelen opgelost zijn en het leven terug zijn gewone gang gaat, willen de autoriteiten zich toch eens bezinnen over het voortbestaan van het afgelegen gehucht. Is het wel verantwoord en zinvol om op die plek bewoning en hoevebedrijven in stand te houden? Er is geen elektriciteit of stromend water en de gemeenten in de buurt zijn niet geneigd kilometerslange leidingen aan te leggen door het woud en de venen ten behoeve van amper 26 inwoners. Bovendien heeft men enkele jaren tevoren, in 1950, een nieuw stuwmeer in gebruik genomen, het Meer van Eupen met het grootste drinkwaterreservoir van België. Het wordt gevoed door de Vesder (Weser in ‘t Duits) en de zijriviertjes Geztbach en Helle.

Eén van de laatste familiebijeenkomsten op Reinartzhof: de familie Crott van het Gasthof. (rr)

De boerderijen van Reinartzhof liggen in het bron- en stroomgebied van deze riviertjes en van hieruit zou verontreinigd water in het drinkwaterbekken terecht kunnen komen. Daarom wordt besloten het gehucht te onteigenen en af te breken. Dat stuit op protest bij enkele van de bewoners, maar tevergeefs. Met een Koninklijk Besluit in juni 1958 start de onteigeningsprocedure. Tegen 1962 moeten de gebouwen op zijn laatst afgebroken worden. Dat wordt nog verschoven naar 1966, en uiteindelijk wordt de laatste hoeve pas in 1971 verlaten. Daarop beplant men het open weiland met sparren. Na meer dan zes eeuwen bewoning neemt het woud snel bezit van de vrijgekomen ruimte.

Reinartzhof vandaag, een infobord en op de achtergrond enkele muurresten. (L. Hoeven)

Wie vandaag door het Hertogenwald komt, vindt alleen nog enkele stukjes muur. Een gedenkteken, een infobord en een kapelletje staan op de plek waar ooit gezinnen leefden, kinderen speelden en boeren werkten op het land. Reinartzhof is verdwenen, het leeft alleen verder als geografische benaming. Schuif je cursor naar rechts of links en vergelijk Reinartzhof op de stafkaarten van 1931 (dan nog een weidse open plek met tal van gebouwen) en 1989 (alles volledig begroeid)
Bron: Canvas Curiosa/Koen De Vos

Openingsbeeld: Het Gasthof met bewoners en gasten. (rr)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder