Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Een waanzinnige reis

27 januari 2021 Siebrand Krul

De Engelse romanticus Shelley is geen onbekende bij het grote publiek. Maar zijn vrouw Mary kennen de meesten alleen als de auteur van Frankenstein. En zoals het leven van het monster dat ze creëerde, was ook haar eigen leven een kruisweg. Haar moeder stierf elf dagen na haar geboorte en ze verloor drie van haar vier kinderen. Haar stiefzus Fanny nam een overdosis laudanum en haar schoonzus Harriet verdronk zich.

De rechter plaatste Shelley’s twee kinderen onder voogdij, omdat hij een atheïst was; dat kon er ook nog wel bij. Het dochtertje van haar tweede stiefzus Claire stierf aan tyfus. Haar man verdronk tijdens een storm net voor zijn dertigste. Zelf stierf ze op haar 51ste aan een hersentumor. Ze was een merkwaardige vrouw met een onverwoestbare levenskracht, die alle stormen des levens dapper trotseerde. Al sedert zeer jonge leeftijd, getuige haar reisjournaal History of a Six Weeks’ Tour Through a Part of France, Switzerland, Germany, and Holland.

Percy Bysshe Shelley. Kleurenlitho, begin 19de eeuw. (Stock Montage/GettyImages)

Met Mary op reis

Op 26 juni 1814 verklaren de 21-jarige Shelley en de zestienjarige Mary elkaar hun liefde. Eén dag later geeft zij zich aan hem, op het kerkhof, op de grafsteen van haar moeder. Ook Claire is verliefd op de flamboyante anarchist. Maar dan blijkt dat hij getrouwd is en een dochtertje heeft, en dat zijn vrouw Harriet opnieuw zwanger is. Schandaal. De lovebirds besluiten ervandoor te gaan. Claire smeekt en mag mee. Zogezegd omdat ze de enige is die Frans spreekt. Een ménage à trois. Mét incest, zullen kwatongen ervan maken. Wat niet waar is. En nu Mary haar reisverslag.

Mary Shelley, geboren Wollstonecraft, in 1831. Schilderij door Samuel John Stump. (Fine Art Images/Heritage Images/GettyImages)

Op 28 juli vertrekt het trio in het holst van de nacht naar Dover, en de nacht erop steken ze het kanaal over naar Calais. Hun zeilboot vergaat ei zo na in een zware storm. Ze blijven een week in Parijs, langer dan gepland, want door hun overhaaste vlucht hebben ze bijna geen geld. Op 4 augustus viert Shelley er zijn 22ste verjaardag. Hij kan zijn horloge en ketting verkopen voor acht gouden napoleons en ze lenen geld van een Franse zakenman. Op zoek naar een romantisch avontuur besluiten ze te voet door Frankrijk te trekken. De hospita verklaart hen voor gek: onlangs is een groot Frans leger ontbonden en het krioelt overal van soldaten en officieren op den dool. ‘Les dames seroient certainement enlevées!’ En de Russische Kozakken hebben hele streken verwoest, dorpen in brand gestoken, en het vee geslacht.

Titelblad van Mary’s A Six Weeks’ Tour uit 1817, uitgegeven onder de naam van Percy Bysshe Shelley.

Zuur brood en stinkend spek

Op 8 augustus gaan ze op pad. Shelley heeft een ezel gekocht, voor de bagage en om de meisjes om beurt te laten rusten. Maar het beest kan amper hun koffer dragen en de volgende morgen, in Charenton, verkopen ze het, en kopen een muilezel. De trip naar Troyes is de hel. De eerste nacht, in Guignes, valt nog mee. Ze slapen er in dezelfde bedden waarin Napoleon en een paar van zijn generaals sliepen. Maar dan begint de miserie. Verwoeste dorpen, smerige kamers, krakkemikkige bedden, of op stro op de grond, oneetbaar eten, geen melk. En dan die ellendige 12de augustus. De dag voordien heeft Shelley zijn enkel zwaar verstuikt. Hij zit de hele dag op de muilezel en de meisjes moeten lopen. Het pad is onbegaanbaar, stekende zon en duizenden insecten. Het scheelt niet veel of Mary valt flauw. Ze stoppen in Echemines: ‘The most disgusting place I ever met with’, volgens Mary. In het enige nog min of meer bewoonbare huis, een cabaret, kunnen ze te eten krijgen. Zuur brood, stinkend spek, veel melk en zelfs een beetje groente. Maar Mary walgt van de vuile, stinkende dorpsbewoners, die hen tijdens het eten staan aan te staren. En achterlijk! Ze weten niet eens dat Napoleon geabdiceerd heeft. Waarom ze hun dorp niet wederopbouwen? ‘Dan komen de Kozakken het toch weer verwoesten.’

Claire Clairmont, Mary’s stiefzuster, in 1819 geschilderd door Amelia Curran.

Troyes, 13 augustus. De meisjes kunnen niet meer, ze zijn de uitputting nabij. Shelley en Claire gaan de muilezel en het zadel verkopen op de markt. Ze laten zich rollen en schieten er veel geld bij in. In de plaats kopen ze een open voiture en huren een voiturier met muilezel. Hij kan hen in zes dagen naar het Zwitserse Neuchâtel brengen, pocht hij. Daarna bezoeken ze samen de kathedraal. Mary blijft alleen achter op de kamer en schrijft aan haar dagboek. Ze troost zich met het feit dat haar stiefzus weigerde om met Shelley naakt in een beek te baden. Maar dat hij zijn vrouw Harriet een brief schrijft met het voorstel om in Zwitserland te komen wonen, bevalt haar niet. Hij zal een châlet zoeken in de bergen en goed voor haar zorgen. Uiteraard komt ze niet.

Shelley en Mary op het kerkhof tijdens hun verliefdheid in 1814. Schilderij van W.P. Frith, 1877.

‘Dwell in peace and solitude’

Na Besançon beginnen de problemen met de koetsier. Hij is doodsbang om in de bergen te rijden, wordt nukkig en onhandelbaar, en rust te pas en te onpas. Op 18 augustus, in het dorpje Mort, heeft hij de muilezel bij een herberg uitgespannen en weigert nog verder te rijden. Ze krijgen er maar één kamer, maar vertikken het die met de voiturier te delen. Ze besluiten die nacht niet te slapen. Het is een mooie avond, ze beklimmen een heuvel en genieten lang van het uitzicht en de prachtige zonsondergang. Daarna installeren ze zich voor het vuur in de keuken van de herberg, maar doen geen oog dicht en vertrekken al om drie uur. In Pontarlier steken ze de grens over. En in Saint-Sulpice laat de koetsier hen stikken en keert met zijn manke muilezel terug naar Troyes. We schrijven zaterdag 20 augustus.

Het Vierwoudstedenmeer waar de Shelleys zwijmelden van het natuurschoon.

Ze nemen dan een Zwitser in dienst met een paard. De Zwitsers bevallen Mary. Ze zijn beleefder, hun vrouwen netter en hun huizen properder dan die van de Fransen. Doordat het protestanten zijn, denkt ze. Het landschap is betoverend mooi. In Neuchâtel steken ze de koppen bij elkaar: hun geld is zo goed als op. Shelley gaat op zoek naar een bank, en twee uur later keert hij terug, gebukt onder een zak met voor 38 pond zilvermunten.
Maandag 23 augustus. Mary is weer misselijk en heel moe. Ze vreest dat ze zwanger is. Iedereen is doodop. Opnieuw overleg. En ze zien af van hun plan om de Gotthardpas over te steken, naar het warme Italië, voor Shelley’s tuberculose. In Luzern huren ze een bootje en varen langs de oevers van het Vierwoudstedenmeer op zoek naar een cottage ‘where we might dwell in peace and solitude’. ‘s Avonds gaan ze aan land in het dorpje Brunnen. Bij iedere romantische plek onderweg riep Claire altijd enthousiast uit: ‘Oh! This is beautiful enough, let us live here!’ Maar deze keer zijn ze het eens. Ze wandelen en zitten lang te genieten en te praten aan de waterkant. Shelley leest voor uit Tacitus: de val van Jeruzalem.

Mary Wollstonecraft (1759-1797), circa 1797. Mary’s moeder was lerares, schrijfster en vooral feminist. Schilderij door John Opie. (National Gallery, Londen)

‘Rokend als Turken, buitengewoon stuitend’

Woensdag. Ommekeer. De storm raast de hele dag. Het enige logies dat ze vinden, zijn twee niet gemeubelde kamers in een groot, lelijk huis, Le Château. Ze huren voor zes maanden. Maar de situatie blijkt al vlug onhoudbaar. Geen voorzieningen, geen comfort, geen vuur. En het is koud en regenachtig. En als ze wat willen kopen, begrijpt niemand hen. Ze spreken alleen ‘a barbarous kind of German’. Maar het grootste probleem is geld. Ze hebben nog maar 28 ponden.
Vrijdag 27 augustus. Nog maar eens overleg. Besluit: stante pede terug Engeland. De reis van Parijs naar Neuchâtel heeft zestig pond gekost, hoe gaan ze die 800 mijl overbruggen met 28 pond? Er is maar één oplossing: het goedkoopste vervoer, over water. Langs de Reuss en de Rijn tot in Holland. De volgende morgen regent het hevig en is de sfeer bedrukt. Later gunt de zon hun nog een laatste blik op het paradise lost. In Luzern nemen ze de diligence-par-eau naar Laufenburg op de Rijn. De confrontatie van de Engelse beau monde met ‘lui van de laagste klasse, rokend als Turken, buitengewoon stuitend’ loopt uit de hand. Tijdens een dispuut over zitplaatsen slaat Shelley een brutale Zwitser tegen de grond en moet de bemanning tussenkomen.

De rode lijn geeft de tocht van Shelley, Mary en Claire in 1814 aan.

Tussen Laufenburg en Mumpf wordt het link door de snelle stroming, de watervallen en de rotsen vlak onder het wateroppervlak. De gammele platbodem maakt de hele tijd water en er moet continu gehoosd worden. In Mumpf: geen boot naar Rheinfelden. Een cabriolet gehuurd, maar als die het begeeft, moeten ze te voet verder. Afzwaaiende soldaten bieden aan hun koffer te dragen tot in Bazel. En de volgende morgen hebben ze geluk: ze kunnen mee met een vrachtschip. Een zonnige dag. Geen hinderlijke medepassagiers. Volop genieten. Shelley leest voor uit het dagboek van Mary’s moeder zaliger over haar reis naar Noorwegen. De dag eindigt met een betoverende zonsondergang en een romantische volle maan. Maar waarom vermeldt Mary haar 17de verjaardag niet, die 30e augustus 1814?

Mary Shelley bij het graf van haar moeder. Still uit de film Mary Shelley uit 2017.

Er wordt wat afgeklaagd

In Straatsburg nemen ze opnieuw de veel comfortabelere diligence-par-eau. Voor Mainz zien ze een omgekeerde boot drijven. Die morgen zijn de vijftien opvarenden verdronken. Op 4 september zijn ze op weg naar Keulen. En weer in het gezelschap van een troep barbaren, behorend tot die ‘horribly disgusting lower order of smoking, drinking Germans, and what was hideous to English eyes, they kissed one another’. Nu volgt het mooiste stuk van de Rijn, door Byron beschreven in zijn Childe Harold. Ze lezen zijn beroemde stanza’s in situ. En dan een deus ex machina: in een herberg bemerkt Mary een mooie Duitse vrouw. ‘A truly German beauty’. De enige van de hele reis.
Hugo Dupont

Openingsbeeld: Hoofdpersonages Shelley, Byron, Mary en Claire uit de film Mary Shelley uit 2017.

Lees ook de andere helft van dit wonderlijke verhaal, plus nog veel meer boeiende historische artikelen, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder