Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Een mannenverslindster?

27 januari 2021 Siebrand Krul

Was tsarina Catharina II echt de nymfomane voor wie ze zo vaak is uitgemaakt? Ze werd uitgehuwelijkt aan een sukkel, maar deze grootvorst Peter Fjodorovitsj effende wel haar pad naar de troon. Nadat ze via een omweg voor een troonopvolger had gezorgd, kon ze haar tamelijk kieskeurige wellust de vrije loop laten. Mannen stonden voor haar in de rij.

‘Als ik in mijn jonge jaren een man gehad had van wie ik had kunnen houden, was ik hem mijn hele leven trouw gebleven. Mijn ongeluk bestaat simpelweg hieruit dat ik geen moment zonder liefde kan leven.’ Deze bekentenis van Catharina II verklaart het grote aantal van haar minnaars. Vooral dat die steeds jonger werden, naarmate Catharina zelf ouder werd, schijnt menigeen gestoord te hebben. Ze rechtvaardigde zich stoïcijns: ‘Ik bewijs de staat een goede dienst door jongemannen op te voeden.’ Vanaf het einde van de 18de eeuw werd Catharina’s liefdesleven keer op keer tot chronique scandaleuse verwerkt, liefst met suggestieve pornografische details gekruid, wat haar voor altijd de reputatie van een nymfomane bezorgde. In werkelijkheid beijverde de tsarina zich om ‘een seriële monogamie’, zoals Romanov-biograaf Simon Sebag Montefiore schrijft. Iets wat mannelijke staatshoofden veel minder zwaar aangerekend werd – over dubbele moraal gesproken …

Graaf Grigory Orlov, door Fyodor Rokotov.

Toen Catharina als jonge prinses van Anhalt-Zerbst naar Rusland kwam om in het huwelijk te treden met grootvorst Peter Fjodorovitsj, maakte ze niet alleen kennis met een lastige echtgenoot, maar ook met de mores aan het hof van tsarina Elizabeth I. Haar ongelukkige huwelijk en jarenlange kinderloosheid deden haar steun zoeken bij haar kamerheer Sergej Saltykov. Die werd in 1752 haar eerste favoriet. Er spreekt het een en ander voor het vermoeden dat tsarina Elizabeth de hand in het spel gehad zou hebben bij de totstandkoming van deze liaison. Zij vond een troonopvolger dermate belangrijk, dat haar neef Peter niet per se de vader van het kind hoefde te zijn. Dan maar een hoveling. In haar memoires schreef Catharina over Saltykov: ‘Hij was beeldschoon, aan het grote hof van de keizerin vond hij zijn gelijke niet.’ Het zou heel goed kunnen dat hij de natuurlijke vader van de latere tsaar Paul I was. Toen Catharina in 1754 haar zoon ter wereld bracht, werd deze als wettige nakomeling van grootvorst Peter erkend, ook door hem, wat haar positie aan het hof verstevigde. Saltykov werd als diplomaat naar het buitenland gestuurd.

Pjotr Savadovski.

Begin 1755 kwam de Poolse graaf Stanislaus Poniatowski naar het Russische hof, waar de liefde tussen hem en Catharina opbloeide. Poniatowski hield oprecht van de grootvorstin. In zijn memoires bekende hij: ‘Dat was de vrouw die voortaan over mijn lot zou beschikken; mijn hele leven was haar gewijd en dat zeg ik met veel meer ernst dan zij die zich in een vergelijkbare positie bevinden meestal opbrengen.’ In 1757 beviel Catharina van Anna, hun vroeg gestorven dochtertje. In 1758 kwam er, vooral om politieke redenen, een einde aan de relatie.

Stanislaus II August Poniatowski.

In plaats van de graaf na haar troonsbestijging tot man te nemen, zoals deze enigszins naïef gehoopt had, zorgde Catharina ervoor dat hij in 1764 onder Russische protectie als Stanislaus II op de Poolse troon kwam.

Sergei Saltykov.

Gardeofficier Grigori Orlov werd Catharina’s volgende favoriet. Ze was vanaf eind 1760 of begin 1761 met hem gelieerd. Hij kwam haar voor ‘als een Romein uit de gouden tijd van de republiek, moedig en met een groot hart.’ April 1762 kwam hun zoon Aleksej, de latere graaf Bobrinski, ter wereld, naar gezegd wordt gevolgd door nog twee kinderen uit dezelfde verbintenis. Samen met zijn vier broers had Orlov in 1762 een prominent aandeel in de val van Catharina‘s echtgenoot Peter III. Na de machtsovername benoemde Catharina Orlov onder andere tot haar adjudant en overlaadde hem verder met onderscheidingen, titels en landgoederen. Toen Orlov zich in 1771 zeer verdienstelijk maakte bij het bestrijden van de pest in Moskou, liet de tsarina in Zarskoje Selo een triomfboog voor hem bouwen en speldde zij hem een medaille op de borst. In 1772 bracht ze Rooms keizer Jozef II ertoe Orlov in de rijksvorstenstand te verheffen. Uiteindelijk bleef Orlov twaalf jaar lang haar favoriet, ook al was hij intellectueel haar mindere, gedroeg hij zich onbehouwen en bedroog hij haar. Een genereus afscheidscadeau kreeg hij evengoed. Orlov overleed in 1783, nadat hij een negentienjarige nichtje gehuwd had. Hij verkeerde in geesteszieke toestand en stierf waarschijnlijk aan syfilis.

Ivan Rimsky-Korsakov.

Orlovs plaats werd in 1772 ingenomen door cavalerieofficier Aleksander Vassiltsjikov. De goed uitziende jongeman ontpopte zich als laagvlieger, zodat hij al na een kleine twee jaar met geld, diamanten, lijfeigenen en een levenslang jaargeld heengezonden werd. Vassiltsjikov klaagde later dat zij ‘niets anders dan een cocotte’ in hem zag. Het stokje werd overgenomen door de officier Grigori Potemkin. Hij geldt als Catharina’s grote liefde. Ook toen zij beide wisselende partners hadden, bleef hun band tot aan Potemkins dood zeer hecht.

Aleksander Lanskoï in 1789. Schilderij door Levitsky.

Niet alle nu volgende favorieten konden zich in een dergelijke driehoeksverhouding schikken. Pjotr Savadovski, die in 1776 Catharina’s minnaar werd, had grote moeite met de hem toebedachte rol en de omnipresente Potemkin. Omdat hij van Catharina hield, stond hij in 1778 met pijn in het hart zijn positie af.
Met zijn opvolger hield Catharina het minder lang uit: huzarenmajoor Semjon Soritsj moest na elf maanden gaan, nadat hij zich tegen Potemkin gekeerd had. Hij werd vervangen door majoor Ivan Rimsky-Korsakov, die na vijftien maanden uit Catharina’s lichtkring verdween. Catharina betrapte hem in flagranti met haar vertrouwelinge, gravin Praskovia Bruce, die volgens boze tongen álle keizerlijke minnaars aan zo’n vooronderzoek onderwierp.

Aleksej Petrovitsj Jermolov, geschilderd door George Dawe (1825).

Potemkin attendeerde Catharina nu op de officier Aleksander Lanskoi. Het hof spotte over deze ‘doodsaaie engel, die nooit ook maar de minste poging deed een ander te schaden,’ maar de zachtaardige man wist zich zowel tot Catharina als Potemkin te gedragen en hield zich verre van de politiek. Toen hij in 1784 op 26-jarige leeftijd stierf, ging het gerucht dat hij zijn gezondheid doorr afrodisiaca geruïneerd had. In werkelijkheid was zijn dood waarschijnlijk te wijten aan difterie. Voor Catharina, die hem tot het eind verpleegd had, was het een zware slag. Ze liet in het park van Zarskoje Selo een gedenkteken voor hem plaatsen.

Prins Potemkin.

De nieuwe gunsteling Aleksander Jermolov, een adjudant van Potemkin, was er weer een die de boog overspande. Uiteindelijk intrigeerde hij tegen zijn mentor, wat in 1786 tot zijn vertrek leidde. Bij Catharina’s relatie met Aleksander Dmitrijev-Mamonov had Potemkin waarschijnlijk opnieuw de hand in het spel. De jonge officier was niet alleen zijn adjudant, maar ook een verre verwant. De in literatuur en kunst geïnteresseerde Mamonov werd door de keizerin bij haar literaire werk betrokken. Hij werd vorstelijk voor zijn diensten beloond, met lijfeigenen en landgoederen. Bovendien bezorgde Catharina hem de titel van graaf van het Heilig Rooms Rijk. Hoezeer ook met geschenken overladen, in 1789 koos Marmonov voor een huwelijk met een jonge dame d’honneur uit Catharina’s gevolg en was favoriet-af.

Hij werd opgevolgd door de laatste gunsteling: de knappe, maar arrogante gardeofficier Platon Soebov, die na Potemkins dood zijn positie wist te consolideren. Hij maakte een militaire bliksemcarrière, werd met orden en ambten overladen en kreeg landgoederen in Litouwen en Koerland. Rooms-Duits keizer Frans II verhief hem op Catharina’s verzoek in 1796 tot prins. De 38 jaar jongere Soebov werd door Catharina vooral om zijn jeugd gewaardeerd: ‘ik voel me herboren als een vlieg in de lente.’
Barbara Beck

Openingsbeeld: Catharina op een schilderij van Fedor Rokotov uit 1763. (Tretyatovgallery).

Lees ook de andere helft van dit spannende verhaal, plus nog veel meer artikelen over Catharina de Grote, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder