Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Grote Vaderlandse Oorlog

06 januari 2021 Siebrand Krul

‘Vnimanije! Slushej! Govorit Moskva!’ Na een bombastisch orkestintro kondigt een radiostem bijna opgewekt aan: ‘Uw aandacht! Luister! Hier spreekt Moskou! Alle radiostations van de Sovjet-Unie geven het signaal door.’ Dan klinken de bedachtzame, gedragen woorden van de regeringsleider, secretarisgeneraal van het Centraal Comité en sinds kort ook opperbevelhebber. Jozef Vissarionovitsj Stalin spreekt.

Stalin ontsnapt vaak aan de greep van de geschiedschrijving. Er is geen volledig privéarchief, zelfs geen archief dat al zijn officiële activiteiten documenteert. Vaak is de historicus op vermoedens aangewezen, op geflatteerde getuigenissen van hondstrouwe medewerkers en nostalgische soldaten. Stalin was nu eenmaal geen groot redenaar. Hij glansde meer in kleine kring.

In juli 1942 probeert een vluchtend Sovjet-konvooi de Don over te steken. Duitse troepen openen het vuur, het konvooi is vernietigd.

Het kan dus het gebrek aan vergelijkingsmateriaal zijn, of het belang van de gelegenheid, wat deze radiotoespraak uittilt boven al het op partijcongressen gezegde: het gewicht van wat komen gaat is voor de Sovjetburgers te voelen aan de dringende toon, afgewisseld met lange pauzes. ‘Kameraden! Burgers! Broeders en zusters! Strijders van onze landmacht en onze marine! Tot jullie richt ik mij, vrienden!’ Het is 3 juli 1941. Al twaalf dagen lang rukt het grootste invasieleger aller tijden vanuit het westen op naar het hart van de Sovjet-Unie. Weldra is het Duitse leger het land 500 kilometer binnengedrongen.

De winter is vroeg ingevallen, de Duitse opmars komt piepend en krakend tot stilstand: met de vertraging en een vroege winter is onvoldoende rekening gehouden. Het keerpunt in de oorlog is aanstaande. Door gebrek aan voedsel slachten Duitse soldaten hun paarden.

De toespraak waarin Stalin zijn stilzwijgen doorbreekt, is een van de keerpunten in het eerste halfjaar van de oorlog. In de namiddag van de 22ste juni, een dag na de inval, had zijn naaste vertrouweling Vjatsjeslav Molotov, minister van Buitenlandse Zaken, een korte toespraak gehouden en daarbij van een ‘schurkenstreek zonder weerga’ gerept. Stalin was te zeer van zijn stuk geweest, zo heet het, om een oorlogsverklaring af te geven.

Russische kinderen op drift, zogeheten Wolfskinder.

Sindsdien was het perspectief nog duisterder geworden: op 28 juni had de Wehrmacht het beleg rond Minsk geslagen, rukte op naar Smolensk en had elders een Russische legermacht van 400.000 man omsingeld. Stalin hoorde de jobstijdingen bij een van zijn hoogst zeldzame bezoeken aan het Ministerie van Defensie. Als minister Semjon Timosjenko en stafchef Georgi Zjoekov de situatie uiteengezet hebben, zou het enige excuus ooit uit Stalins mond geklonken hebben, een gemompeld: ‘Lenin heeft onze staat geschapen, wij hebben ‘m om zeep geholpen.’

Duitse pantservoertuigen type IV in de Oekraïne, december 1943.

Twee dagen houdt Stalin zich schuil in z’n datsja, volgens sommigen leest hij er over Ivan de Verschrikkelijke. Op 30 juni krijgen leden van het Politbureau hem zover de leiding over een crisiskabinet op zich te nemen. Ze troffen een vermagerde en ontdane Stalin, zeiden ze later. De dag erop keert hij als opperbevelhebber terug naar het Kremlin.
Op 3 juli verklaart hij over de radio dat het land verwikkeld is in een ‘strijd op leven en dood met zijn ergste en verraderlijkste vijand’, een strijd tegen ‘duivels en kannibalen’. Hij appelleert aan patriottische, niet zo zeer aan revolutionaire gevoelens, roept ‘het gehele Sovjetvolk’ op tot een strijd die beslist over vrijheid of slavernij. Dat moet gebeuren langs de weg van een algehele mobilisatie en een tactiek van de verschroeide aarde: ‘Niet één locomotief, niet één wagon, geen kilo graan, geen liter brandstof mag de vijand gelaten worden.’

Sovjet-rekruten in Moskou, onderweg naar het front, 23 juni 1941.

Daarnaast verklaart hij de binnenlandse vijand de oorlog. Wie ook maar de landverdediging hindert, komt voor de krijgsraad, dus ook ‘zwakkelingen en lafaards’, evenals ‘paniekzaaiers en deserteurs’. Maar toch, de gedragen stem, het brede appel zijn tekenen van hoop. De toespraak ontzenuwt geruchten, getuigt van leiderschap, zo zeggen tijdgenoten. Voor de Britse historicus Ian Kershaw heeft Stalin hier het ‘dieptepunt in zijn persoonlijke verwerking van de catastrofe’ overwonnen.

Uitgehongerde Sovjet-krijgsgevangenen in Mauthausen.

Woorden brengen de oprukkende Duitsers niet tot staan, maar de toon van Stalins toespraak wekt moed en overtuiging. Een paar maanden later, bij de herdenking van de Oktoberrevolutie, herneemt hij zijn patriottische thema, spreekt van ‘grote vaderlandse oorlog’, van een ‘vernietigingsoorlog’ waarin opofferingsgezindheid en vaderlandsliefde de doorslag geven. De woorden ‘Sovjet-Unie’ en ‘communisme’ verdwijnen gaandeweg uit zijn communiqués. Als de Wehrmacht korte tijd later voor Moskou staat en er paniek uitbreekt, besluit Stalin in het Kremlin te blijven – zoals het de ware aanvoerder betaamt.

Duitse krijgsgevangenen in Moskou, 1944.

Die vaderlandsliefde zal in de loop van de oorlog keihard op de proef gesteld worden. Stalin begaat strategische beoordelingsfouten en regelrechte blunders (de mislukte herovering van Charkov, begin 1942), maar aan zijn autoriteit doen die geen afbreuk. Bovendien komt hij erdoor tot twee voor de communistische partij ongehoorde besluiten: hij draagt de verantwoording voor de planning en uitvoering van militaire operaties (spectaculairste voorbeeld is het ontzet van Stalingrad) over aan ervaren militairen zoals maarschalk Zjoekov. Verrassender is nog de onmiddellijke rehabilitatie van de Russisch-orthodoxe kerk, die hem daarvoor haar steun biedt.

Een Sovjet-tank bij de Brandenburger Tor in Berlijn, mei 1945.

In de eerste jaren van de oorlog verliest de Sovjet-Unie tal van veldslagen. Dat zij zich daarvan weet te herstellen, de Wehrmacht tot staan brengt en tot de tegenaanval overgaat, valt zonder de inspanningen in de zware industrie niet te verklaren – ook hier zijn gewone Russen tot grote offers bereid. Volgens Russische schattingen worden er alleen al in herfst en winter van 1941 ongeveer 2.600 bedrijven naar het oosten verplaatst. Haast en improvisatie spelen daarbij en grote rol. Sommige fabrieksinstallaties herrijzen in de buitenlucht, tal van arbeiders en hun gezinnen wonen in snel gegraven holen. Ongeveer 25 miljoen mensen trekken met het materieel mee, waardoor niet alleen de industrie maar ook de landbouw zich herstelt.

In de tweede helft van 1942 overtreft de oorlogsproductie van de Sovjet-Unie al de Duitse van een heel jaar. ‘Totaal onverwachts’, zal de Britse historicus Richard Overy later vaststellen, ontwikkelt de planeconomie flexibiliteit en organisatievermogen en daarmee uitgerekend de eigenschappen ‘die nodig waren om een reusachtige populatie voor één gezamenlijk doel te mobiliseren’. Zonder deze eigenschappen was een Russische overwinning aan het oostfront niet mogelijk geweest. De oorlog heeft de stijfkoppige despoot Stalin een goed besef van de grenzen van de despotie bijgebracht. Dát alleen maakte hem tot een onmisbare schakel in de Russische oorlogsmachinerie.
Lennart Laberenz

Openingsbeeld: Terechtstelling van Sovjet-partizanen, januari 1943. De wetteloosheid heeft toegeslagen: Duitse verbodsborden maken weinig indruk, althans op de fotograaf.

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer artikelen over Stalin, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder